Een man met aanzien, met statuur. Iemand die met zijn vuist op tafel durft te slaan en van de teampursuit weer een succesnummer zou maken. De aanstelling van schaatsicoon Rintje Ritsma als bondscoach ruim een jaar geleden leek veelbelovend. Maar op het eerste wereldbekeroptreden van het seizoen eindigden de Nederlandse mannen als vijfde. En belangrijker: de grootste troef, Patrick Roest, liet in augustus weten ontevreden af te haken.
Het lijkt een makkelijke manier om goud te bemachtigen. Nederland, schaatsland, met meer individueel kwaliteit dan welk land ook, is op papier de grootste kanshebber voor succes op de team pursuit: het onderdeel waarop drie schaatsers in een treintje rijden, en uiteindelijk de finishtijd van de laatste telt. ’Voor Nederland zou dit een relatief makkelijke medaille moeten zijn om te halen’, zei Ritsma een jaar geleden ook na zijn aanstelling. ‘Maar dat is in de praktijk niet zo. Daar ligt de uitdaging.’
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft al ruim tien jaar over olympische sporten als schaatsen, tennis, judo, handbal en zeilen.
Die uitdaging verloopt een jaar na dato moeizamer dan tijdens zijn aanstelling als bondscoach. Destijds was iedereen hoopvol. En ja, Nederland was vervolgens ook succesvol in eigen land op de WK afstanden, afgelopen maart. Waar de mannen goud wonnen en de vrouwen de snelsten van de dag waren - totdat het niet goed dragen van een beschermingssok door Joy Beune op een diskwalificatie uitdraaide. Maar inmiddels heeft het onderdeel met het afhaken van Roest bij de mannen weer een probleemstatus.
Een gemakkelijke rol heeft Ritsma ook niet. Hij werkt in een schaatslandschap dat wordt gedomineerd door commerciële ploegen. Waar eigenbelang voorop staat en concurrentiestrijd heerst, moet voor dit ene onderdeel eenheid worden gesmeed.
Daarnaast weet Ritsma voor de start van een wedstrijdseizoen nooit over welke schaatsers hij kan beschikken; wie zich wel en wie zich niet plaatst voor een wereldbekercyclus, of andere belangrijke internationale wedstrijden. Wat ook in Obihiro een reden was voor het rijden met een B-team bij de mannen. Beau Snellink, vorig jaar onderdeel van het gouden WK-team, wist zich niet te plaatsen voor een individueel nummer in Japan. De reis van zo’n vierentwintig uur werd te lang bevonden voor enkel een teampursuit-deelname.
Op de Spelen van Milaan in 2026 moet Ritsma twee groepen formeren uit de maximaal negen mannen en negen vrouwen die Nederland mag afvaardigen. De kans dat Roest zich op een individueel nummer plaatst is groot. Als Ritsma tegen die tijd een beroep op hem doet, staat hij daarvoor open, liet Roest al weten. Maar dit seizoen is de kopman van Reggeborgh vooralsnog niet beschikbaar.
Met het ontbreken van Roest mist ook direct de belangrijkste schaatser. Roest was jarenlang een vaste waarde, maakte vorig jaar ook deel uit van het team dat goud won op de WK en is al jaren de beste Nederlander op de 5.000 meter, daarnaast is hij een van de besten op de 1.500 en 10.000 meter. Zonder hem in de formatie keldert het niveau direct.
Een van de kritiekpunten op de fel bekritiseerde Jan Coopmans, Ritsma’s voorganger, was het gebrek aan gezamenlijke trainingen. Veel buitenlandse teams, waar de onderlinge concurrentiestrijd vaak kleiner is, doen dit wel. Zij werden de afgelopen jaren steeds beter op het onderdeel. Hoe beter schaatsers in elkaars slag weten te schaatsen en hoe dichter op elkaar ze rijden, hun voorganger al schaatsend voortduwen, hoe beter het resultaat.
Ritsma was van plan het anders te doen: niet komen trainen, betekent niet opgesteld worden, zo liet hij direct weten. Een standpunt dat Roest begrijpt en respecteert. Wel zo eerlijk, vindt hij. Maar, zo vertelde hij ook vlak voor het winterseizoen: het ontbreekt momenteel aan visie. Aan een plan om goud te halen op de Spelen van Milaan.
De allrounder gaf na vorig seizoen al aan een duidelijker overzicht te willen: met een planning met trainingsdata en een plan met welke schaatsers hij traint. ‘Dat heb ik niet gezien in de loop van de zomer en bij de trainingen.’ Zonder visie kost het onderdeel hem te veel energie. Roest heeft met zijn plaatsing voor wereldbekerwedstrijden op de 1.500, de 5.000 en de 10.000 meter een van de drukste schema’s uit het nationaal team. ‘Het zijn hele drukke weekenden, het kost veel energie en zo’n wedstrijd kost nog meer energie als je niet het vertrouwen voelt dat je zou moeten voelen’, zei hij.
Marcel Bosker, afgelopen weekend de enige van het WK-team die wel in Obihiro reed, zei bij de NOS: ‘Ik vind ook dat Rintje er wel iets meer achteraan had kunnen gaan. Zo van: hé, Patje, wil jij niet terugkomen? We gaan de punten waar jij tegenaan loopt gewoon verbeteren, zodat we het straks richting de Spelen wel goed kunnen doen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden