Halverwege het gesprek, tussen de pastrami en blanquette de veau in een West-Berlijns restaurant, laat Deborah Feldman haar bestek rusten en leunt achterover. ‘Vind je wat ik zeg zo ver over de schreef gaan?’ Even daarvoor zei ze dat de Duitse politici die antisemitisme om het hardst veroordelen, datzelfde antisemitisme diep in hun dna hebben zitten. ‘Duitsland steunt de rechts-nationalistische Israëlische regering in haar strijd tegen de Palestijnen, en legt in eigen land liberale Joodse stemmen het zwijgen op door pro-Palestijnse demonstraties te dwarsbomen. Ze luisteren niet naar ons, omdat wij niet het juiste soort Joden zijn. Door prioriteit te geven aan de bescherming van rechts-nationalistische Joden, zegt Duitsland: ‘wie niet voldoet aan ons beeld van een nationalistische, rechtse, gewelddadige Jood, is geen echte Jood’. Dat is een antisemitische uiting.’
Feldman (37) groeide op in de ultraorthodoxe Satmar-sekte, een antizionistische subgroep van chassidische joden, die zijn thuisbasis heeft in het New Yorkse stadsdeel Brooklyn. Ze debuteerde in 2012 met haar autobiografische roman Unorthodox, over een verstikkend bestaan in een gemeenschap waarin het leven tot in de kleinste details onderworpen is aan strakke religieuze voorschriften. En over de manier waarop zij daaruit losbrak en verstoten werd. Netflix baseerde een gelijknamige serie op haar boek.
Over de auteur
Remco Andersen is correspondent Duitsland voor de Volkskrant. Hij woont in Berlijn. Als Midden Oosten-correspondent won hij de Lira-prijs voor buitenlandjournalistiek voor zijn werk in Syrië en Irak.
Sindsdien geldt ze als rebelse Joodse stem. Tenminste, zo zouden velen haar beschrijven. Juist dat is wat haar stoort: de Joodse identiteit die buitenstaanders haar opleggen – en niet alleen haar. De manier waarop zij geacht wordt zich daaraan te onderwerpen, eraan invulling te geven, wat wel en niet behoort tot ‘goed Joods-zijn’.
In de Verenigde Staten wordt ze verguisd door veel Joden, wegens haar felle kritiek op zowel het hedendaagse jodendom, als op de staat Israël. Tien jaar geleden verhuisde ze naar Berlijn, waar ze zich dit jaar opnieuw als controversieel opiniemaker in de kijker speelde met haar pas verschenen boek Judenfetisch. Over de Duitse obsessie met het Joods-zijn en wat dat volgens de Duitsers betekent. En de manier waarop Jan en alleman dat van buitenaf geconstrueerde concept voor het eigen politieke karretje probeert te spannen. Tot en met de Holocaust aan toe. ‘Ik vraag me af of Joden nog een identiteit hebben die niet verbonden is aan de Holocaust, of aan Israël.’
‘Ik hoorde het woord voor het eerst nadat ik hier in 2013 kwam wonen en bevriend raakte met een jongeman die me vertelde dat hij Joods was, besneden, vol liefde voor Israël, dat hij vloeiend Hebreeuws sprak. Hij wilde elke vrije minuut met mij doorbrengen. Ik vond het interessant omdat ik me afvroeg wat een Duitse Jood was. Ik was opgegroeid met het idee: iemand kan Duits zijn of Joods, maar niet allebei. Tot ik een paar maanden later met hem op een terrasje zat en mijn buurman voorbij liep. Die bleek met de jongeman op school te hebben gezeten, en vertelde me: dat is helemaal geen Jood. Dat heeft hij verzonnen. Typisch geval van Judenfetisch.’
‘Het bleek een bestaand woord, voor de unieke Duitse obsessie met het jodendom en het Joods-zijn.’
‘Oh nee hoor, nee nee. Er zijn duizenden van dit soort verhalen. Kijk maar naar rabbi Walter Homolka, tot zijn ontmaskering in 2022 hoofd van het Duitse opleidingsinstituut voor liberale rabbijnen en daarmee de invloedrijkste liberale jood in Duitsland. Dat was een bekeerling vanuit het christendom, die op basis van zijn aangenomen joodse identiteit overal posities van macht wist te verwerven. Nu ligt hij onder vuur wegens machts- en seksueel misbruik. Al in de jaren negentig verklaarde de Conferentie van Rabbijnen in deelstaat Nedersaksen unaniem dat Homolka ‘rabbijn noch jood’ was. Hun voorzitter noemde hem een ‘charlatan van de eerste orde’ en waarschuwde de bondspresident per brief. Toch kon hij nog ruim twintig jaar doorgaan.
‘Dit jaar was er Fabian Wolff, de Duitse journalist die jarenlang een vooraanstaande criticus van Israël was en zich beriep op zijn Joodse afkomst. Die bleek hij helemaal niet te hebben. Zoals Wolff en Homolka zijn er velen. In geen land is het zo makkelijk om je tot het jodendom te bekeren als in Duitsland. En eenmaal daar, draagt iedereen je op handen.’
‘Dat Duitsers ‘Joodsheid’ niet als iets van henzelf zien. Dat ze een narcistische relatie met het jodendom hebben, gericht op hun eigen verlossing, de wil om geheeld te worden. Dat het jodendom slechts bestaat om Duitsers het gevoel te geven weer ‘heel’ te zijn.
‘Mijn boek onderzoekt dat. Ik kijk naar de kwetsbaarheid van de Joodse identiteit sinds de Tweede Wereldoorlog. Het centrale thema is dat de Holocaust er misschien wel in is geslaagd om de Joodse identiteit te vernietigen. Onze identiteit wordt nu bepaald door het feit dat we slachtoffer zijn van de ultieme vervolging, die in zichzelf de Joodse gemeenschap heeft gespleten met de vraag hoe ermee om te gaan. Of door onze mate van loyaliteit aan Israël, als definitie van het nieuwe Joods-zijn. Er is niets meer van daarvoor. Hierdoor is de Joodse identiteit gevoelig voor kaping, verdraaiing en uitbuiting.’
‘Joden zijn een piepkleine gemeenschap in Europese landen, maar toch worden ze door allerhande groepen en politieke partijen naar voren geschoven. Die tonen zich vaak begaan met de Joodse gemeenschap als bewijs van hun eigen goede bedoelingen, om politieke redenen, of om geld. Vlak na het begin van de Oekraïne-oorlog las ik een interview met de Poolse premier Mateusz Morawiecki, in Der Spiegel. Daarin eist hij herstelbetalingen van Duitsland voor de Tweede Wereldoorlog en klaagt hij dat ‘de helft van de Poolse slachtoffers burgers van Joodse afkomst’ waren. Morawiecki zegt: die vreselijke, kwaadaardige Duitsers hebben ze weggenomen. Terwijl in Polen de pogroms zelfs na het einde van de Tweede Wereldoorlog nog doorgingen.
‘Marine Le Pen in Frankrijk, wier vader bekend staat om zijn antisemitisme, heeft zich sinds het uitbreken van de oorlog tussen Israël en Hamas opgeworpen als beschermer van Franse Joden. Zelfs de (extreem-rechtse Duitse partij, red.) AfD heeft een afdeling genaamd ‘Joden in de AfD’, om zichzelf legitimiteit te geven. Ook dat bleek trouwens nep te zijn. Die leden bleken recente bekeerlingen te zijn of zich te beroepen op een dubieuze voorouderlijke Joodse connectie, of hadden hun Joodse achtergrond compleet verzonnen.
‘En het is niet alleen Le Pen of de AfD meer, maar ook centrum-links. De SPD-minister van Binnenlandse Zaken Nancy Faeser zei donderdag in de Bondsdag (de Duitse Tweede Kamer, red.): ‘nie wieder is nu’. Daarmee zegt ze eigenlijk tegen de Duitsers: op basis van de geschiedenis geven wij onvoorwaardelijke steun aan Israël, en op basis van jullie geschiedenis moeten jullie ons daarin steunen.’
‘Dat wij in Europa onszelf volledig hebben klemgezet met ons discours over de Holocaust, en daardoor niet in staat zijn lessen eruit te trekken. Dat verklaart onze lafheid ten aanzien van de slachtoffers in Gaza. Voor de Duitsers betekent nie wieder: nooit meer een Holocaust op Joden. Voor veel overlevenden betekende het echter: nooit meer een Holocaust. Op wie dan ook. Universele mensenrechten. Primo Levi schreef dat, onder meer in De Verdronkenen en de geredden.
‘Maar door het Europese discours over de Holocaust zijn we nu aangekomen op een plek waar het een controversieel statement is geworden om te ageren voor mensenrechten voor iedereen, als het gaat om het gedrag van Israël.’
‘Ja, maar tegelijk wordt er gesproken over wetgeving die protesten tegen Israël heel riskant maakt. Er wordt overwogen om de definitie van antisemitisme in groepsverband zodanig te verbreden, dat deelnemers aan een vreedzaam protest waarbij één iemand een antisemitische leus roept, allemaal zwaar bestraft kunnen worden. Habeck waarschuwde dat wie een Israëlische vlag verbrandt, zijn verblijfsvergunning riskeert.’ (Oppositieleider CDU eist wetgeving waarbij voor ‘ophitsing tegen Israël’ een minimumstraf van zes maanden gaat gelden, deelname aan een ‘vijandige menigte’ strafbaar wordt, en bij deze daden een eventuele verblijfsvergunning wordt ingetrokken, ook als die op humanitaire gronden is verstrekt, red.)
‘Toen Hamas door de grens met Gaza brak en zijn walgelijke terreurdaden pleegde, waren er nauwelijks militairen om hen te stoppen. Die waren overgeplaatst naar de Westoever, om rechts-nationalistische illegale Joodse kolonisten daar te beschermen. De honderden jongeren die werden vermoord en ontvoerd bij het muziekfestival aan de grens met Gaza waren linkse, seculiere jongeren. Dat is dus een bewuste keuze van de Israëlische staat geweest: wij geven prioriteit aan de bescherming van rechtse-nationalistische joden op de Westoever, boven de bescherming van linkse seculiere kibboetsen nabij Gaza.
‘Europa is blijven hangen in het beeld van Israël zoals het in de jaren tachtig en negentig was. Wij hebben ons hier nog niet gerealiseerd dat zionisme is getransformeerd van een seculiere tot een bijbelse beweging. Hoe dramatisch de demografische verschuiving in Israël is geweest. Maar inmiddels hebben orthodoxe rechts-nationalistische joden, wier bevolkingsaantal veel sneller is gegroeid dan dat van liberale en seculiere Israëliërs, het land overgenomen. Mijn vrienden verlaten Israël omdat ze bang zijn dat het een soort Iran wordt. Israël vandaag is geen liberale democratie meer. De meerderheid wil een bijbelse theocratie, en hun invloed groeit.’
‘Absoluut. Veel Israëliërs hebben een historische connectie met Duitsland. En zeker linkse Israëliërs voelen zich aangetrokken tot Berlijn. Dat is altijd een stad geweest die grotendeels onafhankelijk is van de rest van Duitsland en de wereld, waar mensen zich nauwelijks aan autoriteit onderwerpen, met een sterke underground scene. Ook het Joodse leven speelt zich ondergronds af, niet zichtbaar. We ontmoeten elkaar thuis, organiseren onszelf, niet via formele vertegenwoordigingen. Het is hier, het is echt, het leeft.
‘Er is in Duitsland brede culturele interesse in de Joodse gemeenschap, een publiek hongerig naar Joodse artiesten, en brede financiële steun voor hen. Wat dat betreft heeft de Duitse samenleving, en tot op zekere hoogte ook de regering, het goed gedaan. Maar binnen de Joodse gemeenschap in Duitsland groeit de clash tussen liberale ‘culturele’ Joden en meer conservatieve Joodse ‘functionarissen’. De Duitse regering versterkt die kloof.
‘Veel Israëliërs die ik hier ken, voelen zich verscheurd. Ze zijn geïntegreerd, getrouwd met Duitsers, hebben Duitse kinderen, maar voelen zich een beetje ongewenst, een buitenstaander. Omdat het linkse Israëliërs zijn. Tomer Dotan-Dreyfus, een vriend van me, werkte vijftien jaar aan een roman maar niemand die het wilde uitgeven. Omdat hij geen zionist is. Uiteindelijk gaf een piepkleine uitgever het uit en werd hij genomineerd voor de Deutscher Buchpreis, dé Duitse literatuurprijs – een unicum voor zo’n kleine uitgever. Nu wil iedereen hem spreken.’
‘U beantwoordt uw eigen vraag. Heel veel Joden in Duitsland komen helemaal nooit in de synagoge. Het is wél een mooi symbool waarmee je politiek kunt scoren. De Duitse politiek bekijkt de Joodse gemeenschap door een religieuze lens of op basis van hun houding naar Israël, en bepaalt welke Joden wel of niet bescherming verdienen. Ik ken een koosjer restaurant hier in West-Berlijn dat een plek van samenkomst was voor iedereen: liberale joden, Thora-studenten, conservatieven, seculieren, koosjer, niet-koosjer. Nu komt er niemand meer. Mensen zijn bang voor een aanslag. Dát is Joods leven in Berlijn. Waarom staat daar geen politieman voor de deur? Omdat het geen synagoge is.’
‘Maar ik ben een buitenstaander uit de Verenigde Staten en een al bekende auteur bovendien. En nog was mijn uitgever erg nerveus.’
‘Ik kwam om meerdere dingen te vinden. Ik hoopte een eigen taal te vinden, na het Jiddisch dat ik met mijn jeugd achterliet, en het zelfgeleerde Engels dat mij altijd meer beheerste dan andersom. Ik wilde mijn wortels ontdekken, en in de archieven hier kwam ik erachter dat mijn overgrootvader had gelogen over zijn afkomst. Hij bleek het onwettige kind van oudere, getrouwde Duitse katholiek en een Joodse vrouw die was gevlucht uit haar sjtetl (Jiddisch voor een overwegend Joods dorp in het Oost-Europa van voor de Holocaust, red.) bij München. Ik wilde me verbonden voelen met een cultuur die net zo diep is beïnvloed door de Holocaust als ikzelf. En ik wilde leven in een stad waar een gezonde rebellie heerst tegen autoriteit. Dat is allemaal gelukt, en meer. En ik ben nog getrouwd met een Duitser ook.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden