Home

Aju Cocu

Het is met Vitesse, de voetbalclub uit Arnhem, een beetje als met de wereld. We zitten op een zeephelling, met een niet meer af te remmen vaart denderen we naar beneden. Richting de bak met prut waar we ooit uit tevoorschijn kropen.

Achteraf is het makkelijk lullen.

Hadden we onze ziel maar nooit verkocht aan een eigenaar, hadden we daar maar van geleerd, dan hadden we de sleutels van ons hart na het vertrek van onze Russische oligarch nooit in bewaring gegeven aan ‘algemeen directeur’ Pascal van Wijk en z’n ‘Pancho’ Henk Parren. Ze dreven ons ‘om niets en met veel goede bedoelingen’ in de armen van een groepje durfinvesteerders onder leiding van de Amerikaan Coley Parry, die ons glimlachend een ketting van nieuwe schulden om de nek hing.

Ondertussen zitten we met een elftal dat van onvermogen aan elkaar hangt. Het nemen van een corner is al moeilijk, net als overspelen, op doel schieten en gek genoeg vinden we het achterin ook moeilijk om een bal weg te trappen.

Onze trainer, de beroemde ex-international Phillip Cocu, is na de nederlaag tegen SC Heerenveen zelf opgestapt. De trukendoos was leeg, zelfs een boos zwijgen na de afgang bij Go Ahead Eagles uit, had nul effect. De spelers vonden hem wel allemaal erg aardig, lieten ze optekenen na zijn vertrek.

Mij ontroerde het spandoek ‘aju Cocu’ dat tijdens de wedstrijd tegen SC Heerenveen omhoog werd gehouden op de tribune. Iemand had thuis met stift twee woorden die op elkaar rijmen op een kussensloop geschreven en hield dat met een verwante omhoog.

Vitesse is weer waar het voor mij ooit begon. Op de bodem. Arnhemmers zijn een vreemd volk, overal commentaar op, het altijd beter weten, maar juist in de schuilkelders kun je je geen beter gezelschap wensen. In tijden van ellende kruipen ze naar elkaar toe met hun allesverzengende zwartgalligheid.

We hebben het er zelf naar gemaakt dat we worden uitgelachen door het halve land, er zijn er veel die Vitesse de ellende gunnen, de beeldvorming rondom de club is niet meer bij te stellen.

We kunnen alleen maar hopen dat we dit ellendige seizoen overleven want buiten het veld zijn de problemen nog veel groter.

We hebben alleen onszelf nog, maar juist dat kan weleens de redding zijn. We zullen altijd weer terugkomen om uiteindelijk weer onze hand te overspelen. Niemand treurt om onze nakende afwezigheid, maar ze missen ons nu al.

Source: NRC

Previous

Next