Demografie
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Gemiddeld genomen hebben Nederlanders meer verleden dan toekomst. De gemiddelde leeftijd in Nederland is namelijk 42,4 jaar; met een levensverwachting van 81,6, heeft Nederland overwegend meer leven achter zich dan voor zich. Dat is simpelweg een demografische realiteit, maar ook reden om nog beter te luisteren naar Nederlanders die wél vooral toekomst hebben.
Uit een serie NRC-interviews met 18-jarige Nederlanders afgelopen weekend rijst een beeld op dat door verschillende studies wordt ondersteund. „Het is een beetje heftig allemaal”, vatte de Zaanse VWO-scholiere Amiena Jatta het samen. 18 jaar oud zijn in 2023 is niet zo makkelijk als het ooit was. Het zijn gepolariseerde, verwarrende en indringende tijden. Er is een duidelijke, en ongemakkelijke, erfenis van covid: de pandemiemaatregelen blijken uit allerlei studies onevenredige en langdurige mentale en sociale gevolgen te hebben voor jonge mensen. Met name het percentage meisjes in het voortgezet onderwijs met emotionele problemen is na de pandemie sterk gestegen en blijft hoog: volgens het RIVM heeft een derde van de jongeren last van mentale klachten. Depressies, eenzaamheid, angsten, zelfs zelfmoorden: ze komen significant vaker voor dan bij vorige generaties.
Nou heeft elke generatie zijn collectieve tegenslagen, doemdenken en schokkende nieuwsgebeurtenissen, maar voor Generatie Z komt de Weltschmerz wel heel invasief en continu hun leven binnen via hun digitale schermpjes. Dat verdient empathie.
Generatie Z wordt volwassen in een tijd van terechte zorgen over klimaatverandering, te midden van heftige maatschappelijke protesten, ze werden in hun sociale ontwikkeling gedwarsboomd door de pandemie, hebben meer moeite dan vorige generaties om aan betaalbare woonruimte te komen, een groot deel van hen viel tussen wal en schip met studiefinanciering, en zo gaat de lijst door.
Dat betekent niet dat jongeren per se zielig zijn: de onderlinge verschillen binnen de generatie zijn groot, ze hebben weer andere mogelijkheden en vaardigheden die oudere generaties nooit hadden. De arbeidsmarkt is nu buitengewoon gunstig, bijvoorbeeld. Bovendien: van tegenslag kan ook weerbaarheid en veerkracht komen.
Maar studies naar Generatie Z laten wel degelijk een beeld zien van een cohort dat het op punten zwaarder heeft dan voorheen. En anders dan voorgaande generaties die in nog moeilijker tijden opgroeiden, zoals de oorlogs- en wederopbouwgeneraties, zijn ze in de minderheid. Nederland wordt in toenemende mate geregeerd door een meerderheid op leeftijd.
De lage opkomst van jongeren helpt niet mee. Daar ligt een taak bij jonge Nederlanders zelf maar ook bij partijen, media en campagnestrategen. Ideeën zoals het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd tot 16 jaar zijn daarnaast interessant.
Het is hoopvol dat jongeren de afgelopen jaren in gremia zoals de Sociaal Economische Raad een vaste vertegenwoordiging hebben gekregen. Initiatieven zoals ‘toekomststoelen’ in raden van bestuur die jonge en toekomstige generaties een plek moeten geven in besluitvorming zijn sympathieke gestes, net zoals oudere Nederlanders die hun stempas geven aan hun kinderen of kleinkinderen.
Maar na de verkiezingen moeten de nieuwe politieke leiders ook structureler aan de slag met nieuwe manieren om de toekomst een minstens zo zware stem te geven als het verleden. Nederland moet tenslotte wel voorwaarts blijven bewegen, niet achterwaarts.
Source: NRC