Home

Als we wegkijken van Gaza, dan ontnemen we onszelf alle waardigheid, vindt Ramsey Nasr

Is Europa zo afgestompt dat doden in de Middellandse zee of Gaza ons niet meer raken? En hebben ze ons ooit werkelijk geraakt, vraagt acteur en schrijver Ramsey Nasr zich af. ‘Ook volkerenmoord wordt bespreekbaar als oplossing.’

Halverwege juni las ik bij het ontbijt een krantenbericht over een overvolle boot met migranten die was gekapseisd op de Middellandse Zee. Vrijwel alle opvarenden waren verdronken. Schattingen liepen op tot 750 doden, onder wie veel vrouwen, veel kinderen.

Het krantenartikel stond geplaatst onder het lemma ‘Migratie’, als betrof het een langer lopend dossier. De kop luidde:

Honderden doden, nauwelijks reacties: Europa raakt afgestompt.

Ik las het, nam nog een slok van mijn kop thee, en ik besefte: hierover gaat het. In welke gedaante, dat wist ik nog niet. Maar hier, in de discrepantie tussen de omvang van menselijke horreur en de omvang van menselijke desinteresse – hier ligt een ingang tot onze tijd.

Ik wil het hebben over waardigheid.

Waardigheid vormt van oudsher een basisbegrip binnen de filosofie, meer bepaald de ethiek: ze ligt vaak op tafel bij juridische en morele discussies, zoals mensenrechten. Maar wat betekent het eigenlijk?

Bij de oude Grieken en Romeinen had dignitas met vermogen te maken, het hing samen met een zekere hooggeboren afkomst. Bij deze hogere, politieke klasse waartoe je behoorde, paste een bepaalde houding.

Dignitas zou later een meer verinnerlijkte vorm aannemen, ze ging min of meer op zichzelf staan. De filosofie van de Stoa zou de ingesteldheid als hoofdingrediënt van haar levensopvatting gaan beschouwen. De Stoa draait om zaken die wij als afgeleiden van waardigheid zouden kunnen zien: zelfdiscipline, grootmoedigheid, decorum, doorleefde berusting. Kortom, kalm te midden van woedende golven.

Het begrip was dankzij de stoïcijnen iets persoonlijks geworden, iets waarnaar je kon streven.

Onder invloed van het christendom werd het ten slotte geïnstitutionaliseerd: iedereen mag meedoen. Waardigheid werd als een soort pasta, een hogere pindakaas uitgespreid over de gehele mensheid: ze was iets universeels geworden, ze werd de kern van ons mens-zijn, waardigheid als onvervreemdbaar, alverbindend deel van ons menselijk lot.

Tot zover de theorie. De praktijk wijst anders uit. Ze is niet universeel: wij kennen haar toe aan wie wij willen. Ze is niet onvervreemdbaar: te vaak heb ik mensen hun eigen waardigheid zien verliezen of afwerpen als een te nauw zittende handschoen, om daar nog blind in te geloven. Verder denk ik dat het, voor wie eenmaal de eigen waardigheid is kwijtgespeeld, zeer moeilijk zo niet onmogelijk is om die nog te herstellen.

In wezen hebben we het over niet één maar twee begrippen. Het is belangrijk onderscheid te maken tussen waardigheid als deel van een object en van een subject. Bijvoorbeeld: iemand verkeert in diepe nood en wordt genegeerd of vernederd. Dan komt de waardigheid in het geding. Iemand anders kan degene zijn die juist negeert en vernedert. Ook deze persoon heeft iets van belang, iets essentieels te verliezen.

Waardigheid vormt de seismograaf van onze menselijkheid. En ze is verre van abstract.

Terug naar juni 2023. Ik las het krantenartikel. Meteen onder de kop prijkte een korte inleiding:

‘Geen grote publieke beroering, geen spoedvergaderingen van politici. Is Europa gewend geraakt aan verdronken migranten?’

Ik vraag me af: kan men daaraan wennen? Het is uit de psychologie bekend dat wie stelselmatig wordt misbruikt, ernstig vernederd of mishandeld, manieren kan vinden, zij het uit lijfs- of geestesbehoud, om hiermee om te gaan: de persoon dissocieert zich tijdelijk van de gruwel die hem of haar wordt aangedaan, als betrof het een ander.

Maar wat indien het werkelijk een ander betreft? Wat indien het over u en mij gaat, de lezers en toeschouwers, de by-standers, de politici, de verantwoordelijken? We zien de beelden van een onbekende, we zien een zee vol onbekenden, terwijl wij in onze huiskamer zitten, kopje thee erbij. Het mag ook in de Tweede Kamer of het Torentje zijn.

Hebben wij die de mogelijkheid bezitten ook het recht eraan te wennen?

Wanneer ik oude foto’s zie, van bevrijde gevangenen in Buchenwald, uitgemergeld tot op het bot… of van dat Vietnamese meisje, naakt rent ze over straat, brandend van de napalm komt ze de cameraman tegemoet – zulke beelden wennen nooit.

Ik kan wel denken ‘nu even niet’, maar zoiets heet wegkijken. Het is een tijdelijke vlucht van het lichaam, juist omdát het beeld nooit went. Ik vind dat normaal en menselijk. Iedereen heeft recht op een korte vakantie van zijn geweten. Vooral als je er toch niets meer aan kunt veranderen. Of je het nu wegstopt of niet – het is al gebeurd. Het brandende meisje is niet meer te redden, de kampen maak je niet ongedaan.

Maar wat als de beschreven rampen, de getoonde gruwelen zich nú voltrekken? Tijdens jouw lezen verdrinken families. Kun je een geweten met vakantie blijven sturen zolang die twee gelijktijdig plaatsvinden? Uiteraard, wegkijken kan een uiting zijn van onmacht, van wanhoop. ‘Wat moeten we in godsnaam doen?’

Politici daarentegen hébben die macht. Zij bezitten de middelen in te grijpen, concreet iets te doen.

Des te merkwaardiger dus dat het in onze politieke beschouwingen zo weinig over individuen, personen, mensen gaat. Een minister ‘gaat over een dossier’ – migratie bijvoorbeeld. Dat is op zich noodzakelijk: zoals een burger gek zou worden als elk gruwelijk nieuwsfeit of incident zou binnendringen in de eigen woonkamer, zo zou een minister, beleidsmedewerker of verantwoordelijke doordraaien als deze alle gevallen apart zou moeten kennen en behandelen. Het wordt wel een probleem zodra de mensen uit de dossiers verdwijnen en je enkel het dossier overhoudt.

Toen de boot in juni omsloeg, sprak noch premier Rutte noch zijn VVD-minister voor migratie Van der Burg over de vele honderden doden. Van der Burgs woordvoerder wilde er desgevraagd wel iets over zeggen. ‘Onwijs tragisch’, noemde hij het. ‘Maar wat richt je nou uit met een tweetje?’

Niet zo veel, zeker als je beleid daarnaast ook niet veel voorstelt, zeker als je het grotere probleem blijft ontkennen, liever over gelukszoekers spreekt dan over vluchtelingen, en niet voorbereid bent op de realiteit die zegt dat deze vluchtelingencrisis niet op te lossen is door als individueel land je handen ervan af te trekken. Meteen na de ramp begon het onderlinge gehannes en touwtrekken in de EU van regeringsleiders en politici over wiens schuld dit nu was, wie hier nu verantwoordelijk was.

Niemand leek stil te staan bij het meest basale aspect van 750 verdronken burgers: hun waardigheid. Over hun hoofden werd onze eigen onmacht of desinteresse uitgevochten.

Want hoe was dat schip nu eigenlijk gekapseisd? Aangezien de meeste landen niet staan te popelen om migrantenschepen op te nemen, zeker niet als ze overvol zijn, wordt er vaak door de lokale kustwacht een touw aan bevestigd; het wordt voortgesleept tot aan internationale wateren: daar hoef je het schip wettelijk gezien niet meer op te nemen en mag je het laten voortdobberen. In dit geval had de Griekse kustwacht een touw aan de zijkant van het overladen, uitpuilende schip bevestigd. Daardoor begon het direct van links naar rechts te zwenken en is het schip met alle mensen erop gekapseisd.

Onwijs tragisch. Onwijs metaforisch.

Vóór de bootramp van afgelopen juni werden er voor het jaar 2023 al duizend doden en vermisten geteld. De Middellandse Zee is daarmee de dodelijkste zee denkbaar. Sinds 2014 zijn meer dan 20 duizend doden en vermisten geregistreerd. Bereiken de vluchtelingen wél het vasteland dan is er vandaag de dag een grote kans dat ze naakt worden achtergelaten, in elkaar geslagen, beroofd, verkracht, vermoord, zeker in landen als Bulgarije, Servië en Kroatië. In Libië is de situatie niet veel beter.

Volgens de VN draagt de EU door dit alles bij aan misdaden tegen de menselijkheid.

Dit brengt ons bij die andere vluchtelingencrisis, die ons al meer dan 75 jaar aanstaart: het lot van de Palestijnen. Wat kunnen we vandaag zeggen over menselijke waardigheid in Gaza?

Alle Israëlische en Europese doden, alle gijzelaars van de bloedige Hamas-aanslag hebben inmiddels hun namen gekregen. Hun familieleden en vrienden zijn gehoord op tv, in de krant. Hun levens, dromen, idealen zijn ons bekend, voor altijd. Terecht, lijkt me.

Alleen, hebben Palestijnse levens eenzelfde waarde voor ons? Kennen wij ook de namen van hún dode baby’s, hún vernederde grootouders en vermoorde kinderen? Kennen wij hún individuele dromen, vrienden, schoolrapporten?

Palestijnse levens worden doorgaans per aantal genoemd: 48 doden, 1.200 gewonden. Geen namen maar nummers. Zoiets als 750 dode migranten.

Dit geeft aan hoe wij ons mededogen verdelen en in welke mate wij waardigheid toekennen aan de ander. Want evenals Israëli’s worden ook Palestijnen levend verbrand, kennen ook Palestijnse dorpen pogroms – uitgevoerd door Israëli’s. Palestijnse kinderen worden gemarteld, zitten jaren gevangen zonder aanklacht of hulp.

Dit gebeurt generatie op generatie, al meer dan 75 jaar. En misschien zijn we daardoor immuun geworden. Het zijn voor ons geen mensen, het is verzameld leed: ‘Houdt het dan nooit op?’

Maar voor mij is het familie. En ook ik denk ‘Houdt het dan nooit op?’, alleen heb ik het over de blinde steun van westerse overheden aan een systeem van apartheid en etnische zuivering. Israëlische mensenrechtenorganisaties noemen hun eigen regering racistisch, zelfs fascistisch. Knessetleden, ministers en rabbijnen deden reeds vóór de Hamas-aanval openlijk voorstellen die flirten met volksvernietiging.

Premier Rutte illustreerde zijn vooringenomenheid toen hij direct na de aanslagen verklaarde: ‘We hebben niet zo heel vaak meegemaakt dat dit conflict zich richt op heel gewone mensen.’

Kennelijk ziet hij Palestijnen niet als gewone mensen.

Rutte zei op diezelfde dag dat Israël onze ‘onvoorwaardelijke steun’ heeft. Onvoorwaardelijk, dat betekent zoiets als wat het betekent: zonder voorwaarden.

Voorwaarden zoals het naleven van het humanitair oorlogsrecht. Dat hoeft dan allemaal niet. Onvoorwaardelijke steun betekent het volgende.

Al sluit je heel Gaza af, al honger je 2,2 miljoen burgers uit, al ontneem je hun alle water, voedsel, brandstof, medische hulp, al sluit je hun elektriciteit af, hun licht, hun internet en telefoonlijnen, al isoleer je hen zodanig van de buitenwereld dat ze geen onderdeel meer vormen van die wereld, al vermoord je tientallen journalisten ter plaatse én hun families, al vermoord je vele tientallen internationale hulpverleners en ambulancemedewerkers, al werp je witte fosfor af op dichtbevolkte woonwijken, al dood je meer dan 11 duizend Palestijnen van wie verreweg de meesten vrouwen en kinderen, ja al verdrijf of dood je alle inwoners van Gaza – Nederland zal je altijd voor de volle 100 procent steunen.

En je kunt dan wel later terugkomen op je uitspraak, maar dan is het kwaad al geschied.

President Biden verwoordde het zo, middels een statement van het Witte Huis: ‘We trekken geen rode lijnen voor Israël.’ En op 2 november zei vicepresident Kamala Harris: ‘We gaan geen voorwaarden verbinden aan de steun die we Israël geven om zichzelf te verdedigen.’ De dood van vele duizenden Palestijnen noemde ze ‘tragisch’.

Onwijs tragisch ja.

Voor Israëli’s gelden andere wetten. Israëli’s kennen we bij naam, zij bezitten waarde voor ons. Wij weten ook waartoe het kan leiden zodra het ene volk waarde en waardigheid wordt toegekend en het andere volk niet.

In 1944 werd door een Joodse Pool genaamd Raphael Lemkin een term gemunt waarvan de definitie vier jaar later werd overgenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Lemkin heeft genocide omschreven als ‘een gecoördineerd plan dat gericht is op de vernietiging van de essentiële basisbeginselen voor het leven van een nationale groep, op zo’n manier dat deze groep wegkwijnt en sterft als een plant die door een blikseminslag werd getroffen. Het einde van dit proces kan worden bereikt door de gedwongen desintegratie van politieke en sociale instituten, van de cultuur van een volk’ – enfin, het gaat nog even door.

Zijn definitie van genocide eindigt met ‘het uitwissen van elke basis van persoonlijke veiligheid, vrijheid, gezondheid en’ – kijk eens aan – ‘waardigheid.’

We zijn er.

Ik denk terug aan de kop van dat NRC-artikel. Honderden doden, nauwelijks reacties: Europa raakt afgestompt. Heeft het wel met afgestompt raken te maken?

Heeft het ons ooit werkelijk geraakt?

In The New York Times werd op 27 oktober een paginagrote advertentie geplaatst door de Arab American Association of New York. Men wilde zo aandacht vragen voor de – toen nog – 7.000 vermoorde burgers in Gaza. Belal Aldabbour, een Palestijnse neuroloog werkzaam in Gaza-stad, wordt daarin geciteerd:

‘Als ik sterf, onthoud dan dat ik, wij, individuen waren, mensen. Wij hadden namen, dromen en verwezenlijkingen, en onze enige fout was dat we als inferieur werden geclassificeerd.’

Als een bezettende macht tegen 2,2 miljoen burgers zegt dat ze in één dag allemaal naar het zuiden moeten gaan, zogezegd voor hun veiligheid, en deze vluchtelingen vervolgens bombardeert in datzelfde zuiden – dan speelt die bezetter met hun waardigheid. Dit kan enkel gebeuren omdat men hen niet als volwaardig mens beschouwt. En dit wordt enkel geaccepteerd omdat men hen niet als volwaardig mens beschouwt.

Het gaat verder. Eind oktober hield Netanyahu een persconferentie waarbij hij de Palestijnen met Amalekieten vergeleek. Ik weet niet of u nog weet wie de Amalekieten zijn. Dat kan, want ze zijn er niet meer. In de Bijbel vormen ze een volk dat symbool staat voor het kwaad. Om die reden wilde God dat dit volk werd uitgeroeid. En zo geschiedde. In 1 Samuel 15 staat:

‘Ga nu heen, en sla Amalek, en verban alles wat hij heeft, en spaar hen niet, maar dood alles en iedereen, mannen en vrouwen, kinderen en zuigelingen, runderen en schapen, kamelen en ezels.’

Het lijkt me duidelijk wat Netanyahu bedoelt. En hij zei het op nationale televisie. Ik heb de afgelopen weken allerlei Israëlische politici, ambassadeurs, legerleiders horen pleiten voor de vernietiging van het Palestijnse volk. Termen als Hiroshima en Dresden werden daarbij als streefmodel in de mond genomen.

Je kunt daarvan wegkijken. Je kunt weigeren een dergelijke aankondiging – want dat is het – tot je te laten doordringen. Maar het kán gebeuren en het zál gebeuren, juist omdat het Westen nooit ook maar enige voorwaarden of restricties heeft gesteld aan Israëls gedrag.

Dan wordt ook volkerenmoord bespreekbaar als oplossing.

Een groep onafhankelijke experts van de Verenigde Naties stelde donderdag dan ook vast dat er bewijs is van ‘beginnende genocide’. Volgens hen wordt in Israël luidkeels de intentie uitgesproken om ‘het Palestijnse volk te vernietigen’.

Voor algehele vernietiging – en daarmee bedoel ik ook de vernietiging van een cultuur, een identiteit – is meer nodig dan ons aller negeren. Anonimisering in de media, het ontzeggen van politieke steun door de internationale gemeenschap – dat helpt, maar vormt niet de motor. Ontmenselijking is iets van lange adem. Je moet het echt willen. Legerleiders en politici in Israël hebben decennialang Palestijnse burgers vergeleken met – ik citeer – ‘kakkerlakken’, ‘slangen’, met ‘beesten op twee benen’. Moshe Ya’alon, oud-minister van Defensie, vergeleek Palestijnen in 2002 met kanker. Hij had ook een behandeling ertegen: ‘Ik pas momenteel chemotherapie toe.’

Vergeleken daarbij is een leven als getal nog een geste.

Wat vandaag in Palestina gebeurt, is de logische uitkomst van deze behandeling. Vooral als niemand STOP zegt.

Al zouden we willen, we mogen niet wegkijken, zeker niet van beelden die nooit zullen wennen. Bij het brandende meisje met napalm, bij de bevrijdingsbeelden van Buchenwald, is sinds vorige week nog een ander beeld gekomen.

Ik zag het op Al Jazeera. Ik zag een man, rondlopend tussen de totale verwoesting, met een doorschijnend plastic tasje. Hij hield het voor zich uit boven de menigte, alsof het een kostbaar brood bevatte. Het tasje was roodgekleurd. Geen brood. In de tas zaten de restjes vlees en botten van zijn kinderen.

Ik ben gaan zitten, heb gejankt als een dier.

Wegkijken ontneemt niet hem maar ons alle waardigheid.

Ik heb een vuistregel voor humaan gedrag: waar woonwijken en vluchtelingenkampen worden weggevaagd en dit ‘het maaien van het gras’ wordt genoemd, waar duizenden vrouwen en kinderen sterven en alsnog tot terrorist worden verklaard, daar is iets mis met de menselijkheid.

Met die van ons, en van eenieder die niet ingrijpt.

Tot slot.

Toen talloze burgers van het noorden van Gaza naar het zuiden waren gevlucht en vervolgens bleek dat ze in het zuiden evengoed gebombardeerd werden door Israël, dat ze hoe dan ook zouden sterven bij gebrek aan hulp, bleken verschillende gezinnen terug te keren naar het noorden. Een BBC-verslaggever ter plaatse vroeg aan enkelen waarom ze dit deden, aangezien iedereen wist dat het noorden geannihileerd zou worden. Hij noteerde hun antwoord: ‘Ze sterven liever thuis in waardigheid dan hier van de dorst.’

Dus. Wat is dat, waardigheid?

Ik denk zoiets als dit. Kinderen in Gaza schrijven hun eigen naam op hun lichaam. Dit opdat ze, als ze eenmaal zijn gedood, geïdentificeerd kunnen worden. En families in Gaza? Die splitsen zich deze weken op in delen: één deel blijft in de ene onveilige zone, een ander deel trekt naar een andere onveilige zone, opdat wellicht een tak van de familie zal overleven.

Stoïcijns gaan ze hun lot tegemoet. Nu ze in het diepst van de hel zijn beland, belichamen deze Palestijnen wat filosofen enkel in woorden omschrijven. Immanuel Kant definieerde waardigheid als ‘een innerlijke wetgeving’, en ook als ‘zelfachting als gevoel van (…) innerlijke waarde’. En misschien wel zijn mooiste omschrijving: waardigheid is wat ‘eerbied tegenover zichzelf inboezemt’.

Ik heb meer respect voor inwoners van Gaza dan voor alle filosofen. Omdat zij in de hun toegedane gruwel, ondanks alle pogingen hun de waardigheid te ontnemen, aantonen wat het betekent, niet om mens te zijn, maar om mens te blijven.

Zij die dit aandoen en wij die het laten gebeuren, zullen achterblijven. Als overwinnaars zullen wij leven, verstoken van elke waardigheid.

Hoogleraar Lea Ypi sprak begin november de 41ste Van der Leeuw-lezing uit, met als thema waardigheid. Het co-referaat werd gehouden door acteur, dichter en schrijver Ramsey Nasr, waarvan deze tekst een weergave is. De Van der Leeuw-lezing is onder meer een initiatief van de stad Groningen, de Rijksuniversiteit Groningen en de Volkskrant.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next