‘Protest uit de zaal’, vat een oudere man met licht spottende ondertoon het sentiment samen. Vlak daarvoor klinkt het wat ongenuanceerder vanuit het publiek. ‘Wat een gezeur!', roept een vrouw. Een man naast haar: ‘Nou zeg!’
Ze reageren op een opmerking van Joëlle Gooijer, die op plek vijf van de ChristenUnie staat en zich hier ideologisch gezien in het hol van de leeuw bevindt: op een debat georganiseerd door de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE). De zaal is gevuld met leden van de NVVE, veelal zelfbewuste, welbespraakte en geëngageerde zestigers en zeventigers voor wie zelfbeschikking vanzelfsprekend is.
Tot dan toe is het muisstil in Pakhuis de Zwijger en heerst er grote eensgezindheid onder de zeven aspirant-Kamerleden van BBB, CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks/PvdA, Volt en VVD (helaas wilde niemand van NSC komen, een partij die aan de conservatievere kant van dit debat staat). Het lijkt ook alsof de stellingen zijn opgebouwd van onschuldig naar polariserend.
Op de vraag of de overheid er zorg voor moet dragen dat er meer gesproken wordt over het levenseinde steken alle politici hun groene kaartje omhoog. Alle partijen zijn het ook eens dat de palliatieve zorg in Nederland nog beter en toegankelijker moet zijn. Daar gaat het gesprek vooral over de kwestie, zoals longarts Sander de Hosson het treffend formuleert, of je als terminale patiënt ‘leven wil toevoegen aan de dagen, of dagen aan het leven’.
Zelfs het gesprek over de euthanasiewet verloopt zonder al te veel frictie. Het belangrijkste discussiepunt lijkt te zijn of euthanasie uit het strafrecht gehaald moet worden, waardoor artsen bij een eventuele fout niet voor de rechter komen, maar voor een medisch tuchtcollege. D66, PvdA/GroenLinks en Volt zijn voor.
ChristenUnie en CDA vinden dat de euthanasiewet in principe goed functioneert maar dat er onderzoek gedaan moet worden naar de ‘onverklaarbaar grote stijging van het aantal euthanasiegevallen’: in 2022 stierven 8.720 Nederlanders door euthanasie, 5 procent van het totaal aantal mensen dat vorig jaar in Nederland is overleden.
Maar bij de vierde en laatste stelling – ‘Ieder mens heeft het recht om zelf te bepalen wanneer, waar en hoe zij overlijdt’ – is er een duidelijkere tweedeling: drie rode kaartjes (BBB, CDA, CU) en drie groene (D66, Volt, VVD). Elke Slagt-Tichelman van GroenLinks/PvdA steekt – in lijn met de gefuseerde partijkleuren – zowel het groene als het rode kaartje op.
De stelling is zowel tijdloos als uiterst actueel: afgelopen week, drie jaar na stevige kritiek van de Raad van State, diende D66 een vernieuwd wetsvoorstel ‘Voltooid leven’ in. Mensen van 75 jaar en ouder kunnen daarmee na drie intensieve gesprekken met een zogeheten levenseindebegeleider een middel krijgen om op een zelfgekozen moment uit het leven te stappen. Als de wet wordt aangenomen, tenminste, waarop de kans vooralsnog klein lijkt.
‘Heb je het wetsvoorstel gereanimeerd? No pun intended’, vraagt NVVE-voorzitter en debatleider Fransien van ter Beek aan D66-kandidaat Anne-Marijke Podt, de indiener van het voorstel. Ja, zegt ze lachend. De lange aanlooptijd wijt ze aan de vele gesprekken met artsen, filosofen, theologen, ethici en mensen die gebruik zouden willen maken van zo'n wet.
Een ‘heilloze weg’, volgens de ChristenUnie. ‘Stop met doordrammen’, had lijsttrekker Mirjam Bikker op X geschreven. Dat is volgens Podt een ‘miskenning van de legitieme wensen van heel veel ouderen.’ Haar opmerking levert het eerste applaus van de avond op.
ChristenUnie vindt dat de wet een perverse druk uitoefent op ouderen. ‘Een 80-jarige moet zich dan verhouden tot die optie: stap ik eruit of niet?’, zegt Joëlle Gooijer. ‘Ik vind dat je mensen niet moet belasten met die vraag.’ Waarop de zaal zich begint te roeren: dat maken zij zelf wel uit.
Nicki Pouw-Verweij van BBB ziet een zaal vol ‘montere ouderen’ voor zich, maar zegt dat er ook ‘kwetsbare ouderen’ zijn die te weinig zorg krijgen. ‘Ze zijn na een decennium van verschraling in de zorg nog nooit zo eenzaam en verwaarloosd als nu. Een ‘Voltooid leven’-wet mag geen toevluchtsoord voor slechte zorg zijn. Wij willen eerst de ouderenzorg verbeteren, voordat wij ouderen de mogelijkheid geven om uit het leven te stappen.’
Na afloop klinkt er gezucht. ‘Ik heb de laatste 20 jaar telkens dezelfde argumenten gehoord’, zegt mevrouw Nieuwenhuis, een van de protesteerders. Ze liep in die jaren vele bijeenkomsten af van de NVVE en van de Coöperatie Laatste Wil, waar ze beide lid van is. ‘Altijd gaat het over de eenzame ouderen die met zo'n wet de dood worden ingejaagd. Maar mensen hangen in werkelijkheid zo aan het leven. Niemand slikt zomaar een pil.’
‘Op zich vind ik het een goed argument dat er een reëel risico is dat er subtiele druk vanuit de maatschappij ontstaat met een ‘Voltooid leven’-wet: wat moeten we toch met al die oudere mensen?’, zegt Egbert Tellegen, een van de anderen die net zijn frustraties kenbaar maakte in de zaal. ‘Maar ik vind het heel slecht dat de ouderen die hun leven voltooid vinden altijd zo depressief worden afgeschilderd. Draai het eens om. Ze hebben een goed leven gehad en realiseren zich: nu wordt het minder, moet ik dat nog verplicht meemaken?’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden