De mantra ‘wij zijn heel goed in staat om onze eigen integriteit te bewaken’ blijft hardnekkig rondwaren op het Binnenhof. Maar zo werkt het dus niet.
De bestuurscultuur is in deze campagne een containerbegrip waar iedere partij naar eigen inzicht het eigen stempel op drukt, maar er zijn een paar aspecten waar niemand omheen kan. De manier waarop de regering communiceert over de totstandkoming van beleid, en belangrijke informatie weghoudt bij parlement, pers en publiek, staat met stip op één.
Eerlijk is eerlijk: daar zijn door het demissionaire kabinet wel stappen in gezet. Dat tegenwoordig de ambtelijke adviezen over nieuw beleid bij nieuwe wetsvoorstellen worden gevoegd, is wezenlijke vooruitgang. Al is het maar omdat daaruit vaak kan worden opgemaakt hoe en waarom beslissingen worden genomen: gaven rationele, inhoudelijke argumenten de doorslag, of vooral de politieke motieven?
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Een andere blinde vlek wordt minder voortvarend bestreden: het gebrek aan transparantie over de invloed van lobbyisten op beleid. Vooropgesteld: lobbyen is een essentieel onderdeel van de parlementaire democratie. Botsende belangen komen samen op het Binnenhof, mensen moeten hun standpunten onder de aandacht kunnen brengen.
Wél is het van belang dat de politiek streeft naar een gelijk speelveld en dat niet per definitie degene met de dikste portemonnee en het grootste netwerk de beste toegang heeft tot de beslissers in Den Haag. Dat leidt immers te vaak tot beleid waar dan even later weer in brede kring spijt over ontstaat. Het meest recente voorbeeld is dat van de regels over de uit de hand gelopen gokreclames: onderzoek van de NOS toonde aan dat de gokbedrijven rond de totstandkoming van de wet intenser en langer contact hadden met het kabinet dan de verslavingsdeskundigen die waarschuwden voor het gevaar van al die reclame. Het evenwicht was zoek, met zichtbaar effect op de besluitvorming.
Lobbywaakhonden waarschuwen de politiek al jaren dat Nederland, ook in vergelijking met de meeste andere landen, te weinig regels heeft om de lobby te beteugelen. Bewindslieden en Kamerleden stappen nog altijd naar hartelust over van de politiek naar het bedrijfsleven en lobbyclubs, om in die hoedanigheid terug te keren op en rond het Binnenhof. De mantra ‘wij zijn heel goed in staat om onze eigen integriteit te bewaken’ blijft hardnekkig rondwaren op het Binnenhof. Vanuit die gedachte is er ook nog altijd geen dwingend lobbyregister waarin bewindslieden hun contacten verplicht registreren. Niet nodig, klonk het vanuit het demissionaire kabinet, want ministers en staatssecretarissen doen dat ook wel als ze er gewoon beleefd om worden gevraagd.
Deze week bleek uit onderzoek van de Open State Foundation dat het zo helaas niet werkt: slechts in 12 procent van de gevallen was de verantwoording het afgelopen jaar in orde. De transparantie wordt eerder slechter dan beter. Zo blijft nog steeds onduidelijk met wie en wanneer ministers waarover gesproken hebben.
De huidige Tweede Kamer liet zich nog overtuigen dat dwingende regelgeving niet nodig was. De aanstaande nieuwe Tweede Kamer weet nu wat haar te doen staat.
Source: Volkskrant