Robert Vuijsje (53, schrijver en journalist): ‘Nu, na een jaar, begint het te komen dat ik er niet meer de hele dag aan denk. Ik geloof dat ik begin te wennen aan het idee dat ik de rest van mijn leven zonder mijn moeder verder zal moeten. De eerste weken kon ik nauwelijks geloven dat ze dood was, daarna was het nog maanden het eerste waaraan ik dacht als ik wakker werd. Binnen een seconde: o ja, ze is er niet meer. Ik sprak een man van 80 die vertelde dat hij nog iedere dag aan zijn moeder dacht terwijl ze al dertig jaar dood is, elke dag was er nog wel een moment dat hij dacht: dát wil ik met haar bespreken. Dat vond ik een weinig bemoedigend vooruitzicht, dat het zo lang duurt. Maar ook wel weer logisch. De enige in je leven die je altijd steunt, die je nooit zal verraden, die je nooit iets slechts zal aandoen, is je moeder. Vriendschappen en liefdes kunnen een tijd heel intensief zijn en daarna weer verwateren, je moeder is een constante factor. Die je, het is een cliché, heel vanzelfsprekend vindt, tot ze er niet meer is.
Leven na de dood is een rubriek in Volkskrant Magazine over rouwen en leven.
‘Mijn moeder is vorig jaar op 80-jarige leeftijd overleden aan kanker. De diagnose had ze al een jaar, maar ze is hooguit twee maanden echt ziek geweest, voor die tijd deed ze alles nog. Ze woonde hier vlakbij. Twee keer in de week haalde ze onze jongste zoon uit school om hem voor de middag mee naar huis te nemen; dat heeft ze bij de oudste ook altijd gedaan tot hij naar de middelbare school ging. Als ik hem om een uur of 6 bij haar kwam ophalen, duurde dat haar altijd te kort. Eerst wilde ze precies aan mij vertellen welke verhalen hij allemaal had opgedist – mijn jongste bedenkt hele scenario’s voor tekenfilms die hij in zijn hoofd heeft, dat vond ze heel bijzonder. Als ik daar dan geen geduld voor had, mopperde ze: je gebruikt me alleen maar als onbetaalde oppas. Maar ze deed niets liever.
‘Ze was een vanzelfsprekende aanwezigheid in ons gezin. Ze schoof aan voor het eten, was op alle verjaardagen en als mijn vrouw en ik een avond weg waren, kwam ze hier slapen voor de jongens. Mijn rol in het toneelstuk was verschoven: waar het vroeger om mij draaide, draaide het nu om de kinderen, voor ons allebei. Zij waren ons voortdurende favoriete gespreksonderwerp, met niemand kun je immers zo veel praten over de kinderen als met je moeder. Afgelopen zomervakantie maakte ik zoals gebruikelijk elke dag wel tien foto’s van de jongens. Dan dacht ik aan het eind van de dag, als ik er normaal gesproken een paar naar haar stuurde: tja, waarom eigenlijk? Niemand is er verder in geïnteresseerd, en de enige die dat wel was, is er niet meer.
‘Mijn ouders zijn gescheiden toen ik 7 was. In het weekend ging ik naar mijn vader, maar het huis van mijn moeder was thuis. Zoals voor zoveel kinderen van gescheiden ouders geldt; het huis van je vader is toch meer een plek waar je gaat logeren. En een papadag bestond niet, vaders waren gericht op hun werk. Mijn moeder werkte ook, als vertaler, maar dat deed ze thuis, dus ze was er altijd als mijn broer en ik uit school kwamen. En ook later was ze er altijd – toen ik in 2008 ging scheiden van de moeder van mijn oudste zoon, heb ik een tas gepakt en ben ik weer bij haar ingetrokken, op de logeerkamer op zolder. Dat heeft drie jaar geduurd. Ik was ook vaak bij mijn huidige vrouw, maar die woonde destijds nog buiten Amsterdam, dus als ik in de stad was, zat ik bij mijn moeder. Ze vond het vervelend voor me dat ik in een scheiding lag, maar ook wel heel fijn dat ik er was.
‘Het was overigens toeval dat die logeerkamer leegstond, want mijn moeder had altijd wel gasten in huis, mensen die ze via via kende en die onderdak zochten, bijvoorbeeld. Haar levensmotto was: ‘maak de wereld beter’, maak vrede, geen oorlog, daar spande ze zich onvermoeibaar voor in. Vroeger dacht ik dan: is het nou wel verstandig om maandenlang een wildvreemde in huis te halen? Nu zie ik pas hoe bijzonder het was wat ze allemaal deed. Mijn broer en ik deden altijd wat lacherig over alle vrouwenpraatgroepen en dialoogsessies waaraan ze deelnam, groepjes joodse en moslimvrouwen bijvoorbeeld, die elkaars religieuze feestdagen bezochten en gesprekken voerden over wereldvrede. Hippieachtige idealen vonden wij dat toen. Pas later ben ik gaan inzien dat als iedereen die instelling had, nu al die verschrikkelijke dingen in Gaza niet zouden gebeuren. Zij was als Joodse altijd bezig met Israël, vroeg, als er iets gebeurde: heb je het gelezen? Maar ik had geen zin om me daarmee bezig te houden, al die ellende, het schoot toch nooit op. Ik ben wel joods, maar geen Israëliër. Haar banden met Israël waren veel sterker, zij had er nog een tijdje gewoond.
‘Sheila Gogol heette mijn moeder. Ze groeide op in New York als dochter van joodse ouders die allebei niet in de Verenigde Staten waren geboren, maar daar na allerlei onvrijwillige verhuizingen van hun van oorsprong Oekraïense families terecht waren gekomen, zoals dat met veel joden is gegaan. Ik ben de eerste in vijf generaties van onze familie die kinderen heeft gekregen in het land waar hij is geboren. Niet dat we daar nou zo uitgebreid over praatten, maar ze heeft een bijzonder leven gehad – tachtig jaar wereldgeschiedenis kwam erin samen. Als meisje heeft ze Marilyn Monroe ontmoet, ze was bij de I have a dream-toespraak van Martin Luther King. Op haar 18de is ze in haar eentje naar Israël gegaan, daarna is ze naar Europa gaan liften. In toenmalig Joegoslavië heeft ze mijn vader ontmoet, die ook op reis was, en zo is ze in Amsterdam terechtgekomen. Daar heeft ze de eerste jaren rondleidingen in het Anne Frank Huis gegeven en zo had ze regelmatig met Otto Frank van doen, toch ook een historische figuur.
‘Toen ik hoorde dat iemand een documentaire ging maken over haar leven, dacht ik: dan schrijf ik ook dat boek over haar dat al een tijdje in mijn hoofd zit. Maak de wereld beter heet het, naar haar lijfspreuk dus. Ik heb het in een half jaar geschreven, nooit eerder schreef ik zo snel een boek. En tegelijkertijd hebben we haar huis leeggehaald, heb ik al haar spullen door mijn handen laten gaan, alleen al dertig verhuisdozen met fotoboeken en paperassen staan hier nog in mijn werkkamer. Haar hele leven is het afgelopen jaar aan me voorbijgetrokken. Het zet je zo aan het denken over de eindigheid van alles; ik denk dat ik 90 procent van haar spullen heb moeten wegdoen, dierbare herinneringen, souvenirs uit Israël – zo gaat het natuurlijk op een dag ook met alles wat nu voor míj zo belangrijk lijkt. Je hecht je aan dingen, aan mensen vooral natuurlijk, maar op een dag is het feest over en houdt het allemaal op.
‘Ze leeft voort in onze hoofden, en in mijn kinderen – ook weer zo’n cliché, maar dat biedt wel troost. Mijn vrouw is religieus en gelooft in een vorm van hiernamaals waarin mensen elkaar terugzien. Ik zou het ook graag geloven, maar het heet niet voor niets ‘geloven’; mijn moeder is dood, het is voorgoed voorbij.’
De documentaire ‘Ongewoon gewoon, Sheila Gogol’ is op 23 november te zien op NPO2. ‘Maak de wereld beter, het verhaal van mijn moeder’ van Robert Vuijsje is onlangs verschenen bij uitgeverij Thomas Rap.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden