Het Nederlandse kweekvleesbedrijf Meatable opende donderdag de deuren van zijn nieuwe locatie in Leiden, inclusief laboratorium. Negentig mensen werken er aan kweekvlees, waar ze geen hap van mogen nemen.
De gloednieuwe Leidse productiefaciliteit van kweekvleesbedrijf Meatable heeft een keuken, maar kweekvlees wordt er nog niet klaargemaakt. Zelfs een klein stukje proeven is in Nederland verboden. In mei moest de directie van de start-up dertien uur naar Singapore vliegen om het eigen product voor het eerst te proeven. Daar mag het al wel. En dus liggen er donderdag, bij de opening van de nieuwe ontwikkelingsfaciliteit van Meatable op het Leiden Bio Science Park, doodgewone vegaworstjes in de pan.
De onderneming, die negentig medewerkers telt, heeft er ruim 3.300 vierkante meter kantoor- en labruimte bemachtigd. Een verdubbeling ten opzichte van de vorige locatie in Delft.
Sinds de oprichting, vijf jaar geleden, heeft Meatable 85 miljoen euro opgehaald. Onder meer Invest-NL, dat wordt gefinancierd door de Nederlandse overheid, en chemieconcern DSM staken er geld in. De eerste producten, worstjes en dumplings die half uit gekweekt varkensvlees bestaan en half plantaardig zijn, zijn klaar voor de markt. Donderdagochtend heeft het bedrijf net de benodigde documentatie ingediend bij de Singaporese toezichthouder, in de verwachting als tweede kweekvleesproducent te mogen verkopen in de stadstaat.
Over de auteur
Niels Waarlo is economieverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft onder meer over duurzaamheid en de circulaire economie.
Meatable wacht intussen met smart op toestemming van Nederland om proeverijen te mogen organiseren, zodat de medewerkers in Leiden zelf kunnen testen of het een beetje smaakt. Uiterlijk begin volgend jaar is het zo ver, hoopt het bedrijf. Het kan nog jaren duren voordat kweekvlees in de Europese Unie de markt op mag.
Toch blijft Nederland voorlopig de thuisbasis. Wil de start-up de komende jaren overleven en betaalbaar kweekvlees in de schappen leggen als diervriendelijk alternatief, dan is stap voor stap opschalen het devies. In een van de labs staat een roestvrijstalen vat van 30 liter, waarin binnenkort minuscule klompjes cellen zullen dwarrelen in bruingele vloeistof. Een vat van 250 liter, dat op dit moment in Spanje in elkaar wordt gezet, moet begin volgend jaar naar Leiden komen, zegt Daan Luining, medeoprichter en cto. Uiteindelijk moeten er fabrieken komen met vaten van maar liefst 10.000 liter.
Tot die tijd is het in Leiden pielen met groeitemperaturen, roersnelheden en de verhoudingen van verschillende voedingsstoffen in het medium waarin de vleesklompjes groeien, op jacht naar een telkens iets betere balans om cellen te laten groeien. Dit gebeurt in de laboratoria, waar medewerkers in de weer zijn met pipetjes en petrischaaltjes, en waar cellen ronddrijven in plastic en glazen vaten met geelbruine vloeistof.
Die cellen zijn opgekweekt van stamcellen van varkens en runderen uit Engeland, opgeslagen in vloeibaar stikstof. Daarmee kan Meatable eindeloos blijven kweken, zegt Luining. Zo bleek tijdens het opkweekproces van vet- en spiercellen uit stamcellen van varkens 38,5 graden de ideale temperatuur, vertelt hij, wijzend op een warmhoudkast. ‘Daar moesten we aan het begin achter komen. Dat is precies de lichaamstemperatuur van varkens.’
Vet- en spiercellen worden apart gekweekt en uiteindelijk door elkaar gemengd tot een gehaktachtige massa die, claimt Luining, in de mond sterk aanvoelt als gewoon vlees. Een gekweekte hazenrugfilet of biefstuk is een ander verhaal: wanneer die ‘heilige graal’ wordt bereikt, durft hij niet te zeggen.
Dat Meatable nog altijd forse investeringen binnenhaalt, ondanks de relatief moeilijke economische tijden, geeft aan dat het wordt gezien als een bedrijf dat toekomst kan hebben, zegt Thijs Geijer, sectoreconoom voedsel en landbouw bij ING. Al zijn er nog obstakels. ‘Ik denk dat kweekvlees een succes kan worden, mits het aan een aantal criteria voldoet.’
Uiteraard moet het qua prijs en smaak kunnen concurreren met gewoon vlees, zegt hij. Daarnaast is nog niet bewezen dat het, naast diervriendelijk, ook duurzaam is. Zo blijkt uit een studie van CE Delft dat kweekvlees klimaatvriendelijker kán zijn dan traditioneel vlees, mits het proces energie-efficiënter wordt ingericht dan nu. ‘Als ze dat niet waarmaken, wordt het marktpotentieel kleiner. Dan zal het een punt worden dat de vleessector graag gebruikt in zijn lobby.’
Uit verschillende onderzoeken blijkt dat enkele tientallen procenten van de bevolking open zegt te staan voor kweekvlees. Daar kunnen bedrijven als Meatable voorlopig ruimschoots mee vooruit, zegt Geijer. Zo produceerde de EU vorig jaar meer dan 40 miljoen ton vlees. ‘Zelfs als je daar maar 1 procent van zou willen vervangen, heb je een enorme capaciteit nodig. We kunnen niet verwachten dat kweekvlees de komende jaren een groot deel van het traditionele vlees kan vervangen.’
Source: Volkskrant