Home

Acht lijsttrekkers over het boek dat hen heeft gevormd: ‘Boeken zijn als zuurstof’

Wat is het boek dat je heeft gemaakt tot wie je bent, dat je leest en herleest of dat gewoon je favoriet is? Acht lijsttrekkers doken met de Volkskrant hun boekenkast in, op zoek naar het antwoord. Esther Ouwehand: ‘Ik lees recensies en droom van de tijd dat ik weer ga lezen.’

Eerst zag ze de film. Daarna wilde ze het boek lezen, dat nog veel beter bleek. Daarna herlas ze het boek, en later nog eens in het Engels.

‘Over dat herlezen heb ik op Facebook gepost, of misschien Twitter’, zegt ze. Haar vingers gaan over de telefoon. ‘Hier, 9 april 2017: ‘Angela’s Ashes weer eens gelezen. Wat een geweldig boek is dat. Nu deel twee weer oppakken: ’Tis.’

Ze plaatste er een foto bij van een pagina waar McCourt het huis in Limerick beschrijft waar hij met zijn moeder en broertjes woonde, als een van de zeldzame Ieren die uit de VS terugverhuisde naar Ierland, waar het leven al even armoedig bleek.

Doordat de moeder van Van der Plas uit ­Limerick komt, maakte het boek extra veel ­indruk. ‘De armoede heb ik zelf niet meegemaakt. Maar in de jaren zeventig, toen we elke zomer de Ierse familie opzochten, zag je nog de criminaliteit en het vuil waarover ik later las bij McCourt.’

‘De kerk zou moeten helpen, maar helpt je verder de vernieling in. Dat angst aanjagen en er zelf beter van worden is een erge vorm van misbruik. Ik geloof dat er iets is na de dood, maar het instituut kerk heb ik vaarwel gezegd.’

‘Die armoede interesseert me. In de politiek probeer je mensen te helpen. Loop mee met de zwakken, dan laat je niemand achter, zei z’n moeder. En die familierelatie vind ik mooi. Je moet het met elkaar rooien, ook als je vader geen lieverdje is. Familie staat voor mij bovenaan.’

‘Mijn vader was journalist, die had schriftjes met krabbels. Ik was 3 en ging die krabbels naschrijven: kijk, ik heb ook geschreven. Ik wilde zo graag. Nu gun ik me de tijd niet. Tonio van A.F.Th van der Heijden was de laatste echte roman. Ik lees graag over levens. Al was ik ook fan van Stephen King.’

‘Ik heb m’n kinderen altijd voorgelezen, tot een jaar of 11, 12. Dan kan een kind zijn eigen beelden creëren. De oudste is een echte lezer.’

Camus, Conrad, Roth, Boon, Proust, Levi, Grass; Frans Timmermans komt met een groslijst van acht boeken, die ook nog eindigt met ‘etc.’. Klassieke fictie over het wezen van de mens en de zin van het bestaan, dat is waar het hart van PvdA/GroenLinks-lijsttrekker naar uitgaat. En ja, alles gelezen in de oorspronkelijke taal.

‘Kiest u maar, zoveel boeken zijn belangrijk voor me’, had hij gezegd. Uiteindelijk valt de keuze op Joseph Roth. Radetzkymars was een relatief late ontdekking. Hij kocht het boek in Wenen, waar hij als diplomaat voor minister Max van der Stoel werkte. ‘Overal in Centraal-Europa zag ik de sporen van het Habsburgse Rijk waarvan Roth de teloorgang beschrijft. Radetzkymars is zeer politiek, maar ook een familiekroniek. En het is nostalgisch. Roth dronk zich dood omdat hij de opkomst van het nazisme zag en terugverlangde naar Oostenrijk-Hongarije.’

‘Ook dit is een wereld die snel verandert. In het boek weten de personages niet hoe daarmee om te gaan. Ook nu is nostalgie een verleiding, als manier om de onzekerheid te bedwingen. Tegelijk is er dat thema van ontmenselijking, stap voor stap. Van politici die woorden gebruiken om een samenleving te ontmenselijken.’

‘Dat komt door de nostalgie. Die is als goede wijn. Een glas, twee glazen, maar na een hele fles raak je het spoor bijster. Roth deed dat letterlijk en figuurlijk. Hij dronk zich dood.

‘Kunst is een reflectie op de condition humaine. Kunst liegt de waarheid. Iets wordt uitvergroot zodat je de waarheid ontdekt: begrijp ik de samenleving, zie ik de essentie? Waarom schrijft Ilja Leonard Pfeijffer honderden pagina’s voetnoten in Alkibiades? Omdat hij ziet dat de waarheid niet meer serieus wordt genomen.’

‘Camus herlees ik veel. Maar ik lees van alles, kan plezier beleven aan Stephen King, op m’n nachtkastje ligt nu een biografie over Elvis. Ik slaap weinig, vijf uur per nacht. En ik heb tegenwoordig luisterboeken in de auto.’

‘Voed je kinderen talig op: veel praten, veel voorlezen. En zeg gewoon dat het soms een kwestie van doorbijten is.’

Over de auteur
Ariejan Korteweg schrijft sinds 1987 voor de Volkskrant. Hij was tot voor kort werkzaam op de Haagse redactie en bespreekt nu – overwegend Franse – fictie en non-fictie.

De lijsttrekker van het CDA noemt de Amerikaanse filosoof Michael Sandel een voorbeeld. ‘Hij heeft me geïnspireerd in mijn denken over politiek.’

Na zijn eerste Sandel, Niet alles is te koop, was hij om. ‘In wezen is de vraag die hij stelt simpel. De American Dream betekent: als je maar hard werkt, kom je er wel. Maar waarom zou maatschappelijke erkenning afhangen van wat je doet met je talenten? Sandel zegt dan: ook een jonge sporter of pianist met talent komt er niet als hij niet naar sport of pianoles wordt gestuurd. Neem de context mee, dat leert hij me.’

Bontenbal vertelt over zijn vrouw, verloskundige in Rotterdam. ‘In moeilijke wijken zie je dat kinderen zonder stabiel gezin, zonder hulp met taal, zonder fatsoenlijke eetgewoonten, al met 5-0 achterstaan. Daar zijn meer kindersterfte, eenzaamheid, verslavingen, vroeggeboorten.’

‘Ik ben een christen-democraat in het diepst van mijn denken. Gerechtigheid, solidariteit, dat zijn kernwaarden. Geef iedereen wat hij nodig heeft en wie meer kan dragen, doet meer. Er is overlap met de sociaal-democratie. Wij zijn minder gericht op de rol van de staat. Sandel zegt dat het gaat om maatschappelijke erkenning van gelijkheid. De overheid moet zorgen dat de kloof tussen arm en rijk niet te groot wordt door gemeenschappelijkheid te stimuleren.’

‘Er ligt altijd ergens een boek met een papiertje erin. Mijn laatste boek was Waakzaam burgerschap van Hirsch Ballin. Dat helpt me dan weer verder: boeken zijn als zuurstof.’

‘Nu toch vaak in het weekeinde. Ik lees weinig fictie. Niet omdat ik het niet zou willen, maar ik heb altijd het idee dat het rendement van non-fictie hoger is. Dat is niet goed, ik weet het.’

Later noemt hij nog twee romans die indruk maakten. Over Mintijteer van Esther Maria Magnis: ‘Ik heb nog nooit zo geobsedeerd gelezen.’ De andere is Elementaire deeltjes van Michel Houellebecq: ‘Enorm genoten van zijn analyse van het neoliberalisme.’

‘Als bij onze kinderen nog laat het licht aan is omdat ze lezen, zien we dat eerder door de vingers. Als ze een boek kopen, krijgen ze de helft van ons.’

Ze was de afspraak in de drukte van de campagnetijd vergeten. Zodat haar dochter, die herfstvakantie had, het boek naar Den Haag moest brengen: haar beduimelde exemplaar van de Belijdenissen van Augustinus, een klassieker uit de 5de eeuw. Om precies te zijn: Saint Augustine’s Confessions, in de vertaling van Henry Chadwick.

Op de eerste pagina staat een lange opdracht van haar opa, met wie ze in 2005 langs de oostkust van de Verenigde Staten trok, samen met haar oma en nichtje. Ze gingen naar Princeton University, waar Abraham Kuyper in 1898 zijn Stone-lezingen hield. Ze mocht iets uitkiezen in de boekwinkel. Sindsdien houdt het boek haar gezelschap. Ook op vakantie, als de familie Bikker gaat kamperen in de Alpen of Denemarken.

In Belijdenissen blikt de kerkvader terug op zijn jonge jaren, hij vertelt over zijn buitenechtelijke kind, zijn uitspattingen. ‘Dit zijn de basic thoughts’, zegt Bikker. ‘Augustinus betreurt hoe hij heeft geleefd. En hij verwondert zich over zijn bestaan. Dat hij ogen heeft en alle landen en zeeën kan zien. Juist door zijn imperfectie te laten zien, geeft hij een voorbeeld.’

‘Benoem de fouten die we maken, maar weet dat er ook een weg omhoog is. Als mensen zeggen: wat zijn dit slechte tijden, dan is zijn antwoord: wíj zijn de tijden. Dat is hoopgevend. Zoveel mensen willen het goede doen.’

‘Hij is van lang voor de Beeldenstorm en de CU is een brede christelijke partij. Ik ben de waarde van het katholieke denken gaan inzien, zoals het Laudato Sì van paus Franciscus dat zegt: verwonder je over wie je bent.’

‘Ik ben met lezen opgevoed. Bij de CU hebben we een rustige zondag, gelukkig. Zondagavond wil ik een uur of twee lezen. In campagnetijd ligt de Bijbel op m’n nachtkastje, maar kom ik aan andere boeken niet toe. Al heb ik laatst Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans gelezen.’

‘Leer kinderen zich te verwonderen. In Nederland is iedereen een minderheid. Durf je te verplaatsen, geniet ervan dat de ander anders is, dat kan een goed boek je leren. Dus zorg dat er voor iedereen een bieb met koffie dichtbij is.’

De partijleider van de Partij voor de Dieren staat bekend om haar liefde voor weerbarstige gitaarmuziek. Deze Dostojevski lijkt daarmee te rijmen. Aantekeningen uit het ondergrondse is hard en compromisloos, met een eenzame chagrijn als hoofdpersoon.

‘Ik snap dat je dat zegt’, is haar reactie. ‘Het boek is heftig. Ik kom uit een arbeidersgezin, bij ons stond geen literatuur in de kast. Dit was de eerste Dostojevski die ik las, zo rond m’n 30ste.’ Ze heft beide armen ten hemel. ‘Ik sloeg steil achterover. Het was zo geruststellend en hoopgevend dat iemand zei: wie zijn we nu eigenlijk als mens? Dostojevski tart het beeld dat we rationele wezens zijn. Als je denkt dat alles meetbaar is, laat je zo’n belangrijk deel van het leven buiten beschouwing. Heb ik alles overzien? Dat is mens-zijn.’

‘Toen ik dertig jaar geleden vegetariër werd, was dat moeilijker dan nu. Ik kende niemand die geen vlees at. Je moest je eigen sojabrokken weken. Maar daarmee houd je wel vast aan je eigen waarden.’

‘Dat is de literaire stijlvorm, een uitvergroting van waar je mee te maken kunt krijgen. Dat diepe inzicht dat er geen dogma is waaraan je je kunt vasthouden en dat er 150 jaar geleden mensen waren die dat zagen, is bijzonder. Wees niet bang te zeggen: ik heb nieuwe inzichten en zal wat moeten veranderen.’

De gebroeders Karamazov las ik. Daarna kwam ik in de Kamer. Nu lees ik recensies en droom van de tijd dat ik weer ga lezen.’

‘Politiek is gebaseerd op wat we kunnen meten. Past iets niet in het model, dan bestaat het niet. Dostojevski betoogt dat 2 + 2 = 5 ook heel aardig kan zijn. Hij leert me dat je moet definiëren wat jij belangrijk vindt. Dat hanteer ik in de politiek.’

‘In het denken van Dostojevski herkende ik iets van mezelf. Dat boeken dat kunnen brengen, moet je overdragen. Het doet me pijn dat ik zelf geen beter voorbeeld ben.’

Wanneer ze Van het westelijk front geen nieuws heeft gelezen? Poeh… Marijnissen piekert. Ze was jong, begin 20. Later herlas ze het boek. En onlangs zag ze de verfilming van Edward Berger. ‘Als je zo’n boek dan leest, vormt het je. Wat me aansprak was die rauwe uitzichtloosheid waardoor het zinloze van oorlog zichtbaar wordt.’

Mooi en gruwelijk vindt ze wat de hoofdpersoon, een Duitse soldaat tijdens de Eerste Wereldoorlog, ervaart als hij naast een dode Franse soldaat in een bomkrater ligt en denkt: gewoon een jongen, net als ik. Gewone mensen kunnen door één deur, ook als leiders dat niet willen.’

‘Misschien was het wel m’n pa die het boek aanraadde. Oorlog had altijd al mijn interesse. Ik ben weleens naar Ieper gereden om de begraafplaatsen te ervaren. Nu, bij de waanzin in Oekraïne, denk je aan dit boek; die jongens en meisjes zijn als de mensen in Im Westen nichts Neues.’

Is dit een mens van Primo Levi las ik toen ik 18 was. Jaren later dacht ik: ik moet het herlezen met de kennis van nu. Zo was het met Remarque ook. Onlangs ben ik naar zijn museum in Osnabrück geweest. Daar leerde ik dat de nazi’s het boek verbrand hebben.’

‘Ik groeide op als enig kind. Als ik met m’n ouders op vakantie ging, kon ik helemaal in boeken opgaan. Sinds ik Kamerlid ben, heb ik minder tijd. Heb ik een week vakantie, dan neem ik acht boeken mee en dat lukt dan niet. Die frustratie zullen collega’s herkennen.’

‘Ik kan me storen aan politici die fanatiek zijn met het inzetten van militair geweld. Het zijn gewone jongens die de rekening betalen. Wat bracht de inval in Irak behalve ellende en kosten? Daarom moet je zo’n boek lezen.’

‘Veel mensen kunnen zich hun docent Nederlands herinneren. Dat heb ik ook. Boeken lezen deed ik uit mezelf, maar ik kwam er thuis mee in aanraking. Dat helpt. Net als een bibliotheek om de hoek.’

De leider van D66 draagt drie boeken aan: De zwarte met het witte hart van Arthur Japin en Oeroeg en De heren van de thee van Hella Haasse. Na lang wikken en wegen valt de keuze op wat hij ‘het oerboek van Haasse’ noemt.

Hij las het in de tweede of derde klas van het vwo voor zijn boekenlijst. Nadat hij Revolusi van David Van Reybrouck had gelezen, greep hij er opnieuw naar. ‘Ik wilde opnieuw lezen hoe zij Nederlands-Indië beschrijft. Om dezelfde reden heb ik De heren van de thee herlezen. Ik ken veel mensen met Indische roots, aangetrouwde familie van moederskant, vrienden, schoonfamilie van een ex-partner. Hun voorouders woonden in Bandoeng op de plantage. Ik stelde hun vragen die hun eigen kinderen niet konden stellen.’

‘Haasse beschrijft de eurocentrische blik waarmee we naar de geschiedenis kijken. De witte hoofdpersoon heeft een Indische vriend, Oeroeg. Ze spelen samen, hij denkt dat ze gelijkwaardig zijn. Totdat hij naar school gaat en ervaart dat er standen zijn. Als hij als militair na de oorlog terugkomt, denkt hij dat hij zijn jeugdvriend ziet die aan de andere kant strijdt en dus een andere blik heeft op de toekomst.’

Haasse was haar tijd vooruit, vindt Jetten. ‘Aan de harde werkelijkheid die voor Indonesiërs gold, was het publieke debat hier nog niet toe. We zijn die tijd nog steeds aan het verwerken: hoe ga je om met militairen die daar vochten, met Molukkers? Anton de Kom bracht me ook zo’n bewustwording. Bij hem zie je dat er al lang zelfbewust denken in de Surinaamse samenleving zat. Alles over hedendaagse patronen die voortkomen uit de koloniale tijd vind ik interessant.’

‘De spaarzame vrije tijd gaat op aan sporten, tuinieren, vrienden. Op vakantie lees ik een boek per twee dagen, vaak eerst een slechte thriller. Vijf pagina’s voor het slapengaan is niets voor mij, ik moet in het boek kruipen. M’n nieuwe sport is wel tweedehandsboeken zoeken; op sites als boekwinkeltjes.nl heb ik deze zomer Allende, Van Dis en Haasse gekocht.’

‘Dat eenderde van de 15- en 16-jarigen problemen met lezen heeft, is schrikbarend. Goed dat staatssecretaris Uslu heeft geïnvesteerd in bibliotheken.’

De aanvoerder van de VVD is op weg van Enschede, waar ze een lijsttrekkersinterview had, naar Amsterdam, waar ze als minister van Justitie aan de bak moet. Druk, druk, druk – dit is het enige gesprek per telefoon. Ook Auslander las ze onderweg, in het vliegtuig boven de Atlantische Oceaan, terug uit New York, waar ze het boek kocht. ‘Ik heb gehuild en gelachen’, zegt ze. ‘Het is briljant.’ Sindsdien herlas ze het boek, gaf het cadeau aan vrienden en familie, zocht Auslander op toen hij in een boekhandel in Bloemendaal kwam signeren. Van een vertaling is het nog niet gekomen.

In Foreskin’s Lament (letterlijk: de klacht van de voorhuid) vertelt Auslander over zijn joods-orthodoxe jeugd en hoe hij zich daaraan ontworstelt.

‘Je krijgt kortsluiting in je hoofd als je het leest. Dan beschrijft hij hoe hij als jongetje het licht op zijn kamer aan- en uitdoet, wat op sabbat verboden is. Na elke keer gaat hij kijken of zijn vader, aan wie hij een hekel heeft, nog leeft. Het is droevig, en steeds is er die droge joodse humor.’

‘Dat heeft er niets mee te maken. Hij is niet praktiserend. En ik ben zelf atheïstisch van huis uit. Ik heb veel boeken over het jodendom gelezen, ook over andere godsdiensten trouwens. De moeite om je aan zo’n ultra-orthodoxe gemeenschap te ontworstelen en de eenzaamheid die volgt als je daarin slaagt, dat boeit me. Dorsvloer vol confetti van Franca Treur, daar zit dat gegeven ook zo mooi in. Zelfbeschikking en emancipatie, dat zijn wel rode draden in het werk dat ik doe.’

‘Daar heb ik rust voor nodig in m’n hoofd. Die is er nu niet. Hopelijk lukt dat straks, rond Kerst.’

Als ze leest, zijn dat vooral romans, ze noemt Arthur Japin en Colson Whitehead.

‘Via schermen krijgen ze ook veel verhalen binnen. Maar bij lezen gebruik je je eigen fantasie. Na het boek valt de film altijd tegen.’

Voor dit verhaal zijn de lijsttrekkers benaderd van de tien partijen die eind september bovenaan stonden in de peilingen. Geert Wilders (PVV) deed niet mee ‘omdat er afwegingen zijn gemaakt’, Pieter Omtzigt (NSC) liet zich verexcuseren ‘vanwege grote drukte’.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next