Home

Linkse leider op zoek naar het politieke midden

Bij de eerste campagne van GroenLinks-PvdA hoopt voorman Timmermans kiezers in het midden te winnen. Maar: „Nederlanders willen wel andere gezichten, maar geen ander beleid.”

Drie momenten uit de campagne van Frans Timmermans. Links: zijn verkiezing tot lijsttrekker van GroenLinks-PvdA op 22 augustus in Den Haag. Midden: in de coulissen van het eerste gezamenlijke partijcongres op 14 oktober. Rechts: bij het lijsttrekkersdebat van RTL op 12 november.

Het is donderdagochtend op een stil bedrijventerrein in Den Bosch, buiten is het herfstachtig guur. Frans Timmermans meldt zich met een klein gevolg – drie medewerkers, PvdA-voorzitter Esther-Mirjam Sent en Tweede Kamerlid Lisa Westerveld – in een kamertje van Jeugdbescherming Brabant. Het is medio oktober, minder dan zes weken voor de Kamerverkiezingen, en sommige andere lijsttrekkers zijn al niet weg te slaan van de tv.

De lijsttrekker van GroenLinks-PvdA heeft geen haast. Anderhalf uur lang zit hij met zes jeugdbeschermers aan een U-vormige tafel. Timmermans is er om vragen te stellen, zegt hij, en om te luisteren. Zes weken reist hij, buiten het zicht van het grote publiek, door Nederland. Hij wil begrijpen, had hij bij het begin van zijn tournee gezegd, waar „het chagrijn” in Nederland vandaan komt. „Waarom zijn mensen vaak zo somber?”

Aan tafel bij zes jeugdbeschermers ontmoet Timmermans inderdaad ook somberheid. Ze worden ten onrechte gezien als een ‘uithuisplaatsingsfabriek’, zegt een medewerker. Ze krijgen te weinig geld en hebben te weinig personeel. Vaak is er een slechte pers na een incident. En ze mogen nooit in het openbaar vertellen wat er wél goed gaat. Timmermans zegt: „Ik heb deze weken veel mensen in de knel ontmoet. Die mensen zijn als de dood voor jullie. Een mevrouw in Amsterdam leeft met haar dochters van dertien en elf op straat. Ze durft dat op school niet te vertellen omdat ze bang is haar kinderen kwijt te raken aan jeugdzorg.”

Timmermans is niet alleen op zoek naar chagrijn. Hij wil verhalen horen, en graag zelf verhalen vertellen. Over de toeslagenmoeder uit Leeuwarden die als crimineel werd gezien, de tech-ondernemer die graag meer belasting betaalt, de slachtoffers van de aardbevingen in Groningen. Cijfers en beleid, zegt hij daar later over in het tv-programma Vandaag Inside, kan hij pas „verteren” als hij er een verhaal bij ziet.

Zo’n tournee is klassieke retail politics, kruidenierspolitiek, zoals het in de VS heet. En Timmermans is er goed in. Tegen de jeugdbeschermers zegt hij: „Jullie doen óók dingen die fantastisch zijn.” In Heerlen bezoekt hij een woongroep in een oud, lange tijd verwaarloosd boerderijcomplex. De bewoners vertellen dat ze worden tegengewerkt door de gemeente. Timmermans pakt meteen zijn telefoon en zegt: „Hebben jullie het nummer van de wethouder? Dat is een goede, hoor. Schrijf maar even op.”

Frans Timmermans werd deze zomer met grote verwachtingen binnengehaald als lijsttrekker van GroenLinks-PvdA, mede met het argument dat hij links Nederland iets kan geven waar het zo naar hunkert: macht. Na het vertrek van Wim Kok in 2002 is er geen linkse premier meer geweest. En wat veel PvdA’ers en GroenLinksers over zichzelf zeggen, is dat ze wel goed zijn in gelijk hébben, maar heel slecht in gelijk kríjgen.

Met Timmermans, die met de PvdA de Europese verkiezingen van 2019 glansrijk won, moet het voor links in een verrechtst Nederland eindelijk weer gaan lukken. Hij was de PvdA’er die de Europese Green Deal in gang zette. Hij moet daarom acceptabel zijn voor zowel sociaal-democratische als groene kiezers. Hij kan bevlogen spreken, daar houden GroenLinksers van. PvdA’ers kennen zijn lange staat van dienst: Tweede Kamerlid, minister, ‘Spitzenkandidat’, Eurocommissaris.

Ook Timmermans zelf is ambitieus. Hij is naar Nederland teruggekeerd om premier te worden. Het zelfvertrouwen lijkt groot, als hij op 22 augustus in de Caballerofabriek in Den Haag voor het eerst wordt voorgesteld aan partijleden. Twee keer maakt hij dezelfde grap over zichzelf. Als het publiek hem met een lang applaus verwelkomt, zegt hij: „Jongens, dit is niet goed voor mijn ego.” Bij de uitslag van de lijsttrekkersverkiezing (91,8 procent steun) zegt hij: „Wéér niet goed voor dat enorme ego van mij.” Timmermans was de enige kandidaat.

De belangen voor Timmermans en vooral voor links Nederland, zijn zo groot, dat het alleen een daverend succes of een grote mislukking kan worden. NRC volgde deze alles-of-niets-campagne de afgelopen maanden. Op zijn tournee door Nederland, op bezoek bij de Europese sociaal-democraten in het Spaanse Málaga, en tijdens zijn publieke optredens. Over de introductie van Timmermans aan de Nederlandse kiezer is goed nagedacht. In gesprekken zonder camera’s in de buurt, zoals met de jeugdbeschermers, kan hij verbanden leggen en zijn kennis en boodschap verdiepen. Met zijn buitenlandse optredens laat hij zichzelf impliciet zien als de premier in de wachtkamer, met toegang tot wereldleiders en kennis van internationale dossiers.

De kiezers van GroenLinks-PvdA willen twee dingen tegelijk: ze willen begeesterd worden door hun leider, én ze willen macht. Dat plaatst Timmermans voor een probleem. Hij weet dat hij kiezers in het politieke midden moet winnen om aan de torenhoge verwachtingen te voldoen. Kiezers daar zijn verweesd na dertien jaar Mark Rutte, is het idee, en ze zoeken een premier die zo als understudy het podium op kan. Bovendien: of GroenLinks-PvdA nu de grootste wordt of niet, er zijn rechtse en centrum-rechtse partijen nodig om een coalitie te bouwen. Van links is niet veel meer over.

Timmermans heeft ook een uitgesproken, bevlogen kant, en pleitte vaak voor radicale verandering. Met name GroenLinksers hadden zich daarop verheugd. Hij begon al in 2006 over samenwerking, uitlopend op een fusie, met GroenLinks en D66. Op links zag hij een behoudzucht die hem tegenstond. Hij schreef: „Het besef moet weer groeien dat een betere wereld wel degelijk dichterbij te brengen is door politiek handelen. Dat is de essentie van wat progressieven van conservatieven onderscheidt.” Hij zei in 2017 tegen Vrij Nederland: „Als De Internationale zegt: ‘Sterft, gij oude vormen en gedachten’, dan kunnen wij als sociaal-democraten toch niet degenen zijn die voortdurend oude vormen en gedachten verdedigen?”

In 2011 – ver vóór Pieter Omtzigt – schreef hij op Joop.nl dat het na dertig jaar „vrij spel voor het kapitaal” tijd werd voor „een nieuw sociaal contract”: meer collectiviteit, minder sociale ongelijkheid, minder macht voor het bedrijfsleven. Timmermans citeerde de roman De Tijgerkat (1958) van Giuseppe Tomasi Di Lampedusa. Daarin zegt het personage Tancredi, als hij besluit te gaan vechten: „Als we willen dat alles hetzelfde blijft, zal alles moeten veranderen.”

Het vuur dat uit dat citaat klinkt, is op spaarzame momenten nog te zien. Bijvoorbeeld als Timmermans met de Amerikaanse linkse senator Bernie Sanders in een uitverkocht Tivoli, in Utrecht, staat. Het evenement is georganiseerd door het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. De zaal geeft de broze democratisch socialist een staande ovatie. Sanders vertelt over de „ramp” in de Amerikaanse zorg, de macht van verzekeraars en grote bedrijven, de lange werkdagen en lage lonen voor Amerikaanse arbeiders. Dan komt Timmermans op. Hij praat snel en luid, in het Engels: „We hadden nooit werkende armen, maar nu zijn ze er wel. Daarom moeten we het minimumloon verhogen naar zestien euro. Als je dat doet, maak je álles beter, ook voor anderen.”

Maar die avond komt een probleem aan het licht dat Timmermans’ campagne blijft achtervolgen. Soms laat hij zijn linkse hart spreken, maar op beslissende momenten kiest hij vaak voor de veilige middenkoers.

De oorlog tussen Hamas en Israël is vier dagen eerder uitgebroken en die leidt tot verhitte discussies in de achterban. Met name onder GroenLinks-kiezers leeft veel sympathie voor de Palestijnse zaak. Timmermans neemt het in interviews op voor Israël, dat op 7 oktober doelwit werd van „een pogrom”. Israël heeft volgens hem het recht terug te slaan, als het zich aan het humanitair oorlogsrecht houdt.

Buiten Tivoli delen pro-Palestijnse demonstranten folders uit waarin Timmermans’ „koloniale wereldbeeld” wordt gehekeld. Ze gaan in discussie met bezoekers. Maar op het podium spreekt niemand een woord over Israël of Palestijnen. Hoe dieper Timmermans en Sanders afdalen in de krochten van het Amerikaanse kapitalisme, des te verder raakt de actualiteit uit beeld.

Op het verenigde congres van GroenLinks en PvdA in Ahoy in Rotterdam wordt drie dagen later een compromis-motie met 96 procent van de stemmen aangenomen. De motie betreurt de slachtoffers aan beide zijden, en veroordeelt terreur en excessief geweld. Timmermans heeft het daar sussend over „navigeren tussen uitersten”. De politieke opdracht formuleert hij als: „Voorkomen dat er kinderen sterven.” Een dag na het congres stapt Kamerlid Kauthar Bouchallikht op, omdat volgens haar de context van 75 jaar Israëlische bezetting ontbreekt.

GroenLinks-PvdA leert kennen wat Timmermans deze campagne drijft. Hij wil „de boel bij elkaar houden”, zegt hij in een debat met NSC-lijsttrekker Omtzigt, voorganger Job Cohen citerend. „Je moet je kunnen verplaatsen in wat de Joodse gemeenschap meemaakt, maar ook in wat de Palestijnen in Gaza nu meemaken.”

De hemelbestormer Frans Timmermans blijft vaak buiten beeld op campagne, hij laat zich zien als een zorgvuldige coalitiebouwer, altijd bewust van de noodzaak tot meerderheden en bondgenoten. Polarisatie ziet hij als een product van de verzuiling. „We hebben de kunst van het oneens zijn verleerd”, zei hij in 2017. Hij neemt afstand van pro-Palestijnse leuzen die op de klimaatmars in Amsterdam werden gescandeerd. Het gevaar, zegt hij daarover, is dat klimaatbeleid alleen nog maar door links wordt omarmd, en dat rechts afhaakt.

Ook op andere onderwerpen stelt Timmermans zich verzoenend op, tot verbazing van GroenLinksers en PvdA’ers die hadden gehoopt dat hij zich bevlogener, of misschien radicaler, zou uiten. In het RTL-debat van 5 november laat hij ‘2030’ los als jaar waarin de halvering van de stikstofuitstoot moet zijn gerealiseerd. Staat wel in het verkiezingsprogramma. Timmermans had veel met jonge boeren gepraat en zij vertelden hem dat het ook anders kon. „Ik doe ze hierbij een handreiking: we komen samen met voorstellen.”

Nog zo’n moment: in De Telegraaf zegt Timmermans op 15 november „ja” op de vraag of Nederland „een asielprobleem” heeft. Wat moeten we daar aan doen, vraagt de krant. „Heel veel overlast, van Budel tot Ter Apel, wordt veroorzaakt door mensen die duidelijk geen recht hebben op bescherming. Mensen die afgewezen worden en niet teruggaan naar waar ze vandaan komen. Dat kunnen we alleen maar Europees oplossen.” Hij wil „bindende afspraken” over kleinschalige opvang met alle gemeenten maken.

Ook in debatten met andere lijsttrekkers is vooral de coalitiebouwer Timmermans zichtbaar. In debat met Omtzigt benadrukt hij dat ze het met elkaar eens zijn over allerlei onderwerpen. In een volgend debat, op RTL, mag Timmermans vier minuten met Omtzigt in gesprek over bestaanszekerheid. Timmermans vraagt naar Omtzigts plannen, waarna die minutenlang het woord neemt. Alleen op het laatst zegt Timmermans nog iets terug.

Onder radicale leden van de achterban klinkt gemor, steeds openlijker. Het was toch alles of niets? Waarom onderscheidt hij zich niet als enige linkse lijsttrekker op een podium met alleen maar rechtse concurrenten? Ook in Timmermans-wereld klinkt twijfel over de gekozen strategie. In debatten komt hij niet los, zoals hij wel kán. Hij is geremd, vriendelijk. Timmermans is zich ervan bewust dat het niet goed overkomt als hij, als witte man van 62, anderen op een podium wegblaast. Nu gebeurt het omgekeerde: Timmermans oogt bedeesd, maakt zich klein.

Daarbij kijkt Timmermans vooruit naar de wereld ná 22 november. Een progressieve coalitie lijkt uitgesloten. Timmermans kijkt naar rechts, vooral naar Omtzigt. Onorthodox, maar misschien juist wel een toonbeeld van nieuwe politiek om vooráf al naar de raakvlakken te zoeken, vindt hij. Maar de strategie werkt niet, want andere lijsttrekkers zijn bepaald niet vriendelijk voor hém. Ook Omtzigt, overladen met complimenten, is zuinig met aardige woorden terug. Zo is Timmermans op twee velden tegelijk compromissen aan het sluiten: hij loodst twee partijen door hun fusieplannen heen, het succes van dat project hangt af van zíjn succes. En hij onderhandelt alvast eenzijdig met de politieke tegenstanders.

Hoewel alle lijsttrekkers zeggen dat de verkiezingen over ‘de inhoud’ moeten gaan, krijgt Timmermans lang niet altijd gelegenheid zijn verhaal over een duurzame economie, lagere belasting op arbeid en een hoger minimumloon te vertellen, zien ze in de top van de partij. Omtzigt krijgt die aandacht wel, en dat komt niet door zijn plannen, maar doordat hij met een nieuwe partij de gevestigde orde uitdaagt.

Anderhalve week voor de verkiezingen bezoekt Timmermans het congres van de Partij van de Europese Sociaal-Democraten (PES) in het Spaanse Málaga. Stralend loopt hij tussen de premiers, Eurocommissarissen en andere leiders. Omhelst bekenden alsof het familie is – en ergens is dat misschien ook wel zo. Europese sociaal-democraten zijn hecht. De gesprekken gaan over Gaza, Oekraïne, over gelukte en mislukte verkiezingen in andere landen. De vraag is alleen of het kiezers in Nederland bezighoudt. Volgens enquêtes zijn binnenlandse thema’s – zorg, wonen, bestaanszekerheid – veruit dominant in hun afweging. Een RTL-debat op zondagavond dat juist over die onderwerpen gaat, laat Timmermans schieten.

Op zaterdagochtend mag hij de circa duizend aanwezigen toespreken, vlak na een donderende toespraak van de Spaanse premier Pedro Sánchez, de gastheer. Timmermans spreekt uit het hoofd, wat hij het liefst doet. Op het partijcongres van GroenLinks-PvdA moest hij 43 minuten een verhaal voorlezen van een autocue die onder hem stond, waardoor hij nauwelijks de zaal in kon kijken. Hier richt hij zich tegen centrum-rechtse partijen, die samenwerking zoeken met extreem-rechts.

Buiten het conferentiecentrum in Málaga spreekt Timmermans een groepje Nederlanders toe. Het zijn PvdA’ers, GroenLinks is niet aangesloten bij de PES. Aanwezigen – er is geen pers bij – horen hem zeggen: „De zorg die ik heb, is dat veel Nederlanders wel andere gezichten willen, maar geen ander beleid.”

Vlak voordat Timmermans moet speechen, geeft een Nederlandse vrouw hem een boek. Het is De Tijgerkat.

Source: NRC

Previous

Next