Home

‘Laat een stilte vallen’, ‘gebruik nooit het woord dom’ en nog 26 etiquetteregels voor een politiek gesprek

Hoe hoort het en wat spreken we af? In deze onregelmatige serie doen auteurs een voorzet voor nieuwe etiquetteregels op veelal onontgonnen terreinen. Dit keer stelt journalist Esma Linnemann 28 regels voor die een gesprek over politiek vredig laten verlopen. ‘Het politieke brein is verre van rationeel.’

Soms is het verstandiger om niet over politiek te praten. Bijvoorbeeld als je in een baan rond de aarde zweeft, en er zich 400 kilometer onder je voeten een oorlog voltrekt.

In de ruimte is geen plek voor discussie of debat. Zeker niet op het ISS, het grootste laboratorium in de ruimte waar Russische en Amerikaanse astronauten genoodzaakt zijn om samen te werken. In de ruimte kun je nergens heen als zo’n debat uit de hand loopt, je kunt hoogstens passief-agressief wegzweven naar je eigen compartiment. Ruimtevaarders zijn bovendien afhankelijk van elkaar: ze drinken bij gebrek aan water zelfs elkaars gerecyclede urine. En dus geldt de regel: niet praten over gevoelige onderwerpen. Niet over seks, of geloof. En zeker niet over politiek.

En als het echt niet anders kan, dan houden de astronauten zo’n gesprek ultrakort. ESA-astronaut Matthias Maurer vertelde tijdens een persconferentie hoe hij en zijn collega’s tot hun grote shock getuige waren van de Russische invasie in Oekraïne; door het viervoudige glas van het ruimtestation zagen ze rookkolommen boven Marioepol en lichtflitsen boven Kiev. Maurer: ‘We hebben de kwestie zeer snel en proactief ter sprake gebracht. We waren het er alle zes, zeven meteen over eens dat het een vreselijke situatie is.’

Op aarde gedragen we ons steeds vaker als astronauten. We gaan moeilijke of frustrerende gesprekken over politiek uit de weg. In de diep verdeelde Verenigde Staten praat bijna de helft van alle Amerikanen niet meer over politiek met vrienden en familie, bleek uit onderzoek uit 2020 van het opinieonderzoeksbureau Pew Research Center. Discussiëren over Israël, migratie of corona: het is zo stressvol dat de meeste Amerikanen liever de kaken op elkaar houden.

Ook in Nederland kiezen mensen er voor om politieke kwesties uit de weg te gaan op een verjaardag of een bedrijfsborrel, blijkt uit een vorig jaar uitgebracht rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Te veel kans op gedonder, ongezelligheid, op ruzie. Discussiëren over politiek verloopt nou eenmaal niet zo gestroomlijnd als tv-debatten tussen lijsttrekkers. We kunnen vaak niet bogen op de jarenlange ervaring van Frans Timmermans of de dossierkennis van Pieter Omtzigt.

Bij gebrek aan spindoctors en tekstschrijvers voelt praten over politiek kwetsbaar, en soms ronduit onveilig. Driekwart van de Nederlanders maakt zich daarbij zorgen over polarisatie, blijkt uit datzelfde SCP-rapport. De toon van het debat, de tegenstellingen die groter lijken te worden: het noopt steeds meer Nederlanders ertoe in hun eigen bubbel rond te dobberen en discussies geheel te vermijden.

Dit conflictvermijdende gedrag is begrijpelijk, maar een samenleving waarin niet meer wordt geluisterd naar politieke tegenstanders, is een samenleving in gevaar. ‘Democratie is frustrerend, soms doodvermoeiend’, zegt de Amerikaanse universitair hoofddocent politicologie Timothy Dale via een Zoom-verbinding vanuit zijn werkkamer in La Crosse, Wisconsin. ‘Wat politieke gesprekken extra beladen maakt, is dat politiek raakt aan onze identiteit.’ Praten over politiek, zo stelt Dale, is praten over wie je bent, en waar je ten diepste in gelooft. ‘Maar als we geen ideeën meer uitwisselen, worden die ideeën ook niet op de proef gesteld. We verharden zo in onze eigen opvattingen.’

In zijn TED-talk How to talk politics and keep friends (2018) legt Dale uit hoe dat moet: een beetje zinvol politieke ideeën uitwisselen. Het draait volgens hem allemaal om wederkerigheid en respect. Maar, geeft hij toe, de wereld is een stuk complexer geworden sinds zijn TED-Talk. ‘Mensen zeggen vaak dat desinformatie het politieke debat vervuilt, maar politieke manipulatie is van alle tijden. Waar ik me zorgen over maak, is toegenomen confirmation bias, de neiging om alleen informatie tot je te nemen die aansluit bij je bestaande overtuigingen. Sociale media versterken dat mechanisme via algoritmen en echokamers. Het leidt tot extremisme: mensen gaan steeds meer hechten aan hun eigen gelijk, en zijn minder tolerant ten opzichte van tegengestelde meningen. Terwijl: de oplossingen voor grote politieke vraagstukken liggen altijd in het midden, ergens tussen jouw mening en een extreme variant daarvan.’

‘Nederland is een land van plooien en schikken’, zegt PvdA-politicus en voormalig Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet aan de telefoon. ‘Wij zijn van oudsher in staat geweest er samen uit te komen.’ Maar dat poldermodel staat onder druk, onder meer door sociale media. ‘Ik liet als Kamervoorzitter nog weleens hele Twitterconversaties uitprinten, om te weten wat er speelde rond een debat of tussen Kamerleden. Maar daar was al snel geen beginnen meer aan.’

Ook Verbeet benadrukt de waarde van gesprekken over politieke thema’s, al zijn ze soms pijnlijk of moeilijk. ‘Natuurlijk kun je als familie of vriendengroep wel besluiten om een bepaald onderwerp niet meer te bespreken, of om een paar spelregels op te stellen. Het belangrijkste is dat je echt openstaat voor de mening van anderen, dat je vraagt en doorvraagt.’

Misschien zou iedere Nederlander in de leer moeten bij de Amsterdamse raadsleden Itay Garmy (Volt) en Sheher Khan (Denk). Garmy woonde in Israël en heeft daar familie en vrienden, Khan is uitgesproken pro-Palestina. Maar toen de oorlog tussen Israël en Hamas uitbrak, zochten zij elkaar op, en ze proberen bij hun eigen achterban begrip te kweken voor elkaars standpunten. Ze delen een diep respect voor mensenlevens, en een verlangen naar vrede. Sheher Khan: ‘Mensen uit mijn omgeving zeggen: heul je nou met de vijand? Maar de enige manier om elkaar te begrijpen, is om te blijven praten.’

Volt-raadslid Itay Garmy: ‘Dat is soms ontzettend moeilijk, vooral omdat ik de druk van mijn achterban voel en ik grote moeite heb met de houding van de landelijke afdeling van Denk. Maar tegelijkertijd weet ik dat ik mezelf kan zijn bij Sheher. Wij hebben geleerd met elkaar te praten over de situatie in Gaza en Israël, zonder elkaar te willen overtuigen.’

Wat kunnen we van deze twee mannen leren? En wat zijn de do’s en don’ts van een oprecht gesprek over politiek? Voor deze etiquette spraken we met wetenschappers en oud-politici, bekeken we TED-talks, luisterden we naar podcasts, en lazen we boeken en artikelen over de kunst van de politieke conversatie. Het resultaat: 28 regels, gericht op het begin, het midden en het einde van een politieke discussie.

Stel, je bent op een familieverjaardag, en je hoort de vriend van je nicht praten over ‘de totale waanzin van klimaatbeleid’, en hoe hij niet van plan is om te stoppen met vlees eten, of vliegen, alleen maar omdat die klimaatdrammers als Rob Jetten of Frans Timmermans dat willen. En stel, jij bent juist overgestapt op de vegetarische maaltijdbox van HelloFresh. Je voelt je hart kloppen in je keel, je wilt die vriend overtuigen van het belang om duurzame keuzes te maken. Hoogleraar Timothy Dale: ‘Mensen veranderen niet in één gesprek van mening. Je moet ook eigenlijk niet willen overtuigen, of erop uit zijn om ‘de discussie te winnen’. Maar je kunt jezelf wel een ander doel stellen.’ Zo’n doel kan zijn: deze vriend beter begrijpen, of proberen je eigen gedachten over dit onderwerp helder te formuleren, en met die vriend zoeken naar een consensus.

Bedenk heel goed wie je tegenover je hebt, en welk taalgebruik en welke argumenten het effectiefst zijn. Denk-raadslid Sheher Khan: ‘Racisme is voor mij een belangrijk thema. Met VVD’ers zal ik eerder beginnen over individuele ervaringen met discriminatie, zoals arbeidsmarktdiscriminatie. Dat spreekt liberalen meer aan dan het gevoel van tweederangsburgerschap, dat wel meteen wordt begrepen door onze achterban in Nieuw-West.’ Bastiaan Rutjens, sociaal psycholoog aan de UvA en gespecialiseerd in wetenschapsscepsis: ‘Met een conservatieve gesprekspartner heeft het wellicht niet zoveel zin om te prediken dat je geen vlees moet eten. Je kunt dan beter je argumenten plooien naar een traditionele natuurbeleving en zeggen: ‘Zou het niet mooi zijn als we terug konden naar de mooie natuur van vroeger?’

Machtsverhoudingen doen ertoe in een politieke discussie of gesprek. Tegen je tienerzoon sla je een voorzichtiger toon aan dan tegen een studievriend van wie je evenveel ervaring en kennis kunt verwachten. Ben je iemands baas of leidinggevende? Dan kan het zijn dat die ander zich minder vrij voelt om tegen jou in te gaan, en is het al helemaal onverstandig om je stem te verheffen (zie alle publicaties over grensoverschrijdend gedrag). Probeer ook na te gaan welke maatschappelijke positie je gesprekspartner heeft ten opzichte van jou. Daarbij is de regel: hoe machtiger jij bent, of hoe hoger je staat op de sociaaleconomische ladder, des te hoffelijker gedraag jij je naar de ander.

Je staat met Bart van de salesafdeling te praten over het verkiezingsthema bestaanszekerheid, en Bart zegt dat mensen in armoede vaak slecht met hun geld omgaan en niet willen werken voor hun geld. Misschien denk je: wat een egoïstische zak ben je toch eigenlijk, Bart, met je dikke BMW. Maar Bart heeft hier langer over nagedacht, misschien is een van zijn kernwaarden zelfredzaamheid. Timothy Dale: ‘De enige manier om een diepgaand gesprek te voeren, is ervan uitgaan dat je gesprekspartner goede bedoelingen heeft, en op een oprechte manier tot een mening is gekomen.’ Dat geldt vaak ook voor mensen met radicale opvattingen. Sociaal psycholoog Bastiaan Rutjens: ‘Mensen die er complottheorieën op na houden, kunnen een oprechte zorg hebben over de macht van de farmaceutische industrie, of het overmatig ingrijpen van de overheid.’ Als je iemand beter wilt begrijpen (en stiekem ook wilt overtuigen) dan is je belangrijkste taak veel vragen stellen: welke ervaringen en inzichten hebben geleid tot deze opvatting?

Niets kan de spanning van een politieke conversatie zo opdrijven als meeluisterend publiek. Dat kan leuke spanning zijn; als de groep op elkaar is ingespeeld, als er voldoende intimiteit en vertrouwen is om elkaar de maat te nemen ten overstaan van de hele familie of vriendengroep. Maar als je lijnrecht tegenover elkaar staat in een gevoelig dossier, kunnen omstanders de kloof onnodig vergroten. Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven: ‘Ik zie dat in mijn praktijk gebeuren met stellen die in bijzijn van anderen een discussie aangaan. Ze trekken andere familieleden of vrienden in een kamp, maar zo ontstaat er soms alleen maar meer frictie. En soms zijn mensen uit op escalatie. Die denken: we gaan eens even lekker hard debatteren. Maar dat is een riskante aanpak in een groep.’ Bedenk voorafgaand aan het gesprek: hoe gevoelig is dit onderwerp? Kun je je afzonderen op deze borrel, en een privégesprek houden?

Een uitvaart leent zich niet voor een debat over de kwaliteiten van Caroline van der Plas, omdat niemand emotioneel in staat is om aan iemand anders te denken dan de persoon die zojuist is begraven of gecremeerd. Mocht iemand bij een wake of crematie toch beginnen over politiek, wimpel hem of haar dan vriendelijk af met: ‘Ik praat hier graag een ander keertje verder over.’ Ook bij een vve-vergadering of een paintball-uitje met nieuwe collega’s is voorzichtigheid geboden: mensen zijn vaak met andere zaken bezig, de sociale verhoudingen zijn nog niet uitgekristalliseerd. Hoe hechter de band is tussen jou en je gesprekspartner en hoe informeler de setting, des te meer kans van slagen heeft zo’n gesprek.

Voor de taaie discussies kan het soms een goed idee zijn te kiezen voor een plek of setting waarbij je elkaar niet voortdurend hoeft aan te kijken. Oud-politicus Klaas Dijkhoff (VVD), die de Podimo-podcast Dijkhoff & Segers maakt met voormalig ChristenUnie-voorman Gert-Jan Segers: ‘Het is misschien iets van mannen, maar ik staar graag in het haardvuur als ik politieke gesprekken voer. Het geeft je een beetje rust, zeker met een goed glas erbij.’ Heb je geen open haard? Ga dan wandelen, dat zorgt voor ontspanning, de beweging helpt ook nog eens creatiever te denken.

Niet alle digitale communicatie werkt polariserend. ‘WhatsApp kan soms een goed middel zijn om politieke gesprekken te voeren’, zegt Susan Vermeer, communicatiewetenschapper aan de Wageningen University & Research (WUR). Zij voerde een experiment uit onder jongeren, die in WhatsAppgroepen moesten praten over politiek. ‘In tegenstelling tot een face-to-facegesprek krijg je via WhatsApp de tijd om een antwoord te formuleren. Dat bleken de deelnemers prettig te vinden, en die rust versterkte hun lerend vermogen.’ Wel belangrijk: de WhatsAppgroep moet bestaan uit mensen die elkaar goed kennen en vertrouwen. En een groepsgesprek over Gaza werkt minder goed met tantes en ooms die minder vaardig zijn met hun telefoon.

Vraag niet rechtstreeks naar de politieke voorkeur van mensen met wie je geen vertrouwensband hebt, en doe dat al helemaal niet aan het begin van een gesprek; het getuigt niet van interesse, want mensen vallen nooit helemaal samen met hun politieke voorkeur. Gerdi Verbeet: ‘Er zijn natuurlijk wel subtiele manieren, zoals vragen: ‘Bent u er al uit wat u gaat stemmen?’

Niets is zo irritant als iemand die het gesprek begint met een aanname: ‘Jij bent toch zo’n feminist, dan ben jij vast voor een vrouwenquotum?’ Of: ‘Ik zie jou lekker smikkelen van die leverworst, jij geeft zeker niets om dierenleed?’ Probeer vooroordelen zoveel mogelijk te onderdrukken, en stel open vragen: ‘Vind jij dat er beleid moet worden gevoerd om meer vrouwen aan de top te krijgen?’ Of: ‘Wat zijn eigenlijk jouw gedachten over de bio-industrie?’

Een grote valkuil: je gesprekspartner is nog niet uitgesproken, of jij hebt je snedige tegenwerping al klaar. Die heb je bedacht terwijl die ander nog aan het woord was. Klaas Dijkhoff: ‘Begin niet meteen met: ‘Ja, maar’, zodra je gesprekspartner is uitgepraat. Het geeft de ander het idee dat je alleen maar hebt zitten wachten totdat jij aan de beurt bent om jouw punt te scoren.’ Tips om beter te luisteren, en minder bezig te zijn met je eigen antwoord: stel je oordeel uit als de ander praat (onderdruk dus een gedachte als: ‘Wat klets je toch enorm uit je nek’), visualiseer wat de ander zegt, focus je op lichaamstaal.

De simpelste tip om je luistervaardigheid op te krikken: laat een stilte vallen. Dan kun je beter verwerken wat je zojuist hebt gehoord, en stel je de ander in staat om zichzelf te relativeren of openhartiger te worden – journalisten kennen deze magische bijwerking van stilte maar al te goed.

Klaas Dijkhoff: ‘In het programma First Dates vragen de deelnemers soms dingen aan elkaar, zoals: ‘Houd jij ook van lekker eten?’ Dat kun je gek vinden, maar het is juist dat spel van kleine overeenkomsten zoeken, waardoor toenadering ontstaat. Toen ik voor het eerst met Gert-Jan Segers in gesprek ging, ontdekte ik al snel dat we beiden PSV-fan zijn, dat wekt vertrouwen. Ga zo snel mogelijk op zoek naar zo’n gemene deler.’ Volt-raadslid Itay Garmy: ‘Ik en Sheher staan inhoudelijk heel anders in het conflict tussen Israël en Hamas. Ik ben ook nog eens persoonlijk betrokken bij dat conflict. Maar wat Sheher en ik delen, is dat we beiden een migratieachtergrond hebben, we kennen de struggles van opgroeien in een andere cultuur.’

Misschien een schoolse gesprekstechniek, maar hij doet wonderen: herhaal wat hij of zij heeft gezegd. En gebruik die herhaling niet om kritiek te leveren. Zeg niet: ‘Dus jij zegt dat mensenrechten er niet toe doen in Gaza?’ of: ‘Dus jij vindt iedereen die kritiek heeft op diversiteitsbeleid een racist?’ Jean-Pierre van de Ven: ‘Als je vraagt: ‘Heb ik goed begrepen, dat jij X vindt, en daarop Y voorstelt?’ neem je iemand serieus. Maar je doet alles teniet als die samenvatting een aanval is, er moet geen oordeel in zitten.’

Niets zo verfrissend en opbouwend als toegeven dat je gesprekspartner een uitstekend punt heeft. Gerdi Verbeet: ‘Ik kan me een debat herinneren tussen Agnes Kant en toenmalig minister van Volksgezondheid Ab Klink. Het ging over een vrouw met een verstandelijke beperking, die in een ggz-instelling langere tijd vastgebonden was geweest. Kant trok fel van leer: dit was mensonterend, dit mocht nooit meer gebeuren. Toen Ab Klink het woord kreeg, zei hij: ‘Het is inderdaad een enorme schande.’ Agnes Kant was helemaal van haar stuk, ze had niet verwacht direct gelijk te krijgen. Iemand gelijk geven haalt veel spanning uit een debat. Dat hoeft niet te betekenen dat je het volledig met elkaar eens bent over de oplossingen.’

Het klinkt contra-intuïtief, maar feiten zijn minder belangrijk dan je denkt in een politieke discussie. Politiek gaat over gevoelens en emoties, over kernwaarden, het politieke brein is verre van rationeel, en voedt zich vaak met kennis die het eigen gelijk versterkt. Wees dus spaarzaam met cijfers, taartdiagrammen en jaartallen. Ze zijn lang niet zo overtuigend als je zelf denkt, en voor de ander vaak oncontroleerbaar.

Timing is alles, zegt relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven. ‘Feiten overtuigen niet, als de ander niet luistert. Je gaat iemand pas bereid vinden te luisteren, als je dat zelf ook uitvoerig hebt gedaan.’ Klaas Dijkhoff: ‘Mensen denken ten onrechte: als ik hem of haar maar meteen op de feiten wijs, dan komt het goed. Maar zo werkt het niet. Ga pas je feiten en argumenten opsommen, als je voelt dat je een ingang hebt bij die ander.’

Ben jij eigenlijk wel deskundig? Als je met het grootste gemak conclusies trekt over de stikstofcrisis of de Gazastrook, kan dat een teken zijn dat je er eigenlijk niet genoeg van afweet. Bastiaan Rutjens: ‘Hoe minder kennis je hebt over een onderwerp, hoe groter de kans dat je je kennis overschat. En hoe meer je weet, hoe meer je inziet hoe complex de materie is, dat noemen we het dunning-krugereffect.’ Ga bij jezelf na: waar komt dat blakende zelfvertrouwen eigenlijk vandaan? En als je gesprekspartner veel meer dossierkennis heeft, is het dan niet interessanter om hem of haar eerst uit te horen, voordat je je eigen mening spuit?

Het kan soms enorm helpen om je persoonlijke ervaringen te delen. Volt-raadslid Itay Garmy: ‘Een van de manieren waarop ik voorkom dat ik word gezien als een geradicaliseerde jood, is door te vertellen hoe de oorlog mij persoonlijk raakt. Iedereen kan zich voorstellen hoe het moet voelen om je zorgen te maken over de veiligheid van je familieleden.’

Maar er zijn wel valkuilen: je kunt het gesprek (vooral met lange anekdotes) onbedoeld te veel naar je toe trekken. Als je een zeer persoonlijke ervaring deelt, dan kan de ander zich bezwaard voelen om tegen je in te gaan.

Een politieke overtuigingstechniek uit de Verenigde Staten die ook handvatten biedt voor huis-tuin-en-keukengesprekken is deep canvassing. Deze methode ontstond in het Los Angeles LGBT Center, waar medewerkers huis aan huis gingen, en tegenstanders van het homohuwelijk lang en empathisch interviewden om zo hun drijfveren beter te begrijpen. In die gesprekken deelden de medewerkers gaandeweg ook hun eigen ervaringen. Wat bleek? De tegenstanders dachten daarna milder over het homohuwelijk, en veranderden zelfs van gedachten. Deep canvassing is sindsdien meermaals getest, en bewezen. Het belangrijkste inzicht: persoonlijke ontboezemingen hebben zin, maar alleen als je bereid bent om eerst lang en oordeelloos te luisteren naar de ander.

Op sociale media wordt vaak kwistig gestrooid met termen als ‘oerdom’, ‘debiel’. Maar politieke standpunten en overtuigingen hebben over het algemeen niets te maken met intelligentie. Bastiaan Rutjens: ‘Er is bijvoorbeeld bijzonder weinig bewijs dat complotdenken correleert met opleidingsniveau of kennis. Je hebt intelligente en minder slimme complotdenkers.’ Hetzelfde geldt voor de verschillende posities op het politieke spectrum: er bestaat niet zoiets als domrechts (of slimlinks). Klaas Dijkhoff: ‘Politieke standpunten hebben niets te maken met intelligentie en slimme mensen zijn alleen maar eloquenter in ernaast zitten.’

Een Kamerdebat eind oktober tussen Sylvana Simons en Joost Eerdmans liep dermate uit de hand dat Simons een soort onderhandse middelvinger opstak. Niet fraai, zeker niet in de Kamer, maar volgens Klaas Dijkhoff moeten we daar niet te zwaar aan tillen. ‘Ach, ik heb ook weleens die behoefte gevoeld. In dit debat werden Simons’ woorden dermate verdraaid dat ik die frustratie wel snap.’

Eigenlijk is het simpel: als jouw gesprekspartner rood aanloopt van woede, wil weglopen, als tranen opkomen of hij of zij de frustratie niet meer de baas is, en allerlei gebaren maakt, dan gaat er iets niet goed, en heb jij daar óók een verantwoordelijkheid in. Relatietherapeut Jean-Pierre van de Ven: ‘Sommige mensen denken dat ze aan het winnen zijn, als de ander verhit raakt. Maar je hebt de ander helemaal niet overtuigd, maar slechts geïrriteerd, gekwetst of beledigd.’

Andersom is het geen zwaktebod om te vertellen dat je van slag bent, of verdrietig. Het kan die ander ook helpen om de juiste toon te vinden in het gesprek. Gerdi Verbeet: ‘In een Kamerdebat over abortus stelde voormalig SGP-leider Bas van der Vlies dat vrouwen te lichtvaardig kozen voor het afbreken van hun zwangerschap. In die tijd werd vaak gesuggereerd dat vrouwen voor abortus zouden kiezen omdat ze op skivakantie wilden. Ik heb toen na afloop tegen Bas gezegd: ‘Het raakt me echt als je zo praat over vrouwen die deze zware beslissing nemen.’ Hij reageerde door te zeggen: ‘Dat spijt me, ik zal er voortaan rekening mee houden.’

We zijn niet allemaal zo geduldig en vergevingsgezind als Desmond Tutu. En ook deze Zuid-Afrikaanse aartsbisschop kende zijn ondergrens, bijvoorbeeld als het aankwam op lhbti-rechten, getuige zijn fameuze woorden: ‘Ik ga liever naar de hel, dan dat ik een homofobe god moet aanbidden.’ Belangrijk in een politiek gesprek is om van jezelf te weten wanneer je niet verder wilt of kunt praten. Sheher Khan: ‘Ik kan niet met iemand in gesprek die mijn bestaan ontkent, en dat van andere moslims.’ Gerdi Verbeet: ‘Als mensen beginnen over een ‘nepparlement’, als ze geen respect hebben voor democratische instituten, dan trek ik een grens. Overigens hoeft daarmee het gesprek niet te eindigen, je kunt na een ferme streep in het zand best doorpraten.’

In de oorlogsklassieker De Kunst van het oorlogvoeren stelt de Chinese militair Sun-Tzu: ‘Als je een leger omsingelt, laat dan een uitgang vrij. Zet een wanhopige vijand niet te hard onder druk’. Dat geldt ook voor je familieleden, vrienden, collega’s en buren tegen het einde van een politieke discussie. Maak het mensen makkelijker om zonder gezichtsverlies het gesprek te beëindigen. Dat kan door jezelf te relativeren met woorden als: ‘Ik weet het ook niet precies.’ Dijkhoff: ‘Soms kan het helpen om te zeggen: ‘Volgens mij hebben we beiden heel erg ons best gedaan in dit gesprek, maar nu kunnen we onze energie beter in iets anders steken.’

Niemand raakt in één gesprek volledig overtuigd van de standpunten van een ander. Maar het is wel winst als jouw gesprekspartner zegt: ‘Ik ga me nog eens verdiepen in wat je zei.’ Ook winst: als je op bepaalde punten gelijk krijgt. Of als iemand net doet alsof-ie helemaal op eigen kracht tot nieuwe inzichten is gekomen. Klaas Dijkhoff: ‘Als ik van mening verander, dan is dat omdat ik nieuwe inzichten heb gekregen, of omdat de omstandigheden zijn veranderd. Waarschijnlijk is dat niet zo, maar dat maak ik mezelf wijs om niet te hoeven zeggen dat ik er eerst naast zat. Die illusie mag je jezelf best gunnen, en de ander ook.’

Wees wederkerig, vooral als je nog eens in gesprek wilt met iemand. Vertel op welke manier jij ook iets hebt geleerd, of opgestoken van deze discussie.

Tot slot is er niets dapperder (en menselijker) dan van gedachten veranderen. Gerdi Verbeet: ‘Ik zag de samenwerking tussen de PvdA en GroenLinks aanvankelijk niet zitten, maar ik heb me laten overtuigen door de jongeren in de partij, de energie die het losmaakte. Dat neemt niet weg dat ik nog steeds bezorgd ben over of deze stap de juiste is.’ Hoogleraar Timothy Dale: ‘Een politieke conversatie krijgt pas diepgang en glans als je bereid bent overtuigd te worden door die ander. Het vervelende is dat mensen juist worden geprezen om hun rechtlijnigheid.’ Bastiaan Rutjens: ‘Eigenlijk moet je proberen te denken als een wetenschapper: die is altijd bereid om te accepteren dat iets tóch anders zit dan je dacht.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next