Om slachtoffers van geweld en ondermijning echt te kunnen helpen moet je alle problemen tegelijk aanpakken, maar het systeem staat dat niet toe. Zorgpioniers Anke van Dijke en Linda Terpstra laten zien hoe het anders kan.
Wie kun je om advies vragen als je kind, kleinkind of leerling is geronseld door drugscriminelen en er gevaar dreigt? De politie is een optie, maar praten met agenten is vanwege de kans op een strafblad niet zonder risico. Daarom zou er een instantie moeten komen waar ouders, grootouders en docenten vrijblijvend vragen kunnen stellen aan ervaren hulpverleners: een landelijk steunpunt voor slachtoffers van ondermijning en criminele uitbuiting.
Het is een idee van Fier, een stichting die jaarlijks tweeduizend slachtoffers van ‘geweld in afhankelijkheidsrelaties’ bijstaat. Slachtoffers van huiselijk geweld bijvoorbeeld, of van (seksuele) uitbuiting door personen die dicht bij hen staan. Nu al vangt Fier als een van de weinige instanties jongeren op die moeten worden losgeweekt van een drugsbende en noodgedwongen op een veilige plek ‘onderduiken’. Daar is met de dag meer vraag naar, onder meer in Rotterdam, waar schoolbestuurders zien dat steeds jongere leerlingen bezwijken voor de verleiding van drugsgeld. Als het plan voor een landelijk steunpunt doorgaat – het voorstel is nog pril – wordt dat een nieuw specialisme in het toch al brede hulpaanbod van Fier.
Over de auteur
Menno van Dongen is verslaggever van de Volkskrant op het terrein van criminaliteit, politie en justitie
‘Sommige jongens en meisjes zijn pas 11 of 12 als ze worden geronseld als drugsdealer, uitkijkpost of katvanger’, zegt bestuurder Anke van Dijke. ‘Als ze willen stoppen, worden ze enorm onder druk gezet. We horen de laatste tijd steeds vaker over criminele uitbuiting. Vooral ook via ‘Chat met Fier’ op onze website, waar 20 duizend jongeren per jaar anoniem hun verhaal delen met onze hulpverleners.’
Het is typerend voor de werkwijze van Fier. Oprichters Linda Terpstra (67) en Anke van Dijke (65) zijn pioniers. De afgelopen twee decennia signaleerden zij keer op keer in een vroeg stadium brede maatschappelijke problemen, of benoemden ze als een van de eersten de omvang van zo’n probleem. Om vervolgens passende hulp of opvang te organiseren – op soms onorthodoxe wijze.
Twintig jaar geleden begonnen ze op kleine schaal, bij de Vrouwenopvang in Leeuwarden. Stap voor stap bouwden Terpstra en Van Dijke de opvang uit tot een landelijk expertise- en behandelcentrum met meerdere vestigingen in Nederland. Ze helpen inmiddels meisjes, jongens, vrouwen en mannen die slachtoffer zijn van allerlei vormen van geweld: van kindermishandeling tot eerwraak, van gedwongen prostitutie tot partnergeweld. De helft is minderjarig.
Hun methodiek is bijzonder, en vindt steeds vaker navolging. Ze bieden hulp én bescherming. Ze behandelen onder meer trauma’s, maar begeleiden ook bij onderwijs, werk, sport en sociale contacten. Ze investeren in de toekomst van cliënten, en zijn voortdurend op zoek naar structurele oplossingen.
Op 1 oktober ging Terpstra, voorzitter van de raad van bestuur van Fier, met pensioen. Van Dijke blijft nog een paar jaar, om hun nalatenschap geleidelijk over te dragen. Welke lessen hebben ze geleerd over de opvang en behandeling van mensen in kwetsbare posities? Tegen welke hindernissen lopen ze aan? En wat verklaart het succes van Fier?
‘Werken bij Fier is als vechten tegen een draak met zeven koppen’, zegt Terpstra. ‘Steeds als we denken: nu hebben we alles goed in het snotje, zien we weer nieuwe maatschappelijke problemen de kop opsteken. Dat leren we van onze cliënten die er in de praktijk mee te maken krijgen. Vaak merken we dan dat er voor hen niet of nauwelijks iets is geregeld. Dus gaan we op onderzoek uit: komt dit vaak voor, waarom gebeurt het, wat kunnen we ertegen doen?’
In 2007 begon Fier met een opvang voor slachtoffers van eergerelateerd geweld. Dat vreemdgaan of scheiden in bepaalde culturen voor vrouwen gevaarlijk kan zijn, was toen al bekend. Maar de stichting kreeg steeds vaker te maken met geweld tegen meisjes die nog bij hun ouders woonden, omdat ze zich verzetten tegen uithuwelijking of zich in de ogen van hun familie of gemeenschap losbandig gedroegen. Zo meldde zich een meisje bij Fier van wie de achillespees was doorgesneden door een familielid, zodat ze niet meer kon ‘wegsluipen’ naar haar vriendje.
‘Om hen te beschermen brachten we dit soort slachtoffers in het begin onder op geheime locaties’, vertelt Van Dijke. ‘Maar dat bleek niet werkbaar: de adressen lekten uit, en steeds als we naar een nieuwe plek verhuisden, zorgde dat voor onrust bij buurtbewoners. Toen bedachten we: laten we een soort middeleeuws kasteel bouwen, met veel veiligheidsmaatregelen. Als we omsingeld worden, gooien we gewoon de brug omhoog. Je kunt eruit als je wilt, maar je kunt er niet zomaar in.’
Het bleef niet bij een wild plan. Mede dankzij financiële steun van de Nationale Postcodeloterij en woningcorporatie WoonFriesland opende de ‘Veilige Veste’ in 2012 zijn deuren aan de rand van Leeuwarden: een imposant gebouw met een blinkende witte gevel die doet denken aan een gesneden diamant. Het was een statement, zegt Terpstra: ‘Wij verstoppen onze slachtoffers niet langer, en maken een lange neus naar de daders: hier zitten we, kom maar op.’
Bezoekers moeten door een sluis die wordt geopend door beveiligers. Er hangen camera’s en sommige ramen zijn van kogelwerend glas. De buren, de politie Leeuwarden, houden een oogje in het zeil. Naast het pand staan inmiddels een paar nieuwe gebouwen van Fier, omdat de organisatie groter en groter wordt. Het geheel ziet eruit als een soort campus.
Zo voegde de stichting acht jaar geleden een nieuwe doelgroep aan haar hulpverlening toe: radicaliserende jongeren. Aanleiding was de toename van het aantal minderjarigen dat afreisde naar het ‘strijdgebied’ van Islamitische Staat. Samen met de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid ontwikkelde Fier een expertisecentrum dat hulp biedt aan deze jongeren, maar ook aan familieleden en professionals: het Landelijk Steunpunt Extremisme, gefinancierd door het ministerie van Justitie en Veiligheid.
En inmiddels is er ook een ‘Veilige Veste’ in Capelle aan den IJssel, die in 2021 werd geopend door prinses Beatrix. Daarnaast runt Fier om veiligheidsredenen nog enkele opvanglocaties met een geheim adres.
Hoe kan een lokaal blijf-van-mijn-lijfhuis uitgroeien tot zo’n grote landelijke organisatie? Om die vraag te beantwoorden, moeten we terug naar begin deze eeuw, toen Terpstra en Van Dijke als interim-bestuurders aantraden bij de Vrouwenopvang Fryslân. Ze kenden elkaar al sinds de jaren tachtig, van hun opleiding sociale pedagogiek aan de Universiteit Utrecht, en runden samen jarenlang een adviesbureau.
Toen het tweetal in Leeuwarden begon, ving de Vrouwenopvang Fryslân bij wijze van proef slachtoffers van loverboys op. Zulke plekken waren er toen nog nauwelijks. Terpstra en Van Dijke besloten een onderzoek in te stellen naar de omvang van het fenomeen. De uitkomst: Leeuwarden was nog maar ‘het topje van de ijsberg’. Ze hadden gelijk, bleek later: de aanpak van loverboys werd een landelijk aandachtspunt. De opvang van slachtoffers in Friesland werd permanent en kreeg op veel plekken navolging.
Ze lieten ook psychiatrisch onderzoek verrichten naar de cliënten van de Vrouwenopvang. Een groot aantal stond namelijk steeds opnieuw op de stoep – het voelde als dweilen met de kraan open. De opmerkelijke conclusie was dat 90 procent van deze groep worstelde met geestelijke gezondheidsproblemen. Die cliënten moesten worden behandeld, maar de geestelijke gezondheidszorg in Friesland zat er niet direct om te springen: al die vrouwen in een crisissituatie, met tientallen verschillende nationaliteiten.
Terpstra en Van Dijke kozen daarom de vlucht naar voren: ze regelden budget bij een verzekeraar, huurden gespecialiseerd personeel in en gingen zelf aan de slag met de behandeling van psychische aandoeningen.
Daarbij hoorde, met ingang van 2007, een nieuwe naam: Fier Fryslân. Fier betekent trots, de oprichters helpen cliënten weer rechtop te staan. Later, toen de organisatie ook in andere steden actief werd, verdween Friesland uit de naam. De doelstelling bleef hetzelfde: geweld voorkomen, geweld stoppen en hulp bieden bij de gevolgen ervan.
Als Fier merkt dat bepaalde groepen geweldslachtoffers niet de juiste hulp krijgen, gaat ze dus zelf aan de slag. ‘Dat doen we om die mensen zo goed mogelijk te helpen, niet om met andere organisaties te concurreren’, beklemtoont Van Dijke. ‘Wij hebben het voordeel dat we heel wendbaar zijn, omdat we ons niet identificeren met één sector. Veel anderen doen dat wel, zoals de vrouwenopvang, de geestelijke gezondheidszorg of de jeugdzorg. Wij helpen minder- en meerderjarigen, bieden ambulante zorg, opvang en behandelingen, geestelijke gezondheidszorg en niet-geestelijke gezondheidszorg, hulp en bescherming.’
Wat de stichting ook anders maakt, is dat ze integrale hulp biedt. Wanneer een seksueel uitgebuit meisje in de 24 uurs-opvang in Leeuwarden terechtkomt, gaat Fier niet alleen aan de slag met haar traumatische herinneringen, maar kijken hulpverleners ook naar wat zij en haar familie in praktische zin nodig hebben. Schuldhulpverlening bijvoorbeeld, en op termijn wellicht een plek waar het meisje begeleid kan wonen.
Steeds meer instanties streven naar zo’n brede aanpak van problemen. Maar in de praktijk krijgen cliënten volgens Van Dijke vaak te maken met een wirwar aan hulpverleners, die te weinig samenwerken. ‘Die hulpverleners kijken vooral vanuit hun eigen specialisme naar iemand, met de gedachte: dit is het probleem, dat ga ik oplossen. Terwijl er in de praktijk veel meer mis is. Bij Fier gaat dat normaliter beter, omdat we er één organisatie van hebben gemaakt, met alle specialismen onder een dak.’
Typerend is ook de nadruk die de stichting legt op de normale ontwikkeling van cliënten. Kinderen doen boodschappen met hun leefgroep, koken samen en worden zo snel mogelijk weer naar school gestuurd – onderwijs is een speerpunt. Als een reguliere opleidingsplek niet veilig genoeg is, kunnen ze naar de interne school in het Fier-gebouw in Leeuwarden, die op alle niveaus voortgezet onderwijs en mbo aanbiedt. Dat is bijzonder: meestal is vmbo het hoogst haalbare.
‘Als je bij Fier hulp krijgt, verwachten we dat je ook werkt aan je toekomst’, zegt Terpstra. Daarom heeft de stichting plekken waar cliënten werkervaring kunnen opdoen. De Blooming Bakery bijvoorbeeld, waar ze taarten leren bakken. En het LAP-atelier, waar vlaggen en tassen worden gemaakt.
Van Dijke: ‘We vingen hier een vrouw op die slachtoffer was van ernstig fysiek geweld. Ze was enorm beschadigd, maar ging elke ochtend naar het atelier, in haar pyjama, op slippers. Ze zat er gewoon, iedere dag, en deed helemaal niets. Uiteindelijk ging ze aan de slag, en is ze opgeknapt. Dat was nooit gelukt als ze in het gewone leven een werkervaringsplek had gekregen, dan kun je niet in je pyjama naar je werk.’
Terpstra en Van Dijke zitten vol heftige verhalen over (voormalige) cliënten. Over een meisje van 11 jaar dat talloze mannen oraal had bevredigd en steeds verder met zichzelf in de knoop raakte. Over een peuter en kleuter die thuis voor straf de wc-bril moesten schoonlikken. Of over vrouwen die tegen hun wil in de prostitutie werkten. Een van hen werd over een balkon gehangen, met de woorden: beloof dat je weer aan het werk gaat, anders laat ik je vallen. Een ander moest Russische roulette spelen met een revolver die geladen was met één patroon.
‘Ik vergelijk Fier vaak met een brandwondencentrum’, zegt Van Dijke. ‘De mensen die wij bijstaan, hebben als het ware brandwonden van binnen: traumatische herinneringen aan geweld. Dat is ingewikkeld, want zulke wonden kun je minder goed zien dan ‘gewone’ brandwonden.’
Dat leidt geregeld tot een verkeerde inschatting van problematiek, legt ze uit. Neem het 14-jarige meisje dat na de scheiding van haar ouders veranderde in een opstandige puber die spijbelde, met drugs en vriendjes experimenteerde, en vaak ruzie met haar moeder had – haar vader was inmiddels buiten beeld. Het wijkteam ging met haar aan de slag: ze gaven tips over stoppen met blowen en afspraken nakomen. Het leverde niets op, ook niet toen professionele verslavingszorg werd ingeschakeld. Totdat een psycholoog dacht: hier is meer aan de hand. Op haar 16de belandde het meisje bij Fier, waar hulpverleners het onderliggende trauma vaststelden: haar vader had haar jarenlang misbruikt. Na zijn vertrek begon ze zich anders te gedragen.
Zo gaat het vaker: pas laat wordt de juiste hulp aangeboden. Dat hangt onder meer samen met de decentralisatie van de jeugdzorg, stellen Terpstra en Van Dijke. Gemeenten hebben een krap zorgbudget, alles moet zo goedkoop mogelijk, liefst thuis of in de eigen regio. Dus verwijzen ze zo weinig mogelijk naar gespecialiseerde organisaties als Fier.
‘Als een slachtoffer eindelijk bij ons komt’, zegt Van Dijke, ‘heeft die al een stuk of zeven faalervaringen achter de rug, en een persoonlijkheidsstoornis in de dop. Dan zijn we eigenlijk te laat.’
Dat ligt niet aan hulpverleners in de regio, benadrukt Terpstra. ‘Zij doen hun stinkende best, maar het systeem klopt niet. Het moet anders: zet in elke regio mensen die goed kunnen inschatten wanneer ze cliënten moeten doorverwijzen naar een specialist die vlieguren heeft gemaakt met de ernstigste, meest complexe gevallen. Naar Fier, bijvoorbeeld.’
Van Dijke: ‘Onze cliënten worden twee keer slachtoffer: eerst van geweld, dan van het systeem. Omdat de overheid met haar rug naar de samenleving staat en denkt in systemen. Voor alles is een apart loket: vrouwenopvang, onderwijs, begeleid wonen, schuldhulpverlening. Als je alle problemen tegelijk wil aanpakken, zoals wij, moet je langs al die loketten om het gefinancierd te krijgen. Dat is bijna niet te doen.’
Klachten over bureaucratie hoor je overal in de zorg- en welzijnssector, maar een eigenwijze organisatie als Fier – met haar brede aanpak en steeds uitbreidende zorgaanbod – heeft er extra last van.
Er waren tijden dat Van Dijke op het punt stond de handdoek in de ring te gooien. ‘Vroeger voerden we jaarlijks gesprekken met twee verzekeraars, nu zijn het er elf. We sluiten tachtig contracten per jaar, met gemeenten, ministeries, zorgkantoren en fondsen. Iedereen heeft andere voorwaarden, we moeten alles registreren. Knettergestoord word je ervan. Ik ben er een tijdje cynisch over geweest, tot ik me realiseerde dat Fier niets heeft aan een cynische bestuurder. Nu lobby ik overal voor een proefproject: geef ons één zak geld, van al die loketten bij elkaar.’
Van Dijke: ‘Als ik alleen slachtoffers zou helpen en verder niks, word ik depressief. Wat mij gezond houdt, is dat ik mijn verontwaardiging kan omzetten in activisme: onderwerpen op de politieke agenda zetten, het onzichtbare zichtbaar maken. Zodat er maatregelen worden genomen. Daarom combineren we hulpverlening met onderzoek naar maatschappelijke problemen. Met financiële steun van de Postcodeloterij, die op dit moment een half miljoen per jaar aan ons geeft.’
Dat geld gaat onder meer naar het kennis- en innovatiecentrum van Fier. Een onderdeel daarvan is het Centrum tegen Kinderhandel en Mensenhandel, dat probeert een eind te maken aan seksuele en criminele uitbuiting, en zelf onderzoek doet. Uit een studie van het CKM bleek dat meisjes met anorexia die online tips uitwisselen vaak in handen vallen van mannen die zich voordoen als ‘coach’ en uit zijn op naaktfoto’s of seks. Het leidde tot Kamervragen en een voorlichtingscampagne van de overheid.
Een voorbeeld van innovatie is het team Spine, dat zich richt op de digitale strijd tegen mensenhandel, stelt Van Dijke. ‘Daar werken onze jonge honden: techexperts en -deskundigen. Zij zoeken online naar kwetsbare jongeren. Als mensenhandelaren hen kunnen vinden, kunnen wij dat ook. Om te voorkomen dat het misgaat.’
Terpstra: ‘Dat ze hun werk doen uit idealisme, voor een betere wereld. Dat ze goed in de gaten houden wat er gebeurt in de samenleving, en blijven vernieuwen. En dat ze zich bij elke bureaucratische drempel waar ze tegenaan lopen afvragen: zou ik dit accepteren als het niet om een cliënt gaat, maar om een familielid? Als het antwoord ‘nee’ is, mogen ze zich er niet bij neerleggen.’
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden