Bestaanszekerheid was al een van de belangrijkste verkiezingsthema’s voor de campagne goed en wel begonnen was. Door de stijgende inflatie en lonen die in eerste instantie achterbleven, werden afgelopen jaar veel Nederlanders onzeker over hun financiële situatie. Voor mensen rond het sociaal minimum dreigde zelfs een armoedeval, die het kabinet maar net met een stevige ingreep voorkwam.
Politici buitelden over elkaar heen met plannen om de portemonnee van Nederlanders te ontzien. Maar met de eindstreep van de campagne in zicht, is het de vraag waar het debat over bestaanszekerheid nou precies over gaat. Het is inmiddels een containerbegrip. Waar de ene partij hamert op armoedebestrijding, wil een andere middeninkomens ontzien. Sommige scharen inmiddels ook wonen, openbaar vervoer, lagere brandstofaccijns of zelfs goedkoper vliegen onder bestaanszekerheid.
Over de auteur
Hessel von Piekartz is politiek verslaggever voor de Volkskrant en schrijft over volksgezondheid, pensioenen en sociale zekerheid. Hij werd in 2022 genomineerd voor de journalistieke prijs De Tegel.
Lees hier alles over de Tweede Kamerverkiezingen 2023.
Om orde in die chaos te scheppen helpt het terug te gaan naar de kern van het begrip, dat een stuk ouder is dan deze campagne. Budgetinstituut Nibud ziet bestaanszekerheid sinds jaar en dag als ‘de zekerheid dat je over de middelen kunt beschikken om in je levensonderhoud te voorzien’. De commissie sociaal minimum, die het kabinet dit jaar adviseerde over ophoging van het bestaansminimum, heeft het over ‘financiële zekerheid’ voor mensen met een uitkering of laag inkomen.
Bestaanszekerheid gaat dus in essentie over mensen aan de onderkant van de financiële ladder, of specifieker: rond de armoedegrens. Maar vertaalt de gevoelde urgentie in de campagne zich ook in concrete plannen om structureel iets te doen aan de situatie van die groep?
De partijen zijn op het eerste gezicht opvallend eensgezind; in vrijwel alle programma’s is armoede een belangrijk thema. De meeste partijen dragen bovendien (concrete) maatregelen aan. Ze lijken daarbij goed te hebben geluisterd naar de Commissie sociaal minimum, die adviseerde om onder meer het minimumloon, de bijstand en eventueel de huurtoeslag te verhogen om mensen uit de armoede te houden.
Bijna iedereen, van links tot rechts, wil het minimumloon verhogen, al zijn er grote verschillen. Uit de doorrekening van acht partijprogramma’s door het Centraal Planbureau blijkt bijvoorbeeld dat GroenLinks-PvdA het minimumloon met 13,3 procent verhoogt, D66 met 10 procent en VVD met 5 procent. Alleen FvD en JA21 willen niets aan het minimumloon doen.
Pieter Omtzigts partij NSC wil het minimumloon ook ‘herijken’, maar benadrukt in het programma dat er rekening mee moet worden gehouden dat Nederland al ‘in de top-3 staat van EU-landen met het hoogste minimumloon’. Omtzigt wil bestaanszekerheid vooral garanderen door basisvoorzieningen betaalbaar te houden, bijvoorbeeld met een ‘significante’ verlaging van de belasting op gas.
De meeste partijen die het minimumloon verhogen, willen dat die verhoging ook doorwerkt in daaraan gekoppelde uitkeringen, zoals de bijstand. Dat betekent dat in veel partijprogramma’s ook uitkeringsgerechtigden er wat bij krijgen.
Of luister via Spotify of Apple podcasts.
Er zijn nog veel meer knoppen waar partijen aan draaien om lage inkomens te ontzien. Vaak combineren ze maatregelen. Zo wil GroenLinks-PvdA dat ook de huurtoeslag stijgt met het minimumloon. Veel partijen kiezen naast verhogingen ook voor een lager tarief in de eerste belastingschijf om lage inkomens te ontzien. De ChristenUnie komt met een ‘verzilverbare basiskorting’ in het belastingstelsel, een korting voor iedereen die alle toeslagen in één keer moet vervangen.
De beste manier om de plannen te vergelijken, is te kijken naar het effect. Het CPB berekende voor het eerst ook de gevolgen van de maatregelen voor de omvang van de armoede in Nederland. Daarvoor nam het CPB als armoedegrens het niet-veel-maar-toereikend-criterium van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Bij ongewijzigd beleid stijgt het percentage mensen dat onder die grens leeft in de komende kabinetsperiode tot 6,1 procent in 2028.
Uit de berekening blijkt dat de plannen van de ChristenUnie het meeste effect sorteren. Het percentage personen dat in 2028 onder de armoedegrens zit, komt uit op 2,5 procent; meer dan een halvering. Ook Volt (2,8 procent), GroenLinks-PvdA (3 procent) en D66 (3,3 procent) sturen met hun plannen aan op een flinke daling van de armoede.
De maatregelen van VVD, CDA en SGP doen aanzienlijk minder. In de doorrekening komt de SGP uit op 4,9 procent armoede in 2028, voor VVD en CDA is dat 5,3 procent. JA21 blijkt een uitschieter; de partij laat armoede zelfs stijgen ten opzichte van de verwachting, tot 6,7 procent. Voor de overige partijen, zoals NSC en de SP, is zo’n vergelijking niet te maken omdat zij hun programma niet hebben laten doorrekenen.
De armoedecijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Om bestaanszekerheid te garanderen is volgens de Commissie sociaal minimum meer nodig dan financiële verhogingen. Minima moeten ook minder afhankelijk worden van onvoorspelbare regelingen zoals toeslagen en wisselende steun van gemeente. Uit de verhoren door de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening bleek eens te meer dat ontwerpfouten in het toeslagenstelsel die uitwassen veroorzaakten, nooit echt zijn opgelost. Adviezen daarover belandden keer op keer in de la.
Niet voor niets willen partijen het liefst van het stelsel af. De SP wil toeslagen ‘overbodig’ maken door ‘inkomens te verhogen’ en het leven ‘betaalbaarder’ te maken. Ook GroenLinks-PvdA wil dat ‘op termijn’, evenals de Partij voor de Dieren. NSC wil af van het ‘doolhof’ van belastingen en toeslagen en een ‘ambitieuze start maken’ met een hervorming.
Het is de vraag of het uitspreken van die ambitie genoeg is. Het huidige kabinet wilde immers ook van het toeslagenstelsel af, maar daadwerkelijke hervorming kwam nooit van de grond.
Alleen de ChristenUnie, Volt en D66 komen met een concreet alternatief voor de toeslagen. De ChristenUnie introduceert de basiskorting op belasting die iedereen, ongeacht inkomen, krijgt. Volt introduceert een huishoudtoelage die samen met een belastinghervorming alle toeslagen moet vervangen en D66 wil een basisbedrag voor iedereen. Uit de doorrekening van het CPB blijken die plannen in ieder geval financieel haalbaar. JA21 wil net als Volt een huishoudtoelage, maar die is onvoldoende om andere afgeschafte regelingen geheel te vervangen waardoor de armoede alsnog oploopt.
Waar de partijen opvallend eensgezind zijn over de urgentie van armoedebestrijding, zal de onderhandeling over hervorming van het stelsel waarschijnlijk moeizamer verlopen. Voor minima is het te hopen dat meermaals uitgestelde plannen en ambities niet opnieuw in de la verdwijnen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden