Home

Op onbekend terrein: Vincent van Gogh en tijdgenoten legden óók hijskranen, fabrieken en gashouders vast – en hoe

Van Gogh aan de Seine, een expositie met zo’n tachtig werken van Van Gogh en andere postimpressionisten in het Van Gogh Museum in Amsterdam, is een opzienbarend opzienbarende tentoonstelling. Ook de Vincent-veteranen onder u zullen er regelmatig worden verrast. Er hangen enkele weinig bekende (maar goede) Van Goghs, sommigen met onwaarschijnlijke herkomstplaatsen als Saint Louis of Jeruzalem, maar dat is slechts een deel van de verrassing. Het onverwachtst hier is het overkoepelende thema: de noordwestelijke Parijse voorsteden, een onderbelicht gebleven gebied in de Van Gogh beeldvorming.

Een tijdgenoot van Vincent omschreef de Parijse environs als een streek met ‘verbijsterende tegenstellingen’. Je had er idyllische pleisterplaatsen als Asnières, toevluchtsoord voor vermoeide Parijzenaars, maar ook grauwe industriestadjes als Clichy, herkenbaar aan zijn woud van rokende schoorstenen. De vijf geëxposeerde schilders waren vertrouwd met dit gebied. Signac en Bernard woonden er. Seurat en Angrand resideerden in de buurt. Ook Vincent verbleef vlak bij de voorsteden. Vanuit zijn appartement in Montmartre stiefelde hij er in de lente van 1887 bijna dagelijks naartoe, vijf kilometer heen, vijf kilometer terug.

Wat hem aantrok in het gebied is makkelijk te zien. Het was rijk aan bruggen, telegraafpalen, hijskranen, fabrieken, gashouders, wasboten en andere motieven die razend interessant waren voor een schilder van het moderne leven. Belangrijker nog dan wat hij er vond, was misschien waarvan het hem verloste: stadsgewoel, kolossale appartementenblokken. In Parijs keek je altijd ergens tegenaan. Aan de randen van de stad reikte de blik verder.

Over de auteur
Stefan Kuiper is kunsthistoricus en journalist. Hij schrijft voor De Volkskrant sinds 2013.

Vincents ontdekking van de voorsteden overlapte met zijn artistieke transformatie, een metamorfose die tot in den treure is naverteld. Dat hij in Parijs ging werken met ongemengde kleuren en dat zijn handschrift er veranderde van tekenachtig in stippelend in streperig: u nam er al vaker kennis van, en als u het bent vergeten, dan kijkt u er het programma van Jeroen Krabbé nog maar eens op na. Niet Vincents kleuren, die verrukkelijk zijn, maar zijn ruimtegevoel had hier mijn bijzondere aandacht. Of hij zijn ezel nu neerplantte in een modderig stuk niemandsland of op een bebladerde rivieroever, de vloer is bij hem altijd grondig geobserveerd. Aan de Rand van Parijs, het doek waarmee de tentoonstelling aftrapt, is geen gedetailleerd schilderij, maar het voelt wel zo. Je ogen kunnen het uitwandelen, als je wilt helemaal tot aan de einder.

Ook Signac, die de werkelijke ster is van deze expositie, blonk uit in de weergave van ruimte, al ging hij systematischer te werk. Zijn Gashouders bij Clichy lijkt geschilderd door een landmeter, zo afgewogen is het geconstrueerd. Elke landschapschilder weet dat dergelijke omvangrijke gebouwen je voor een technisch probleem stellen. Alleen van een afstand krijgt men ze volledig in beeld, waardoor een deel van het schilderij automatisch wordt opgeslokt door een uitgestrekte, vaak saaie voorgrond. Voor Signac is dit probleem geen probleem. Hij schildert de ‘saaie stukjes’ alsof het de boeiendste stukjes zijn. Die ongedifferentieerde kijk op het onderwerp geeft Gashouders bij Clichy iets statisch. Het is geen schuldig landschap, maar een geduldig landschap, een landschap waarin de tijd niet zozeer voort lijkt te kruipen als wel tot volledige stilstand is gekomen. Dit gevoel wordt versterkt doordat het is verstoken van mensen. Wat heet, de menselijke afwezigheid is er wellicht de belangrijkste reden voor.

Het sociale leven speelt in deze expositie sowieso geen noemenswaardige rol. Je treft er geen eigentijdse equivalenten van Renoirs Le déjeuner des canotiers of Manets Argenteuil. Waar de impressionisten de kijker ogenschijnlijk meenamen naar waar ‘het’ gebeurde, voeren de postimpressionisten hem juist naar waar het níét gebeurt. Niet in het café of tijdens uitgelaten partijtjes op het water, maar bij stille spoorwegovergangen en op verlaten fabrieksterreinen sloegen zij hun slag. Al kijkend ontstaat zo het beeld van een groep onvermoeibare struiners die het leven bij voorkeur van een afstandje gade sloegen. Ook daar kijk je van op.

Hoewel haar naam prijkt in de titel speelt de Seine geen allesbepalende rol in Van Gogh aan de Seine. De rivier figureert lang niet op alle schilderijen, en doet ze dat wel, dan is ze niet per se een element van speciale consideratie. Bernard is misschien wel het achteloost in zijn weergave ervan. Voor hem leek de Seine wat een blanco muur is voor een huisschilder: iets dat moest worden dichtgesmeerd, hoe egaler hoe beter. Angrand lijkt geboeider door de weergave ervan, maar niet veel. Hou een riviergezicht van hem op de kop en lucht en water wisselen van plek zonder dat je veel verschil ziet. En Vincent? Kon hij een beetje uit de voeten met een notoir lastig motief als stromend water? Toch wel. Zijn strepige handschrift blijkt er een ideale vertaalslag voor, inclusief overtuigende golfjes en spiegelingen. Werden er prijzen uitgereikt voor de beste waterschilder hier, dan gingen die onder andere naar hem.

Beeldende kunst

★★★★☆

Van Gogh Museum, Amsterdam, t/m 14/1.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next