Nadat Nederland bij eerdere trainingspotjes een neofascistische webshop en een agrarisch marketingbureau tot grootste partij koos, is nu Nieuw Sociaal Contract (NSC) favoriet bij de Tweede Kamerverkiezingen. Dat is een merkwaardige partij, die zich vooral met formalistische punten over een nieuwe bestuurscultuur profileert. Een bijzondere koploper en een bijzondere naam dus, in een land waar geen hond Rousseau of Hobbes kent.
De populariteit van Pieter Omtzigt is dan ook niet gerelateerd aan zijn partijprogramma, dat weliswaar een paar interessante voorstellen bevat, maar dan toch vooral voor de liefhebbers van staatsinrichting en bestuursrecht. Zijn populariteit is ook niet te verklaren met zijn werk inzake de toeslagenaffaire. Het grote publiek misbruikt die affaire weliswaar als een stok om het eigen misnoegen te uiten, maar écht boeien doet het vrijwel niemand; dat Nederlanders weinig geven om mensen aan de onderkant had en heeft de VVD goed gezien.
Over de auteur
Sander Schimmelpenninck is journalist, ondernemer en columnist van de Volkskrant. Eerder was hij hoofdredacteur van Quote. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
Nee, Omtzigt is vooral populair omdat hij de underdog is. Zeker twintig van zijn virtuele zetels zijn te danken aan ‘functie elders’, een afwijzing waarin sommige Nederlanders zich gretig herkennen. ‘Net als toen wij geen vergunning kregen voor onze dakkapel’, mompelt Henk tegen Ingrid. Ook al was Nederland een koloniale macht en dutchplainen we iedereen die ons voor de grote voeten loopt, bij de underdog voelt de Nederlander zich thuis.
Stemmen op Omtzigt is als een wedstrijdkaartje kopen voor de scheidsrechter. Of trouwen met de ambtenaar van de burgerlijke stand. Formaliteiten zijn heus belangrijk, maar waar is de inhoud? In het partijprogramma van NSC worden nauwelijks keuzes gemaakt en ontbreekt van grote ideeën ieder spoor. Dat geldt overigens voor meer partijen, reden waarom dat woord tegenwoordig standaard van het adjectief ‘radicaal’ wordt voorzien; in een land zonder ideeën is het hebben van een idee per definitie radicaal.
Dat zou een kans moeten zijn voor tegenstanders, maar die leveren niet, uit angst voor de publiekslieveling. Omtzigt domineert, bepaalt de agenda en zet zijn opponenten met retorisch catenaccio vast op het terrein waar hij zich oppermachtig weet: regels en procedures, en vooral de totstandkoming daarvan. Zolang Omtzigt kan haarkloven over clausules in het contract, gaat het niet over de inhoud van dat contract, en wint hij dus.
Voor een sociaal contract, al dan niet nieuw, heb je echter inhoud en ideologie nodig. Het belangrijkste van dat rechtsfilosofische begrip is natuurlijk hoe dat ‘sociaal’ wordt ingevuld, maar Omtzigt suggereert dat alleen het contract zelf telt. Logisch, want bij gebrek aan nieuwe inhoud en ideologie, voor zover de ‘christen-democratie’ überhaupt als ideologie kwalificeert, blijft alleen de vorm over om op te hameren. Maar zonder inhoud of ideologie blijft NSC een partij zonder houvast, een partij van fatsoenlijk gewauwel en redelijk klinkend getwijfel. Ook dat zal niet duurzaam blijken.
Omtzigt kan er weinig aan doen dat hij zo populair is, en leek dat eerder zelf ook als probleem te zien. Toch lijkt de Tukker nu de macht te ruiken; kritiek wordt steeds minzamer weggelachen en debatten doet hij alleen als het uitkomt. Het maakt de kiezer toch allemaal niks uit, lijkt hij te denken, en daar heeft hij nog gelijk in ook.
Een nieuwe partij die zich druk maakt over formaliteiten, procedures en aansprakelijkheden zou best een aanwinst kunnen zijn voor de Tweede Kamer. Maar toch liever niet als grootste. Mocht Omtzigt dat zelf ook vinden, wat ik niet uitsluit, heb ik nog wel een tip voor hem: zeg eens iets progressiefs of ambitieus! Dat valt immers geheid slecht in Nederland.
Source: Volkskrant