Home

Wat vrouwen verdroegen

Hoe vaak en hoelang kijken we weg bij het wangedrag van beroemdheden? Vaker en langer dan we onszelf willen toegeven. Een langzamerhand klassiek geworden voorbeeld is Jimmy Savile, de BBC-presentator, van wie pas na zijn dood in 2011 werd vastgesteld dat hij honderden mensen – van minderjarigen tot zieke bejaarden – seksueel misbruikt heeft. De BBC had eerder allerlei geruchten over hem vakkundig in de doofpot gestopt.

Als de beschuldigingen kloppen, zou Savile nu een waardige opvolger hebben gekregen in de Britse komiek Russell Brand. In 2013 zag ik hem nog optreden in Amsterdam. In een column schreef ik toen: „Nooit eerder hoorde ik zoveel grappen over masturbatie, penetratie en ejaculatie, geïllustreerd met de bijbehorende bewegingen.” Brand wilde in die jaren nog doorgaan voor een linkse komiek, maar inmiddels is hij in de sociale media de lieveling van extreem-rechts.

Brand was al langer berucht om zijn ongeremde gedrag, maar de laatste maanden duiken er steeds meer serieuze beschuldigingen op over seksueel misbruik. Het begon met vier vrouwen die anoniem in een tv-uitzending verklaarden door hem te zijn misbruikt; onlangs kwam er in de VS een aanklacht bij van een figurante uit een film met hem.

The New York Times beschrijft deze week uitgebreid hoe gemakkelijk Brand kon wegkomen met uitingen – vaak met een misogyne ondertoon – die van niemand anders zouden worden gepikt. Toen ik dat las, moest ik onvermijdelijk denken aan een boek dat ik net had uitgelezen: de boeiende biografie van Ischa Meijer, Alles gaat op vroeger terug, door Annet Mooij.

Mooij heeft terecht veel respect voor Meijers verdiensten – vooral als interviewer – maar ze spaart allerminst de mens erachter. Ze schetst een ontluisterend beeld van iemand die vooral in zijn jonge jaren zijn (vele) vrouwen slecht behandelde, tot fysiek geweld aan toe, zijn zoon verwaarloosde en met gretigheid mensen kon vernederen en pesten. „Kritische tegengeluiden waren er amper”, schrijft Mooij. Ze noemt als uitzondering columniste Emma Brunt die in Het Parool de „stomme, kwijlende devotie” voor Meijer hekelde „terwijl hij toch ook een egocentrische etterbak was geweest die bij leven en welzijn een actief schrikbewind in stand had gehouden”. Ook Mooij constateert: „Er werd gedrag van hem gepikt, vergoelijkt of weggelachen dat van weinig anderen zou worden geaccepteerd. Vooral zijn vriendinnen vergaven hem veel. Dat had met de tijd te maken. Wat vrouwen in progressieve, artistieke en journalistieke kringen in de jaren zeventig en tachtig van mannen verdroegen, daar sta je terugblikkend vaak versteld van.” Een typerende anekdote komt van Lieve Joris, een jonge collega van Meijer bij de HP. „Ischa schepte er genoegen in op de redactie hardop te citeren uit mijn artikelen. Soms droeg hij enkele zinnen ook wel zingend voor. Dat was verschrikkelijk. Ik zie ook nog precies de gezichten voor me van de collega’s die er om stonden te grinniken.”

Meijer kon erg geestig zijn, en innemend trouwens ook, iedereen wist bovendien hoezeer de oorlog hem beschadigd had. Maar het is waar: zijn gif had meer tegengif verdiend, al was het alleen maar om hem zonder bijgedachten te kunnen blijven waarderen als de vakman die hij was.

Source: NRC

Previous

Next