Het jongste mankement aan onze auto heeft zo zijn charme. Dat is niet zo, maar dat vindt mijn vrouw. De ventilatie werkt niet. Behalve als je hem in de hoogste stand zet, en dan werkt ze nog steeds niet. Ze blaast alleen als je – onmiddellijk nadat je de auto hebt gestart – een keiharde klap geeft op de binnenkant onder het dashboardkastje.
Dan stijgt er enorm lawaai op. Het is een zwaar, ongezond en chagrijnig brommen, alsof je iemand die zijn hele leven gerookt heeft midden in de nacht wakker maakt. ‘Ik vind het wel wat hebben’, zei mijn vrouw nadat ik de auto had gestart, in één vloeiende beweging over haar linkerdijbeen leunde en met mijn vlakke hand het dashboardkastje een beuk gaf.
Over de auteur
Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Er zit een zekere primitieve magie aan een klap geven op iets wat niet werkt en dat het daarna wel gaat werken. De televisie in het huis waar ik woonde als student deed het bijvoorbeeld alleen nadat je hem een vuistslag op de bovenkant gegeven had. Menig printer weigert iets te doen totdat hij even goed mishandeld is. Dat we technologie onze wil kunnen opleggen door haar een klap te geven is even belachelijk als rechtvaardig. Uiteindelijk, zeg je met die klap, wint mijn fysieke kracht, mijn menselijkheid, het van jouw gecompliceerde machinerie. Look who’s laughing now.
Maar verder vind ik het niets charmants hebben om mijn auto te moeten slaan. Misschien als ik 28 was geweest en in een oude Landrover een roadtrip door Zuid-Amerika had gemaakt, met een haarband in. Maar ik ben 40, heb weinig haar, twee kinderen en rijd in een Renault Clio uit 2008, waar niets charmants aan is. Het leer van het bovenste gedeelte van de versnellingspook is versleten en heeft losgelaten, waardoor het lijkt alsof we hem hebben laten besnijden. Bij de achterportieren op beide flanken zitten diepe krassen, alsof we ternauwernood uit de klauwen van een enorme beer zijn ontsnapt. In werkelijkheid was het geen beer, maar mijn gebrek aan ruimtelijk inzicht bij het maken van een bocht toen we het erf van een huisje in Frankrijk opreden (‘Volgens mij neem je de bocht te krap’, zei mijn vrouw. ‘Volgens mij moet je je er even niet mee bemoeien’, antwoordde ik, waarna mijn woorden een ogenblik later bekrachtigd werden door het raspende geluid van steen op staal.)
De afgelopen dagen begon het effect van de klappen af te nemen. De kachel rochelde nog wat, maar lang niet genoeg om de voorruit fatsoenlijk te ontwasemen. Ik had al een nieuwe ventilatiemotor gekocht en was bezig moed te verzamelen om die in de auto te zetten, toen zich een buitenkans voordeed. Tegen een kleine bijbetaling konden we onze auto inruilen voor een andere. Die is weliswaar even oud, maar ruimer en de ventilatie werkt – geruisloos. En ik moet zeggen, dat heeft wel wat.
Source: Volkskrant