Home

Didier Eribon maakte klasse weer een thema. Sociale ongelijkheid en schaamte gaan voor hem hand in hand

Arbeiderskind Didier Eribon werd een van de toonaangevende sociologen van Frankrijk en zette zo klassenongelijkheid weer op de kaart. Komende week bezoekt hij Nederland. Gesprek over de dringende noodzaak de collectieve ervaring weer in individuele problemen te herkennen.

‘Wie voor zijn identiteit vecht, vecht voor zijn leven’, zegt Didier Eribon (70).

In aanloop naar zijn bezoek aan Nederland, waar hij komende week optreedt tijdens onder meer de Nacht van de Sociologie, praten we via Zoom. Hij vanuit Parijs.

Socioloog en filosoof Eribon kreeg een soort internationale sterstatus dankzij zijn boek Terug naar Reims (2009), dat in 2018 in Nederlandse vertaling werd uitgebracht. Daarmee zette hij klassenongelijkheid weer op de kaart. Hij beschrijft hoe hij na de dood van zijn vader terugkeert naar de plaats en het arbeidersmilieu waarin hij is opgegroeid. Daar beseft hij dat hij en zijn nieuwe links-intellectuele milieu de arbeidersklasse in de steek hebben gelaten.

Hassan Bahara is media- en cultuurredacteur van de Volkskrant. Margriet Oostveen schrijft over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij.

Didier Eribon gaf nieuwe zuurstof aan een gesmoorde discussie. Zo schreef de jonge Franse schrijver Édouard Louis in 2014 de nu wereldberoemde debuutroman Weg met Eddy Bellegueule, over een homoseksuele jongen die uit een verstikkend arbeidersmilieu wil ontsnappen. Louis legde net als Eribon de route af van een kansloze omgeving naar een Franse topuniversiteit en geldt nu van Parijs tot New York als een van de voornaamste voorvechters van links. In zijn latere roman Veranderen: methode beschrijft Louis hoezeer Didier Eribon, eveneens homoseksueel, hem daarbij als docent heeft geïnspireerd en geholpen.

‘Toen hij bij me kwam studeren, zei hij dat ik in Terug naar Reims zijn verhaal had geschreven. Maar mijn ouders waren arbeidersklasse, in stedelijk gebied, en stemden communistische partij. Zíjn ouders zijn de volgende generatie: werkeloos op het platteland, en Front National stemmend, omdat zij inmiddels door links werden genegeerd.’

Eribon voerde zelf bijna twintig jaar dagelijks telefoongesprekken met de Franse socioloog Pierre Bourdieu. Die introduceerde in zijn gezaghebbende werk Distinction (1979) al de term ‘cultureel kapitaal’ voor de smaak en manieren waarmee vooral hoogopgeleiden zich van andere klassen onderscheiden, van de juiste muziek tot een kast vol literatuur. Of, in Eribons woorden: hoe ze zich ‘distantiëren’.

‘Ik kon dat niet aan. Ik schaamde me.’

Eribon beschrijft dit in Het vonnis van de samenleving, het vervolg op Reims uit 2013. Hierin ontleedt hij hoe de samenleving aan mensen een bepaalde positie toewijst, bijvoorbeeld via het onderwijs. En hoe dit mensen via de politiek vervolgens tegen elkaar kan uitspelen.

In Het vonnis biecht Eribon ook op hoe, toen zijn uitgever om een foto van hemzelf als jongeman vroeg voor een pocketeditie van Reims, hij eerst zijn vader van die foto afknipte.

‘Dat gevoel van schaamte blijft, ik kón die foto gewoon niet publiceren. De Duitse toneelregisseur Thomas Ostermeier wilde later ook nog een conversatie tussen mijzelf en mijn moeder filmen. Kon ik aanvankelijk ook niet. Mijn partner zei: ‘En jij noemt jezelf een radicaal, terwijl je niet eens je moeder durft te laten zien?’ Dus toen heb ik mijn moeder gevraagd wat zij ervan vond. En zij vond het leuk. Zo belandden we in die voorstelling. Als je sociale ongelijkheid aan de orde wilt stellen, dan moet je ook je schaamte aan de orde stellen.’

‘Schaamte is geen individuele aandoening of gevoel. Schaamte is een sociaal construct. Kort geleden nog hoorde ik bijvoorbeeld dat ik geen echte socioloog zou zijn, omdat ik daarin niet ben gepromoveerd. Dat klopt: ik begon als student al met schrijven, omdat ik anders geen geld had om te eten. Als mensen zeggen dat ik niet gepromoveerd ben, vergeten ze dat. Het is hun manier om te zeggen dat wat ik doe niet rechtmatig is.’

‘Dat ís het ook. Je maakt mensen tot inferieure wezens. Zelfs nu mijn boeken in zoveel talen zijn vertaald en ik aan zoveel prestigieuze universiteiten kan werken, gebeurt het soms nog. Dus tegenwoordig zeg ik: ‘Fuck you’.

Didier Eribon gebruikt de term ‘klassenmigrant’ voor mensen (‘overlopers’) die inclusief de bijbehorende schaamte toch weten te ontsnappen aan een sociaal milieu.

WIJ/ZIJ-MAATSCHAPPIJ

Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij

‘Ja, ik heb er veel uit gegooid over mijn broer, mijn ouders en mezelf. Daarom noem ik mijn boek geen autobiografie maar auto-analyse. Ik wilde een persoonlijk boek schrijven dat desondanks over een collectieve ervaring gaat: het leven in de arbeidersklasse na de industrialisering.’

Eribon betoogt sinds Terug naar Reims dat de linkse elite de arbeidersklasse in de steek heeft gelaten: die werd zodoende min of meer gedwongen een nieuwe identiteit te zoeken en is massaal op rechts-populistische partijen gaan stemmen: ‘Linkse partijen hebben in de jaren zeventig en tachtig een conservatieve draai gemaakt.’

‘Vanuit een behoefte om links te ‘moderniseren’. De klassenstrijd was passé, het enige dat nog telde waren individuen. Dat was een gevolg van de emancipatie uit jaren zestig en zeventig, toen het eigen ik steeds belangrijker werd. Maar het gevolg was dat links in feite naar een rechtse manier van denken werd gemanoeuvreerd.

‘Ik zag het bij mijn ouders. Hun communistische partij verdween min of meer. Maar de Franse Socialistische Partij, meer links in het midden, negeerde het thema sociale klasse intussen. Mijn ouders kregen opeens te horen dat de arbeidersklasse niet bestond en dat, als het tegenzat in iemands leven, het individu daarvoor verantwoordelijk was.

‘Dus zij probeerden zichzelf opnieuw uit te vinden door op een andere partij te stemmen. Eentje die beweerde nog op te komen voor de arbeidersklasse: Front National, extreem-rechts. Dat was een lelijk proces, maar de politieke linkervleugel is verantwoordelijk.’

‘In Duitsland is Reims ook wel uitgelegd als ‘vergeet identiteitspolitiek, het gaat om klassen’. Maar dat was natuurlijk helemaal niet mijn bedoeling.

‘Ik gebruik de term identiteitspolitiek liever niet, maar dat betekent absoluut niet dat ik die inhoudelijk afwijs. Voor mij gaat het alleen niet om identiteiten, maar om levens. Als je een vrouw bent en je strijdt om het recht op abortus, dan gaat het om je leven. Als je homoseksueel bent en je strijdt voor het recht op je geaardheid, gaat het om je leven. De klassenstrijd is ontzettend belangrijk, maar dat betekent niet dat je moet kiezen tussen klassenongelijkheid of bijvoorbeeld ras of lhbti-rechten.’

‘Maar we overwonnen wel eerst de marginalisering aan provinciale universiteiten. En waarom? Omdat we homoseksueel zijn. Onze homoseksuele identiteit dwong ons om ons los te maken uit de provincie, waar we niet werden geaccepteerd.

‘Édouard Louis was mijn student aan de universiteit van Amiens. ‘Je bent te slim en je bent te gay om hier te blijven’, zei ik. Toen is hij naar Parijs gekomen en werd ik het rolmodel voor hem dat Bourdieu voor mij was.’

‘Ja, als links weer een manier wil vinden om politieke problemen echt op te lossen, is er geen enkele reden om onderscheid te maken tussen klasse en identiteit. Neem bijvoorbeeld immigranten. Hoe ze in mijn en in jullie land worden behandeld. We kunnen niet zeggen dat dit een minder belangrijk probleem is dan het klassenprobleem: het is hetzelfde probleem. Omdat de arbeidersklasse allang geen witte arbeidersklasse meer is.’

‘Sociale klassen zijn de grootste ongelijkmaker, maar problemen waar afzonderlijke groepen mee kampen kunnen evengoed van belang zijn. Zo is bijvoorbeeld het recht op abortus essentieel voor alle vrouwen.’

‘Zeker. En niemand heeft het recht om te zeggen dat de lijst nu wel lang genoeg is. Zelf was ik bijvoorbeeld nog verrast toen er een jaar of vijftien geleden een brede transgenderbeweging bleek te bestaan.’

‘Zolang het niet om je persoonlijke ervaring gaat maar om een collectieve ervaring, dan is die vanzelf relevant.’

‘Neem mijn moeder, over wie ik dit jaar een boek publiceerde. Ze moest worden opgenomen in een verpleeghuis. Zes weken daarna overleed ze daar.

‘Mijn moeder lag daar slecht. Ze stuurde me voortdurend berichtjes: ‘Ik voel me niet goed.’ ‘Iedereen is hier tegen me.’ Mijn moeder kon niet meer demonstreren, ze kon alleen als individu, via mijn telefoon, protesteren. Maar is het daarmee een individueel probleem? Ik neem aan dat duizenden ouderen op deze manier protesteren. Allemaal eenlingen die de straat niet op kunnen. Al die ervaringen tellen. Daarom moeten wij hun gezamenlijk een stem geven.’

‘Onderzoek alle collectieve ervaringen. Sluit je niet af van de samenleving. Schrijf voor een breder publiek dan je eigen collega’s. En demonstreer mee, als het moet. Dat is een mooie Franse traditie, en terecht. We leven niet in gescheiden werelden.’

Didier Eribon treedt vrijdag 24 november op tijdens de Nacht van de Sociologie in Arminius Rotterdam.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next