Terwijl de race in de peilingen van de week draaide om de vraag wie van alle smaken rechts het allerhoogst stond – gewoon rechts, conservatief rechts of toch radicaal rechts – stond in deze krant een interview met de 26-jarige klimaatactiviste Hannah Prins, die vertelde dat zij de nacht voor de verkiezingen in een T-shirt slaapt met daarop een campagneslogan van de Amerikaanse senator Bernie Sanders. Dan droomt ze van een links kabinet.
En zo zie je twee belangrijke bewegingen in Nederland. Een links dat spraakmakend is op straat, in de media en in veel instituties en dat de boel daar met regelmaat zijn kant op trekt. Bijvoorbeeld op klimaatgebied en als het gaat om gevoeligheden in terminologie. Maar in de landelijke politiek lijkt er van de vertegenwoordiging weer weinig van over te blijven.
Prins verklaarde dan nog uit strategische overwegingen GroenLinks–PvdA te zullen stemmen, maar het ziet er niet naar uit dat die combinatie genoeg mensen daartoe aanzet om de grootste te worden, wat het hele doel was. Partijleden hakken op Frans Timmermans in, telkens wanneer hij iets zegt dat ze niet links genoeg vinden. En D66, SP en Volt zoeken de aanval op hem. Zo gaat het vaker aan progressieve zijde: zuiverheid boven resultaat en herverdeling van een schrale oogst. En dan verongelijkt zijn dat rechts weer regeert. Het is voor Hannah Prins te hopen dat haar shirt nog een tijdje mee kan.
Nederland was van oudsher al een centrum-rechts land en inmiddels bevindt het centrum zich waar 25 jaar geleden rechts zat. Timmermans heeft toch geprobeerd kiezers uit dat opgeschoven midden te trekken. Sommigen zeggen: hij had beter puur links kunnen mobiliseren met een radicaler verhaal. Maar of dat per saldo meer had opgeleverd? Ik vermoed ook enige trouw aan de eigen principes. Getuige zijn reactie op de aanslag in Israël en de oorlog in Gaza, waarbij hij niet toegaf aan een luid deel van zijn achterban. Een deel dat steun voor de Palestijnen laat overlopen in het goedpraten van theocratisch terrorisme en het ondermijnen van Israëls bestaansrecht.
Want terwijl rechts extremisme zich gerieflijk in talrijke Kamerzetels nestelt, schreeuwt links extremisme je toe met een spandoek of op TikTok. Timmermans hield zijn poot stijf met zijn veroordeling van de leus From the river to the sea…, die vaak wordt gebruikt als oproep om alle Joden te verjagen en die zelfs met de meest gunstige interpretatie in het reëel bestaande Midden-Oosten neerkomt op ‘laat het ze maar uitvechten’. Het is een extremisme zonder bewustzijn van de vele keren dat links al misgreep in utopieën. Met goedgebekte jongeren die geloven dat we het socialisme nog een kansje moeten geven omdat het nooit goed is uitgeprobeerd (experiment van een eeuw, over grote delen van de wereld, kostte honderd miljoen levens). Timmermans lijkt me een sociaal-democraat met te veel historisch besef om dit segment naar de mond te praten.
Bij het SBS-debat werd een arme vrouw woedend op hem, ook al was hij van de aanwezige lijsttrekkers degene die haar situatie wilde verbeteren. Dát leek me nou een fragment voor links om straks bij de evaluatie een tijdje op te studeren: hoe kan dit?
In contrast met Timmermans’ worsteling staat de lichtheid van VVD-lijsttrekker Yesilgöz. Tactisch is ze in alles Rutte. Net zo losjes met de waarheid en met verantwoordelijkheid. En om onbegrijpelijke redenen wordt ze door andere lijsttrekkers net als hij tegemoet getreden alsof haar winst vanzelf spreekt. Keer op keer laten ze haar wegkomen met de platitude dat ze liever vooruit kijkt in plaats van terug, met geratel over niets. Soms vraag je je af of de VVD over elke concurrent belastend materiaal heeft liggen.
Yesilgöz neemt van extremisme níét scherp afstand. Omdat de VVD het voor machtsbehoud opportuun achtte, gooide ze de poort voor Wilders open. Juist in haar quasi-kritiek op programmapunten van de PVV hoor je het bagatelliseren. Ze ‘heeft er niks mee’, maar ‘alle partijen’ hebben opvattingen waar zij het niet mee eens is. Opnieuw een echo van haar voorganger die ooit zei: ‘Ik heb niets met massadeportaties.’ Alsof discriminatie en heulen met de Russische vijand nevengeschikt zijn aan pakweg de wens om bedrijven zwaarder te belasten. Onze demissionair premier mag op weg zijn naar een internationale post, wij zijn nog lang niet weg uit Rutteland.
En Omtzigt? Die moet dan de buffer zijn, regeren met de PVV onmogelijk maken. Hij zegt dat hij niet in zee kan met de PVV zolang die partij in zijn programma grondrechten schendt. Hij zou zich als hoeder van die rechten ook totaal ongeloofwaardig maken. En riskeren dat zijn partij uiteenvalt, net als het CDA eerder, door een coalitie met Wilders. Toch, krachtig klinkt zijn weigering niet.
Dus ik weet niet in welk land ik u later tref. Want ik ga er tussenuit, om een boek te schrijven over beter bestuur. Van mijn podcast Stuurloos, over hetzelfde thema, blijven afleveringen verschijnen. Deze column is in de lente weer voorzien. Ik hoop dat we dan een regering hebben die de democratische rechtsstaat uitdraagt en werkt aan een weerbare samenleving in een woelige wereld. En ik hoop op minder bloedvergieten, in het Midden-Oosten en op veel andere plekken.
Source: Volkskrant