Home

De getuigenissen uit Gaza vallen langzaam stil

Getuigenissen uit Gaza Het wordt steeds lastiger contact te leggen met Palestijnen in belegerd Gaza terwijl de humanitaire nood er alleen maar stijgt.

Het wordt complexer om mensen in de Gazastrook te spreken. Eerder deze week, tussen uitvallen van de telefonie- en internetverbindingen door, had deze krant contact met de Palestijnse ngo-directeur Fadi Abu Shammala (39) en met de Palestijnse Nederlander Abed Al Attar (32) uit Almere, in Gaza op familiebezoek.

Om de black-outs te omzeilen, zijn Gazanen op zoek naar e-sims als alternatief; digitale simkaarten die geïntegreerd zijn in mobieltjes, waarmee de gebruiker kan wisselen tussen netwerken. „Maar daarvoor heb je een goede en recente smartphone nodig, dus dat is slechts een optie voor een heel kleine minderheid”, zegt Fadi Abu Shammala. Hij belde maandagavond voor het laatst met NRC vanuit de zuidelijke stad Khan Younis. Vrijdagmiddag kwam een kort sms’je dat het gezin nog altijd veilig is.

De Palestijnse vader van drie jonge zonen gaf toe wel bang te zijn, net als zijn familie, dat wie getuigt over wat zich nu in Gaza afspeelt mogelijk een doelwit wordt. „Maar als wij niet langer getuigen, wordt Gaza één groot zwart scherm en weet helemaal niemand meer wat hier gebeurt.” Israël laat geen onafhankelijk opererende internationale journalisten toe.

Vroeg in deze gewelddadige escalatie van het conflict vluchtte Fadi Abu Shammala met zijn gezin vanuit Gaza-Stad, in het noorden, naar Khan Younis. Donderdag deelde het leger echter ook waarschuwingspamfletten in het zuiden van Gaza uit, meldden internationale persbureaus. Bewoners werd gevraagd „naar bekende schuilplaatsen te gaan”, al is niet duidelijk waarheen precies.

Volgens satellietbeelden heeft Israël inmiddels ook luchtaanvallen uitgevoerd op de zuidelijke steden Rafah en Khan Younis, hoewel de burgerbevolking de voorbije weken werd opgeroepen naar het zogenaamd veilige zuiden te trekken. De grenspost met Egypte, in Rafah, gaat slechts af en toe open, en vooral voor mensen met behalve de Palestijnse ook nog een andere nationaliteit.

Voor de Palestijns-Nederlandse Abed Al Attar draait iedere dag al ruim twee weken lang om één Facebookpagina, die hij – op zijn prijzige, Nederlandse internetbundel – verwoed ververst. Daar worden ’s avonds de lijsten geplaatst van zieken, gewonden en Palestijnen met een tweede paspoort die zich de ochtend erop om 7 uur bij de grenspost in Rafah mogen melden voor een oversteek.

In totaal 26 personen met een Nederlandse verblijfsvergunning en hun verwanten is dat gelukt, onder wie zes leden van de familie Al Attar, met wie hij naar Gaza was gereisd om de bruiloft van een neef te vieren. Alleen Abed Al Attars naam ontbrak op de lijst die op 1 november werd gepubliceerd. Zijn familieleden gingen terug naar Nederland, en hij wacht nog tot ook zijn naam op de excel-lijst verschijnt. Behalve Al Attar zitten nog zeker 13 anderen met Nederland verbonden Palestijnen in dezelfde situatie, aldus Buitenlandse Zaken.

De berichten die hij en zijn vrouw Fatma – nog in Almere, met hun twee kleine kinderen – sindsdien aan NRC sturen, krijgen een monotoner en repetitiever karakter. Heb je nog iets gehoord? „Nee, we weten nog steeds niets”, klinkt het opnieuw en opnieuw. Zondagavond, vlak voor middernacht: „Mijn naam staat weer niet op de nieuwe lijst.”

Bij alle misère, op afstand van zijn gezin, prijst hij zich gelukkig dat hij voor zijn ouders kan zorgen, in het gezinshuis in Deir al Balah, eveneens in het zuiden van de strook. „Áls ik straks eindelijk weg mag, dan blijft een deel van mijn hart hier, bij hen.”

Een ander gezin waarmee NRC in contact stond, de recent gepromoveerde waterwetenschapper Alaa Ouda, zijn vrouw en twee jonge kinderen, kon deze woensdag via Egypte naar Nederland vliegen en reist vandaar door naar het Verenigd Koninkrijk, waar Ouda werkt. „Ik ben uitgeput”, zegt hij in een spraakbericht. Tot een interview achtte hij zich niet in staat. De tocht vanuit Gaza-Stad via een corridor naar Rafah heeft een zware wissel op hem getrokken, na weken vol spanning over de vraag of zijn gezin Gaza nog levend zou kunnen verlaten.

Voor wie achterblijft, wordt de nood steeds groter. Zo heeft het Ahli-Arab-ziekenhuis donderdag de chirurgische ingrepen gestaakt. Het Indonesische ziekenhuis kampt met een gebrek aan medicijnen. Het Nasser-ziekenhuis in Khan Younis is wel nog operationeel, vertelt Fadi Abu Shammala, maar kampt eveneens met een gebrek aan medisch materieel en vangt daarnaast duizenden ontheemden op. Abu Shammala’s broer en diens vrouw werken als verpleegkundigen in het ziekenhuis. „Er is een groot risico op infecties en het alarmniveau voor de noodgevallen is bijgesteld van rood naar zwart, het aller-urgentste niveau.”

Woensdag viel het Israëlische leger het Al-Shifaziekenhuis in Gaza-Stad binnen. Het voorbije weekend legden verpleegkundigen daar de couveuses van ruim dertig premature zuigelingen stil. Ze wikkelden de kindjes in dekens om hen warm te houden. Zes van hen zijn de voorbije dagen gestorven.

Source: NRC

Previous

Next