Onlangs herlas ik het boek Oriëntalisme uit 1978 van Edward W. Said, in een poging grip te krijgen op wat zich momenteel op het internationale politieke toneel afspeelt. Ik hoopte antwoord te kunnen vinden op de vraag waarom het vragen om een staakt-het-vuren in Gaza zo politiek controversieel is.
We kennen inmiddels allemaal de beelden van verkoolde Palestijnse kinderlichamen, van wanhopige, om genade roepende Palestijnse mannen, die de dode Palestijnse lichamen onder het puin van de weggevaagde Palestijnse woonwijken trekken. Van Palestijnse moeders die hun kinderen dicht bij zich dragen, om ze te beschermen tegen de bommen en de dood. We hebben de tranen gezien van smekende Palestijnse kinderen en de beelden van de Palestijnse baby’s.
Ik hoopte dat wijlen Said me kon vertellen hoe het kan dat ‘de Palestijn’ zo ontmenselijkt is, dat ook Nederland niet voor een staakt-het-vuren stemde bij de VN. En dat mijn land daarmee basale mensenrechtelijke en humanitaire zaken als water, voedsel en een veilige vluchtweg, onbereikbaar maakte voor de Palestijnen. Met (op het moment van schrijven) meer dan 11.500 vermoorde mensen als gevolg. Misschien zou de Palestijns-Amerikaanse academicus me postuum kunnen uitleggen wat er nodig is om de wereld te overtuigen van het feit dat Palestijnen, óók Palestijnse mannen, mensen zijn, en niet – in de woorden van de Israëlische minister van Defensie, Yoav Gallant, – „menselijke beesten”?
Het boek bood inderdaad het gewenste soelaas, al liet Said me ook enigszins beduusd achter. De demonisering van ‘de Arabier’, zo toont hij aan, is eeuwenoud. En wat in 1978 gold, is vandaag de dag des te hardnekkiger.
In het tv-programma Mediastorm legde ik onlangs, aan de hand van een video die op X viraal was gegaan, uit wat confirmation bias is. In de video is een Palestijnse jongeman te zien die op straat met een meisje van niet meer dan twee jaar praat. De tekst boven de tweet luidt: „#Hamas-terrorist met ontvoerd Joods meisje in #Gaza.” Eén van de redacteuren van het tv-programma was zo geschrokken van de video dat hij die „walgelijk” noemde. De redacteur zag zich door de Arabisch ogende jongen, de Arabische taal, binnen de context van het opnieuw opgelaaide geweld, bevestigd in diens vooroordelen over Arabieren.
„Wij zijn een cultuur van leven”, zei Frans Timmermans bij WNL op Zondag over Hamas, waarna hij pro-Palestina-demonstranten wegzette als zich identificerend „met de meest radicale Palestijnse positie”. You are either with us, or against us.
Aan de hand van (onder meer) literatuuronderzoek legt Said de ontstaansgeschiedenis en de functie van het beeld van ‘de Arabier als barbaar’ uit. Said grijpt in zijn werk terug op de oude Grieken en klassieke Europese werken om aan te tonen hoe eeuwenlange beeldvorming van de Arabier de vijand heeft gemaakt.
Hij somt duizelingwekkend veel voorbeelden op. Het cursusboek 1975 voor doctoraalstudenten van het Columbia College over de leergang Arabisch schrijft dat „elke tweede woord in deze taal te maken heeft met geweld, en dat de Arabische geest zoals die wordt ‘weerspiegeld’ door die taal, onverkort bombastisch is”. Said haalt een artikel in het tijdschrift Harper’s aan, waarin staat dat „Arabieren in wezen moordenaars zijn en dat geweld en bedrog zijn opgeslagen in de Arabische genen”, maar ook een boek waarin wordt beweerd dat de haat jegens de Joden het enige is wat de mensen van het Midden-Oosten samenbindt. De Arabieren, de moslims of de oosterlingen zijn bovendien een monolithisch en onveranderlijk volk. Alles wat men in 1978 beweerde over het Midden-Oosten, geldt in de beeldvorming vandaag de dag nog steeds.
In de eerder genoemde video op X zag ik geen terrorist, maar een jongeman die mijn broer of neef had kunnen zijn. Zijn lichaamstaal vertelt mij dat hij het meisje schattig vindt. De redactie liet de video vertalen, en wat bleek? De jongen kletst inderdaad gezellig met het meisje, vraagt of ze Arabisch is en waar haar ouders zijn. De doodgewone Palestijnse jongeman blijkt niet meer dan dat: een doodgewone Palestijnse jongeman, die niet vraagt om een ‘cultuur van leven’, maar om gewoon te kunnen leven.
Hasna El Maroudi is journalist, columnist en programmamaker.
Source: NRC