Empathie is een van de slachtoffers van de Gazaoorlog. Israëliërs en Palestijnen staan onverzoenlijker tegenover elkaar dan ooit. Dat belooft weinig goeds.
Lichtblauwe, lichtgevende koptelefoons, donderdagavond in Ronit Farm, 12 kilometer ten noorden van Tel Aviv. In stilte dansen zo’n honderd jonge Israëliërs op euforische trance-klanken die alleen hoorbaar zijn voor degenen die zo’n ding op hun hoofd hebben gezet. Silent trance.
Hier geen lawaai uit de speakers, zoals zaterdag 7 oktober op het festival Nova Rave, nabij de Gazastrook in het zuiden van Israël. Voor menig bezoeker van Ronit Farm, opvangcentrum voor de overlevenden van de rave, zou de muziek te veel triggeren. Beelden van de bestorming van het festivalterrein, tijdens een betoverende zonsopgang, door Palestijnse leeftijdgenoten: terroristen van Hamas, die in het wilde weg bezoekers kwamen neerknallen.
Gelukkig is er nazorg. De alternatievelingen van de hechte, warme trancegemeenschap omarmen elkaar en er lopen psychotherapeuten, sociaal werkers en psychiaters rond, voor wie daar behoefte aan heeft. Er is sound healing met klankschalen. Reflexologie. Acroyoga.
Hoe zou de nazorg zijn in de Gazastrook, nu de Israëlische luchtmacht al vijf weken op rij bombardementen uitvoert en het aantal doden de vier nullen voorbij is? Vermoedelijk weinig reflexologie en klankschalen daar. Je kunt het de jonge bezoekers van Nova Rave niet kwalijk nemen, ook zij zijn maar onschuldige burgers. Wel tekent het verschil de twee werkelijkheden die op dit piepkleine stukje Midden-Oosten naast elkaar bestaan, de Israëlische en de Palestijnse.
Het droevige is dat de twee werkelijkheden geen oog voor elkaar hebben. Verslaggeving ter plekke in de Gazastrook is moeilijk nu, zo niet onmogelijk, maar we kunnen gevoeglijk aannemen dat onder de Palestijnen daar weinig mededogen bestaat met de slachtoffers van de door Hamas aangerichte slachtpartij. De Hamas-propaganda zette meteen al juichend de toon en Palestijnse media hebben het leed ongetwijfeld verzwegen.
Ook aan Israëlische kant ontbreekt de empathie. ‘Het gruwelijke bloedbad in Gaza’, aldus stercolumnist Gideon Levy vrijdag in de linkse krant Haaretz, ‘wordt in de Israëlische media bijna genegeerd. Geen woord over de ramp in Gaza, het bestaat simpelweg niet. Het negeren is opzettelijk.’ Voor compassie is geen ruimte, zegt een collega van Levy. ‘De Israëlische samenleving is wereldwijd het slechtst geïnformeerd over de situatie in de Gazastrook.’
In gesprekken met Israëliërs deze weken komt het onderwerp alleen ter sprake als ernaar gevraagd wordt. Het antwoord is dan steevast ontwijkend en vergoelijkend – degenen daargelaten die hun net voor informatie wijder uitwerpen. Er zijn immers nog steeds lieve, weldenkende en progressieve mensen die vrede willen en hun Palestijnse buren een eigen land gunnen.
Maar zij hebben het niet voor het zeggen. Israël wordt geregeerd door een verbond van erg rechts met extreem-rechts. Zeloten als minister Itamar Ben-Gvir (Nationale Veiligheid) en Bezalel Smotrich (Financiën) menen dat de Joden een door God gegeven recht hebben op al het land van de rivier tot de zee. Mocht daar al plek zijn voor Palestijnen, dan alleen als tweederangs burgers.
Zij bepleiten openlijk wat premier Benjamin Netanyahu al jarenlang onuitgesproken ten uitvoer brengt: een sluipende annexatie van de Westelijke Jordaanoever. Kolonisten in de illegale buitenposten laat hij het vuile werk opknappen, het wegjagen van Palestijnen naar een almaar krimpende lappendeken van stukjes territorium. Ook voor het officiële beleid op de Westoever echter moet een betere omschrijving dan ‘apartheid’ nog verzonnen worden.
Aan de andere kant van de scheidslijn, in de andere werkelijkheid, is het politieke beeld minstens zo deprimerend. De Palestijnse Autoriteit heeft weinig geloofwaardigheid over, zeker in de ogen van de Palestijnen op de Westoever. Met de huidige machthebbers in de Gazastrook kan hoe dan ook geen zaken worden gedaan, zeker sinds 7 oktober. Aangezien Hamas het bestaansrecht van Israël ontkent, zou elke vredespoging bij voorbaat zinloos zijn.
Daar komt bij dat de regering-Netanyahu, zo niet openlijk, dan toch feitelijk, op haar beurt het bestaansrecht van Palestina ontkent. Die spiegelbeeldige onverzoenlijkheid belooft weinig goeds, zeker omdat een groeiend deel van de Israëlische bevolking (en waarschijnlijk ook van de Palestijnen) erin meegaat.
De steun voor een tweestatenoplossing onder Joodse Israëliërs is sinds augustus 10 procentpunt gedaald, tot 29 procent, volgens de Universiteit van Tel Aviv. De steun voor onderhandelingen met de Palestijnse Autoriteit is gedaald tot 25 procent (eenderde van wat het tien jaar geleden was). En slechts 8 procent gelooft dat het inderdaad tot vrede zal leiden.
Misschien nog zorgelijker is de trend onder de jongeren. Slechts 20 procent van de Joodse Israëliërs tussen de 18 en 34 jaar gelooft nog in een tweestatenoplossing, zo bleek begin dit jaar uit onderzoek. Sinds 7 oktober is dat ongetwijfeld verder gedaald. Onder ouderen was het percentage bijna tweeënhalf keer zo hoog. Ook noemen veel minder Israëlische jongeren zich ‘links’, haaks op de internationale trend.
Tegenover alle wederzijdse onverzoenlijkheid en gebrek aan empathie is er weinig dat reden geeft tot hoop. Nou ja, misschien het voornemen van president Joe Biden en andere wereldleiders nu dan toch echt te gaan werken aan een tweestatenoplossing. Door de slachtpartij van Hamas is de Palestijnse kwestie weer op de kaart gezet. Hoe cynisch wil je het hebben.
Over de auteur
Rob Vreeken is correspondent Turkije en Iran voor de Volkskrant. Hij woont in Istanbul. Daarvoor werkte hij op de buitenlandredactie, waar hij zich specialiseerde in mensenrechten, Zuid-Azië en het Midden-Oosten. Hij is auteur van Een heidens karwei - Erdogan en de mislukte islamisering van Turkije.