Nederland moet Israël veel duidelijker aanspreken op mensenrechtenschendingen in Gaza, zegt Berber van der Woude, die als diplomaat actief was in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. ‘Je mag toch hopen dat er ruimte is voor een dialoog als je ziet dat een vriend dingen doet die schadelijk zijn.’
Een dag na de aanval van Hamas schoof Berber van der Woude aan bij Op1. Aan de talkshowtafel noemde de voormalige diplomaat het ‘buitengewoon onverstandig’ dat Nederland zo snel pal achter Israël was gaan staan. Op dat moment vielen er al bommen op Gaza en Van der Woude had liever gezien dat premier Rutte, naast het tonen van zijn afschuw over de aanval en medeleven voor de slachtoffers, bij Israël ook zou aandringen op terughoudendheid. ‘Om ervoor te zorgen dat er niet te veel burgerslachtoffers vallen.’
Hatelijke commentaren zijn helaas voorspelbaar als een vrouw in een talkshow gaat zitten. Als het dan ook nog eens over gevoelige onderwerpen gaat, zoals de situatie in Israël en Gaza, kun je verwachten dat er volle emmers drek over je heen worden gekieperd. ‘Maar toch is het schrikken’, zegt Van der Woude, ‘als je plotseling doodsbedreigingen krijgt.’
Ze kreeg het predicaat ‘Hamashoer’, ze verdiende ‘een kogel door haar kop’ – sindsdien ontwijkt ze sociale media. ‘Het is heel intimiderend. Maar ook andere commentaren zijn kwalijk: oud-ChristenUnie-politicus Gert-Jan Segers bijvoorbeeld stelde dat ik de geallieerde landing in Normandië tachtig jaar geleden vermoedelijk ook een ongewenste escalatie had gevonden. Daarmee suggereer je dat ik een nazi-apologeet ben en trek je mijn geloofwaardigheid als expert in twijfel.’
Over de auteur
Sacha Kester schrijft voor de Volkskrant over België, Israël en het Midden-Oosten. Eerder was ze correspondent in India, Pakistan en Libanon.
Het is niet de eerste keer dat Van der Woude (41) diep ademhaalt en de persoonlijke gevolgen voor haar standpunt over Israël en Palestina voor lief neemt. Bijna twee jaar geleden zette zij om deze reden een streep door haar dertienjarige loopbaan bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, tegenwoordig werkt zij als zelfstandig organisatieadviseur.
In haar afscheidsmail aan collega’s schreef Van der Woude dat ze het ‘oprecht beschamend’ vindt hoe ‘we ons morele en professionele kompas uitzetten’ zodra het over dit dossier gaat. Ze had net twee jaar op de diplomatieke post in de Palestijnse stad Ramallah gewerkt en vond dat Nederland de ogen sluit voor Israëlische mensenrechtenschendingen. ‘Niets werd aangekaart’, vertelt ze. ‘Het geweld van de kolonisten, de Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen, of de sloop van goederen die door de EU waren gefinancierd – er werd nergens op gehandeld.’
De reden, zegt Van der Woude, was dat de warme relatie tussen Nederland en Israël nooit onder druk mocht komen te staan. ‘Ongeacht wat er in de realiteit gebeurde. Terwijl je toch mag hopen dat er ruimte is voor een dialoog als je ziet dat een vriend dingen doet die schadelijk zijn. En dan bedoel ik niet dat je in een gesprek meldt dat je ‘bezorgd’ bent, want dat gebeurt wel, maar dat je daar ook consequenties aan verbindt. Anders blijft het behoorlijk gratuit.’
‘Zeker. Direct op de ochtend van 7 oktober stuurde premier Rutte een tweet waarin hij zei dat Nederland pal achter Israël staat en dat het land het volste recht heeft zichzelf te verdedigen. Vooropgesteld: het is afschuwelijk wat Hamas heeft gedaan. Maar je moet heel goed nadenken over je woordkeuze. Reageer je op een verschrikkelijke terreuraanval, of op een regeringsleider die alles uit de kast zal halen om wraak te nemen?’
‘Iedereen die het dossier volgt, wist dat er bombardementen op Gaza zouden volgen, en de hele wereld zei: ‘Ga er maar in, doe wat er nodig is, wij zullen er niet voor gaan liggen.’
‘Het is volkomen begrijpelijk dat Israël woedend was en het is niet meer dan menselijk om wraak te willen nemen. Maar het is de verantwoordelijkheid van de internationale gemeenschap om de situatie zo veel mogelijk te de-escaleren. Om ervoor te zorgen dat de reactie geen grotere wonden slaat en om zowel burgers als de stabiliteit in de regio te beschermen.’
‘Ik ben hier erg sceptisch over. Vorige week werd bijvoorbeeld ook duidelijk dat onze regering toestaat dat er onderdelen voor F-35-gevechtsvliegtuigen aan Israël worden geleverd. Dat heeft tot onrust in de Kamer geleid en er is door juristen gewaarschuwd voor het risico dat Israël het oorlogsrecht kan schenden. Maar uiteindelijk is besloten de levering niet te blokkeren, omdat dit schade kan berokkenen aan de Nederlandse relatie met Israël en de Verenigde Staten.’
Van der Woude is niet de enige die zich zorgen maakt. Vorige maand stuurde een groep ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken een brief aan hun demissionaire ministers Hanke Bruins Slot en Liesje Schreinemacher: de Nederlandse regering zou ‘selectief’ en ‘inconsequent’ te werk gaan, door niet scherp te veroordelen dat er veel Palestijnse burgerdoden vallen. Als dat gebeurt in landen als Jemen, Syrië of Israël, doet onze regering dat altijd wel, constateren de briefschrijvers.
‘Absoluut. Vanaf het moment dat de bombardementen begonnen, hebben gezaghebbende mensenrechtenorganisaties, academici en VN-rapporteurs al gesteld dat zowel Hamas als Israël zich schuldig maakt aan oorlogsmisdaden. De aanvoer van water en voedsel voor burgers afsluiten, niet zorgen voor een veilige aftocht van vluchtelingen, het bombarderen van vluchtroutes, dat zijn allemaal zaken die een grote schijn hebben van een schending van het internationaal recht.
‘Kijk, Nederland positioneert zich graag als internationale hoofdstad van vrede en recht, daaraan ontlenen we een deel van onze diplomatieke kracht. Als je dan aan dergelijke schendingen voorbijgaat, als je het signaal geeft dat het recht niet altijd van toepassing is, ondermijn je het hele systeem.’
‘Ik werk niet meer bij Buitenlandse Zaken, dus alles wat ik weet, lees ik in de krant, of hoor ik via via. Wat ik begrijp is dat de minister mensen bedankt voor hun zorgen, dat het fijn is als medewerkers hun hart op de juiste plaats hebben, maar dat het uiteindelijk hun rol niet is.’
‘Het is in elk geval hoopvol. Zaken als sociale rechtvaardigheid, racisme, seksisme en dekolonisatie, thema’s die deze jongere generatie bezighouden, zijn allemaal relevant voor het werk van Buitenlandse Zaken. De vraag is of deze stemmen van onvrede in een pot worden gestopt met de deksel erop, of dat er naar wordt geluisterd.
‘Nederland zou er goed aan doen te luisteren, want er is nu nog een totale doofheid voor het geluid uit wat we ‘de Global South’ noemen, de landen in Latijns-Amerika, Azië en Afrika. Ik heb bijvoorbeeld geprobeerd een gesprek te voeren over de rapporten van Amnesty International en Human Rights Watch, die stelden dat Israël een apartheidspolitiek voert tegen de Palestijnen. Ik kreeg alleen te horen dat ik daarmee de apartheid in Zuid-Afrika bagatelliseerde, terwijl Zuid-Afrika zelf vindt dat Israël een apartheidsbeleid voert. Als de Verenigde Staten dat zouden zeggen, gaan we daarin mee, maar de stem van Zuid-Afrika nemen we niet serieus.’
Aan de muur hangen afbeeldingen uit de Palestijnse gebieden: een schilderij van de Rotskoepelmoskee bijvoorbeeld, en een poster uit de tijd van het Britse mandaat met het opschrift ‘Visit Palestine’.
Toch heeft Van der Woude niet altijd iets met het gebied gehad. In 2008, direct na haar studie politicologie en Frans, ging ze aan de slag bij Buitenlandse Zaken. Twee jaar later begon ze vol idealen aan het diplomatenklasje van het ministerie, werkte vervolgens in het Grote Merengebied in Afrika en in het Zuid-Amerikaanse Colombia, waar op dat moment over vrede onderhandeld werd met de strijdgroep Farc.
In 2019 solliciteerde Van der Woude op de post Ramallah. ‘Ik had twee kleine kinderen, dus landen als Afghanistan of Congo vielen af – we moesten als gezin een fatsoenlijk, veilig leven kunnen leiden. Tegelijkertijd wilde ik wel iets doen met mijn ervaring op het gebied van veiligheid en conflictsituaties.’
‘Dat is een soort bezweringsformule geworden en het klinkt heel chique en redelijk, maar het is onmogelijk geworden door de feiten die op de grond zijn gecreëerd: de nederzettingen, het territorium dat volledig is opgeknipt door muren en checkpoints. Er is in Palestijns gebied bovendien jarenlang niets aan maatschappelijke ontwikkeling gedaan, ook omdat de Palestijnse Autoriteit doodsbang is voor een beweging van onderaf, en er zijn sinds 2006 geen verkiezingen gehouden. Dat heeft de internationale gemeenschap allemaal laten gebeuren.’
‘Het begint met gesprekken en ik geloof dat die niet geleid moeten worden door de Verenigde Staten of Europa, omdat zij op dit dossier zo’n besmet verleden hebben. Dan denk ik eerder aan de Global South. En misschien moet je niet beginnen met een eindoplossing waar toch niemand het over eens wordt. Met, bam!, twee staten, en bam!, volgens deze grenzen, en bam!, dit wordt de status van Jeruzalem. Maar daar is veel creativiteit en wil voor nodig.’
‘Israël heeft feitelijk controle over het hele gebied, niet alleen over de eigen staat, maar ook over de Westelijke Jordaanoever en Gaza: ze gaat over de buitengrenzen, over veiligheid, over wie er mag reizen en wie er mag bouwen. Als je dat erkent, kun je het gesprek beter aangaan. Nu stelt Jeruzalem steeds dat de Palestijnen niet hun verantwoordelijkheid zijn, dat je hen daar niet op moet aanspreken.’
‘Nee, alle bevoegdheden liggen in Israël, maar niemand kan het land erop aanspreken omdat het zogenaamd niet over die gebieden en zijn inwoners gaat. Dat zou wel zo moeten zijn.’
‘Het vredesproces is zo dood als een pier, maar als je heel optimistisch wilt zijn, heeft deze oorlog duidelijk gemaakt dat het Palestijnse ‘probleem’ niet weg is en er toch echt met elkaar gesproken moet worden. Of dat daadwerkelijk gaat gebeuren? Ik hoop het.’
NRC: Israël gebruikt volgens Nederlandse ambassade bewust buitensporig geweld
Volgens een vertrouwelijk memo van de Nederlandse Defensie-attaché in Tel Aviv gebruikt het Israëlische leger in Gaza ‘onevenredig geweld’ en voert het doelbewust aanvallen uit op de ‘civiele infrastructuur’, zoals bruggen, wegen en wooncomplexen. Dat schrijft NRC, dat het memo heeft ingezien. Dit doelbewust vernietigen van burgerdoelen is in strijd met het oorlogsrecht, zo vermeldt het memo.
Volgens de rapportage heeft de Israëlische politieke en militaire top geen duidelijke strategie en is de Israëlische wens om definitief af te rekenen met Hamas ‘een militair doel dat vrijwel onmogelijk te behalen is’. De besluiten van het oorlogskabinet zouden voortkomen uit wraakgevoelens. ‘De emotie en woede klinken door in briefings van de IDF (het Israëlische leger, red.)’
Volgens de Defensie-attaché probeert het Israëlische leger de verliezen aan eigen kant zo veel mogelijk te beperken, en gebruiken de soldaten daarom sneller dodelijk geweld. Dat en de doelbewuste aanvallen op burgerdoelen zouden bijdragen aan het ‘hoge aantal doden in Gaza’.
De beweringen in het memo zijn in directe tegenspraak met uitingen van het Israëlische leger, dat zegt er alles aan te doen om burgerdoden te voorkomen. Bondgenoten, waaronder de Verenigde Staten en Nederland, dringen er bij Israël op aan om meer terughoudend op te treden. Maar, schrijft NRC, uit het memo blijkt dat Nederland weet dat Israël bewust kiest voor een nietsontziende militaire aanpak.
Maarten Albers
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden