Home

Nederlands bedrijf moet Iraanse gifgasslachtoffers schadevergoeding betalen

Dat besloot de rechtbank Den Haag woensdag. Forafina (voorheen KBS Holland) kwam niet opdagen in de rechtbank en heeft zich niet verweerd tegen de aanklacht. Hoe hoog de schadevergoeding uitvalt, is nog niet duidelijk.

Volgens de slachtoffers zijn beide Nederlandse bedrijven aansprakelijk voor het letsel dat zij opliepen, omdat de bedrijven de grondstoffen voor gifgas leverden.

De Iraniërs waren als militair of vrijwilliger actief in het Iraanse leger. Volgens hun advocaat Liesbeth Zegveld liepen ze "afschuwelijk" letsel op door Iraakse aanvallen met mosterdgas. Ze vochten op dat moment in het grensgebied tussen Iran en Irak. Ze waren toen tussen de 16 en 22 jaar oud.

Het Nederlandse bedrijf Melchemie (nu Otjiaha) van de begin deze maand overleden miljardair Hans Melchers is vrijgesproken. Dat bedrijf leverde tot medio 1984 thionylchloride aan Irak.

Een bestuurder van Melchemie zei in de rechtszaal dat het bedrijf in het begin van de jaren tachtig niet wist en niet had kunnen weten dat Irak de chemische stof voor de productie van mosterdgas zou gebruiken.

De rechter kon zich daarin vinden, aangezien destijds nog niet algemeen bekend was dat het Iraakse regime de stof inzette in de oorlog tegen Iran. De chemische stof kon ook voor vreedzame doeleinden worden gebruikt, bijvoorbeeld als bestrijdingsmiddel in de landbouw. Ook kon er plastic mee worden gemaakt.

In 1984 besloot de Nederlandse regering nog dat thionylchloride niet op een lijst hoefde te komen met stoffen waarvoor een exportvergunning nodig was. Dat heeft de rechtbank ook meegewogen.

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next