Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.
Op de markt was het rustig: vanwege de aangekondigde storm was zowat de helft van de standwerkers niet komen opdagen. De storm zelf viel overigens mee (dat doen aangekondigde stormen meestal), maar het waaide wel flink. Geen ideale omstandigheden, kortom, voor de vrijwilligers van de SP, die onder het motto ‘er is genoeg voor iedereen’ stemmen stonden te werven met behulp van soep.
‘Wilt u een lekker tomatensoepje?’, vroeg een strijdbaar lachende vrouw terwijl ze me een bekertje toestak. Ach ja, tomatensoep natuurlijk. Al decennia is de tomaat de mascotte van de SP, want een tomaat is rood en bovendien symbool van protest. Dat je er ook soep van kunt maken is een aardige bijkomstigheid, maar ik had nét wat gegeten, dus ik weigerde.
‘Ook geen vlaaitje?’ vervolgde de vrouw tegen de wind in. Vlaaitje? Wat moest de SP met vlaai? Er is niets socialistisch aan vlaai. Bij het CDA of iets anders hoekstenerigs, ja, daar zou je vlaai kunnen verwachten, maar niet bij de SP. Bovendien zag ik die vlaai nergens, niet in haar handen en ook niet bij de SP-kraam achter haar.
‘Nee, dank u’, zei ik en ik liep naar de groenteboer. Terwijl ik een bol knoflook uitzocht zette iemand bij de bloemenstal That’s Amore op. ‘When the moon hits your eye like a big pizza pie...’ croonde Dean Martin.
Ik moest aan Jan Marijnissen denken, de vader van Lilian. Die verklaarde eens in een interview dat hij erg van de Italiaanse keuken hield, en dan vooral van carpaccio. Carpaccio is óók rood, natuurlijk, maar inmiddels kan hij beter zwijgen over dit zo frequent verbasterde gerecht. Met vlees trek je in linkse kringen geen stemmen meer.
‘When the world seems to shine like you’ve had too much wine...’ zwijmelde Dean Martin. Ik liep terug naar mijn fiets en passeerde andermaal de SP. Nu dreef de wind mij in de armen van een vrijwilliger met een wapperende blonde kuif. Nee dank u, geen soep. ‘Een vlaaitje dan?’ Nu werd ik toch wel benieuwd naar dat onzichtbare vlaaitje, en antwoordde ‘graag’, waarna hij mij een folder toestak. Ach, een flyertje, natuurlijk!
Onnodig blozend nam ik het aan. Naast mij liet een grijze, gedrongen man op leeftijd zich juist een beker soep in zijn handen drukken. Hij proefde ervan, en warmde zijn handen kneuterig aan het bekertje. ‘That’s amore...’, hield Dean Martin vol. Het leek wel Kerstmis.
’Smaakt het?’, vroeg ik aan de oude man. ‘Mwah’, antwoordde hij. ‘Er is genoeg voor iedereen, zeggen ze toch? Maar een paar ballen in de soep; hó maar.’
Source: Volkskrant