‘Een hoogoven drukt zijn stempel op de ganschen omtrek. Het maakt alles zwart en kaal, de lucht onzuiver; het veroorzaakt een helsch lawaai, dag en nacht. Want hoogovens moeten altijd doorwerken, des nachts is de gloed van de vuren in de verre omtrek zichtbaar.’
Frans Netscher was begin vorige eeuw gemeentebestuurder in Velsen, in de tijd dat stadsdeel IJmuiden een van de mogelijke locaties was voor een Nederlandse staalfabriek. Hoewel er nog geen metingen waren van pfas, CO2 en fijnstof was hij al fel tegenstander van de komst van een staalbedrijf. Dat zou beter bij Pernis passen dan in het ‘prachtige duingebied’ van Velsen.
Netscher was hoofdredacteur van De Kampioen, toen de ANWB nog alleen een belangenorganisatie was voor wielrijders zoals fietsers nog werden genoemd. Hij combineerde de politiek met de journalistiek. Dat was handig omdat de burgemeester de raadsvergaderingen over de komst van hoogovens ‘geheim had verklaard’. Niemand mocht erbij. De plaatselijke pers was witheet. Maar de macht van de Haagse politiek en vrijwel alle industriële notabelen en bankiers die zich achter het plan voor een zelfvoorzienende staalindustrie hadden gezet, was te groot.
Over de auteur
Peter de Waard is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen. Onlangs verscheen van zijn hand Het geheim van Beursplein 5, over de Amsterdamse beurs. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.
Netscher werd in de geschiedschrijving van het bedrijf een lastpak genoemd. In het onlangs verschenen boek De Staalwoestijn van Saskia Sluiter krijgt hij eerherstel. Hij vreesde dat een staalbedrijf de lokale werkgelegenheid niet zou helpen. Niemand in Nederland had de expertise, zodat begin jaren twintig van de vorige eeuw Duitse arbeidskrachten moesten worden gehaald om het staalbedrijf op te zetten.
Op 22 januari 1924 – nu bijna honderd jaar geleden – kon de eerste hoogoven worden aangestoken. Hoogovens, nu Tata, zou echter uitgroeien tot de grootste werkgever van Noord-Holland. Talrijke arbeiders die door de mechanisatie van land- en tuinbouw hun baan verloren, zouden hier een beter betaalde baan vinden. Hoogovens kreeg zelfs de reputatie van sociaal paradijs. Zonder staal was de kop van Noord-Holland mogelijk een krimpregio geworden zoals Oost-Groningen of Zuid-Limburg.
Nu willen mensen dat honderd jaar na het aansteken van de eerste oven de laatste wordt gedoofd. Dat lijkt een slecht idee. Nederland zou voor het essentiële staal totaal afhankelijk worden van Aziatische import. Het duingebied zal niet meer in de oude glorie kunnen worden hersteld. Grondsanering zou woningbouw onbetaalbaar maken.
De IJmond zou mogelijk een even verpauperde industriële regio worden als andere gebieden waar de staalindustrie verdween, zoals de Borinage in België, Gary in de VS, Scunthorpe in het VK en delen van het oude Ruhrgebied in Duitsland. Nu gaat het om achthonderd banen die verloren gaan, maar dat kunnen er negenduizend worden als het bedrijf sluit.
Omwonenden zouden van de regen in de drup komen. Tata kan beter de aanjager worden van de vergroening van de industrie door de transitie naar waterstof. Daarbij mag in ruil voor overheidssteun Tata het mes op de keel worden gezet.
Netscher had gelijk, maar de geschiedenis is niet terug te draaien. In het belang van de ‘ganschen omtrek’ is een staalwoestijn de slechtste optie.
.
Source: Volkskrant