Een groep Palestijnse journalisten probeert sinds dit voorjaar een online monument op te richten voor Palestijnse slachtoffers. Ook voor hen is het soms onbegonnen werk.
Jamal al-Faqaawi. Salma Makhaymar. Ziad Halabi. De namen staan geschreven in het Arabisch, de aantallen omgekomen Palestijnen worden bijgehouden in gele cijfers op een donkerblauwe achtergrond, sommige overledenen kregen een eigen pagina. De online herinneringssite is opgericht om de slachtoffers op z’n minst een naam te geven, de doden een plek op internet, beschikbaar voor de hele wereld. ‘Want deze slachtoffers zijn niet alleen getallen, het zijn mensen met namen en families’, schrijft een van de makers van de website Shireen.ps. Uit angst voor repercussies wil hij liever anoniem blijven.
De website werd in mei 2023 gelanceerd, precies een jaar nadat de Palestijns-Amerikaanse journalist Shireen Abu Akleh werd gedood in Jenin, het tot stad uitgegroeide vluchtelingenkamp op de Westelijke Jordaanoever. Volgens de Palestijnse autoriteiten en onderzoeken van onder meer The New York Times en Bellingcat kwam de kogel die haar doodde uit het geweer van een Israëlische militair. Israël deed daarna onder internationale druk onderzoek, maar gaat in zijn conclusie niet verder dan dat er een ‘grote kans’ is dat Abu Akleh omkwam door een Israëlische kogel. In oktober wees een VN-commissie een Israëlische legereenheid aan als mogelijke verantwoordelijke, Israël doet nog geen onderzoek naar de dader.
Wat begon als een verzameling ter nagedachtenis van Shireen Abu Akleh – de website draagt haar naam – groeide uit tot vermoedelijk de enige plek waar de Palestijnse slachtoffers zo uitgebreid worden gedocumenteerd, sinds de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober en de Israëlische reactie op dat bloedbad. Aan de website werken ongeveer tien Palestijnse journalisten op de Westelijke Jordaanoever. In hun vrije tijd verzamelen ze zoveel mogelijk gegevens over de doden; informatie die ze krijgen van nabestaanden, journalisten en andere bronnen in de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever.
Sinds het uitbreken van de oorlog in de Gazastrook is het voor de buitenwereld lastig om gedetailleerd in beeld te brengen hoeveel doden er daar vallen en – vooral – wie dit zijn. In Nederland deed onder meer dichter en schrijver Ramsey Nasr de oproep om de doden een gezicht te geven, zoals onlangs in zijn Van der Leeuw-lezing. Maar deze informatie is niet zomaar beschikbaar.
In Palestijnse en Arabischtalige media staan weliswaar soms berichten met namen van overledenen, maar achtergronden over wie de personen waren ontbreken veelal. De gebrekkige telefoon- en internetverbindingen met Gaza bemoeilijken het verkrijgen van meer informatie. De VN-hulporganisatie in Gaza, UNWRA, zegt inmiddels meer dan honderd medewerkers te hebben verloren in het gebied, maar wil uit privacyoverwegingen niets over hen vertellen, laat een woordvoerder weten. Blijft over: de website Shireen.
De medewerkers van de website begonnen in januari met het tellen van Palestijnen die stierven op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook door toedoen van Israëlisch geweld. Inmiddels vermeldt de site de namen van ruim 11.500 Palestijnse doden; veruit het merendeel viel in Gaza, na 7 oktober. Het betreft ruim zesduizend mannen en bijna vijfduizend vrouwen, van de overige slachtoffers is het geslacht niet bekend. Op de site staan, voor zover er leeftijden bekend zijn, ruim 4.500 kinderen.
De doden op Shireen.ps worden allemaal ‘martelaren’ genoemd, een term die Palestijnen hanteren voor iedereen die sterft als gevolg van de Israëlische bezetting of de oorlog. Voor de aantallen doden in de Gazastrook baseert de organisatie zich op de lijst met namen en leeftijden die het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid eind oktober openbaarde. Die aantallen (en de exacte doodsoorzaak) zijn niet onafhankelijk te verifiëren, maar de Verenigde Naties achten ze betrouwbaar: de getallen van het bestuur van de Gazastrook kwamen bij vorige oplevingen van het conflict behoorlijk overeen met de schattingen van de VN.
Zelfs voor de Palestijnse journalisten die aan Shireen.ps werken blijft het herdenken van de doden vaak steken bij het vermelden van een naam en een leeftijd. Ook voor hen is het moeilijk om informatie over de slachtoffers in de Gazastrook te vinden of te krijgen, mailt een van hen op vragen van de Volkskrant. En het is niet meer bij te benen, schrijft hij, ‘de aantallen zijn enorm’. Van enkele honderden overledenen zegt de organisatie wel meer informatie te hebben, maar het ontbreekt hen aan tijd en medewerkers om profielen aan te vullen en te controleren. De mensen achter Shireen koppelen informatie die ze van nabestaanden krijgen of zelf op sociale media vinden aan officiële mededelingen van slachtoffers. Op die manier vinden ze soms namen die ontbreken op de lijst die het Gazaanse ministerie van Volksgezondheid eind oktober publiceerde.
Hoe ingewikkeld het is om informatie te verzamelen over overleden inwoners van Gaza blijkt bijvoorbeeld uit het schaarse aantal namen met een foto: de Volkskrant vond er krap dertig. Dat zijn overwegend journalisten – van hen zijn meestal wel beelden op internet te vinden, omdat deze beroepsgroep vaak voor de camera staat of online publiceert. Of ze worden – met foto – herdacht door de Arabische mediaorganisaties waarvoor ze werkten. Bij de overige duizenden slachtoffers die in de Gazastrook vielen, staat op Shireen.ps een anoniem icoon en een Palestijnse vlag.
In een poging in contact te komen met nabestaanden zocht de Volkskrant op sociale media en met behulp van de foto’s van Shireen.ps naar meer informatie. Op Facebook, in Gaza een groot platform, worden sommige slachtoffers herdacht door nabestaanden, om de herinnering aan hen levend te houden. ‘O heer, uw genade’, schrijft een van hen bij een foto van een omgekomen 27-jarige man, ‘mijn levenslange metgezel sinds onze kindertijd (...) zoveel verdriet om mijn verlies’. De Volkskrant benaderde een tiental afzenders van deze berichten, maar kreeg geen antwoord. Wat niet verwonderlijk is, gezien de slechte verbindingen en de gevaarlijke situatie in Gaza op dit moment.
De vier profielen die bij dit artikel staan, zijn daarom geen dwarsdoorsnede van de doden die vielen in Gaza. Ze zijn voornamelijk gebaseerd op berichten die familieleden elders online hebben geplaatst of op artikelen in voornamelijk Palestijnse media.
Een van die artikelen beschrijft hoe inwoners van Gaza met watervaste stift namen op hun eigen armen en die van hun kinderen schrijven – om de identificatie van hun lichamen mogelijk te maken, mochten ze een zoveelste Israëlisch bombardement niet overleven. Het is een poging om naamloze doden te voorkomen, een eerste stap om te ontsnappen aan anonimiteit.
‘Het was zijn droom om doelman te worden van het nationale Palestijnse voetbalteam’, schrijft een Palestijnse jongerenorganisatie op Instagram. Mahmoud Hamada woonde in Rafah en voetbalde daar bij de Score Academy. Zijn Facebookpagina is gevuld met foto’s van zichzelf in wedstrijdtenue, zijn teamleden noemt hij ‘mijn dierbaren’. Op een van de foto’s toont hij trots een trofee. Zijn club noemt hem in een herdenkingsbericht ‘de ziel van het team’.
Hij zat in dezelfde ploeg als zijn tweelingbroer Abdullah. Mahmoud was een paar seconden ouder en sinds die tijd zijn ze altijd met elkaar aan het vechten, zei hij zelf altijd volgens zijn voetbalclub. Behalve zijn tweelingbroer had hij drie oudere broers. Bij een bombardement op hun woning kwamen hijzelf, al zijn broers en zijn moeder om het leven. Ook de echtgenote en het kind van één van de broers en een neef kwamen om.
Een tante, die nabij woont, schrijft op Facebook dat ze als ‘door een wonder’ het bombardement heeft overleefd. Een dag later post ze foto’s van de overleden familieleden, die ‘God samen naar de hemel heeft genomen’. Ze voegt eraan toe: ‘Als we niet zeker waren van Gods genade, zouden we ons verstand hebben verloren.’
Salam Khalil werkte als freelancejournalist en was voorzitter van de vrouwelijke journalistencommissie van de Palestijnse Media Vereniging. Ze trouwde in 2015 met Mohammed Al-Masri en kreeg drie kinderen: Hadi, Ali en Sham. In april dit jaar plaatste Salam een video op Facebook van haar zoon die een kaars in de vorm van een 7 op een taart uitblaast. Haar profielfoto op Facebook is een foto van haar kinderen, die ze ‘een stukje van haar ziel’ noemt.
Op 10 oktober wordt haar woning in de stad Jabalia gebombardeerd. Familieleden schrijven na het bombardement op Facebook dat ze vrezen dat ze is omgekomen. Het duurt drie dagen voordat hulpverleners het gezin tussen het puin terugvinden. Vader Mohammed leeft niet meer, Salam en haar kinderen worden gewond naar het ziekenhuis afgevoerd. Kort daarna overlijden zij, haar zoon en haar dochter daar alsnog. Zoon Ali is de enige overlevende.
Toen Rushdi Sarraj als verslaggever bij het Al-Shifa-ziekenhuis aankwam, kwam de documentairemaker en fotograaf er tot zijn verbazing familieleden tegen. ‘Ik was geschokt’, zei hij op 19 oktober via een slechte telefoonverbinding tegen Danmarks Radio. ‘Ze zeiden dat zes familieleden van mijn moeder zijn omgekomen.’
In 2018 verloor Sarraj zijn vriend Yasser Murtaja, met wie hij in 2012 het mediabedrijf Ain Media had opgezet – ‘ain’ betekent ‘oog’. Hun motto: ‘Verder dan je kunt kijken’. Murtaja werd gedood door naar verluidt een Israëlische sluipschutter tijdens het filmen van een Palestijns protest in de Gazastrook. Na twee weken rouwen pakte Sarraj het werk weer op, om mediaproducties te maken die ‘vrij zijn van politiek’, zei hij tegen de Britse website Middle East Eye in 2019. Volgens Serraj kreeg de wereld te weinig een beeld van het dagelijks leven in Gaza, vertelden nabestaanden aan The Economist. Van de goede noch de slechte kanten ervan. Materiaal van Ain Media werd gebruikt door de BBC en de Verenigde Naties. Voor sommige media trad hij op als fixer in de regio.
Over de dood van zijn vriend en het werk als journalist in Gaza en de Westelijke Jordaanoever zei Sarraj in 2019 tegen een Italiaanse Palestijnse belangenorganisatie: ‘We leven in een grote gevangenis. We kunnen niet in het buitenland studeren, of kennismaken met andere culturen en journalisten. (...) De vrijheid van meningsuiting is begrensd. Er zijn altijd beperkingen, afkomstig van Hamas, de Palestijnse Autoriteit in Ramallah of door de Israëlische bezetting.’ Toch wil hij zo objectief mogelijk zijn werk blijven doen, zei Sarraj: ‘Bij crises kijkt de wereld naar ons Palestijnen, dan is er materiaal nodig.’
Op 22 oktober, drie dagen nadat hij familieleden in het ziekenhuis tegenkwam, kwam Sarraj zelf op een onbekende plek om het leven bij een Israëlische raketaanval. Hij laat een vrouw en een dochter na.
‘Dit zal niet stoppen tot de bevrijding’, zegt Ali Nasman in een video op berichtendienst X die hij een paar uur voor zijn dood plaatste.
‘Zoals God de almachtige het wil: het wordt een overwinning of het martelaarschap’, zegt Ali Nasman lachend tegen zijn ruim 38 duizend volgers. Veel Palestijnen gebruiken het woord ‘martelaar’ voor iedereen die sterft als gevolg van de Israëlische bezetting of de oorlog. Op de achtergrond zijn explosies te horen en stijgen rookpluimen op.
والله لن نريكم منا لا خوفا ولا فزعا .
لن نركع الا لله . pic.twitter.com/7OlvyE4Eck
Nasman was een blogger en politiek activist, fel gekant tegen wat hij zag als de Israëlische onderdrukking van het Palestijnse volk. In Gaza en op de Westoever was hij vooral bekend als influencer en acteur in Palestijnse soaps. Ook speelde hij in de serie Nasr Gilboa Street, een dramaserie over de (waargebeurde) ontsnapping van zes Palestijnse gevangenen uit de zwaarbewaakte Israëlische Gilboa-gevangenis.
أصدقائي ثقة بالله ورحمته . اذا انقطعنا عنكم فسنلتقي إما في القدس ، أو الجنة .
Hij plaatste sinds de toegenomen bombardementen dagelijks video’s om de situatie in Gaza te laten zien aan zijn volgers. Bovenaan zijn account op X zette Nasman op 12 oktober een bericht vast, zodat het altijd als eerste getoond wordt: ‘Vrienden, vertrouw op God en zijn genade. Als we worden afgesneden van jullie, zien we elkaar in Jeruzalem of in de hemel.’ Een dag later kwam Nasman op een onbekende locatie om bij een Israëlisch bombardement.
Over het beeld
De foto’s van Salam Khalil, Ali Nasman, Mahmoud Hamada en Rushdi Sarraj komen van de website Shireen.ps. Illustrator Dóra Kisteleki baseerde haar getekende portretten in dit artikel op de foto’s van de vier overledenen, en op de informatie die over hen beschikbaar is.
Met medewerking van Xander van Uffelen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden