De 22-jarige Wu stond vorige zomer op het punt om af te studeren, toen ze een bijzonder bericht kreeg van haar studieadviseur. De universiteit bood haar een baan aan als wetenschappelijk onderzoeksassistent, met een laag salaris, maar een nog lagere werklast: ze zou betaald worden om niets te doen. Wu tekende een contract en werd een ‘fictieve’ onderzoeksassistent, een baan die alleen maar bestaat om de statistieken op te fleuren.
‘De professor vertelde me dat ik helemaal geen werk hoefde te verrichten, ik hoefde niet eens naar school te komen’, zegt Wu, die afgelopen juli aan een universiteit in de Chinese provincie Anhui afstudeerde bij de bachelor toerisme en hotelmanagement. Ze wil niet met haar naam in de krant, Wu is een pseudoniem. ‘Ik heb een contract getekend van juni tot december, en ik krijg een salaris van 260 euro per maand, zonder dat ik iets hoef te doen. Ik vind het echt excellent van de school.’
Wu is een van de vele jongeren in China die na hun studie in de werkloosheidsstatistieken dreigden terecht te komen, maar daarvan gered worden dankzij een nepbaan als onderzoeksassistent. Op Chinese sociale media zijn honderden getuigenissen te vinden van studenten die van hun universiteit een baan aangeboden kregen waarin ze niet of amper hoeven te werken, maar wel een (laag) salaris krijgen. Sommige studenten werden zelfs onder druk gezet om een virtuele baan aan te nemen.
Over de auteur
Leen Vervaeke is correspondent China voor de Volkskrant. Zij woont in Beijing. Eerder was ze correspondent België.
China kampt met een hoge jeugdwerkloosheid (officieel 21,3 procent), en universiteiten staan onder grote druk daar iets aan te doen. Chinese onderwijsinstellingen zijn verantwoordelijk om hun studenten naar hun eerste baan te begeleiden, en kunnen op hun tewerkstellingscijfers worden afgerekend. Om de druk te weerstaan, zoeken universiteiten creatieve manieren om hun cijfers op te krikken. Het is een van de redenen dat Chinese statistieken met een korrel zout moeten worden genomen.
De universiteiten richten zich met hun virtuele assistentschappen vooral op laatstejaars die willen doorstuderen en helemaal niet op zoek zijn naar werk. Zij hebben geen last van zo'n fictieve aanstelling. Neem Wu. Zij heeft een sabbatjaar genomen om zich voor te bereiden op de strenge toelatingsexamens voor een masteropleiding. ‘Aangezien het aanbod van mijn universiteit was bedoeld voor studenten die een toelatingsexamen voorbereiden, heb ik beslist om te tekenen’, zegt ze.
Het fenomeen van nepassistenten bestaat al sinds 2020, het eerste jaar van de covidpandemie, maar lijkt de voorbije twee jaar sterk toegenomen. Het Chinese ministerie van Wetenschappen en Technologie meldde in juli 2020 dat er 100 duizend posities voor assistenten waren gecreëerd. In 2022 zijn dat er 179 duizend. Maar die getallen omvatten ook de ‘werkelijke’ onderzoeksassistenten, en zijn daardoor moeilijk te interpreteren. Tegelijkertijd lijkt het getal van 179 duizend een sterke onderschatting.
Cijfers op detailniveau geven iets meer inzicht. Zo meldt de universiteit van Jilin in 2021 dat 514 van zijn 17.472 afgestudeerden (2,9 procent) werk heeft gevonden als onderzoeksassistent. Een jaar later is dat gestegen naar bijna 7 procent. Een student van een lerarenopleiding in Chongqing vertelt dat twintig van de 110 studenten in zijn klas een contract als assistent hebben getekend. Ze hoeven niets te doen en krijgen een maandsalaris van 285 euro.
De precieze voorwaarden van de fictieve assistentschappen variëren van instelling tot instelling. Een assistent aan Southwest University in Chongqing zegt in de krant Beijing Youth Daily dat hij een halve dag per week moet werken, voor een salaris van 320 euro plus sociale zekerheid. Een andere assistent aan de Beijing Foreign Studies University werkt 24 uur per week voor 712 euro, maar mag de helft van die werktijd vrij invullen. De regeling van Wu – 260 euro om niets te doen – lijkt redelijk standaard.
De creatie van de nepbanen komt voort uit het politieke systeem van China, waar lagere overheids- of universiteitsbestuurders onder grote druk staan om aan doelstellingen van bovenaf te voldoen. Als zij hun doelstellingen niet halen, kan dat hun carrière schaden. Maar omdat die doelstellingen vaak onrealistisch zijn, nemen veel bestuurders hun toevlucht tot allerlei trucs en listen om de cijfers te manipuleren. Door het gebrek aan vrije media en transparantie komen ze daar vaak ook mee weg.
Een expert, die anoniem wil blijven, zegt dat Chinese lokale bestuurders erg bedreven zijn in het manipuleren van het systeem. Zo lieten dorpsleiders ooit de heuvels in hun regio groen schilderen, om aan hun doelstellingen voor herbebossing te voldoen, die met satellietbeelden werden gemeten. Maar het gevolg van al die ‘creatieve oplossingen’ is dat de overheidsstatistieken onbetrouwbaar zijn. Niemand weet met zekerheid hoe groot bepaalde problemen zijn, zoals de jeugdwerkloosheid.
Ook de nepbanen lijken het gevolg van politieke druk. Het Chinese ministerie van Onderwijs stuurde in april van dit jaar een richtlijn naar universiteiten waarin ze werden opgeroepen om ‘posities voor onderzoeksassistenten te ontwikkelen’ om ‘de tewerkstelling te stabiliseren’. De richtlijn meldt geen concrete doelstellingen, maar stelt dat universiteiten van mei tot september elke week over hun voortgang moeten rapporteren. De taak wordt voorgesteld als een prioriteit vanuit de hoogste top.
De ‘creatieve oplossingen’ van lokale bestuurders kunnen soms schadelijke gevolgen hebben, maar de fictieve assistenten lijken redelijk onschuldig. De salarissen zijn laag, en universiteiten zijn er niet heel veel geld aan kwijt. Veel jonge Chinezen proberen de krappe arbeidsmarkt te vermijden door mee te doen aan toelatingsexamens voor een master of een overheidspositie. Een nepbaan stelt hen in staat om betaald te studeren.
Maar veel studenten staan niet te springen voor een virtueel assistentschap. Zij maken zich zorgen dat ze door hun fictieve arbeidscontract hun voordelige status als starter op de arbeidsmarkt verliezen en hebben geen zin in schimmige toestanden. Maar velen voelen zich door hun universiteit onder druk gezet. Ze worden persoonlijk door hun professoren en studieadviseurs aangespoord om een contract als assistent te tekenen.
‘Mijn studieadviseur vertelde me dat ik een arbeidscontract moest hebben voor ik kon afstuderen’, zegt Wu, de 22-jarige bachelor toerisme en hotelmanagement. ‘Hij zei dat ik gewoon een contract kon tekenen en dat dat geen impact op mij zou hebben. Maar als ik niet tekende, zou de school me niet helpen met de documenten die ik nodig had voor mijn masteropleiding, zelfs niet als ik voor mij toelatingsexamen zou geslaagd zijn.’
De nepbanen openen ook de deur voor misbruik. De student van de lerarenopleiding in Chongqing was drie maanden lang assistent, maar kreeg zijn salaris nooit uitbetaald. Ook zijn klasgenoten hebben nog geen geld gezien. ‘Onze professoren hebben ons contracten laten tekenen, maar lieten daarna niets meer van zich horen’, zegt hij. ‘Ik heb het gevoel dat deze positie alleen maar bedoeld is om de school te helpen zijn statistieken te manipuleren. Het is helemaal niet wat ze hebben beloofd.’
De officiële jeugdwerkloosheid in China bereikte afgelopen juni een recordhoogte van 21,3 procent. Sindsdien is de Chinese overheid gestopt met het publiceren van de statistieken, een tactiek die ze wel vaker inzet bij onwelgevallige cijfers. Naar eigen zeggen heeft het Chinese Nationale Bureau voor Statistiek de publicatie tijdelijk geschorst om de methodologie achter de cijfers te ‘optimaliseren’.
Algemeen wordt aangenomen dat de jeugdwerkloosheid sinds juni nog verder toegenomen is. De Chinese export is al vijf maanden aan het dalen en de binnenlandse consumptie stijgt onvoldoende om dat verlies te compenseren. Traditioneel belangrijke werkverschaffers voor pas afgestudeerden, zoals de vastgoed- en internetsector, zijn de voorbije jaren sterk geraakt door overheidsingrijpen.
Sinds de terugval van de Chinese economie zijn nog meer statistieken van de radar verdwenen. Beijing is ook gestopt met het maandelijks publiceren van in dollar genoteerde buitenlandse investeringen en van de oppervlakten en prijzen van landverkopen door de overheid. Beide indicatoren toonden dit jaar sterk tegenvallende resultaten.
Beijing heeft ook de toegang van buitenlanders tot Chinese bedrijfsregisters en academische databanken beperkt, omwille van een nieuwe wet rond grensoverschrijdende dataoverdracht. Meerdere buitenlandse consultancybureau, zoals onder meer Gallup, trekken zich terug uit China. Volgens economen is de toenemende ondoorzichtigheid funest voor het investeerdersvertrouwen.
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden