Verenigd Koninkrijk Deze woensdag hebben de hoge rechters het laatste woord over de vraag of de regering van premier Rishi Sunak migranten naar Rwanda mag sturen. Voor zowel de premier als voor migranten hangt er veel van de uitspraak af.
Op de derde dag na zijn aankomst in het Verenigd Koninkrijk had hij een gesprek met de immigratiedienst. „Ineens noemden ze het een mogelijkheid dat ik naar Rwanda zou gaan. Hè, dacht ik, Rwanda? Zouden ze me echt terugsturen naar Afrika? Ik ben de hel in Soedan ontvlucht en nu moet ik misschien terug?” Hij kon geen asiel aanvragen, maar kreeg een brief: inderdaad komt hij in aanmerking voor „relocatie” naar Rwanda.
Deze Soedanees, hij is in de veertig, vertelt zijn verhaal op het kantoor van zijn advocaat in hartje Londen. In mei vorig jaar stak hij, na zes maanden in Calais in Frankrijk en een jarenlange tocht door andere Europese landen, het Kanaal over in een rubberbootje. Hij durft niet met zijn naam in de krant omdat hij bang is dat dat negatief uitpakt voor zijn procedure. „De onzekerheid beheerst mijn leven. Ik denk hier de hele dag aan.”
Daarom is deze woensdag zo belangrijk voor hem. Het Hooggerechtshof bepaalt of de Britse overheid inderdaad migranten naar Rwanda mag sturen voor hun asielprocedure. De Soedanees, een rustige man die nog weinig Engels spreekt, is zelf geen partij in de rechtszaak. Hij is een van de meer dan 24.000 migranten die een brief hebben gekregen dat de Britse staat voornemens is hen uit te zetten.
De vraag of de ‘Rwandadeal’ juridisch mag, daar hangt ook voor huidig premier Rishi Sunak (Conservatieve Partij) veel van af. Hij beloofde de Britten om het aantal migranten dat met een gevaarlijk klein bootje het Kanaal oversteekt, dit jaar te laten dalen. ‘Stop the boats’ is een van zijn belangrijkste speerpunten. Het vooruitzicht dat asielzoekers niet in het VK mogen blijven, moet hen ervan weerhouden de oversteek te wagen.
In april 2022 presenteerden de toenmalige premier Boris Johnson en minister van Binnenlandse Zaken Priti Patel hun overeenkomst met Rwanda: voor 140 miljoen pond (ruim 160 miljoen euro) zou Rwanda asielzoekers uit het VK overnemen. In juni stond een vliegtuig met een handvol migranten aan boord op het punt van vertrek, toen het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (ECHR) besloot dat van uitzetting pas sprake kon zijn als het rechtsproces in het Verenigd Koninkrijk helemaal was doorlopen. Na een juridische strijd waarin lagere rechters wisselend oordeelden, hebben nu vijf rechters van het Hooggerechtshof het laatste woord.
De vraag die zij beantwoorden is níet de principiële kwestie of het VK asielzoekers mag ‘uitbesteden’ aan een veilig ander land. Dat kan, daar waren de rechters in eerdere aanleg het over eens. Centraal punt is of migranten een eerlijke procedure zullen krijgen in Rwanda en of het dus veilig is om hen daarheen te sturen.
Precies waar de Soedanees zijn twijfels over heeft. „Soedan of Rwanda, wat mij betreft is het één pot nat. We weten hoe het er in Afrikaanse landen aan toe gaat. Er is onderdrukking, mishandeling, onrechtvaardigheid. Ik heb geen garantie wat er met me gebeurt als ze me naar Rwanda sturen, of ze me naar Soedan terugsturen of niet.” Zijn land van herkomst kent een geschiedenis van conflicten en er is ook nu een opleving van geweld gaande.
Tijdens de zittingen bij het Hooggerechtshof kreeg, naast de advocaten van de staat en de asielzoekers, ook een vertegenwoordiger van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR het woord. Die kwam met een lijst van enkele tientallen voorbeelden waarbij in Rwanda sprake was van refoulement, dat is het terugsturen van mensen naar staten waar ze gevaar lopen. Een volgens het internationaal recht verboden praktijk. De landsadvocaat zei ter verdediging dat het „natuurlijk in het belang van Rwanda én het VK is” om de asielprocedures van migranten uit het VK gedegen te laten verlopen.
Oordeelt het Hof dat uitzetten naar Rwanda juridisch gezien kan, dan zou dat een flinke politieke overwinning zijn voor premier Sunak en de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken James Cleverly. Zijn voorganger Suella Braverman werd afgelopen maandag ontslagen – zij was een fervent verdedigster van de Rwandadeal. Ze zei eens dat het haar droom was dat de voorpagina’s van kranten zouden berichten over een vlucht met migranten naar Rwanda. Braverman, van de rechterflank van de partij, zag hierin hét Conservatieve antwoord op het anti-immigratiesentiment in een deel van de samenleving.
Maar de regering zou er serieus rekening mee houden dat de staat de zaak verliest en dat zou een grote tegenvaller zijn. Het zou de roep binnen Sunaks partij versterken om het VK het ECHR niet langer te laten erkennen. Dat Hof in Straatsburg besloot immers in eerste instantie dat uitzetting niet kon. Het ECHR ziet toe op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens – het is geen onderdeel van de Europese Unie en het VK was nota bene een van de grondleggers ervan. Zo’n instantie gedag zeggen appelleert aan het Brexit-sentiment in de samenleving.
Voor de Soedanese asielzoeker zou het „een keerpunt” in zijn leven zijn, zegt hij, als de rechters in het voordeel van de migranten besluiten. Hij leeft al jaren in de wachtstand en dat is sinds hij in het VK woont niet beter geworden. „Ik kan me niet herinneren dat ik me veilig en gelukkig heb gevoeld. Dat Groot-Brittannië, het land van democratie en mensenrechten, zoiets van plan is, heeft een enorme impact op me. Het maakt me onzeker en kwetsbaar.” Intussen probeert hij zijn dagen door te komen met Engels leren en vrijwilligerswerk bij een voedselbank. „Maar na woensdag, wie weet, zou ik mijn leven echt weer kunnen oppakken.”
Met 14 miljoen inwoners en een oppervlakte kleiner dan België is Rwanda het dichtstbevolkte land van het Afrikaanse continent. Ruim de helft van de Rwandezen leeft onder de armoedegrens en 29 procent van de jonge bevolking is werkloos, wat de vraag oproept hoe de groep asielzoekers hier een baan moeten vinden.
Het land vangt al 135.000 vluchtelingen op, van wie een klein deel dankzij EU-geld onder zeer goede omstandigheden leeft. Maar de meerderheid, vooral afkomstig uit de Democratische Republiek Congo en Burundi, krijgt amper ondersteuning. Hoewel de nieuwkomers uit het VK vanwege de grote som geld die de Britten hiervoor uittrekken, aan het begin een goede behandeling zullen krijgen, zo verwacht auteur van het Clingendael-rapport Dealen met Rwanda Monika Sie Dhian Ho, waarschuwt zij dat hun bescherming op de lange termijn „ongewis” is.
Ook zijn er zorgen of de Rwandese overheid al die uiteenlopende asielzaken wel aankan. De meeste vluchtelingen worden er tot nu toe als groep binnengelaten, omdat het bijvoorbeeld in Oost-Congo erg gevaarlijk is, en hoeven niet individueel te worden beoordeeld. De capaciteit om meer diverse zaken aan te kunnen is nog te klein.
Wat grotendeels ontbreekt in de Britse rechtszaken is aandacht voor het gebrek van vrijheid van meningsuiting en de daarmee gepaarde repressie door het Rwandese regime. Kritiek op de overheid wordt in binnen- en buitenland met (de dreiging van) geweld de kop in gedrukt, concludeert Human Rights Watch. Vijf jaar geleden vielen er dodelijke slachtoffers toen de politie een demonstratie van Congolese vluchtelingen hardhandig neersloeg. De politieagenten gingen vrijuit.
Hoewel dus nog onzeker is of de deal met het VK echt doorgaat, zijn de voorbereidingen voor huisvesting al in een ver stadium. In eerste instantie worden de vluchtelingen opgevangen in hotels. Maar bouwwerkzaamheden voor nieuwe woonwijken zijn al begonnen. Sie verwacht dat hun verblijf over het algemeen soepel zal verlopen, „omdat er zoveel politiek kapitaal mee gemoeid gaat”.
Source: NRC