Brazilië was in 1988 een van de eerste landen ter wereld waar jongeren vanaf 16 jaar mochten stemmen. Het had alles te maken met de politieke situatie van dat moment: de militaire dictatuur was ten val gebracht, onder andere door studentenprotesten. De jongeren grepen de macht. Ongetwijfeld waren ze geïnspireerd door landen als Cuba en Nicaragua, ook links maar minder democratisch, waar 16-jarigen al langer mochten stemmen.
Het duurde langer voordat ook Europese landen de stemgerechtigde leeftijd verlaagden. In 2007 was het zover in Oostenrijk, later in Malta.
Over de auteur
Maartje Bakker is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en won voor haar werk een AAAS Kavli Science Journalism Award, een grote internationale competitie voor wetenschapsjournalisten. Eerder werkte ze op de politieke redactie en was ze correspondent in Spanje, Portugal en Marokko.
Nu, in 2023, is het stemrecht voor jongeren in tal van landen terug op de politieke agenda. Ook in Nederland, waar je vanaf 18 jaar mag stemmen. De Raad voor het Openbaar Bestuur adviseerde in 2019 om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen. Het kabinet reageerde aanvankelijk welwillend, ‘vond het de moeite waard een en ander nader te verkennen’. Een jaar later was toch de conclusie dat een verlaging van de leeftijd ‘niet opportuun’ was. ‘Op dit moment’, stond erbij.
Het debat is grotendeels aangezwengeld door jongeren zelf. Zij zijn nadrukkelijk aanwezig bij klimaatmarsen overal ter wereld, sluiten zich aan bij actiegroepen als Fridays for Future en Extinction Rebellion. Veel meer dan ouderen krijgen ze te maken met de gevolgen van klimaatverandering: de hitte en de droogte, de stijgende zeespiegel, de vluchtelingen en de doden.
En de belangen van jongeren staan vaker haaks op die van ouderen. Dat bleek bij het Brexit-referendum, bijvoorbeeld. Jonge Britten wilden veelal binnen de Europese Unie blijven. Na de stembusgang verschenen er berekeningen: als 16- en 17-jarigen hadden mogen stemmen, had het Verenigd Koninkrijk waarschijnlijk de Europese Unie niet verlaten.
Terwijl de ouderen stemmen, dragen de jongeren de gevolgen: dat wringt, in een samenleving die steeds verder vergrijst en waarin de balans dus steeds sterker doorslaat naar de oudere kiezer.
Tegelijkertijd kun je je afvragen: is de gemiddelde jongere al in staat een gefundeerde politieke keuze te maken? Of moet die zich psychologisch nog verder ontwikkelen? En hoe staat het met de interesse in de politiek? Een rondgang langs politicologen en psychologen, voor de laatste wetenschappelijke inzichten.
De kiesgerechtigde leeftijd is in Nederland al een paar keer verlaagd. Bij de invoering van het algemeen kiesrecht in 1919 werd een minimumleeftijd aangehouden van 25 jaar. In de loop van de tijd zakte die langzaam: naar 23 jaar (1946), 21 jaar (1964) en ten slotte 18 jaar (1972).
Voor die laatste wijziging waren drie belangrijke argumenten, blijkt uit de memorie van toelichting bij het wetsontwerp.
Nederland wilde ‘aansluiting zoeken bij de ontwikkelingen in andere West-Europese landen’.
Er was sprake van ‘een grotere geïnformeerdheid van jonge kiezers door de betere ontwikkelingskansen, alsmede de betere voorlichting door nieuwe media, met name de televisie’.
En er waren nog de ‘onderzoekingen’ door de staatscommissie-Cals-Donner, waaruit bleek dat ‘er geen aanleiding is voor de veronderstelling dat de jongere leeftijdsgroepen bij hun politieke stellingname door een geringere bezonkenheid zouden worden gekenmerkt dan de oudere’. Opvallend: het ging daarbij zowel om de groep van 15 tot en met 17 jaar als de groep van 18 tot en met 24 jaar.
Ook deze keer zijn heel wat Europese landen Nederland voorgegaan met het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd. Oostenrijk dus, en Malta. Kijk je naar regionale verkiezingen, dan doen 16- en 17-jarigen in nog veel meer landen mee. Zo stemmen ze in Duitsland in het overgrote deel van de deelstaten, van Berlijn tot Noordrijn-Westfalen.
Voor de politicologie zijn die ontwikkelingen een kans. ‘We hebben de laatste jaren veel meer inzicht gekregen in de effecten van het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd’, zegt Sarah de Lange, hoogleraar politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Het belangrijkste? De opkomst is onder 16- en 17-jarigen hoger dan onder 18- tot 19-jarigen die voor het eerst gaan stemmen. ‘En dat is relevant’, zegt De Lange. ‘Want als je de eerste keer gaat stemmen, is de kans groter dat je dat de rest van je leven volhoudt. Dat weten we uit onderzoek uit Zuid-Amerika.’
De Amerikaanse politicoloog Mark Franklin voorspelde al in 2004 dat 16- en 17-jarigen meer geneigd zijn te stemmen dan 18- en 19-jarigen. Die laatsten bevinden zich in een fase van het leven waarin alles verandert: ze komen van de middelbare school, gaan uit huis, krijgen nieuwe vrienden. Niet echt een moment waarop ze hun aandacht vol kunnen richten op het democratische proces.
Naast de opkomst ligt ook het vertrouwen in de politiek hoger onder mensen die vanaf hun 16de mogen stemmen. ‘Dat is belangrijk, zeker voor Nederland’, zegt De Lange. ‘Vergeleken met andere West-Europeanen hebben jongeren in Nederland weinig interesse en vertrouwen in de politiek. Als we de stemgerechtigde leeftijd verlagen, kunnen we misschien meer mensen bij de democratie betrekken.’
Een ‘absolute voorwaarde’ is dan wel om het burgerschapsonderwijs serieuzer te nemen. Vooral op het vmbo en het mbo komt dat er bekaaid vanaf, met minder uren dan op havo en vwo. Terwijl uit het Oostenrijkse voorbeeld blijkt: hoe actiever scholen bezig zijn met politiek, hoe groter de politieke betrokkenheid.
Maar wacht even: hebben 16-jarigen wel genoeg verstand van de politiek? Of doen ze maar wat, als ze mogen stemmen?
Een verklaard tegenstander van het verlagen van de stemgerechtigde leeftijd is Jelle Jolles, emeritus hoogleraar neuropsychologie en auteur van Het tienerbrein. Zijn belangrijkste argument: ‘De meeste jongeren hebben nog niet genoeg kennis en inzicht om een weloverwogen politieke keuze te maken. Daar kunnen ze niets aan doen, ze leven nog niet zo lang. Ze zijn nog in ontwikkeling en moeten de kans krijgen de wereld te leren kennen.’
In de praktijk, zegt Jolles, laten jongeren van 16 of 17 jaar zich in hun keuzes sterk leiden door hun vrienden. Hij toont dat aan met een verhaal over een experiment waarin proefpersonen moeten autorijden in een simulator. ‘Als er niemand meekijkt, rijden 16-jarigen, 22-jarigen en 28-jarigen even goed. Maar als er een vriend binnenkomt, nemen de 16-jarigen ineens veel meer risico. Bij de 22-jarigen is dat effect al een stuk minder. En de 28-jarigen blijven even serieus rijden als daarvoor.’
Zo zijn er vele voorbeelden, zegt Jolles. Hij wijst naar een boek in zijn boekenkast, Handbook of Adolescent Psychology van Laurence Steinberg. ‘Een van de grote mensen op het gebied van de adolescentie. Keer op keer blijkt dat de groepsdruk en de sociale beïnvloeding onder jeugdigen ongelooflijk groot is.’
Daar komt nog iets bij, volgens Jolles. ‘De rijping van het brein gaat door tot 25 jaar’, zegt hij. ‘Naarmate adolescenten ouder worden, doen ze meer ervaring op met het proces van kiezen, het brein raakt daarin getraind, de prefrontale schors, het hersengebied onder het voorhoofd, ontwikkelt zich, en daardoor wordt het mogelijk steeds meer factoren bij een keuze te betrekken.’
Al met al lijkt het Jolles beter scholieren eerst op kleinere schaal te laten oefenen met democratie, bijvoorbeeld met een gekozen schoolparlement dat werkelijk iets te zeggen heeft.
Wat interessant is: Laurence Steinberg, de man wiens boeken in de kast van Jelle Jolles staan, een van de stamvaders van het adolescentie-onderzoek, mengde zich zelf ook in het debat over de stemgerechtigde leeftijd. In The New York Times hield hij een hartstochtelijk pleidooi vóór leeftijdsverlaging.
In het artikel maakt Steinberg een onderscheid tussen ‘koude’ en ‘hete’ cognitieve vermogens. De ‘koude’ gebruik je wanneer je in alle rust een beslissing neemt, de ‘hete’ juist als er sprake is van een emotionele situatie, groepsdruk of tijdgebrek.
Stemmen, betoogt Steinberg, is bij uitstek iets voor de ‘koude’ cognitieve vermogens. Die zijn volgens hem bij 16-jarigen al prima op orde. ‘Tieners maken soms verkeerde keuzes, maar niet vaker dan volwassenen.’
Ook de Nederlandse neurowetenschapper Eveline Crone zit op die lijn. ‘Bij pubers raken de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor het voelen van emoties sneller geprikkeld’, zegt ze. ‘Onder vrienden, of bij groepsdruk, maken ze dus niet altijd rationele keuzes.’
Maar in niet-emotionele situaties zijn pubers juist goed in staat een overwogen keuze te maken, zegt Crone. ‘Ik denk dat 16-jarigen het kunnen, een keuze maken over de toekomst van het land. Ze gaan immers niet met al hun vrienden in het stemhokje staan.’
Niet onbelangrijk: wat betreft cognitieve vermogens doen 16- en 17-jarigen nauwelijks onder voor volwassenen. Crone: ‘Ze kunnen hypothetisch denken, over zichzelf en anderen, in het verleden, heden, en de toekomst. Bij 13- of 14-jarigen is dat proces nog in ontwikkeling, maar 16- en 17-jarigen beheersen dit.’
Een nieuwe Amerikaanse studie, eind oktober verschenen in Nature Communications, laat bijvoorbeeld zien dat 16- en 17-jarigen bijna net zo goed met complexe informatie kunnen omgaan als oudere leeftijdsgroepen. De grootste ontwikkeling op dat gebied vindt plaats tussen 10 en 15 jaar.
En inderdaad: in de praktijk blijkt dat jongeren even ‘correct’ stemmen als volwassenen. Ze kiezen over het algemeen de partij die overeenstemt met hun politieke standpunten, zelfs beter dan sommige andere leeftijdsgroepen. Dat volgt uit een onderzoek onder 16- en 17-jarigen in Duitsland, onlangs gepubliceerd in Political Psychology. ‘Er is dus geen reden om deze groep uit te sluiten van democratische verkiezingen’, schrijft onderzoeker Anna Lang.
Hoe komt de keuze voor een politieke partij écht tot stand? ‘Heel eerlijk: daarvan hebben we nog geen idee’, zegt Bert Bakker, politiek psycholoog aan de Universiteit van Amsterdam.
Het beeld dat iemand zijn emoties uitschakelt, dan rustig en redelijk wordt, en dan een politieke keuze maakt, klopt in elk geval niet. ‘Bij iedereen, ook bij volwassenen, spelen affectie, opwinding en emoties een rol.’
Maar stel dat dit bij jongeren iets sterker speelt dan bij volwassenen? ‘Dan is dat voor mij nog geen reden om hen categorisch uit te sluiten bij verkiezingen’, zegt Bakker.
De interesse in politiek is volgens Bakker onder jongeren niet minder. Hij wijst op onderzoek dat hij met Eveline Crone en anderen deed onder Rotterdamse jongeren (gemiddelde leeftijd 17 jaar): 30 procent zei wel, 46 procent niet in politiek geïnteresseerd te zijn. Dat is vergelijkbaar met de bevolking als geheel. Als je jongeren vraagt naar specifieke politieke onderwerpen – misdaad, klimaat, terrorisme, armoede, vluchtelingen – is de interesse bovendien hoger.
Wat Bakker betreft, moet bij het trekken van een leeftijdsgrens maar één factor de doorslag geven: het percentage jongeren dat komt stemmen. ‘We zouden er met een open geest over moeten denken: misschien is 12 een goede leeftijd, of 14, maar 16 kan zéker. Dat zie je in Oostenrijk.’
Als er wél competentie-argumenten worden gebruikt om jongeren uit te sluiten, dan zou je net zo goed de vraag kunnen stellen of iedereen boven de 18 competent is, vindt Bakker. ‘Heel oude mensen, bijvoorbeeld. Misschien zijn jongeren een tikkeltje emotioneler of impulsiever in hun keuze. Maar van hoogbejaarden kun je je afvragen of ze nog wel zo goed zijn in het opnemen van nieuwe informatie. Als ik mijn eigen opa zag in zijn laatste jaren…’
Het lijkt vergezocht, maar misschien is dit iets waarin opnieuw Latijns-Amerika vooroploopt. Een maximumleeftijd geldt nergens, maar een tussenvorm is er wel: in een groot aantal landen in Zuid-Amerika is stemmen verplicht tussen de 18 en 70 jaar. Daarna niet meer.
‘Jongeren kiezen vaker voor een nieuwe partij’, vertelt politicoloog Sarah de Lange. ‘Dat komt doordat ze nog geen band hebben met een bepaalde politieke groepering.’
Daarnaast letten jonge kiezers op andere thema’s dan oudere. ‘De jongere kiezers van nu zijn volwassen geworden in een wereld waar immigratie, integratie en het klimaat belangrijke kwesties zijn’, vertelt De Lange. ‘Daarom stemmen ze gemiddeld vaker op partijen die daar meer nadruk op leggen. Aan de progressieve kant zijn dat GroenLinks, D66 en Volt, aan de conservatieve kant Forum voor Democratie en de VVD.’
ProDemos, het Haagse ‘huis voor democratie en rechtsstaat’, organiseert altijd scholierenverkiezingen. De laatste keer, bij de Statenverkiezingen, bestond de topdrie uit GroenLinks, D66 en de PVV. ‘Maar dat zegt niet zo veel’, zegt De Lange. ‘Het is geen representatieve steekproef en stemmen bij die verkiezingen heeft geen consequenties.’ Het zal de reden zijn dat een marginale partij als Jezus Leeft onder de scholieren altijd hoge ogen gooit.
Mirthe Bekkers (17, vwo 6): ‘Nee, ik vind niet dat je vanaf 16 jaar moet kunnen stemmen. Als je 16 of 17 bent, ken je alleen je eigen omgeving, in plaats van de rest van Nederland. Ik kom bijvoorbeeld uit Rijswijk, ben vaak in Den Haag, maar niet daarbuiten. Een enkele keer om familie te bezoeken. Ik heb geen idee wat er in andere gebieden nodig is.
‘Mensen van onze leeftijd nemen politiek nog niet serieus. Op school hebben we weleens een soort verkiezingen gehouden. Toen kregen Jezus Leeft en de ChristenUnie heel veel stemmen, voor de grap.
‘Als het over politiek gaat, vind ik zelf het klimaat een belangrijk onderwerp. Een paar jaar geleden ben ik naar de scholierenstaking voor het klimaat geweest op het Malieveld. Maar zoals wel vaker geldt op onze leeftijd: dat was ook om school te kunnen missen.’
Noor Hakim (17, havo 5): ‘Nee, ik denk niet dat jongeren vanaf 16 jaar stemrecht moeten krijgen. Als je ouder bent, heb je meer verstand van politiek.’
Enat Wind (16, havo 5): ‘We zijn met andere dingen bezig.’
Noor: ‘Zelf volg ik de politiek totaal niet. Ik weet helemaal niets. Echt erg eigenlijk. Dat komt ook doordat ik op school vooral bètavakken doe, zoals natuurkunde. Misschien dat leerlingen met een maatschappijprofiel er meer vanaf weten. In de vierde hadden we maatschappijleer, we hielden debatten. Toen wist ik het wel.’
Enat: ‘Als we mochten stemmen, zou ik me er meer in verdiepen. Maar alsnog denk ik dat ouderen beter over hun stem nadenken. Ze houden meer rekening met de gevolgen.’
Thomas Pel (17, havo 5): ‘Ja, wat mij betreft moeten 16- en 17-jarigen kunnen stemmen. Vanaf je 16de mag je van alles, zoals scooter rijden. Je hebt al wel inzicht.
‘Ik zou zeker gaan stemmen als het kon. Het is belangrijk, omdat er zo veel problemen zijn. Migratie, de oorlogen in Oekraïne en in Palestina en Israël. Misschien zou het jongeren rustiger maken als ze konden stemmen. Er is zo veel onrust in de wereld, daar maken ze zich zorgen over. Mentaal gaat het niet goed met onze generatie. Veel jongeren komen niet naar school. Als je kunt stemmen, krijg je misschien het gevoel dat er iets kan veranderen.
‘Nee, ik denk niet dat jongeren in een opwelling iets zouden stemmen. Mijn tegenargument zou zijn dat wij toch de toekomst moeten vormen. Met de vergrijzing komt het op jongeren aan. Wij moeten de oplossing bieden.’
Sascha Klijberg (15, vwo 4): ‘Ja, vanaf je 16de moet je kunnen stemmen. Natuurlijk zijn er jongens die roepen dat ze op een partij als de PVV zouden stemmen. Maar in het stemhokje doen ze dat niet echt, denk ik. Dan merken ze wel hoe serieus verkiezingen zijn.
‘Zelf zou ik graag gaan stemmen. Het is onze toekomst, dus het is goed als wij iets te zeggen hebben. Waar ik me zorgen over maak? Voor een groot deel het klimaat, maar ook de jeugdzorg. Daar gaat nu minder geld naartoe dan eerder. Er was een staatssecretaris die zei: ouders moeten hun kinderen minder snel naar jeugdzorg sturen als ze psychische problemen hebben. Ik denk dat ze er beter in kunnen investeren, want er zijn veel scholieren die stress hebben van school of een burn-out.
‘Ik volg het politieke nieuws vrij goed. Ik lees artikelen, volg accounts als Politieke Jongeren op Instagram en zie informatie voorbij komen op TikTok – maar dat check ik altijd wel voordat ik het geloof. En thuis staat vaak het journaal aan.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden