Als Geert Wilders weer eens een bezoek heeft gebracht aan een rechts-extremist of een Poetin-gelieerde Kremlinfantast in het buitenland, wordt vaak gezegd dat hij rare vrienden heeft, alsof we bang zijn dat ze een slechte invloed op hem zullen hebben. Maar draai de boel eens om en je ziet: die arme buitenlandse extremisten hebben pas een mooie vriend.
Normaal gesproken laat Wilders zich alleen interviewen door menselijke microfoonstandaards, bijna nooit door echte journalisten. Maar deze week zagen we ineens allemaal beelden voorbijkomen van Wilders in tv-programma’s, als een leuke, gezellige studiogast. Alsof hij een gewone politicus is, met democratische gedachten.
Over de auteur
Peter Middendorp is schrijver en columnist van de Volkskrant. Van zijn hand verschenen onder meer de romans Vertrouwd voordelig en Jij bent van mij. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Ik ben veranderd, zegt hij. Ik ben mild geworden, ik heb mezelf helemaal gesensibiliseerd, echt. Vraag maar en ik zeg iets dat door een ringetje kan.
In een interview met de Volkskrant vergeleek Wilders zichzelf woensdag met de schrijver Salman Rushdie, een wonderlijke vergelijking. Beiden worden weliswaar levenslang afschuwelijk bedreigd door moslimextremisten voor wat ze gezegd of geschreven hebben, verder vallen vooral de verschillen op. Rushdie heeft schoonheid toegevoegd aan de wereld, Wilders hooguit de sfeer in zijn straat verpest. Als je zijn woorden vergelijkt met die van Rushdie hoor je een drol tegen hersenen zeggen: Jij en ik, wij zijn allebei menselijk.
Eenmaal met pensioen zal Wilders vooral worden herinnerd om zijn belangrijkste boodschap: de islam is een ziekte. Een uitspraak die van moslims ziekteverspreiders maakt, slechte bacteriën. Dit is geen islamkritiek, al doet hij nog zo zijn best het ervoor te laten doorgaan. Of een koranverbranding is ook islamkritiek, het opblazen van het parlement een motie van afkeuring.
Uit de peilingen doemt de favoriete coalitie van de kiezer op: VVD, NSC, PVV, Ja21, SGP of, om met Pieter Omtzigt te spreken, een sub-sectie daarvan. Het lijkt een milde variant van de combinatie van rechtsextremisten, halvegaren en godsdienstwaanzinnigen waarmee Netanyahu de bestuurlijke vernieuwing van Israël en Gaza ter hand heeft genomen. Overigens ben ik van mening dat Carthago heel moet blijven.
Wilders wil heel graag deelnemen aan zo’n coalitie. Alles heeft hij ervoor over. Hij gooide zijn kroonjuwelen er op tv zomaar voor overboord, zoals het verbod op de islam. Zo, weg met de reden van mijn politieke bestaan, zei hij, het is niet langer belangrijk.
Anderen moeten zich schamen als ze hun kroonjuwelen inleveren om mee te mogen regeren, zoals politici van D66 en PvdA. Voor Wilders maakt het niet uit. Hij is al naakt. We hebben zijn blote kern allang gezien. Als hij zijn ideologische veren heeft afgeschud, zien we nog steeds dezelfde kale kip.
De islam is toch niet meer zo trendy de laatste tijd, dat heeft Wilders ook gemerkt. Alles gaat nu over asiel en immigratie, dat zijn nu de termen die je gebruikt. Met het inleveren van de woorden islam en moslim verliest hij dan ook niks. Immigrant, moslim, asielzoeker – zolang hij ze eruit mag gooien, mag je ze noemen hoe je wil.
Maar voor de andere partijen van de voorkeurscoalitie van de kiezers is het wel belangrijk hoe je mensen noemt. Voor hen doen woorden er wel degelijk toe. Ze willen zien dat je vreemdelingen netjes kunt haten, voordat ze met je willen samenwerken.
Source: Volkskrant