Home

‘Even dacht ik: ik schiet hem door z’n kop’

‘Ik zat met Harry, die ik al heel lang ken, tijdens een nachtdienst te kletsen en te lachen in de auto. We reden naar de parkeerplaats tegenover de joodse begraafplaats in Muiderberg, een donkere plek met veel bomen eromheen, waar regelmatig criminele gasten samenkomen. Dus die plek nemen we in de surveillance altijd even mee.

‘Diep in de nacht hoort daar geen auto te staan, maar tijdens onze dienst stond daar een Sedan. Ik reed de parkeerplaats op en zette hem vol in mijn koplampen. Meteen zagen we een man van een jaar of 30 ineengezakt achter het stuur, terwijl er een rubberen slang vanaf de uitlaat via een klein zijraampje naar binnen liep. De motor draaide. Toen wisten we al: dit is niet goed.

‘Harry greep de Maglite, zo’n grote staaflamp, uit de zijdeur. Tegelijk sprongen we uit onze auto. Toen we bij die Sedan kwamen, zagen we naast die man een peutertje liggen van een jaar of 3, ook levenloos. Ze lag daar als een mooi, blond, slap poppetje.

Over de auteur

Wil Thijssenis politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant. Zij schrijft wekelijks de politieserie Die ene melding. Eerder was zij economieredacteur en reisjournalist.

‘De adrenaline in je bloed gaat van nul naar honderd. Het portier zat op slot. Terwijl Harry met zijn lamp op de ruit beukte, riep ik door mijn portofoon tegen de meldkamer: ‘Auto bij de Googweg met twee personen, waarschijnlijk suïcide. We proberen ze uit de auto te krijgen.’

‘Ik stak mijn hand door het gat dat Harry in de ruit had geslagen, ontgrendelde de deur en tilde het meisje naar buiten. We legden haar dwars op onze motorkap en we begonnen haar samen, beurtelings, met één hand te reanimeren. In het begin lukte het me niet goed haar te beademen, waardoor ik kwaad werd op mezelf. Toen ik haar hoofd verder naar achteren kantelde, lukte het wel. We praatten tijdens het reanimeren tegen haar, zo van ‘Kom op, meissie’, en er vielen krachttermen omdat ze niet bij kennis kwam.

‘Een ambulance en collega’s uit Bussum en Naarden kwamen snel. De ambulancebroeders namen het van ons over. Ik herinner me dat een collega op mijn schouder klopte en zei: ‘Jan, goed gedaan, hoor.’

‘Ik liep weg. Weg van die plek, even lucht, even alleen zijn. Toen pas realiseerde ik me: verrek, er ligt ook nog een kerel in die auto. Ik was enorm kwaad op hem. Het is triest dat hij uit het leven wil stappen, maar zo’n kleine gup heeft daar geen stem in gehad. Waar haalt hij het lef vandaan om haar daarin mee te nemen?

‘Ik deed zijn portier open, trok in mijn woede mijn pistool en dacht een fractie van een seconde: ik schiet hem door z’n kop. Ik porde even met de loop in zijn gezicht om te checken of hij nog leefde, en dacht meteen: ho, Jan, dit is niet goed, en borg mijn wapen weer weg. Ik weet niet of mijn collega’s dat hebben gezien. Misschien niet, misschien hebben ze het uit collegialiteit stilgehouden, ik weet het niet.

‘Hij leefde niet meer. Een ambulancebroeder kwam naar me toe, pakte me bij mijn schouder en zei: ‘Wees blij dat de reanimatie niet is gelukt, want dan was dat meisje een kasplantje geworden.’ Zijn opmerking heeft me geholpen, daar kom ik op terug.

‘Collega’s zeiden: ‘Wij handelen het hier verder wel af’, en sturen je weg, terug naar het bureau. Want ze weten dat een kinderreanimatie een enorme impact heeft.

‘In de auto vloek je nog een paar keer en loop je het hele incident nog eens na: hebben we alles gedaan wat we konden? Eigenlijk zoek je naar bevestiging, stel je elkaar gerust. Nee, Jan, dat beademen, daar kon jij niks aan doen. Nee, Harry, als je die ruit in één keer had ingeslagen, had dat geen verschil gemaakt.

‘Het kennen van je emoties, dus van jezelf, is essentieel in ons vak. Je moet je eigenlijk altijd goed kunnen beheersen. Als dat even niet lukt, is het belangrijk dat je met een collega bent die je afremt of geruststelt. Wij gaan soms van humor en vrolijkheid binnen enkele seconden naar enorme woede of verdriet.

‘Gelukkig heb ik thuis een vrouw bij wie ik altijd mijn verhaal kwijt kan, dat is belangrijk. En het feit dat die ambulancebroeder zei dat het maar beter was dat het meisje het niet heeft overleefd, helpt ook om er niet mee rond te blijven lopen. Bovendien komt er altijd wel een nieuw, heftig incident, dat de nare herinnering overtreft en wegduwt.

‘Ik hoorde later van de recherche dat er kinderporno was gevonden bij die man van de Sedan. Het dode meisje was ook door hem misbruikt. Het is maar goed dat ik dat destijds niet wist. Sindsdien stel ik mezelf de als-danvraag: als ik dat had geweten, had ik dan geschoten?

‘Ik vermoed van niet. Maar ik steek mijn hand er niet voor in het vuur.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next