Inmiddels hebben 34 van de 54 hogescholen en universiteiten het VN-verdrag over inclusief onderwijs getekend. Dat zijn er 10 meer dan vorig jaar. In deze zogenoemde intentieverklaring beloven scholen hun onderwijs voor studenten met een beperking net zo toegankelijk te maken als voor studenten zonder beperking.
Maar die toename blijkt niet uit de praktijk. Op veel scholen is het onderwijs onvoldoende toegankelijk voor mensen met een beperking, is te lezen in het onderzoeksrapport De Staat van Inclusief Onderwijs 2023.
Zo zijn niet alle gebouwen rolstoeltoegankelijk en laten sommige docenten weten dat ze handvatten missen om te kunnen bijdragen aan inclusief onderwijs. Vaak zijn er geen of is er maar één lift met braille aanwezig en beschikken websites niet over voorleessoftware, waardoor studenten die daar afhankelijk van zijn de lessen niet goed kunnen volgen.
Ruim een derde van de studenten in het hoger onderwijs heeft een lichamelijke beperking of een psychisch probleem. En in het hoger onderwijs is - in tegenstelling tot in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs - geen speciaal onderwijs.
Uit onderzoek blijkt ook dat 75 procent van de hogescholen en universiteiten knelpunten ervaart bij het verbeteren van de toegankelijkheid van onderwijs. Redenen zijn tijdgebrek, personeelstekorten en onduidelijkheid over wie verantwoordelijk is.
Studenten zeggen dat ze vaak horen dat er "geen beleid is voor hun specifieke ondersteuningsvraag" en dat de school daardoor niets voor hen kan betekenen. De studievoortgang van mensen met een beperking is minder dan die van mensen zonder beperking, schrijven de onderzoekers.
Veel studenten zijn dan ook niet tevreden over de informatievoorziening over de ondersteuning die hun school aanbiedt. Zo blijkt ook dat 33 procent van de studenten met een beperking niet bekend is met speciale toetsvoorzieningen. Studenten met dyslexie, een motorische beperking of autisme weten daar vaak meer over dan studenten met andere bijzondere omstandigheden, beperkingen, ziektes en aandoeningen.
Naast de studenten ervaren ook docenten een probleem. Bijna een derde van de leraren zegt geen tijd en ruimte te hebben om naast het lesgeven in te gaan op extra ondersteuningsvragen van studenten. De werkdruk voor docenten ligt dan ook erg hoog. Maar studenten met een beperking laten juist weten in hoge mate afhankelijk te zijn van die individuele steun, schrijven de onderzoekers.
Het ECIO hoopt dat eerst zaken als rolstoeltoegankelijkheid worden geregeld. Het wil ook dat er meer ondersteuning voor individuele studenten met specifieke problemen wordt ontwikkeld.
Studentenorganisatie ISO vindt dat er landelijke afspraken moeten worden gemaakt over voorzieningen voor studenten met een beperking. "Het zou niet zo mogen zijn dat de mate van voorzieningen waar je op kan rekenen afhankelijk is van de stad waarin je studeert", zegt voorzitter Demi Janssen.
Source: Nu.nl algemeen