Home

Het huwelijk als vrouwen- gevangenis, vanuit Almere

Uit straatboekenkastjes in heel Nederland haalt een boek, bespreekt het, en geeft het door. Vandaag ‘Houd je nog een beetje van me?’

Zuidelijk Flevoland lag nog uit te wasemen toen in 1971 Houd je nog een beetje van me? van Harriët Freezer verscheen, over de verwaarlozing van de vrouw in het huwelijk. Nu is de Stripheldenbuurt in Almere een ruim opgezette wijk vol woningen waar mooi een huwelijk in past. De achtste druk van Freezers boek, uit 1980, is twintig jaar jonger dan de buurt, waar het met een prachtige omslagtekening van Fiep Westendorp, staat in een krap boekenkastje waarvan de inhoud breed uitwaaiert: van Nostradamus tot de jonge Amerikaanse Emma Cline.

En Freezer (1911-1977) dus. Ze was schrijfster, journaliste en een van de helden van de Tweede Feministische Golf. Meteen al in het begin van het boek stoot ze haar neus. Ze beschrijft hoe ze drie kennissen opgewekt vertelde over haar project over verwaarloosde vrouwen. „Weg glimlach. Ze klapten alle drie dicht [...] Betty nam een slok sherry, alsof het parathion was.” (Ja, parathion moest ik opzoeken, het is een krachtig insectenbestrijdingsmiddel dat naar rotte eieren of knoflook kan ruiken.)

Freezer ontdekte dat als het woord verwaarlozing viel, vrouwen terstond begonnen hun man te verdedigen (en hun eigen waardigheid). Dus verving ze het v-woord door een a-woord.

Voortaan ondervroeg ze de vrouwen over het onderwerp aandacht, waarna het boek tot over de rand volstroomde met verwaarlozing. Erger nog eigenlijk, want Freezer schetst een beeld van het huwelijk als een grote vrouwengevangenis. Het is een tijdsbeeld van een halve eeuw geleden, maar wel een van een levensvorm die vrijwel algemeen was; de moeders van Jip en Janneke.

Een ding is duidelijk: het huwelijk was afschuwelijk. De vrouwen in Houd je nog een beetje van me? spreken over hun leven in termen van wat ze moeten en mogen van hun man.

Je leest hoe hun beetjes huishoudgeld worden toegeschoven, hoe het bestaan geheel bestaat uit het spelen van de gastvrouw, moeder en echtgenote. Wat vrouwen gelukkiger kan maken, hoort Freezer, is een interessante hobby.

Dit is een verslag uit een universum waarin betaald werk voor een getrouwde vrouw vanzelfsprekend onbespreekbaar is.

Zo’n situatie niet goed is voor een mens, schrijft Freezer: „Zet een volwaardige, verstandige, gezonde vrouw dag en nacht met een stel onzindelijke imbecielen op een paar kamertjes, zodat ze niet uit kan, niet kan reizen, werken of studeren en geen behoorlijk gesprek kan voeren, en je hebt de jonge moeder op een flat.”

Dat is de paradox van alle ellende (zie ook onder: overspel) die Freezer beschrijft: het boek is even deprimerend van inhoud als onderhoudend van stijl. En met voor wie denkt dat dit alles geen rol meer speelt omdat je dit soort ontluisterende verhalen niet meer hoort, ontnuchterende observaties als: „Het zijn altijd de flinke zwijgzamen, die wezenlijk verwaarloosd worden.” Het is tijd voor een Harriët Freezer-revival.

Source: NRC

Previous

Next