Home

In campagnetijd doet Nederland de gordijnen dicht

Verkiezingen Nederland kiest een nieuwe Tweede Kamer te midden van twee grote oorlogen en tal van internationale vraagstukken. Toch is het buitenland nauwelijks een verkiezingsthema.

Soms, heel even, verdringt de oorlog in Gaza het navelstaren in de verkiezingscampagne. Internationaal ontstond deze week verontwaardiging toen beelden van Israëlische aanvallen rond de ziekenhuizen in Gaza de nieuwszenders domineerden. Toen via NRC een analyse van de Nederlandse ambassade in Tel Aviv uitlekte waarin stond dat de Israëliërs doelbewust „onevenredig geweld” gebruiken, wilde een aantal partijen in de Tweede Kamer het verkiezingsreces onderbreken voor een snel debat. Kon het demissionaire kabinet deze aanpak nog steunen? Waarom kwam er geen Nederlandse oproep voor een staakt-het-vuren? Het zijn urgente vragen over de Nederlandse positie die niet kunnen wachten nu de humanitaire tragedie in Gaza iedere dag verergert.

Zou je denken.

Een Kamermeerderheid denkt er anders over. Het debat wordt ingepland op een wel heel symbolische datum: donderdag 23 november, een dag na de verkiezingen. De officiële reden: het demissionaire kabinet heeft meer tijd nodig om Kamervragen te beantwoorden. Het beeld dat blijft hangen: eigen sores eerst, de wereldproblemen komen later wel.

Nederland kiest komende woensdag een nieuwe Tweede Kamer, te midden van twee grote oorlogen aan de Europese buitengrenzen (Gaza, Oekraïne) en tal van grote internationale vraagstukken als klimaatverandering en migratie. En toch is het buitenland geen groot verkiezingsthema. Bij de grote tv-debatten tot nu toe gaat het vooral over binnenlandse onderwerpen als wonen, zorg en inflatie. Klimaat en migratie komen wel langs, maar worden vooral aan binnenlandse problemen gekoppeld. Zo zeggen veel (centrum)rechtse partijen: de migratie moet worden beperkt vanwege het tekort aan woningen.

Wie kijkt naar wat de kiezer belangrijk vindt, begrijpt wel dat politieke partijen het buitenland niet tot speerpunt van hun campagne maken. Uit kiezersonderzoek van de afgelopen weken blijken kiezers vooral de woningmarkt, gezondheidszorg en de hoge prijzen belangrijk te vinden, en precies die thema’s werden ook benoemd in het vorig weekend gepubliceerde Buurtonderzoek van NRC, waarvoor de krant met 336 kiezers sprak. Tamara Nieuwersteeg uit Oost-Souburg vatte het sentiment mooi samen: „Nederlanders moeten weer gaan tellen, niet het buitenland”. Ze gaat op de PVV stemmen, Geert Wilders staat in de peilingen op winst met zijn boodschap „Nederlanders weer op 1.”

Als het buitenland in debatten langskomt is dat vaak in negatieve zin of vanuit het idee dat het beleid volledig „maakbaar” is, ziet Judith Sargentini, oud-europarlementariër voor GroenLinks, bijvoorbeeld in discussies rond migratie. Ze noemt het pleidooi van SP-lijsttrekker Lilian Marijnissen deze campagne voor een volledige stop op arbeidsmigratie, terwijl dat niet zomaar kan vanwege het vrije verkeer van personen binnen de EU. „Marijnissen zegt dan: daar moeten we dan maar mee stoppen. Terwijl je binnen de EU functioneert, Nederland kan zich niet zomaar aan afspraken onttrekken. Het is voor nationale politici vervelend om te moeten zeggen: ik ga er niet of maar beperkt over. Het buitenland nuanceert en bemoeilijkt, maakt vraagstukken complexer. Dat is geen populaire boodschap.”

Bij de oorlog in Gaza speelt voor partijen een ander probleem: de discussie erover is buitengewoon gevoelig en gepolariseerd. Maar overduidelijk heeft het conflict binnenlandse impact: de afgelopen weken waren in veel Nederlandse steden grote pro-Palestijnse betogingen, en maakten Joodse Nederlanders melding van toenemend antisemitisme.

Toch is het voor veruit de meeste kiezers geen groot verkiezingsthema, blijkt uit recent onderzoek van I&O. Bij slechts vier procent van de kiezers speelt het „een grote rol” in hun stemkeuze. Bij Nederlanders met een niet-westerse immigratieachtergrond ligt dat percentage met 24 procent aanzienlijk hoger.

Het is daarom logisch dat Denk wel vol campagne voert rond het conflict: lijsttrekker Stephan van Baarle draagt een Palestijns speldje, op sociale media is het Denk-logo samengesmolten met de vlag van Palestina. 55 procent van de Denk-achterban heeft volgens I&O waardering voor de inzet van de partij voor de Palestijnse zaak. Rechtse partijen, zoals de PVV en de VVD, grepen de terreuraanslag van Hamas op 7 oktober aan om steun voor Israël uit te spreken, maar zij houden zich meer op de vlakte nu de Israëlische aanpak van de Gaza-oorlog steeds meer onder vuur ligt.

De enige lijsttrekker van de grote partijen die zich wel graag over de oorlog uitspreekt, is Frans Timmermans van GroenLinks-PvdA. Timmermans probeert met zijn ruime buitenlandervaring over te komen als de ideale opvolger van Mark Rutte, die ook internationaal met gezag opereert. Alleen heeft Timmermans het probleem dat een deel van zijn eigen achterban, met name GroenLinks-leden, zijn houding wat betreft Israël te weinig uitgesproken vindt, zegt Han ten Broeke, oud-Kamerlid voor de VVD en nu politiek directeur van de denktank HCSS (The Hague Centre for Strategic Studies). „Ik vind dat hij het, als het om Israël gaat, in zijn uitlatingen heel knap en solide doet. Maar dat ik dat als VVD’er vind, is ook een probleem voor hem.”

Buitenlandbeleid is relevant voor wie premier wordt, maar het onderwerp is niet doorslaggevend bij een campagne, zegt Ten Broeke. „Met het buitenland win je geen verkiezingen, zelfs Timmermans niet. Je kunt er wel kabinetten mee verliezen, en dat weet Timmermans als geen ander.” Ten Broeke doelt onder meer op de val van het kabinet-Balkenende II: de PvdA, waar Timmermans toen Kamerlid was, wilde de militaire missie in Uruzgan niet verlengen, en daarover viel het kabinet. Een Ipsos-onderzoek van vorige maand laat nog een probleem voor Timmermans zien: meer Nederlanders vinden de VVD de zogeheten ‘issue owner’ als het om internationale politiek gaat, mogelijk het Rutte-effect. GroenLinks-PvdA komt wel op de tweede plaats, maar Timmermans is eigenlijk alleen populair bij linkse kiezers, en bij andere kiezersgroepen veel minder.

Met de huidige peilingen is een (centrum)rechts kabinet na de verkiezingen een serieuze optie. De fundamenten van het Nederlandse buitenlandbeleid kunnen dan onder druk komen. VVD-lijsttrekker Dilan Yesilgöz wil miljarden op ontwikkelingssamenwerking bezuinigen en sluit de PVV niet bij voorbaat uit, terwijl deze partij nog altijd een referendum over een Nexit wil en de EU in het verkiezingsprogramma een instituut noemt dat „steeds meer macht naar zich toetrekt, belastinggeld opsoupeert en ons dictaten oplegt”. Pieter Omtzigt is met Nieuw Sociaal Contract aanzienlijk milder, maar óók kritisch op het functioneren van de Europese Unie. NSC is „geen voorstander van een ever closer union” en wil dat Nederland zich in EU-verband „constructief maar realistisch” opstelt, „zonder sluipende overdrachten van taken, bevoegdheden en budgetten die de nationale soevereiniteit uithollen”.

Dit eurosceptische sentiment krijgt van weinigen tegenspraak deze campagne, op Volt-leider Laurens Dassen na. Hij haalde begin deze maand in NRC hard uit naar Omtzigt. „Van de tachtig pagina’s in zijn verkiezingsprogramma gaat er één over Europa. En wat stelt hij dan voor? Dat elk nationaal parlement vetomacht krijgt, waardoor Europa onbestuurbaar wordt.”

Omtzigt gaf diezelfde dag geen inhoudelijke reactie, maar noemde het „wel heel positief” dat Dassen het debat over Europa „openbreekt.” En verder: „Zo’n debat over Europa kan ik me ook bij de Europese verkiezingen voorstellen.”

Waar de toekomst van de EU misschien een logischer onderwerp is voor de Europese campagne voor de verkiezingen van juni volgend jaar, is zelfs de oorlog in Oekraïne – nog meer dan Gaza – totaal afwezig in de campagne. Dit terwijl de vanzelfsprekende steun in EU-landen en de Verenigde Staten afneemt, nu Oekraïne er militair niet in slaagt het door Rusland bezette gebied snel terug te veroveren. Dat Oekraïne helemaal niet ter sprake komt heeft óók met Gaza te maken, zegt HCSS-directeur Han ten Broeke. „Bij de stad Avdiivka is al weken een verschrikkelijke slag gaande, dat zou normaal gesproken de talkshowtafels vullen, maar Oekraïne wordt volledig door Gaza overschaduwd.”

Ten Broeke vindt het ontbreken van een discussie over Oekraïne „een enorm gemis”, omdat hij denkt dat Oekraïne veel meer dan Gaza de toekomst van Europa bepaalt. „Bestaanszekerheid is het toverwoord van deze campagne. Dat kun je ook hierop betrekken. Deze oorlog, op ons eigen continent, is cruciaal voor onze manier van leven en de veiligheidsarchitectuur in Europa voor de komende generaties.”

Source: NRC

Previous

Next