Drie maanden geleden leek het Cobra Museum in Amstelveen ten dode te zijn opgeschreven. Bij de instelling, die kunst sinds 1900 toont, is dit jaar een groot tekort ontstaan – niet voor het eerst in haar 28-jarige geschiedenis. Oorzaak: flink hogere kosten en flink lagere bezoekersaantallen.
Het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen, gevormd door de coalitiepartijen VVD, D66, PvdA en Goed voor Amstelveen, trok zijn handen van het museum af, waardoor een faillissement onafwendbaar leek. Dankzij een weldoener die zich plots aandiende, de zakenman Marius Touwen, kwam er net op tijd nog een gesprek op gang met de wethouder van Cultuur, Herbert Raat (VVD). Dat resulteerde in een nieuwe kans; het museum mocht bedenken hoe het in de nieuwe subsidieperiode – 2024 tot en met 2027 – weer zwarte cijfers kan schrijven.
Een meerderheid in de gemeenteraad wil dat het Cobra meer gaat betekenen voor de inwoners van Amstelveen. Dat stelt nu in zijn nieuwe ‘masterplan’ voor om de begane grond van het museum ‘een huiskamer en broedplaats voor de stad’ te maken. Voorwaarde is wel dat de entree van het museumgebouw wordt aangepast, zodat die meer uitnodigend wordt. Het museum vraagt voor deze verbouwing een krediet van twee miljoen euro van de gemeente Amstelveen. Die moet daarnaast ook de huur- en andere schulden van de kunstinstelling kwijtschelden, bij elkaar 340.000 euro.
Michiel Kruijt werkt sinds 1994 voor de Volkskrant. Hij is nu verslaggever op de kunstredactie en schrijft veel over fotografie.
Het Cobra Museum presenteert zijn ideeën op 15 november aan de gemeenteraad. In de week daarna neemt het college van B en W daarover een standpunt in. Op 29 november stemt de gemeenteraad en gaat de duim omhoog of omlaag voor het museum.
Het ziet er somber uit. In een eerste reactie stelt het college dat het masterplan nogal ‘summier’ is en dat er meer sprake is van een ‘accentverschuiving in plaats van een benodigde volledige koersverandering’. Ook zet het vraagtekens bij de meerjarenbegroting. ‘Wij zijn van mening dat de financiële risico’s vooral bij de gemeente worden neergelegd.’
Het museum staat in een ongewone verhouding tot de gemeente. Dat heeft te maken, zo blijkt uit onderzoek van de Volkskrant, met de ontstaansgeschiedenis van het Cobra Museum en veranderingen in 2007, toen het museum financiële verplichtingen aan de gemeente niet meer kon nakomen.
Het Cobra werd in 1995 opgericht als privaat museum. Niettemin kreeg het royale steun van het stadsbestuur. Dat gaf onder meer een bruidsschat van 10,5 miljoen euro (omgerekend vanuit guldens). De gemeente wilde de kunstinstelling blijkbaar maar al te graag binnen de stadsgrenzen hebben.
Deze constructie was nogal uitzonderlijk. De meeste gemeenten verlenen subsidie aan musea in hun stad. Die drukt jaarlijks op de eigen begroting. Maar om fiscale redenen zag het college van B en W in Amstelveen hiervan af. De gemeente schonk in plaats daarvan in een keer een bedrag van 9,1 miljoen euro ten behoeve van de exploitatie van het museum en 1,4 miljoen ten behoeve van kunstaankopen.
Het Cobra Museum leende de eerste gift voor een vastgezette termijn van 25 jaar uit aan de Bank Nederlandse Gemeenten, waarover het 7,35 procent rente kreeg. De tweede gift leende het uit aan de gemeente Amstelveen zelf, tegen 7 procent. Hierdoor kreeg het jaarlijks 757.000 euro binnen. Toen later de rentes daalden (en zelfs negatief werden), bleek dit een uitstekende beslissing te zijn geweest. Jarenlang ontving het museum honderdduizenden euro’s aan renteopbrengst die aan de exploitatie en kunstaankopen konden worden besteed.
Vanaf 2003 maakte het museum verliezen. Het kon een paar jaar later niet de hypotheek bij de gemeente aflossen waarmee het een eigen gebouw had kunnen neerzetten. Dat was in 2007 reden om de onderlinge relatie te herzien. De gemeente kocht het gebouw van het museum voor het hypotheekbedrag en nam de leningen van 9,1 miljoen en 1,4 miljoen over. Het Cobra werd geen gemeentemuseum, maar in de praktijk scheelde het niet veel.
De kleinste lening werd meteen beëindigd, waardoor de gemeente de 1,4 miljoen kon innen. In ruil daarvoor verleende zij vanaf 2008 een reguliere subsidie van 100.000 euro per jaar voor kunstaankopen. Maar na vier jaar schrapte het college deze bijdrage tijdens een bezuinigingsronde.
De andere lening, die van 9,1 miljoen, liep nog bij de Bank Nederlandse Gemeenten tot medio 2020. Daardoor ontving de gemeente nog dertien jaar de lucratieve rente van 7,35 procent. Die gaf zij als ‘structurele subsidie’ door aan het museum. Bij elkaar heeft de gemeente Amstelveen voor 8,7 miljoen aan spaarrente kunnen doorsluizen aan het Cobra zonder dat zij geld uit de eigen middelen hoefde te halen. Nadat de lening in 2020 afliep, ontving de gemeente ook nog de 9,1 miljoen die voor 25 jaar door het museum was vastgezet. Daarmee had zij haar hele bruidsschat terug.
De gemeente incasseerde niet alleen; zij maakte ook kosten ten behoeve van het museum. Zo verleende zij bijvoorbeeld jaarlijks een huursubsidie. Van 2008 tot en met 2022 bedroegen de totale uitgaven 8,5 miljoen euro (zie tabel). Gemiddeld is dit 567.000 euro financiële steun per jaar. Dat is heel weinig voor een museum van deze statuur. Amstelveen heeft vijftien jaar lang voor een dubbeltje op de eerste rang gezeten.
Sinds de lening bij de Bank Nederlandse Gemeenten is afgelopen, moet de gemeente de jaarlijkse subsidie van het museum zelf ophoesten. Die is nog altijd relatief laag. Een onderzoeksbureau dat was ingeschakeld door het college van B en W stelde vast dat het Cobra in 2019 beduidend minder ontving dan vergelijkbare instellingen, zoals bijvoorbeeld het Stedelijk Museum Alkmaar en het Stedelijk Museum Schiedam. Drie jaar later was dat nog steeds zo, berekende de Volkskrant: zij kregen twee tot bijna drie keer meer dan de 1,2 miljoen euro die aan het Cobra Museum werd overgemaakt. Dat is wellicht een van de redenen waarom het museum zo vaak in de rode cijfers duikt.
Het museum stelt dat het in een onmogelijke spagaat zit; het krijgt te weinig subsidie en kan de inkomsten alleen op peil houden door grote, internationale tentoonstellingen te organiseren. Maar die zijn duur, waardoor het risico op tekorten groot is indien het verwachte bezoekersaantal niet wordt gehaald. Dat gebeurde afgelopen zomer. Het museum had veel geld uitgegeven aan exposities naar aanleiding van de 75ste verjaardag van de Cobrabeweging en de 50ste sterfdag van Pablo Picasso. Het had daarvoor 70 duizend bezoekers begroot, maar het werden er slechts 35 duizend. Voor het hele jaar 2023 waren 90 duizend bezoekers voorzien. Het museum hoopt dat het er 65 duizend worden.
Alle verliezen zijn steeds door het Cobra zelf opgevangen. Het heeft nooit noodsteun gekregen van de gemeente (behalve tijdens de coronapandemie). Bij de oprichting had het museum aanzienlijke reserves, doordat het in 1995 nóg een bruidsschat had gekregen; 11,1 miljoen euro, vooral gedoneerd door bedrijven. Eind vorig jaar had het Cobra 600.000 euro aan reserves over. Deze som moet, als het museum overeind blijft, in zijn geheel worden ingezet om het nieuwe tekort, 1,25 miljoen euro, te kunnen wegwerken. De ooit zo florissante reserves zijn dan helemaal verdampt.
Het is een bittere eindafrekening voor het museum. De gemeente heeft haar bruidsschat teruggenomen en langdurig geprofiteerd van de lucratieve rente die daarmee werd verkregen, waardoor zij lage kosten aan het museum had. Haar subsidie is twee tot bijna drie keer lager dan bij vergelijkbare musea. Het museum draaide zelf op voor de verliezen en heeft nu geen reserves meer.
Het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad hebben flinke kritiek uitgeoefend op de directeur en het bestuur van de noodlijdende kunstinstelling. Die zouden niet capabel zijn. Maar het lijkt er meer op dat het museum financieel nooit goed door de gemeente is geschraagd, waardoor het langzaam is leeggebloed.
Amstelveen koerst af op een primeur. Tijdens de coronapandemie konden alle musea in Nederland overeind worden gehouden dankzij financiële noodsteun van het Rijk, provincies en gemeenten. Het Cobra zou het eerste museum zijn dat daarna zijn deuren moet sluiten – door gebrek aan substantiële steun.
Met medewerking van Xander van Uffelen.
Cobra-collectie
Het Cobra Museum kon worden opgericht dankzij de collectie van zakenman Karel van Stuijvenberg. Hij had werk van de Cobra-beweging verzameld, de groep van avant-gardekunstenaars uit Denemarken, België en Nederland die van 1948 tot 1951 bestond. Zij propageerde vrije, als door een kind gemaakte kunst. Later trok Van Stuijvenberg een deel van zijn collectie terug. Het museum kocht daarna zelf werken van de Cobra-beweging aan. Het bezit er daarvan nu zo’n 2000.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden