Op dit moment is euthanasie strafbaar. Als een arts zich echter aan zorgvuldigheidseisen houdt, wordt hij of zij niet vervolgd. Dat is weliswaar geruststellend, maar punt blijft dat de strafbaarheid een aantal artsen toch tot terughoudendheid dwingt. En dat een ander strafrechtelijk of politiek klimaat zomaar tot meer onzekerheid kan leiden, wat we al zagen gebeuren toen de omstreden procureur-generaal Rinus Otte tot nieuwe baas van het Openbaar Ministerie werd benoemd.
De politieke partijen PvdA-GroenLinks, D66, Volt en Bij1 willen recht doen aan de gebleken zorgvuldigheid rondom euthanasie en een eind maken aan nodeloze onzekerheid voor artsen door euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Dat historisch voorstel staat in hun verkiezingsprogramma’s, maar heeft weinig aandacht gekregen in de media.
Over de auteur
Hans van Dam is docent en consulent hersenaandoeningen en zelfgewild levenseinde.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Op het eerste gezicht lijkt met name wat D66 wil tegenstrijdig: euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht en tegelijk een aangepast wetsvoorstel Voltooid Leven, dat wél onder het Wetboek van Strafrecht valt. Maar het essentiële verschil schept helderheid en rechtvaardigt het voorstel om euthanasie uit de strafwet te halen.
Zo is in het wetsvoorstel Voltooid Leven de stervenshulp niet voorbehouden aan artsen; bij euthanasie wel. Daarmee is de euthanasiepraktijk scherp gemarkeerd en staat het los van de ruis die buiten het medisch domein kan ontstaan (wie mag wat wel of niet doen). Deze praktijk heeft zich al tientallen jaren bewezen als zorgvuldig, ook in de periode vóór de wetgeving. Dat was ook precies de reden om euthanasie bij wet te regelen.
In de aanloop naar de euthanasiewet is de vraag of euthanasie wel binnen de strafwet past ook aan de orde geweest. Die discussie was deels principieel, maar speelde zich vooral af in de slagschaduw van wat politiek haalbaar was. Euthanasie bleef zodoende in het strafrecht, maar door de instelling van de regionale toetsingscommissies kwam het Openbaar Ministerie op maximale afstand te staan.
Nu, ruim twintig jaar na praktijk, is er voor handhaving van strafbaarheid geen enkele reden meer. Nooit heeft een arts tegen iemands wil het leven beëindigd. De eerste en meest centrale eis – vrijwilligheid van het verzoek – is dus nooit in gevaar geweest. Voor zover onzorgvuldigheden zijn vastgesteld, betroffen die details die niets met een misdrijf te maken hebben.
In de rechtszaak tegen specialist ouderengeneeskunde Marinou Arends, die volgens justitie ten onrechte euthanasie had verleend op basis van een onduidelijke wilsverklaring, is het Openbaar Ministerie uiteindelijk door de Hoge Raad teruggefloten. Belangrijke aantekening hierbij: een oordeel over zorgvuldigheid is primair een medische aangelegenheid waar de strafrechter op afstand dient te blijven.
De Hoge Raad ziet geen verschil met toetsing van ander (ingrijpend) medisch handelen. In de aanloop naar de euthanasiewet is steeds gesproken over euthanasie als ‘bijzonder medisch handelen’. Gevoelsmatig is dat het voor een aantal (nog) wel, maar feitelijk is dat niet het geval. Euthanasie heeft een ontwikkeling richting normalisering doorgemaakt. Hetzelfde geldt voor continue palliatieve sedatie in de eindfase van het leven. Beide hebben tot doel onaanvaardbaar lijden weg te nemen.
Dat vraagt om een ander wettelijk kader voor euthanasie, want justitie heeft in de sterfkamer niets te zoeken. Niet bij sedatie, niet bij euthanasie. De interne controle in de zorg kan onverhoopte misstappen vaststellen.
Zo ontstaan diverse voordelen. De toetsing achteraf – een gedrocht, want de patiënt is al dood – kan worden vervangen door toetsing vooraf. Lees: overleg, desgewenst ook met niet-artsen. Dat komt zorgvuldigheid ten goede.
Ten tweede kan voor artsen die geen euthanasie willen verlenen de al lang gewenste verwijsplicht worden ingevoerd. Nu maakt strafbaarheid van euthanasie dat lastig, omdat artsen dan van een collega een in beginsel strafbare handeling vragen.
Ten derde: in het verlengde van de opheffing van strafbaarheid kan het inwilligen van een euthanasieverzoek eindelijk van ‘nee, tenzij’ naar ‘ja, tenzij’. In de laatste vijfjaarlijkse evaluatie van de euthanasiepraktijk staat dit ook in een van de geschetste toekomstscenario’s.
Hiermee ontstaat een heel andere cultuur. Een cultuur waarin gewenste én verantwoorde vrijheid ontstaat, waarin de ruimte die de euthanasiewet biedt veel royaler en zonder angst benut kan worden. Want zolang strafbaarheid bestaat, blijft er een zwaard van Damocles boven hangen. Gelukkig hebben lang niet alle artsen hier last van, maar dit zwaard past al lang niet meer en moeten we daarom niet willen. Naar haar aard kent euthanasie een remweg in besluitvorming. Die is meer dan voldoende.
Ten slotte kan de melding van ‘onnatuurlijke dood’ worden vervangen door ‘natuurlijke dood’. Er is dan geen gemeentelijk lijkschouwer en officier van justitie nodig om het stoffelijk overschot, zoals dat heet, ‘vrij te geven’. Net als bij sedatie is er bij euthanasie immers niets onnatuurlijks aan het sterven. Eventueel kan er, hooguit als voorlopig compromis, naast natuurlijke en onnatuurlijke dood een derde categorie komen: euthanasie en hulp bij zelfdoding.
Kortom: er zijn goede redenen om euthanasie uit het Wetboek van Strafrecht te halen en over te brengen naar de wetgeving voor gewone geneeskunde. Andersom is er veel op tegen om dat niet te doen. Handhaving van strafbaarheid verwijst naar een achterhaalde moraal: dat hulp bij sterven een kwaad is. Deze oneigenlijke rem ondermijnt de zekerheid die we allen zouden moeten hebben dat we uit ons lijden verlost kunnen worden.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden