Home

Media, investeer in onderzoeksjournalistiek, vindt Investico-hoofdredacteur Thomas Muntz: ‘Iemand die vertelt wat we ergens van moeten vinden, voedt het publieke debat niet’

Haagse journalisten? Financiële journalisten? Sportjournalisten? Thomas Muntz ziet ze nauwelijks als onderdeel van zijn eigen beroepsgroep. ‘Zij zijn veel meer aan elkaar verwant dan aan mij als onderzoeksjournalist.’

Als Muntz, hoofdredacteur van platform Investico, jonge journalisten traint geeft hij ze het boek The Watchdog That Didn’t Bark te lezen, van Dean Starkman, over de tekortkomingen van de journalistiek in de aanloop naar de financiële crisis van 2008. ‘Starkman maakt onderscheid tussen toegangsjournalistiek en verantwoordingsjournalistiek. Die twee stromen zijn er al vrijwel vanaf het begin. Iemand in de toegangsjournalistiek heeft een afgebakend speelveld waarin hij dicht op zijn onderwerp zit: het parlement, de sportvelden of de Zuidas.

‘Alle bronnen daarbinnen behoren tot een elite. De journalist is bezig met wat die elite denkt of zegt. Journalistiek waarin je bestuur en bedrijfsleven ter verantwoording roept, is daarentegen bezig met wat mensen doen, met wat ze hebben gedaan.’

‘Je interviewt als onderzoeksjournalist ook anders. Onze interviews duren lang omdat we iemand vaak moeten laten praten over wat hij denkt voordat we hem kunnen brengen naar: wat doet u? Het is nooit kwartiertje lullen, kwartiertje tikken.’

Over de auteur
Kustaw Bessems is columnist van de Volkskrant en host van de podcast Stuurloos. Hij heeft een bijzondere belangstelling voor openbaar bestuur en schrijft daarnaast over alles van disco tot klushuizen.

En ja, zegt hij, natuurlijk zijn er bijvoorbeeld goede politieke journalisten die veel meer doen dan dat. ‘Maar je kunt er niet omheen dat een quootje halen bij een gemediatrainde minister van achter zo’n lijntje op het Binnenhof onderdeel is van de Haagse journalistiek en dat dat gewoon de uitzending haalt.’

Aan duiders en columnisten voelt hij zich al helemaal niet verwant. ‘Mensen die de feiten van iemand anders overnemen en ze dan eens comfortabel in een perspectief gaan plaatsen. Nee, ik denk dat ik heel ander werk aan het doen ben.’

Wie wel hetzelfde vak uitoefenen? ‘De noeste verslaggevers die naar een plek reizen om zelf te kijken wat er in de fik staat.’

Muntz (36) is politiek filosoof en werkte als wetenschapper, tot hij tien jaar geleden een masterclass onderzoeksjournalistiek besloot te volgen bij De Groene Amsterdammer. Na zeven jaar universiteit wilde hij destijds iets doen wat ‘relevant was voor een groter publiek en minder vrijblijvend’. Een aantal alumni van die masterclass richtten met De Groene, Trouw en het FD Investico op. De naam doet niet meteen bij iedereen een belletje rinkelen, want het platform publiceert altijd in de eerste plaats in media waarmee het samenwerkt. Dat zijn onder meer regiokranten, EenVandaag, NOS op 3, Nieuwsuur en internationale media. De onthullingen van Investico zijn zo overal te zien. Zoals het nieuws dat uitvoeringsorganisatie Duo studenten met een migratie-achtergrond buitenproportioneel vaak als mogelijke fraudeurs op de korrel neemt. Of het nieuws dat de politie op grote schaal persoonsgegevens van demonstranten verzamelt. Of het nieuws dat de Belastingdienst regels schond om taxibedrijf Uber voor te trekken.

Komende lente bestaat Investico tien jaar. Muntz werd in juni 2021 hoofdredacteur. Een ander genre dan onderzoeksjournalistiek heeft hij nooit bedreven, net als veel van zijn doorgaans jonge collega’s. ‘Onderzoeksjournalist is geen eretitel meer. Wij zijn onderdeel van de beweging die het genre heeft gedemystificeerd. Het is simpelweg gebonden aan een aantal methodes en regels en die kun je ook aan beginnende journalisten leren.’

Onderwerp van gesprek met Muntz: de invloed van de journalistiek op het maatschappelijk vertrouwen en op de kwaliteit van het openbaar bestuur. Hij gelooft dat beide er baat bij zouden hebben als media meer in onderzoeksjournalistiek zouden investeren.

‘Ik denk ook dat we dat doen. Het klinkt groot en abstract, maar die missie vertaalt zich in concrete verhalen. Zo hebben we geschreven over een visumregeling waarmee Aziatische restaurants koks uit Aziatische landen konden halen. Zo’n kok verbleef hier legaal zolang hij in de keuken werkte. Dat is een recept voor uitbuiting, omdat hij helemaal afhankelijk is van zijn werkgever. Onze berichtgeving heeft ertoe geleid dat die regeling werd afgeschaft. Dan heb je eraan bijgedragen, door het publieke debat te voeden met informatie, dat er een eind komt aan een regeling die uitbuiting van rechtelozen mogelijk maakt.

‘Of dat altijd zo werkt, heb je uiteraard niet in de hand. Het publieke debat is grillig. De eerste keer dat we dit nieuws brachten, gebeurde er niets. Pas toen we tijdens de coronapandemie een nieuwe aanleiding zagen – zelfs bij een overschot aan koks bleven ze spotgoedkope arbeidskrachten naar Nederland halen – had het consequenties.’

‘Dat is een soort entertainment waar weinig van beklijft. Volgens mij is hun invloed kleiner dan gedacht. Lange gesprekken op de radio zijn ook publiek debat. Discussies in zaaltjes zijn ook publiek debat. Als jouw informatie daar mensen bereikt die aan de knoppen zitten, kan de invloed een stuk groter zijn.’

‘Ik heb in de loop van ons bestaan ervaren dat er mensen zijn die te goeder trouw zijn en mensen die te kwader trouw zijn. Feiten hebben iets weerbarstigs. Die zijn verrassend. En veel mensen die zich abonneren op kranten of tv kijken, willen worden verrast. Zij weten van zichzelf dat ze niet weten hoe het precies zit.

‘Maar er zijn ook mensen die in de publieke informatie helemaal geen echte feiten zoeken. En media zitten in een kramp door al die mensen, die op sociale media alleen op zoek zijn naar bevestiging van hun eigen chagrijn. Naar hun gelijk dat niks deugt. Media zijn te bang voor die mensen, en trekken zich een beetje terug, anticiperen te veel op dit publiek. Terwijl ik denk dat we tot op zekere hoogte niet anders kunnen dan die groep negeren en moedig doorgaan.’

‘De groep die echt niet mee wil doen kun je negeren. Ik zie over tien jaar wel waar ze zijn. En er is ongetwijfeld een groep mensen die ertussenin hangt: die je kwijt kunt raken en die je terug kunt winnen. Natuurlijk is het voor die groep beter als tv-redacties niet op de ophef gaan zitten en hun gasten aan tafel niet over onzin laten kletsen. En natuurlijk zouden we beter greep moeten krijgen op algoritmen: wanneer die een brandversneller zijn voor angst en walging, zou je daar misschien op moeten ingrijpen als wetgever.

‘Ik juich ook toe hoe de NOS zich enorm inspant om ingewikkelde onderwerpen als de oorlog tussen Israël en Hamas op een laagdrempelige manier te verslaan, en toch samenhang aan te brengen. De leiding van de NOS gaat ook naar publieke avonden: wij zijn er, stel ons vragen. Een groep die nog niet helemaal is uitgecheckt, kun je zo terugwinnen voor een publiek debat gebaseerd op feiten.

‘Maar het is belangrijk dat we ook de zeer grote groep mensen blijven voeden die te goeder trouw zijn en die media lezen omdat ze ook nieuwe informatie, hen onwelgevallige informatie willen.’

‘Met onderscheid tussen journalistiek die vertrouwen versterkt en journalistiek die wantrouwen aanwakkert, kan ik niet zoveel. Er is goede en slechte journalistiek. De hoofdredacteur van De Standaard, Karel Verhoeven, heeft in een mooi essay betoogd dat goede journalistiek een afgeronde mededeling doet. Slechte journalistiek is verbrokkeld, en laat eindeloos veel vragen open. Die brokjesjournalistiek wil voor een nieuw feitje zo veel mogelijk aandacht krijgen, dus dat wordt zo scherp mogelijk gekopt en zo prominent mogelijk gebracht. Omdat er helemaal geen context bij gegeven wordt, voedt dat bij het publiek wanhoop en de neiging om af te haken.

‘Die brokjesjournalistiek kunnen bestuurders ook naast zich neer leggen. Ze kunnen zeggen: het is de ophef van de dag, morgen weer ophef. Veel media, en daar zijn wij denk ik een exponent van, doen juist hun best om feiten in samenhang te brengen. In die samenhang zit mededogen naar de mensen die het verkeerd hebben gedaan. Als je een goed verhaal vertelt, kun je laten zien dat de slechte keuzes die mensen hebben gemaakt, ook de heel ernstige fouten, op z’n minst het gevolg zijn van menselijk handelen dat in een verkeerde structuur is ingebed. Daarin zit handelingsperspectief, daar kunnen we iets aan doen met z’n allen.

‘We lieten bijvoorbeeld zien dat een commerciële schuldhulpverlener mensen in armoede nog verder in de problemen hielp. Daar was geen enkele controle op van gemeenten die dat bedrijf inhuurden; telkens werd het bedrijf na een misstand ontslagen en kon het bij een gemeente verderop aan de slag. Wanneer je alle gemeenten dit patroon laat zien, zeggen ze opeens collectief hun contract op.

‘Je moet wel nieuwe feiten geven. En niet verzanden in de nuances. Er is ook een tendens die je bijvoorbeeld bij De Correspondent ziet, waarbij je alleen maar zegt: bekijk het allemaal eens van de andere kant! Dat neigt naar een manier van denken waarin de wereld geen misstanden kent, alleen maar misverstanden. En als iedereen zo rationeel was als de auteur, zouden die misverstanden snel worden opgehelderd. Dat is erg polariserend, want iedereen die het niet met je eens is, is dan onredelijk. Ervaringskennis wordt in dat denken vaak weggecijferd. Want er is statistiek en dat is echte waarheid. Maar je kunt eigenlijk pas goed duiden wanneer je zelf voor je onderzoek feiten hebt moeten verzamelen. Dan maak je van dichtbij mee dat die feiten zich niet naar je wereldbeeld schikken.’

‘Ik heb ernstige bedenkingen bij pogingen van de Haagse journalistiek om na onthullingen politici naar huis te sturen. En om, als dat niet lukt, dingen te zeggen als: de coalitie heeft een deuk opgelopen. Bij Investico zijn we daar nooit op uit. Maar neem een verhaal dat wij hebben gebracht over fraude van boeren met grond. Ze registreerden grond die niet van hen was om subsidie en mestrechten te krijgen. Het ministerie loog daarover tegen Brussel. Soms was het brutale fraude, andere keren sufheid of het gevolg van onduidelijke afspraken. Je neemt al die nuances mee in hoe je het naar buiten brengt. Maar het probleem blijft in de eerste plaats wel de fraude.

‘Naar aanleiding van de toeslagenaffaire ontstond discussie over de strenge frauderegels, die het gevolg waren van publieke verontwaardiging over adresfraude door Bulgaren in 2013. De opgewonden berichtgeving daarover leidde tot ergernis. Maar dat klopt chronologisch niet: de draconische aanpak werd al ingezet voordat de meest geruchtmakende onthullingen werden gedaan. En daarnaast vind ik ook wel dat er een taak ligt bij bestuurders om ongeacht de intensiteit van de berichtgeving duidelijk te maken welke proporties een probleem heeft. Je hoeft niet alle ophef om te zetten naar wetten en regels.’

‘In die kritiek worden journalisten op één hoop gegooid met een of andere meneer die een conflict met de overheid heeft, en gemene verzoeken doet waar de overheid niet op tijd aan kan voldoen om er dwangsommen uit te slepen. We baseren ons op dezelfde wet, maar het gedrag van die meneer wordt gebruikt om ook aan journalisten informatie niet vrij te geven. Ik vrees dat het Nederlandse bestuur een cultuur kent waarin pottenkijkers vervelend zijn.

‘Als ik tien jaar geleden een verzoek indiende, kreeg ik al als reactie: wat is je invalshoek? Ik zei: als ik dat bij voorbaat wist, was ik geen goede onderzoeksjournalist. Natuurlijk moet je duidelijk specificeren wat je nodig hebt. Het gaat bijvoorbeeld over de verhouding tussen Nederlandse en Russische gasbedrijven. Of een besluit van de kartelwaakhond over prijzen. Maar uit die vraag naar je invalshoek spreekt het wantrouwen dat je er wel op uit zal zijn om iemand pootje te haken.

‘De basishouding zou moeten zijn: alles is openbaar, tenzij er een zwaarwegende grond voor geheimhouding is. In plaats daarvan zijn ambtenaren in mijn ervaring de hele tijd bezig zoveel mogelijk onder die uitzonderingsgrond te vegen.

‘Ik erken dat verzoeken van journalisten soms wat gerichter mogen zijn. Je moet er rekening mee houden dat de overheid gegevens bijhoudt op basis van de eigen behoeften, en niet alles klaar heeft liggen, geordend naar jouw vragen. Maar daar moet dan weer bij worden gezegd dat de informatiehuishouding op veel ministeries een puinzooi is. Ik heb er echt geen begrip voor als de overheid zich niet gewoon aan de Archiefwet houdt. Ambtenaren op ministeries kúnnen daardoor vaak iets niet vinden. Het lukt ze ook niet om hun eigen vragen goed te beantwoorden of die van de Kamer. Het vervelende is dat je daardoor vaak niet weet of je verzoek strandt in dommigheid of in regentesk gedrag.’

‘Het zit dan in de pretenties. Je kunt enigszins terughoudend zijn. Je zag het direct na de aanval van Hamas in Israël. Je kunt op dat moment wel zeggen: ik weet niet wat Hamas exact wil, maar er is een deal op handen tussen Israël en Saoedi-Arabië, en dat is het krachtenveld. Maar niet: Hamas wil die deal opblazen. Want dat weet je dan gewoon nog niet.

‘Het moeilijkste voor media is om, op het moment dat de wereld géén samenhang aanbiedt, die ook niet zelf in de feiten aan te brengen. De wereld is geen nieuwsbericht. De wereld is superrommelig. Dus het is evenwicht bewaren. Proberen een rond verhaal te maken in die zin dat het niet eindeloos veel moedeloosmakende vragen openlaat. En aan de andere kant niet in de val trappen te doen alsof de wereld klopt en haar verhaal al aanbiedt. Feiten houden zich niet aan jouw wereldbeeld, het zijn echt assholes, wat dat betreft.

‘Bij Investico verbieden we containerbegrippen. Je mag bij ons niet schrijven dat iets komt door het neoliberalisme of door de multiculturele samenleving. Dat zie je behalve bij De Correspondent bijvoorbeeld bij De Telegraaf. Die media munten niet voor niks veel neologismen: ze herverpakken feiten met een bepaalde blik. Zulke termen leiden er alleen maar toe dat lezers zich cognitief afsluiten. De ene groep zegt: ja, zo zit het!, en de andere groep zegt: wat een onzin. Het brengt niemand op andere gedachten.’

‘Niet alleen. Er is inderdaad te weinig onderzoeksjournalistiek. Omdat de markt die niet zomaar kan opbrengen. Onderzoeksjournalistiek kost tijd, en veel daarvan is ook zinloze tijd. Want je kunt alleen goed onderzoek doen als je vooronderzoek kunt doen, zijpaden op kunt, erachter kunt komen dat iets níét aan de hand is. Bij Investico kunnen we onze mensen daarvoor betalen met geld van filantropische fondsen, een paar overheidsfondsen en steeds meer via kleine donateurs. We hoeven geen winst te maken. En die geldschieters mogen uiteraard geen enkele invloed hebben op de redactionele keuzes.

‘Maar ik denk ook aan buitenlandcorrespondenten, die nu veelal freelance zijn. En aan de verslaggeving van zaken bij de lagere rechter in het hele land, die grotendeels ontbreekt. Dus het is eigenlijk erger: er moet niet alleen meer worden geïnvesteerd in onderzoeksjournalistiek, maar in alle journalistiek waarbij mensen zelf observaties doen. Helaas, als het slecht gaat bij media investeren ze juist veel in duidingsjournalistiek. Want iemand die komt vertellen wat we ergens van moeten vinden, is goedkoper. Maar dat voedt het publieke debat niet.’

In de Volkskrant-podcast Stuurloos gaat Kustaw Bessems op zoek naar een beter bestuur voor Nederland. In de nieuwste aflevering spreekt hij met Sharon Stellaard, die twintig jaar in de jeugdzorg werkte en merkte dat wat zij en haar collega’s goedbedoeld deden, steeds ongewenste effecten had. Ze promoveerde als bestuurskundige op de vraag hoe dat kan en kwam tot een ontluisterende conclusie. Te vinden in alle podcastapps.

Sinds anderhalf jaar probeert het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding te waken over openbaarheid van overheidsinformatie. Het vindt dat de overheid beter moet samenwerken met journalisten, en concludeerde na onderzoek dat informatie vaak niet goed vindbaar en beschikbaar is. Het adviseerde ook in concrete conflicten tussen journalisten en de overheid, maar bijvoorbeeld het ministerie van Volksgezondheid legde zo’n advies naast zich neer.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next