Home

Dit zijn de nieuwste kiezers: achttien achttienjarigen aan het woord

N.B. Het kan zijn dat elementen ontbreken aan deze printversie.

Nieuwe stemmen Hun debuut in het stemhok nadert: NRC sprak achttien achttienjarigen.

Je bent achttien jaar, in Nederland. Je bent geboren in 2004 of 2005, in een wereld ná 9/11, na de invoering van de euro, na de moord op Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Facebook bestaat al sinds je geboorte en is inmiddels achterhaald. Mark Rutte was altijd de minister-president – je kunt je geen andere herinneren.

Hoe ziet je leven eruit? Wat houdt je bezig? Wat vind je belangrijk en waar maak je je zorgen om? Denk je na over de toekomst? En ga je, misschien wel voor het eerst, stemmen?

NRC sprak achttien mensen van achttien jaar om daarachter te komen. Achttien Nederlanders uit alle hoeken van het land en lagen van de samenleving. We spraken ze in de weken voorafgaand aan de verkiezingen. Thuis, op hun stageplek, op school, op straat, op de skatebaan, in het winkelcentrum. We namen een kijkje in hun levens, soms in hun telefoons.

Bij haar vader in Apeldoorn zet 6-vwo’er Zerremin Araz kordaat thee neer op de salontafel vol zoetigheden („Dat hoort toch?”) en ze ploft op de bank. Soms klapt ze in haar handen om haar woorden kracht bij te zetten. In Gemert doet de moeder van Daan van Moorsel de deur open. Hij staat zwijgend achter haar in de gang, armen over elkaar. „Moet ik erbij blijven?” Ze verdwijnt toch maar naar een andere kamer. Mees Pluijmen beantwoordt vragen op de Assendelftse kermis, tijdens zijn werk, terwijl de City Hopper rondjes draait. „Wacht, even kaartjes halen.”

David van Dullemen gaat in kleermakerszit op zijn skateboard zitten en kletst onbevangen over het leven in Almere. Amiena Jatta zigzagt tijdens de pauze op de Open Schoolgemeenschap Bijlmer in Amsterdam-Zuidoost tussen medeleerlingen door – ze is na de havo nog vwo gaan doen en is wat ouder dan de rest. Femke Jansen, in trainingspak, speelt in een kantoortje op haar stageadres in het Brabantse Stevensbeek rustig met een bos sleutels. Ze is gymdocent op een school voor speciaal onderwijs, waar ze kinderen van haar eigen leeftijd lesgeeft.

Achttien zijn betekent vrijheid. Je mag een biertje drinken, een rekening openen, trouwen, zonder begeleiding autorijden. Je leeft op het randje van volwassen zijn, maar voelt je soms nog een beetje kind. Woon je op jezelf, dan behoor je tot een minderheid. De wooncrisis laat je vaak geen keuze. „Je kunt letterlijk geen woning vinden”, zegt Jessie Alli uit Nieuwegein, „dus dan denk je: oké, laat maar”. En soms vind je thuis wonen zo slecht nog niet. Femke: „Je was wordt gedaan, je eten wordt gemaakt.”

Je hebt het waarschijnlijk druk. Met studie, werk, stage, familie, vrienden. „Elke dag na het studeren heb ik wel iets gepland”, zegt Lotus Jonathans op diens studentenkamer vol Pride-vlaggetjes. Die studeert, zit bij twee verenigingen en speelt basgitaar in een bandje. Ook Wouter Blanckaert uit het Zeeuwse dorpje Scheldevaartshoek doet niet graag niks. „Je leest weleens dat dat slecht is, maar ik kan niet zeggen dat ik er last van heb.” De Friese Fenna Jongsma woont doordeweeks op de campus van de landbouwschool in Dronten, werkt zaterdag bij de slager en gaat dan door naar de keet met vrienden. Zondagochtend geeft ze om zes uur bij een bedrijf in de buurt de kalfjes te eten.

Je hebt nog een zee van tijd, op je achttiende. Hoe zie je die voor je? „Ik zou op mijn dertigste wel een paar kinderen willen”, zegt Jos Vermeer. Zijn gereformeerde ouders hebben er vier en dat vindt hij gezellig. „Maar ik kijk ook wel hoe de wereld er dan uitziet. Je hoort veel over overbevolking.”

Blijft de aarde leefbaar? En hoe moet dat met al die oorlogen, zoals nu in het Midden-Oosten? De een trekt zich weinig aan van maatschappelijke problemen, de ander kan zich dat niet veroorloven. Imraan Skori probeert betrokken te zijn: „Ik help waar ik kan.” In zijn moskee organiseerde hij een dialoog over Israël en Palestina. „De verdeeldheid in Nederland wordt alleen maar groter. Somber? Nee, dat ben ik niet. Soms wel teleurgesteld.” Lotus demonstreerde laatst voor betere transzorg, in Nijmegen. „Mijn eerste keer. In de praktijk waren het allemaal queer mensen op een grasveld, wel gezellig eigenlijk.”

Maar je bent achttien, en je richt je óók op jezelf. „Ik ben er nog niet uit wat ik later ga doen, dat wil ik het liefst nu al weten”, zegt Wouter. „Verder maak ik me weinig zorgen, in Nederland is het goed geregeld.” Bram Grömmers doet een studie die over klimaatverandering gaat. „Maar het is niet dat ik ’s ochtends wakker word en denk: nou, laat ik eens even het Amsterdamse waterpeil checken.” Daan is glazenwasser en heeft zijn doelen al bijna bereikt. „Ik hoef eigenlijk alleen nog een huis. Ik wil fatsoenlijk werk, gezond zijn. Gevarieerd en warm kunnen eten. Een vriendin heeft het niet breed, zij heeft nooit geld om leuke dingen te doen. Dat vind ik zielig om te zien.”

De eerste keer dat je een politieke gebeurtenis zag, online of op televisie, en écht onthield, is voor de oudere volwassenen om je heen schrikbarend kort geleden. „Ik was twaalf en keek naar een debat met Trump bij opa en oma”, zegt Jos. „Ik verbaasde me, ze scholden elkaar bijna uit. En ik was er toen nog niet, maar er is ooit iemand vermoord in Nederland. Ik weet niet of hij president was, maar hij was wel… geliefd in ieder geval. Hoe heet hij ook alweer?” Fenna weet nog dat Geert Wilders de meer-of-minder-uitspraak deed over Marokkanen. „Wel raar dat hij dat opeens zei.”

En nu mag je stemmen. Hoe bereid je je voor op de verkiezingen? „Niet”, zegt Mees op de kermis. „Als ik eerlijk ben, heb ik in de hele Tweede Kamer niet veel vertrouwen. De ene zegt betere dingen dan de andere, maar eigenlijk maken ze het allemaal niet heel erg waar.” Femke vindt dat ze haar tijd aan betere dingen kan besteden. „Maar aan de andere kant is stemmen ook ergens goed voor.”

5-vwo’er Carel Posthumus uit Heemstede heeft een paar filmpjes gekeken over wat partijen vinden. „Soms denk ik: ‘Hé, wie is dit of dat?’ Dan zoek ik het op. Laatst kon ik bijvoorbeeld niks vinden over Nieuw Sociaal Contract, de Omtzigt-club… Wacht, dat noteer ik meteen even. ‘Omtzigt checken’. Zerremin kijkt debatten, leest het nieuws, volgt NOS-stories en de pagina Politieke Jongeren op Instagram. „Ik wil weten wat er speelt.”

Student Pieter Dolmans – wiens opa Erwin Nypels D66 mede oprichtte – vindt het „best wel leuk” dat hij mag gaan stemmen. Hij is er veel mee bezig. „Maar jeetje, als je het nou toevallig niet interessant vindt – dan lijkt het me wel een heel gedoe.”

Fotografie: Hedayatullah Amid, Merlin Daleman en Olivier Middendorp

‘Dit is in Rotterdam, ik ben daar de laatste tijd heel veel.” Zerremin heeft haar telefoon erbij gepakt en Instagram geopend. Op de foto die ze laat zien, draagt ze een witte baggy broek en wijde witte blouse. In haar haar een zonnebril. „Ik houd van urban cultuur. Het is de toekomst. Toen ik net op het Christelijk Lyceum kwam wilde ik graag bij de anderen horen, de kakkers die in nette bloesjes naar school kwamen. Ik paste me aan. Maar zo ben ik niet. Ik denk ook niet dat uiterlijk per se een reflectie van het innerlijk is. Dat vind ik mooi. Ik kleed me baggy, als een straatratje. Dan zou je niet verwachten dat ik vwo doe. Het zal mij een worst wezen op wie je valt of hoe je je identificeert. Als je als persoon wat te zeggen hebt, vind ik je al cool.

„Ik heb een zusje van tien. Ik zie haar als een dochter. Tot ze een jaar of vijf was, nam ik haar overal mee naartoe, bijvoorbeeld als ik met vrienden naar de McDonalds ging. In die tijd gingen mijn ouders scheiden, en mijn moeder kreeg een spierziekte. Ik had altijd het gevoel dat m’n zusje mijn verantwoordelijkheid was.

„Het woningtekort is wel een dingetje voor als ik straks een huisje wil, ik maak me ook zorgen om discriminatie en racisme. En het gedoe in Ter Apel pakt me echt. Naast ons wonen twee gezinnen die geen Nederlands spreken. Is dat het nieuwe normaal? Tegelijk komen mensen uit een rotsituatie. En heel eerlijk… Voor vluchtelingen uit Oekraïne werden huizen gebouwd, terwijl mensen uit Syrië en Afghanistan op het gras moesten slapen. Ik maak me zorgen om de politiek nu. Wie wordt er president? Komt er een hele linkse of hele rechtse partij aan de macht? Hoe gaat Nederland er dan uitzien?

„Ik vond Rutte goed, tot ik me ging verdiepen. Dat hij doorging na de Toeslagenaffaire, vond ik echt verschrikkelijk. Het gaat thuis bij mijn vader heel veel over politiek. Toen ik veertien was, werd ik lid van Rood, echt álle SP-standpunten spraken me aan. Ik ben sinds de SP zich afsplitste geen lid meer [SP brak in 2021 met jongerenorganisatie Rood, red.]. Mijn vader stemde heel lang op de SP, op de vader van Lilian Marijnissen. Afgelopen verkiezingen heeft hij op FVD gestemd. Ik vind dat heel gek. Hij is van Turkse afkomst en onderdeel van gezinshereniging. Ik kijk nu welke partij het meeste heeft van wat ik vind. Ik hoop dat dat toch de SP is.”

‘Laatst was ik een oude stemwijzer aan het invullen omdat de nieuwe nog niet was uitgekomen. Aan het eind moest ik aankruisen welke dingen ik extra belangrijk vond. Nou eh… Alles? Per definitie denk ik: de problemen die meer mensen raken zijn erger. Dus ja, dan zou je de klimaatcrisis ergens bovenaan moeten zetten.

„Ik weet nog niet precies wat ik ga stemmen. Ik zet voor mezelf de standaard heel hoog – ik vind dat ik een partijprogramma moet hebben gelezen. Ik kan al wel zeggen dat ik meer gemeen heb met de PvdD of Groenlinks-PvdA dan met de VVD of Nieuw Sociaal Contract. Ik merk dat mijn vrienden ook bijna allemaal links zijn. De vraag is ook: wat laat je meewegen? Ik vind het super-interessant over dit soort dingen na te denken. Het is wel moeilijk, maar ik zie het meer als een uitdaging dan als een probleem.”

‘Mijn vriend is aan het hekkelen, de sloot leeghalen, daar ga ik zo even kijken. Onze ouders en veel van mijn vrienden hebben een boerenbedrijf thuis. Met hen heb ik automatisch meer. Zij begrijpen wat er allemaal moet gebeuren op een bedrijf.

„Mensen hebben steeds minder verstand van boerenbedrijven, daar maak ik me zorgen over. Want ze moeten wel over de boeren stemmen. Ik kijk weleens debatten met vriendinnen, het landbouwdebat. Ik ben natuurlijk niet links. Maar omdat ‘boer’ in BBB zit, ga ik er nog niet automatisch op stemmen. Laatst zei mijn leraar: boeren moeten veranderen. Sommige van mijn vrienden zijn daar helemaal tegen. En dan denk ik: ja, maar kijk nou eens vanaf de andere kant. Misschien heeft die leraar ook wel gelijk. Ik ben niet zo’n stugge boer. Ik sta open voor verandering. Ik vind het heel belangrijk positief te blijven. Als je negatief gaat doen, wordt het helemaal niks.”

‘Het voelt gek dat ik mag stemmen. Ik voel me nog totaal niet volwassen. Vorig jaar zat ik nog op de middelbare, toen was het gewoon een beetje chillen. Ik heb nu ook mijn rijbewijs. Vroeger vond ik mensen die mochten stemmen en rijden oud.

„Ik hoop dat de wereld later niet in puin ligt. Dat klinkt heftiger dan ik bedoel. In Nederland hebben we niks te klagen. Maar ik zie weer een oorlog en dan denk ik: waar gaat het heen? Ik probeer me er niet druk om te maken, je hebt er geen invloed op. Ja, je kan gaan protesteren, maar ik zie dat veel mensen zich juist aan bijvoorbeeld klimaatprotesten ergeren. Niet dat ik me geen zorgen maak over het klimaat. Ik zou graag willen dat daar wat aan gebeurt. Ik zie nog geen oplossingen die echt het verschil maken, terwijl de wetenschappelijke technieken er gewoon zijn. Ik wil me nog goed verdiepen, maar als ik nu móést kiezen, zou ik CU stemmen. Je hebt progressief en conservatief toch? Ik ben meer progressief, denk ik. Ik wil vooruitgang zien in de wetenschap en de techniek.”

‘Ik ben opgegroeid in Amsterdam-Noord, sinds dit jaar doe ik de Design Academy in Eindhoven. Ik weet nog niet of dit de perfecte studie voor mij is. Het is best conceptueel en vrij: je krijgt bijvoorbeeld weken de tijd om een groot schilderij te maken, dan moet je wel weten wat je aan het doen bent. Hiervoor had ik een tussenjaar. Toen heb ik twee maanden met de trein door Europa gereisd, via Italië naar Oost-Europa en Scandinavië.

„Ik denk dat ik wel wereldbewust ben. Ik denk veel na over hoe de wereld eruit zou moeten zien. Niet op een realistische manier, meer als een utopie, een droomwereld ver weg. Zouden sommige dingen niet dynamischer kunnen? Zoals wonen? Stel er is een oud, eenzaam meneertje in een huis met veel ruimte. Kan daar niet een student bij, of een jong gezin? Ik denk dat ik in mijn stem geleid word door mijn ouders en mijn omgeving. Mijn moeder heeft bij Greenpeace gewerkt, die was een echte activist.”

‘Ik heb nog niet gestemd sinds ik achttien ben. De vorige keer [bij de Statenverkiezingen in maart, red.] wist ik er te weinig over. Dit keer wil ik de goede keuze maken, maar ik heb meer informatie nodig want er zijn veel nieuwe partijen en leden van de Tweede Kamer. Het nieuws volg ik, vooral vanwege de oorlog de laatste tijd. Eerst die van Oekraïne en Rusland en nu Israël en Palestina. Ik probeer er niet té veel over te lezen. Het is een beetje heftig allemaal.

„Ik ben op mijn elfde naar Nederland gekomen. Ik ben in Gambia geboren, ik heb eerst Nederlands moeten leren, toen twee jaar basisschool gedaan. Ik heb havo afgerond en nu doe ik vwo. Mijn moeder en zus wonen nog in Gambia. Ik leef in twee werelden, dat was in het begin heel erg wennen. Ik hoop dat ik straks geneeskunde kan studeren. Daarna wil ik graag kinderarts worden of tropenarts.”

‘Op kamers gaan is een grote verandering. Het geeft veel vrijheid, maar je moet ook ineens alles zelf doen. Ik heb weekend-ov: meestal ga ik op vrijdag terug naar Friesland en maandagochtend weer heen. Het is ongeveer tweeënhalf uur reizen. Ik ben een vrij rustig persoon. Niet zo iemand die een club ingaat, ik zit liever op een terrasje.

„Ik moet eerlijk zeggen dat ik de politiek vrij oninteressant vind. Meestal volg ik het niet, tot er een headline voorbijkomt dat het kabinet weer is gevallen. Maar nu komen die verkiezingen en denk ik: misschien moet ik toch even de verantwoordelijke burger uithangen. Ik heb een vriend uit Bolsward die zich veel bezighoudt met politiek, die had ik de vorige keer gevraagd alle partijen te pitchen. We zitten vaak op één lijn. Hij is wel iets rechtser dan ik.”

‘Ik zit nog op de havo, ben een paar keer blijven zitten. Ik heb het niet zo met leren, ik ben liever aan het werk. Ik werk zo vaak mogelijk hier op de kermis, als het seizoen voorbij is sta ik bij de oliebollenkraam. En ik ben een groot Eftelingfanaat: als ik me verveel ga ik daarheen. Ik heb een abonnementje en zo’n jongerendalurenkaart. Eigenlijk heb ik altijd wel wat te doen.

„Ik denk dat ik FVD ga stemmen want dat vind ik wel een geestige man, ik heb me er niet echt in verdiept. Kijk, het moet beter met het land, dat is logisch. Maar of de ene brogem of de andere brogem het gaat regelen, dat maakt me niet uit. Eigenlijk moeten ze mij minister-president maken. Ik zou veel belasting eraf halen, lekker de gaskraan opengooien. Al die miljarden die naar het klimaat gaan zodat het een halve graad kouder wordt, kunnen me gestolen worden. Ik zou alles goedkoper maken.”

‘Ik zou wel een kamer willen in Amsterdam, maar het is heel moeilijk om er een te vinden. Als je iets vindt is het heel duur, 900 euro per maand ofzo. Ik zocht samen met mijn zus, maar we hebben het even opgegeven. Dan denk je: zo slecht is mijn situatie thuis nu ook weer niet. Het enige is dat je heen en weer moet reizen, dat kost iets meer tijd.

„Nu met de oorlog, met Israël en Palestina, denk ik meer na over politiek. Ik bespreek het met vrienden, we sturen elkaar berichten door via Insta of TikTok van politici die erover praten. Ik weet bijvoorbeeld dat BIJ1 er veel positieve dingen over zegt. Ik kijk altijd of partijen aandacht hebben voor discriminatie en of ze voor gelijkheid zijn. Hoe zit het met werkgelegenheid, vrouwenrechten? Ik zou bijvoorbeeld niet op Geert Wilders stemmen. Ook niet op Thierry Baudet.”

‘Veel mensen in het Westland zijn anders dan ik. Zo van: ‘Hier groeien we op en hier gaan we ook door met ons leven.’ Ik wil het liefst gewoon weg. Het Grafisch Lyceum is een heel andere wereld: ineens waren er mensen uit andere culturen en met gekleurd haar. Op school was ik altijd het ‘tekenkind’, nu ben ik veel bezig met cosplay [kostuums maken en dragen, red.]. Op dit moment werk ik aan vleugels van een personage uit de serie Good Omens, een gevallen engel. Er gaat een hoop tijd in zitten, maar je krijgt er ook veel voor terug.

„Politiek interesseerde me niet zo. Nu moet het wel, want ik moet gaan stemmen. Ik ben er meer aan het inkomen, aan het kijken: welke partijen passen bij mij? Ze hebben vaak goede punten maar wie houdt zich er ook echt aan? Wie heeft nagedacht over elk scenario en de kosten? Eigenlijk is voor mij het belangrijkst dat jongeren later niet zo ontiegelijk veel hoeven te betalen om gewoon te kunnen leven. Ik hoef geen villa ofzo, een appartement is ook goed. Dat ik voor m’n dertigste het huis uit kan, dat zou leuk zijn.”

‘Kom ik op Tiktok? Nee? Oké mooi, want dat wil ik echt niet. Ik zit in een tussenjaar: ik deed software development maar dat vond ik helemaal niet leuk. Nu heb ik een studie gevonden: middenkaderfunctionaris grond-, weg- en waterbouw. Ik vind het mooi hoe al het vervoer afhankelijk is van infrastructuur. Daar let ik op. Almere is bijvoorbeeld een topplek, de wegen zijn hier beter dan in Lelystad. Auto’s worden apart gezet. Ja, dat is wel iets waar ik naar kijk als ik ga stemmen.

„Of ik een leuk leven heb? Ik vind van wel. Ik rook elke dag wiet, dat wil ik wel graag verminderen. Het zit alleen in m’n – hoe zeg je dat? – cyclus. Ik heb adhd, mijn brein stopt gewoon niet met nadenken.

Overpopulatie is iets waarover ik me wel zorgen maak. Dan zit ik in de tram en is het heel lastig eruit te gaan. O ja! De alcoholcultuur, daar wil ik nog iets over zeggen. Ik vind het niet nice dat je een YouTube-filmpje opent en direct bier in je bakkes krijgt. Alcohol heeft nul goede bijwerkingen.”

‘De afgelopen drie jaar ben ik echt voor de muziek gaan leven. Ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. Ik doe een vooropleiding aan het Conservatorium van Amsterdam, jazzpiano. In februari is de toelating dus ik ben nu keihard aan het blokken – tunnelfocus op die auditie. Met zo’n vooropleiding krijg je al een beetje een kijkje in het studentenleven. Er was een tijd dat ik op woensdag tot diep in de nacht naar jamsessies op het Leidseplein ging. Soms miste ik de trein en sliep ik in Amsterdam.

„Het stereotype muzikant is natuurlijk iemand die nauwelijks geld verdient. Als een optreden wordt gecanceld, heb je meteen geen inkomen. Ik zie mezelf daar in de toekomst wel een beetje mee struggelen. Bij mijn ouders is dat anders, zij zijn allebei jurist. Misschien ga ik later nog een studie doen die iets meer zekerheid verschaft. Time will tell. Nu ga ik gewoon lekker muziek maken. Je moet ook doen waar je gelukkig van wordt.

„De politiek volg ik nog niet zo lang, misschien een jaar, maar in die tijd is geen van de problemen in Nederland naar een oplossing toegeschoven. De vluchtelingencrisis, de huizencrisis, problemen met vergrijzing – het is nog steeds even erg. Ik heb het idee dat ze meer discussiëren over hóé je moet discussiëren dan over de inhoud. Dan zie je weer politici elkaar uitschelden of voor spion uitmaken of whatever. Ook wereldleiders vind ik in bepaalde opzichten superkinderachtig. Ga met elkaar aan tafel en bespreek álle mogelijkheden voordat je aan militaire opties gaat denken. Ga gewoon de discussie aan, stelletje sukkels.

„Ik neig erg naar de linkse kant, maar ik vind het belangrijk om ook naar de rechtse kant te kijken en met mensen die anders denken in gesprek te gaan. De woke jongeren zoeken nu de woke jongeren op, ook alle corpsballen die VVD stemmen…: iedereen blijft in z’n bubbel. In Amerika kun je als Democraat geen vrienden zijn met een Republikein. Wat stem je en wat voor werk doe je – dat is waar mensen hun oordeel over jou op baseren. Dat vind ik krankzinnig.”

‘In veel dingen ben ik nog een kind. Kloten op het werk ofzo, vind ik leuk om te doen. Water gooien naar collega’s. Maar als ik echt serieus moet zijn, dan kan ik ook wel serieus zijn. Ik woon bij mijn stiefvader en mijn moeder. Mijn vader woont in Helmond, maar daar heb ik geen contact meer mee. Vechtscheiding. Ja, gezeik.

„Ik zat op vmbo-kader. Daarna heb ik een half jaartje de vooropleiding tot militair gedaan. Dat vond ik niet leuk. Als ik iets niet interessant vind, sla ik automatisch niks op. Ik ben gestopt om een nieuwe opleiding te gaan volgen. Dat vond ik ook niet leuk. Toen heb ik allemaal dingen bedacht om school te vermijden. De vader van een vriendin heeft een glazenwassersbedrijf, daar werkte ik al, een bijbaan. Ik maakte een nep-mailadres aan van mijn moeder, om mezelf ziek te melden en dan ging ik werken. Ik ben nu een maand of vier klaar met een opleiding van tien weken, mbo niveau 2. Ik ben blij. Ik ben 38 uur per week aan het werk. En ik heb pas mijn rijbewijs. Ik rook ook, nu kan ik zelf sigaretten halen.

„Ik zie mijn vrienden iedere dag. We zijn met een groepje van zes, zeven. Mijn broer zit daar ook in. We gaan niet echt uit. Ik ben een liefhebber van hardcore. Ik houd er dan niet zo van om de hele avond in een blije tent te gaan staan. We gaan soms naar een hardcorefestival. Drugs heeft niemand van ons ooit uitgeprobeerd, omdat we daar bang voor zijn. Mijn broer was verslaafd. Hij is een paar maanden terug uit de kliniek. Daar heb ik echt wel heel veel moeite mee gehad, omdat hij bij mij op nummer één staat. Nu is onze relatie weer zoals het was: gewoon perfect. We kunnen samen kloten, serieus zijn, lachen, boos zijn.

„Als ik zie hoe verpest de jeugd is, weet ik niet of ik kinderen zou nemen. Ik zie hoeveel kinderen uit mijn omgeving dingen doen die niet de bedoeling zijn… Drugs gebruiken of dingen stelen. Via Snapchat kan je gewoon aan harddrugs komen. Ik maak me ook zorgen om de natuur. Overal waar een beetje plek is, bouwen ze meteen huizen door die overbevolking. Het is superzielig dat hier mensen komen uit oorlogen, maar heel Nederland wordt er meteen voor aan de kant gezet. Dat hoor ik op het nieuws. Met overbevolking en criminaliteit zal de politiek vast bezig zijn, maar ze krijgen het gewoon niet opgelost.

„Ik zal vast wel gaan stemmen. Kleine moeite. Ik neig nog helemaal niet naar een partij. Links of rechts heeft te maken met je land willen verbeteren, toch? Ik ga denk ik even praten met mijn moeder, die weet het wel. En mijn oma. Tja, die doet niks anders dan radio luisteren en boeken lezen, omdat ze met pensioen is.”

‘Mijn ouders gingen anderhalf jaar geleden uit elkaar. Ik dacht: ik ben zeventien, het komt wel goed, maar ik zat er toch meer mee dan ik dacht. Ik liet het niet zomaar merken, maar ik had een kort lontje enzo. Ik koos ervoor om bij mijn moeder te blijven wonen, zij had het zwaarder dan mijn vader vond ik. Het was zijn keus om te gaan.

„Ik sport veel. Ik weet niet waarom, dat is gewoon zo. Ik wil altijd winnen. Ik voetbal bij de dames. Ik kon het niet meer aan bij de jongens, ik ben niet groot en zij groeien hard. Ze moesten het maar accepteren dat ik in hun team zat. En ik was drie jaar aanvoerder, dan moeten ze wel luisteren. Ik loop stage op een school voor speciaal onderwijs met leerlingen van mijn leeftijd. De directeur vond mij wel jong. Maar de leerlingen hoeven mij niet voor de gek te houden. Ik weet niet of ik ga stemmen. Ik vind het niet interessant en heb er op school niks over meegekregen. Misschien moet ik me een keer verdiepen. Aan de ene kant denk ik: waarom zou ik mijn tijd eraan besteden. Aan de andere kant: het zal wel ergens goed voor zijn.”

‘Ik volg de politiek al een tijdje. In groep acht heb ik een spreekbeurt gehouden over Denk. We moesten een presentatie houden en iedereen deed het over z’n hobby of huisdier. Ik dacht: ik wil graag iets anders. Denk was een nieuwe partij en dat vond ik interessant: hé, waarom komen zij ineens in het nieuws?

„Vanaf toen hield ik de politiek steeds meer in de gaten. Je hebt zo’n app, Debat Direct, daarin kun je de agenda van de Kamer zien en live debatten kijken. Soms is er een onderwerp dat me aanspreekt, laatst bijvoorbeeld de enquêtecommissie over de Toeslagenaffaire. De gemeenteraad, de provincies en de Eerste Kamer volg ik ook. Het gaat me gewoon aan het hart. Het zijn mensen die over jou en mij en 17 miljoen andere Nederlanders beslissen. Hoe gaat dat dan? Wat doen ze daar?

„Ik ben islamitisch opgevoed. Mijn vader is Marokkaans, mijn moeder Nederlands. Ze is bekeerd toen ze zestien was. De islam is een stukje identiteit voor mij. De normaalste zaak van de wereld, eigenlijk: net zoals je naar de supermarkt gaat, bezoek ik een paar keer per week de moskee. Ik volg er les en ik zit in de activiteitencommissie. Het is echt een gemeenschap, heel warm. Het geloof hoort bij mij, net als Nederlander zijn, net als Marokkaans zijn. Van elke identiteit neem je iets mee.

„Je merkt dat er de afgelopen jaren, nou nee, decennia, een islamofobe sfeer heerst in Nederland. Niet vanuit iedereen, maar er is een bepaalde sfeer. Neem de NTA-onderzoeken van twee jaar geleden: een organisatie infiltreerde in opdracht van gemeentes in een aantal moskeeën. Dat is iets dat het vertrouwen van veel moslims heeft geschaad. Stel je voor: in jouw moskee – de plek waar je heel graag komt en jezelf wilt zijn – zijn een soort van spionnen. En ze worden betaald door de overheid.

„Het is een opeenstapeling van allerlei dingen. Algoritmes, bij DUO bijvoorbeeld, die op achtergrond selecteren. Of dat er nu weer een burgemeester is in Den Bosch die zegt: ‘Nee, de Marokkanen zijn het ergste probleem.’ Ik ga op Denk stemmen – de enige partij die zich regelmatig over dit soort kwesties uitspreekt, ook over de bezetting en onderdrukking in Palestina. Je ziet dat in Nederland met een dubbele maat wordt gemeten. Welk gevoel me dat geeft? Je mag er zijn, maar met mate. Want we controleren je wel.”

‘Ik ben in korte tijd heel veel veranderd, op een goede manier. Ik ben non-binair. Pas toen ik van Rotterdam naar Nijmegen ging, op kamers, kon ik mezelf zijn. Ik vind het hier veel opener. Misschien omdat het wat linkser is. Achteraf zie ik pas hoeveel gelukkiger ik nu ben. Ik durf veel meer, mijn nagels lakken en m’n haar verven, bijvoorbeeld. En ik spreek vaker met vrienden af.

„Er is natuurlijk best een kloof tussen links en rechts. Ik weet niet hoe erg dat is. Je merkt als je met mensen praat wat hun politieke standpunt is en of je je met hen kan verbinden. Ik zie me niet snel hele goede vrienden worden met iemand die PVV of FVD stemt. BIJ1 is voorzover ik weet de enige partij met non-binaire kandidaten. En ze besteden aandacht aan lhbtiq+-issues, en het klimaat. Dat spreekt me wel aan. Maar ik ga ook kijken naar GroenLinks-PvdA en SP.”

‘Ik vind het fijn om volgepland te zijn. Anders ga ik heel erg nadenken over alles. Ik wilde tandheelkunde studeren, maar werd niet toegelaten. Nu werk in de thuiszorg. En ik ben serieus bezig met bodybuilding.

„Ik vind het mooi naar iets toe te werken, en bij bodybuilding kan je echt zien hoeveel werk erin zit. En ik heb een eetstoornis gehad, dus hiermee laat ik ook zien dat ik hersteld ben en het aankan streng op mijn voeding te letten. Dat kwam door modellenwerk, dat ik deed vanaf mijn veertiende. Bij elke opdracht zeiden ze dat ik te dik was en moest afvallen.

„Wat ik van de politiek moet verwachten, weet ik niet echt. Ik heb stemwijzers ingevuld en twee keer kwam er 50Plus uit, was daar wel een beetje verbaasd over. Misschien omdat ik zie hoeveel mensen last hebben van bezuinigingen in de thuiszorg.”

‘Ik ben na vijf weken gestopt met mijn studie rechtsgeleerdheid en werk in een restaurant in de bediening. Ik doe er ook het onderhoud, zet tafels netjes in de olie. Ik vind het fijn als dingen goed geregeld zijn.

„Stemmen vind ik wel belangrijk. Ik ga kieswijzers invullen en soms kijk ik debatten, of de opnames uit de Tweede Kamer, op YouTube. Wat mij dan opvalt is dat er heel veel kritiek geuit wordt van partijen in de oppositie richting het kabinet. Dit is fout, en dit. Maar hoe het wel moet, komt er niet achteraan.”

Om een antwoord te vinden op die vraag spraken de auteurs van dit artikel achttien achttienjarigen uit heel Nederland. We interviewden acht meiden, negen jongens en een non-binair persoon, afkomstig uit steden en dorpen in bijna alle provincies. We streefden naar verscheidenheid in culturele achtergrond en opleidingsniveau. Het merendeel van de jongeren spraken we in persoon, een aantal via videoverbinding. Het contact werd bijvoorbeeld via hun school of stageplek gelegd. Anderen interviewden we op straat of in het winkelcentrum.

U kunt ons via dit formulier informeren over taalfouten of feitelijke onjuistheden, dat stellen wij zeer op prijs. Berichten over andere zaken worden niet gelezen.

Source: NRC

Previous

Next