Home

Millennials die de mond vol hebben van systeemverandering: jullie zijn zélf het systeem

Uitgever Toine Donk rekent af met de onuitstaanbare neiging van millennials om maatschappelijke betrokkenheid als een soort accessoire uit te venten zonder ooit echt consequenties voor zichzelf te trekken. Hij spaart zichzelf daarbij niet.

Dit stuk gaat over mij, en over mijn generatie. En in zekere zin: over mij en mijn vrienden. Een van de kenmerken van vriendschap is dat je elkaar af en toe de pijnlijke waarheid zegt. Het is tijd om te praten over de ondraaglijke lichtheid van de millennial.

Ik weet nog het moment waarop ik dacht: er is iets verschoven. Het was 2019 en ik had een overmoedig plan opgevat voor een online boekwinkel met een ideëel karakter. Een concurrent voor Bol en Amazon. Stiekem hoopte ik er natuurlijk succes mee te boeken. Ik mailde een aantal schrijvers om te vragen of ze hun steun wilden laten blijken. Het leverde veel positieve reacties op, maar niet uitsluitend. Een millennial-schrijver die regelmatig in talkshows aanschuift om zaken als feminisme en klimaatverandering aan de kijker uit te leggen, wilde niets toezeggen. Hij vroeg me:

‘Wie heb je bereid gevonden om daar nog meer op te staan? Ik hoor wel van je als je een beetje een aardig lijstje hebt (...)’

Ah, oké.

De reactie is mij altijd bijgebleven. Toentertijd leek het een opzichzelfstaand iets, maar naarmate de jaren verstreken, zag ik deze manier van doen steeds meer onder millennials zoals ik. Noem het deugdzaamheid als een vorm van persoonlijk merkbeheer.

Over de auteur
Toine Donk (42) richtte in 2015 met Daniël van der Meer uitgeverij Das Mag op en schrijft een boek over de duidingseconomie.

Onlangs plaatste mijn vriendin een oproep op Instagram. Een bevriende Volkskrant-journalist zocht voor een interviewreeks idealisten. Mensen die de wereld beter wilden achterlaten. Kenden haar volgers zo iemand? Ze kreeg zo veel reacties dat ze de oproep al na een paar uur weer offline haalde. Allemaal mensen van onze leeftijd die iemand wisten om aan te dragen: zichzelf. Soms bestonden de eerste zinnen uit disclaimers: ja ik ben wit, ja ik ben cis, ja ik ben mij bewust van mijn privileges. En wat hen zoal tot idealist maakte? Bijvoorbeeld: ‘Ik wil het systeem omverwerpen.’ Of: ‘Ik schrijf haiku’s over de klimaatcrisis.’

Mijn vriendin vroeg ook aan haar moeder van 64 of zij idealisten kende. Haar moeder somde eerst voor zichzelf op waaraan zo iemand moest voldoen: zich belangeloos inzetten voor een groter doel, ook als dat persoonlijk nadeel oplevert. Ik denk niet dat ik zo iemand ken, zei ze na lang nadenken. Of misschien dat stel dat, naast hun keukenbouwbedrijfje, ijverde voor een weeshuis in Roemenië en altijd een paar pleegkinderen in huis heeft, naast de eigen vier zoons. Ze zitten waarschijnlijk niet op Instagram.

Eigenlijk zie ik dit contrast vaak. Wij millennials zijn geneigd onze deugdzaamheid als een fashionstatement uit te dragen. We zijn ons er heel bewust van hoe iets eruitziet, zelfs voordat we werkelijk iets goeds doen. Dus willen we weten of onze steunbetuiging wel in een leuk lijstje namen staat. Of excuseren we ons alvast voor onze privileges.

Dit heeft te maken met iets wat voor iedereen belangrijk is: status. Uit onderzoek blijkt dat het bereiken van status of het verlies ervan de sterkste voorspeller van positieve en negatieve gevoelens op de lange termijn is. Logisch dus dat we voortdurend keuzen maken die onze status verhogen. Duizenden jaren geleden was brute overheersing daarvoor een gangbare manier, later werd dat financieel succes. Maar in de wereld waarin de millennial volwassen werd, kreeg geld steeds meer een verdacht imago.

Dat strekt verder dan de millennial alleen. Alle generaties zijn de laatste decennia poen als viezer gaan zien. Een gouden lepel in je mond is niet langer gewild: zelfs Posh Spice vertelde onlangs over haar ‘very working class’ achtergrond – al bracht haar vader haar naar school in een Rolls Royce. Privileges wil je nu alleen nog hebben in het geheim. Vinkjes zijn vulgair.

Het zijn vooral de millennials die deze culturele ontwikkeling diepgaand hebben ervaren, omdat ze op jonge leeftijd werden blootgesteld aan de veranderende standaard. Daarom hebben generatielabels volgens mij wel degelijk nut: ze symboliseren een verschuiving tussen de oude en de nieuwe wereld.

In deze nieuwe wereld werkt deugdzaamheid steeds beter als statusverhogend middel. Zelfs de VVD-millennial valt niet meer voor het ‘greed is good!’ van Gordon Gekko uit Wall Street, maar vermeldt wel graag terloops op verjaardagen dat hij als flexitariër één keer per week geen vlees eet. Crypto-fans die financiële onafhankelijkheid nastreven, framen dit in termen van zelfrealisatie: de vrijheid om je passies na te jagen, meer tijd voor je gezin en geestelijke gezondheid. En neem Sywert van Lienden, de CDA-millennial die de mondkapjes-jackpot won, maar het net zo belangrijk vond om zich tijdens de covidcrisis in de media op te dringen als redder des vaderlands. Millennials weten uitstekend dat ons idealisme óns een voordeel kan opleveren.

Maar eerlijk is eerlijk, er is een groep voor wie het uitdragen van een zweem van deugdzaamheid het populairst is. De reden is simpel: omdat het voor hen het meest statusverhogend werkt. Ik doel op millennials op de linkerflank – zeg maar, millennials zoals ik.

Scrollend door mijn sociale media zie ik hoe collectieve verontwaardiging in golven komt en gaat. Het ene moment zie je overal zwarte vierkantjes in je feed, een tijd later is de toestand in Iran trending topic, om weer vervangen te worden door Palestijnse vlaggen. De berichten zeggen vaak iets als ‘ik kan niet langer stil blijven’. Of in de woorden van Tim Hofman op Instagram: ‘Israël/Gaza is niet iets om over te zwijgen’. Doorgaans blijkt stil blijven al snel wél mogelijk: na een tijdje verdwijnt het ene onderwerp naar de achtergrond voor de volgende hype.

Je krijgt de indruk dat de collectieve verontwaardiging minder met verontwaardiging te maken heeft en meer met het collectieve element. Zien en gezien worden. En de angst dat stilte opgevat kan worden als steun voor de verkeerde kant (‘Your silence speaks volumes!’).

Rechts heeft net zo goed de gewoonte om in collectieve opwinding te vervallen, puur om aan elkaar te bewijzen een rechtse goody-goody te zijn. Het herhaaldelijk benadrukken dat je geen havermelk drinkt (‘Je kunt net zo goed aan een kameel lopen slobberen!’). De paniek als literatuur of televisie durft seksualiteit te tonen die verder gaat dan één papa en één mama die het onder de lakens doen. En natuurlijk de rechtse variant op masturberen: het zo veel mogelijk gebruiken van het woord ‘woke’ om tot zelfbevrediging te komen.

Het zorgwekkende is dat de meeste van deze hypes – of ze nou op links of op rechts in schwung zijn – draaien om wezenlijke vraagstukken: institutioneel racisme, onze banden met dubieuze regimes, hoe we onze kinderen opvoeden. De hoop dat gezamenlijke verontwaardiging machthebbers kan beïnvloeden deel ik ten dele. Maar het levert wel een perverse dynamiek op. Want degenen die geholpen moeten worden door de collectieve focus, moeten maar hopen dat die hulp materialiseert voordat de verontwaardigingskaravaan is doorgereisd. Machthebbers wachten vaak gewoon af, zonder veranderingen toe te zeggen. All things must pass.

Ik pleit er niet voor om weg te kijken. Ik wil het eigenbelang van ‘zien en gezien worden’ bespreekbaar maken, omdat het onze betrokkenheid dreigt uit te hollen. Wij millennials, en zeker wij millennials op links, zijn te veel bezig met de blik van de ander op ons moreel blazoen. Wat we buiten beeld plaatsen is ons eigen aandeel in de schuld.

Veel linkse millennials kunnen opdissen dat de rijkste 10 procent van de wereld verantwoordelijk is voor de helft van de CO2-uitstoot. Maar we hebben minder paraat dat de gemiddelde millennial bijna twee keer zo veel verdient als nodig is om tot die 10 procent te behoren. Wij zijn die 10 procent, of waarschijnlijker: de 5 procent.

Volgens het CBS zijn millennials de leeftijdsgroep die het vaakst zegt dat klimaat een reden is om beperkt vlees te eten, maar intussen eten we evenveel vlees als de andere leeftijdsgroepen. En dat terwijl we relatief vaak op progressieve en kosmopolitische partijen stemmen. En dan zijn wij na jongeren de groep waarvan het grootste percentage aangeeft in de afgelopen twaalf maanden gevlogen te hebben. Zelf stem ik groen – én vlieg ik binnenkort naar Vietnam voor een vakantie.

Als ik naar andere grote kwesties kijk, krijg ik geen betere indruk. Zo geldt voor verreweg de meeste leeftijdsgenoten die ik ken dat de moeder keurig de carrière van de vader voorrang heeft gegeven na de geboorte van het eerste kind. Feminisme? Dat hebben we toch opgelost met de papadag?

Het verhaal is natuurlijk zo oud als de tijd: een jonge generatie, bruisend van idealen, bestormt het bastion van de gevestigde orde, maar eenmaal het fort ingenomen, lijken de oorspronkelijke idealen ergens verloren geraakt in de mist van het slagveld. Dit is zeker niet uniek voor ons millennials. Wat onze generatie echter bijzonder maakt, is de vaardigheid waarmee we deze leemte kunnen maskeren.

Ik geloof niet dat wij millennials ‘slechtere’ mensen zijn dan andere generaties, maar we hebben veelal een te fraaie perceptie van onze morele deugdzaamheid. Daar hebben we hele argumentatiestructuren omheen gebouwd. Zo is er het woord dat je vroeg of laat in elk kroeggesprek bij ons hoort vallen: systeemverandering. Dit is het idee dat we niet naar individuen moeten wijzen, maar dat ‘het systeem’ moet worden aangepakt. Oké, we vliegen voor onze herfstvakantie eventjes naar Sicilië, maar dat is noodzakelijke selfcare om vervolgens weer met frisse moed te kunnen strijden tegen de elite die nu eindelijk eens vaart moet maken met accijnzen op kerosine. We kunnen erg goed de indruk wekken dat ‘het systeem’ iets is waar wij geen onderdeel van zijn, maar altijd: de ander. (OK boomer.)

Dat we zo vlotjes naar ‘het systeem’ wijzen is opmerkelijk als je bedenkt hoe invloedrijk we zelf zijn geworden. In de media zie ik vooral generatiegenoten de pagina’s volschrijven en de talkshowtafels bevolken. Een millennial als minister of staatssecretaris is al niet meer opzienbarend en in de Tweede Kamer is de helft van de leden millennial. Gestaag wordt de elite vervangen door veertigers die eruitzien alsof ze nog op kamers wonen.

Millennials bezitten het op een na hoogste gemiddelde jaarinkomen (na de leeftijdsgroep van 45 tot 54) en hebben een geweldige koopkracht. Vergeleken met babyboomers op dezelfde leeftijd, zijn millennials op hun 30ste vaker huiseigenaar. Je hoeft alleen maar naar de winkelpuien in steden te kijken om te zien hoe enorm invloedrijk we zijn. We geven wel graag af op gentrificatie, maar voor wie denk je dat ze al die koffie- en bierspeciaalzaken neerzetten? Ik groeide op in een probleemwijk die later gentrificeerde en denk altijd: waar dient al die publiek betuigde verontwaardiging toe, behalve om bij elkaar in het gevlij te komen? Proberen we ons geweten te sussen of hebben we echt een band met deze buurten? Hoe ideaal was het dat mijn moeder mij leerde om uit de buurt van naalden te blijven en ’s avonds niet door het park te fietsen?

Als je erop gaat letten, zie je overal om je heen onze neiging om te doen alsof we geen onderdeel zijn van het systeem. Zo zag ik eens een filmpje van een optreden van de punkband Hang Youth op Lowlands 2022. De band zelf is radicaal, daar heb ik weinig twijfel over. Dus was het vreemd om ze op het podium omringd te zien door een elite van bekende artiesten als Faberyayo die, gekleed in dure merkkleding, antikapitalistische leuzen scanderen. Leg de Zuidas in de as!

Sure.

En alleen een millennial-schrijver als Édouard Louis kan zich als fotomodel laten fotograferen (hij stond zo op de cover van het NRC-magazine) en erbij laten optekenen: ‘We moeten er weer trots op durven zijn niet geliefd te zijn.’

Hypocrisie is niets nieuws en bovendien onvermijdelijk. I’m as guilty as anyone. Al die keren dat ik mijn huis ver-airbnbde, maar ondertussen wel klagen over de toeristen in de stad. Terecht mag je je afvragen: als we elkaar eindeloos de maat nemen, wie mag er dan nog kritiek hebben op hoe de zaken lopen? Moeten we allemaal maar onze mond houden?

Zeker niet. Maar het blijft zo vaak hangen bij simpelweg dat, bij onze stem laten horen. Wij millennials hebben dan ook een knap vermogen ontwikkeld om boodschappen aantrekkelijk te verpakken. We hebben er zelfs een hele taal omheen bedacht, met termen als ‘the power of storytelling’. We zijn een generatie van vaardige verhalenvertellers. En nergens zie je dat beter dan bij het medium dat volgens mij de millennial definieert: de podcast.

Als toekomstige antropologen de millennial willen begrijpen, zullen ze zich een weg moeten banen door een modderstroom aan eindeloze gesprekken over medianieuws, impact leadership en ayahuasca-trips. Radio bestond al lang, dus waarom is de podcast ineens zo enorm populair geworden – om te beluisteren, maar vooral ook om te maken? Een verklaring is denk ik dat er geen tijdslimiet op zit. Een podcast van drie uur is niet uitzonderlijk. In de trein, tijdens het hardlopen, onder het koken – altijd spreken de podcasthosts ons toe.

Daarbij valt een essentieel kenmerk van onze lichtheid op: het gebruik van zelfspot. Te allen tijde moet ervoor gewaakt worden dat onze opvattingen en analyses te serieus worden. Dus heet de populaire podcast van Sander Schimmelpenninck de Zelfspodcast. En is er een veelbeluisterde podcast over millennials die met een knipoog Schaamteloos Randstedelijk heet.

Een van de presentatoren van deze laatste show, Doortje Smithuijsen, deelde onlangs haar ongemak over haar eigen podcast. Hoewel de show was opgezet om haar generatie een spiegel voor te houden, leek de millennial het vooral als puur vermaak te beschouwen – een fijne manier om om jezelf te lachen. Echt verbazingwekkend kan die reactie niet zijn. Het doel van zelfspot is juist om elke boodschap van zijn stekeligheid te ontdoen. Zo loop je als maker geen risico. Je neemt jezelf (zogenaamd) niet serieus, dus kritiek kan je niet raken. Bovendien is zelfspot makkelijk te verteren, precies zoals veel podcasts en hun adverteerders dat graag hebben. Smithuijsen kocht haar eigen twijfel dan ook maar af met nog meer zelfspot. Tot hilariteit van het publiek werd aangekondigd dat de podcast voortaan zou heten: Voorheen Schaamteloos Randstedelijk.

Prima, hoeft niemand ook verder nog na te denken over het oorspronkelijk ongemak van Smithuijsen: moeten we niet echt eens kritisch naar onszelf kijken?

Als je naar zulke podcasts luistert, waarbij halverwege de show de presentatoren opeens beginnen over ‘even opladen met Starbucks chilled classics’, blijf je met het gevoel achter dat we heel handig zijn geworden in een nieuwe vorm van kapitalisme: geld verdienen vermomd als sociaal commentaar. Natuurlijk, ik begrijp dat ook podcasthosts ergens de huur van moeten betalen, maar moeten we geloven dat er niets staat tussen een podcasthost en dakloosheid behalve het aanprijzen van Starbucks chilled classics?

Nergens zie je de Make the world a better place-praatjes beter ingezet worden als verdienmodel dan op zakelijke congressen. Onlangs vond het Amsterdam Business Forum 2023 plaats, voor iedereen die 1.200 euro heeft liggen (of voor de VIP: 1.800 euro). De hele line-up bestond zowat uit millennials, dus werd op de evenementsite alles als het toppunt van inspiratie en deugdzaamheid verkocht: ‘The best leaders and best companies are the ones that make impact. Impact on their employees, impact on their customers and impact on the world of tomorrow. Maximizing impact is your crucial task as a leader. You hold the key!’

Die sleutel tot een betere wereld wordt je aangereikt door inspirerende millennials als Rutger Bregman en Typhoon. Verder gaat het op de site over ‘changemakers’. Koop een ticket, dan gaan we change maken!

Kijk: er bonzen overal ter wereld dikke crises op de deur. De noodzaak van impactful leadership en change maken is groter dan ooit. Als wij millennials niet al de machtigste groep in de maatschappij zijn, dan zijn we dat weldra. Het is dus aan ons om dat leiderschap te tonen. Maar terwijl we leidinggevende posities bekleden, zijn we vooral behendig in het laten lijken alsof wij helemaal niet de mensen met macht zijn. Het systeem, dat is de ander, dat is de boomer. Hoe denken we dan change te gaan maken? En hoe waarschijnlijk is het dat we change gaan maken als we ons de hele tijd bezighouden met deugdzaamheid als imagotraject, met hoe we op anderen overkomen, of we wel op een leuk lijstje namen staan, of we niemand voor het hoofd stoten? Hoe waarschijnlijk is het dat we change gaan maken als we alles ondervangen met zelfspot, als we elke stekelige boodschap zo inpakken dat we die moeiteloos kunnen verteren, en zelfkritiek vervangen door het simulacrum ervan, zelfspot?

Misschien klink ik wel ontzettend kwaad. Dat ben ik ook. Geef mij in plaats van sympathieke zelfspot maar ziedende woede. Misschien dat die woede wél wat teweeg brengt, want zolang wij millennials niet afrekenen met onze ziekelijke zorg voor een smetteloos imago, zijn we weliswaar een rijke en machtige, maar ook volstrekt tandeloze generatie.

Verandergeneratie

In de Ilias van Homerus wordt al gesproken over generaties – als bladeren aan een boom, waarbij sommige vallen en nieuwe groeien. Het symboliseert een verandering in maatschappelijke waarden. Socioloog Karl Mannheim verdiepte dit in 1928 met zijn theorie dat sociale veranderingen een specifiek bewustzijn creëren bij degenen die opgroeien in die periode. Millennials, geboren tussen ongeveer 1980 en 1995, zijn een voorbeeld van zo’n generatie.

Source: Volkskrant

Previous

Next