Home

Langs de Libanese grens zijn Israëlische hotels leeg en dorpen verlaten, maar gaat het gewone leven door

In de Israëlische stad Nahariya, net buiten de ontruimde zone bij de grens met Libanon, zijn hotels leeg. Veel inwoners van de omringende dorpen zijn vertrokken. Raketten van Hezbollah maken het leven er onmogelijk. Maar van paniek of angst is weinig te merken.

Daar is Libanon, voorbij de witte huizen van het stadje Shlomi, 1.800 meter hemelsbreed hiervandaan, een stukje de heuvel op. Bovenaan is de grens. Rechts kringelt de muur omhoog die Israël langs de bergweg heeft gebouwd om het autoverkeer tussen Shlomi en de naastgelegen kibboets, Hanita, te beschermen.

Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.

Belangrijker nog, in deze tijden van oorlog in Gaza en oplopende spanning aan de Israëlische noordgrens: daar, aan de andere kant van de heuvel, zit Hezbollah. Vanachter de grens vuurt de sjiitische Libanese beweging sinds het begin van de Gazaoorlog raketten en artillerie af op Israël, met toenemende frequentie en vuurkracht.

Het Israëlische leger betaalt met gepaste munt, en de vraag is of de beschietingen over en weer weldra een omslagpunt zullen bereiken. In dat geval kan de Derde Libanonoorlog in de boeken worden bijgeschreven, na eerdere conflicten in 1982 en 2006. Hezbollah noch Israël lijkt er echt op uit te zijn, maar de logica van de oorlog kent zo zijn eigen dynamiek.

De strook van 9 kilometer langs de grens staat in Israël bekend als Noordelijke Conflictzone. In het buitenste deel, tot 3 kilometer van de grens, zijn alle dorpen al kort na 7 oktober ontruimd. Shlomi is leeg, Hanita is leeg, een stuk of vijftig andere dorpen en kibboetsen langs de Libanees-Israëlische grens zijn leeg.

Op regeringskosten zijn de inwoners ondergebracht in hotels elders in Israël. Hun huizen staan immers in de ‘nulsecondenzone’, waar mensen na het luchtalarm nul seconden hebben om een schuilkelder op te zoeken voor een raket inslaat. In de naastgelegen strook, 3 tot 9 kilometer van de grens, zijn veel inwoners op eigen houtje weggegaan, zonder dat de autoriteiten daartoe nadrukkelijk hebben opgeroepen. Dit gebied geldt als riskant: de tiensecondenzone.

Op de wegen rond de verlaten dorpen is niet alle autoverkeer verdwenen, blijkt ter plekke. Leden van de burgerwachten blijven paraat en vrijwilligers zorgen dat de boerderijen niet verpieteren. De koeien worden gemolken, de kippen gevoerd en de oogst binnengehaald – het is avocadotijd. De circa zevenduizend evacués moeten straks de draad weer kunnen oppakken.

Maar van spoedige terugkeer is geen sprake, zegt Moshe Davidovitch (56), voorzitter van het Noordelijke Conflictzone Forum, het samenwerkingsorgaan van de lokale autoriteiten in het grensgebied. ‘Eerst moet het gevaar van Hezbollah zijn geweken’, zegt hij. ‘Daar moet het Israëlische leger voor zorgen.’

Hoe? Moet Hezbollah net als Hamas worden vernietigd? Dat zal niet gaan, beseft Davidovitch donders goed. Hezbollah heeft een krijgsmacht van zo’n honderdduizend strijders, sterker dan het Libanese leger. Liever gebruikt hij het woord ‘afschrikken’.

Het Israëlische leger moet Hezbollah terugdringen tot achter de Litani-rivier, zo’n 25 kilometer ten noorden van de grens , zegt Davidovitch. Resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad, opgesteld na de Tweede Libanonoorlog van 2006, bepaalt dat alleen militairen van het Libanese leger en van de VN-vredesmacht Unifil ten zuiden van de Litani mogen komen.

De resolutie is nooit serieus uitgevoerd. Hezbollah opereert vrijelijk in het gebied, zonder dat Unifil optreedt. ‘Bewoners van onze grensdorpen zien de torens van Hezbollah vanuit hun tuin’, zegt Davidovitch. ‘De afgelopen weken hoorden ze hoe er tunnels werden gegraven. Geen wonder dat ze bang zijn.’

Maar Israëlische soldaten die Libanon binnentrekken om Hezbollah terug te jagen tot achter de Litani, dat betekent toch gewoon een Derde Libanonoorlog? Davidovitch haalt de schouders op. ‘Onze veiligheid moet verzekerd zijn. Als ze willen vechten, akkoord. Ze moeten weten dat we niet bang zijn.’

Het is niet zijn individuele mening, maar de boodschap die het Noordelijke Conflictzone Forum onlangs heeft overgebracht aan de regering. Een harde eis. ‘Zonder die garantie zullen we onze bewoners afraden terug te keren naar de dorpen.’ Een verbod op terugkeer is niet mogelijk, maar dat is volgens de voorzitter ook niet nodig. ‘We hoeven de bewoners niet te overtuigen, ze willen zelf niet.’

Davidovitch spreekt in zijn kantoor iets buiten Nahariya, de noordelijkste kuststad van Israël. Een bijzonder geval: de stad valt deels onder de 9-kilometerzone, het strand zelfs helemaal. Logisch dus dat de hotels in de toeristenplaats dicht zijn, afgezien van hotel Starkman – dat geen gasten heeft. Alle toeristen en zakelijke reizigers kozen na 7 oktober het hazenpad.

Van enige paniek of angst is echter niets te merken. Moeders met kinderen flaneren in de namiddagzon over Sderot HaGa’aton, de winkelstraat van de zestigduizend inwoners tellende stad die in de jaren dertig werd gesticht door gevluchte Duitse Joden. De terrassen zijn behoorlijk vol, ondanks de afwezigheid van toeristen.

‘We hebben sinds 7 oktober maar vijf of zes keer een luchtalarm gehad’, zegt de 39-jarige Orna Starkman, manager van het familiehotel. Ze laat een kaartje zien met de raketaanvallen van de afgelopen weken. Veel rode sterren in het gebied tussen de stad en de Libanese grens, en merkwaardig genoeg ook veel rode sterren in de kuststrook onder Nahariya, tot aan Haifa. Het eerste gebied werd getroffen door artillerie en raketten met kort bereik, het tweede door raketten met langer bereik. Die vlogen dus net over de stad heen.

Zoveel geluk had Nahariya niet altijd. In de Tweede Libanonoorlog schoot Hezbollah honderden Katjoesja-raketten af op de stad. Er vielen vijf doden. Tweederde van de bevolking werd geëvacueerd, de rest verbleef wekenlang in schuilkelders. ‘Ik ben opgegroeid in de Katjoesjatijd’, zegt Starkman. ‘Voor ons was dat het gewone leven.’

Gewoon leven in abnormale tijden kan ook op het strand van Nahariya – in de tiensecondenzone. Een stuk of acht gebruinde zestigers trekken hun baantjes in de kalme zee, verderop staat een man te vissen. Op een kleine pier hebben Israëlische soldaten een geïmproviseerde uitkijkpost gebouwd van brokken steen en blauw zeil. Aan de horizon zijn vier marineschepen te zien. Ook de kust wordt immers verdedigd.

Nahariya was het toneel van wat te boek staat als een van de beruchtste terreuracties uit de geschiedenis van Israël. Vier Palestijnen, onder leiding van de 16-jarige Samir Kuntar, voeren op 22 april 1979 met een rubberbootje uit Libanon. Op het strand schoten ze een politieman dood, en vermoordden vervolgens in de stad een man en zijn 4-jarige dochtertje.

In het stadscentrum herinnert een monument aan de gebeurtenis. Kunar kwam na bijna 30 jaar vrij bij een geruchtmakende gevangenenruil. In Libanon kreeg hij een officiële heldenontvangst.

Rond het kantoor van Moshe Davidovitch zijn beveiligers in de weer met detectiepoortjes en Israëlische vlaggen. Kennelijk komt er hoog bezoek vanmiddag. Over wie het is worden geen mededelingen gedaan.

Het antwoord blijkt uit een mededeling van de staatsvoorlichtingsdienst de volgende dag: het was Benjamin Netanyahu. De Israëlische premier bezocht de leiders van het Noordelijke Conflictzone Forum. Die hebben hem ongetwijfeld duidelijk gemaakt dat van terugkeer naar de dorpen pas sprake kan zijn als Hezbollah is teruggedreven tot achter de Litani.

‘We zijn toegewijd aan het herstellen van de veiligheid voor de burgers van Israël, in zowel het zuiden als het noorden’, zo laat de premier achteraf weten. ‘Aan het noordelijke front worden momenteel over en weer zware klappen toegebracht. Mijn opdracht aan het leger is om zich op elk scenario voor te bereiden. Laat Hezbollah de staat Israël niet uitdagen. Het zal de fout van zijn leven zijn.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next