Caroline van der Plas gaat op een barkruk zitten en legt het verkiezingsprogramma van BBB op tafel. In Café de Keyzer in Leiden, donderdagavond, zal EO-presentator Tijs van den Brink haar interviewen voor het radioprogramma Dit is de Dag. En sinds ze eind oktober in De Telegraaf niet goed leek te weten wat de plannen zijn van BBB, ze vroeg haar medewerker Henk Vermeer een paar keer om hulp, heeft ze het verkiezingsprogramma altijd bij zich. Bij het radio-lijsttrekkersdebat liet ze het op de grond vallen, Geert Wilders raapte het voor haar op. In het café in Leiden slaat ze erop met haar hand en zegt: „Dit is nu mijn Henk.”
Er is weer gratis bier. Niet alleen de EO vindt dat een leuk idee in deze campagne. Dat niet zij maar Pieter Omtzigt bij de Algemene Politieke Beschouwingen de vage, niet-financieel onderbouwde ‘gratis-bier-motie’ over het minimumloon had bedacht, is nooit tot de beeldvorming doorgedrongen. Tijs van den Brink vraagt wat élke interviewer haar nu vraagt: hoe het is om zo enorm veel kiezers kwijt te raken aan Omtzigt. In april stond BBB in de peilingen op zo’n dertig zetels, nu zijn het er rond de tien. Van der Plas zegt wat ze steeds zegt: dat ze in 2021 met één zetel in de Tweede Kamer is gekomen, alles wat erbij komt is „winst”.
Maar of dat helpt? Emile Roemer van de SP haalde bij de verkiezingen van 2012 vijftien zetels, net als in 2010, maar was de grote verliezer omdat hij in de peilingen op 38 zetels had gestaan. Wat zeker niet helpt: Van der Plas ziet er moe uit, ze moet veel hoesten. In een livestream-interview met de krant Tubantia zegt ze dat ze vier tot vijf uur per nacht slaapt.
Ze probeert te redden wat er te redden valt. In het eerste tv-debat, bij College Tour, viel op dat ze nauwelijks meedeed. Ze zei na afloop dat ze niet door de anderen heen wilde „blèren” en wat ze wél had gezegd, vond ze, was „raak”. In de debatten erna nam ze vaak zelf het woord, ze praatte ook door anderen heen.
De Haagse politiek is genadeloos als je zwak staat, kiezers kennen ook geen genade. Op de redactie van De Telegraaf, waar zeven lijsttrekkers zondag hun eigen krantenpagina maken, zegt Van der Plas dat ze dat weet: je hoort niet graag bij een partij die verliest. „Ik kan alleen maar blíjven zeggen dat ik vol vertrouwen ben. Dat is geen act, geen pose.”
Maar iets ánders zeggen kan ook niet.
Ze krijgt er die middag, denk ik, in elk geval één kiezer bij: de politieman die voor de lijsttrekkers de hal van het Telegraafgebouw bewaakt. Als Van der Plas vertrekt, als laatste, loopt hij met haar mee om te zeggen hoe fijn hij het vond dat zij met hem was komen praten en hem had bedankt. „U was de enige.”
Source: NRC