In haar boek What It Takes deelt topcoach Sarina Wiegman haar visie op voetbal, maar ook haar missie voor gelijke kansen. ‘Nederlanders vinden zichzelf heel progressief, maar het duurt lang voor vastgeroeste patronen worden doorbroken.’
Een dag of tien na de verloren WK-finale van 20 augustus 2023 neemt de Engelse bondscoach Sarina Wiegman in een zaal vol voetbalhotemetoten in Monaco het woord. Ze is net door de Uefa tot beste coach uitgeroepen, maar haar dankwoord gaat niet over haarzelf. In plaats daarvan besluit ze de tegenstanders te eren, door wie Engeland in de finale werd verslagen.
‘We hebben allemaal gehoord van de kwestie bij de Spaanse voetbalsters. Als coach, als moeder van twee dochters, als vrouw en als mens doet de situatie me pijn’, zegt Wiegman tijdens haar speech. Iedereen weet dat ze doelt op de kus van Luis Rubiales aan speelster Jennifer Hermoso. De beelden én de verontwaardiging zijn na de finale de wereld overgegaan, maar de Spaanse bondsvoorzitter weigert op dat moment nog op te stappen.
‘Dit team verdient het om geëerd te worden en er moet naar ze worden geluisterd’, besluit Wiegman, waarna ze vraagt of de zaal met haar mee applaudisseert.
Toch zit ze niet per se te wachten op die publieke zichtbaarheid, zegt ze in strandtent The Coast in Monster, de plaats in Zuid-Holland waar ze nog altijd woont met haar man en haar dochters Sacha (21) en Lauren (19). De jongste debuteerde onlangs als middenvelder bij Ado Den Haag, de oudste studeert econometrie. Sinds Wiegman bondscoach is van het Engelse vrouwenteam, wisselt ze Engeland af met Nederland. Dit strand is haar lievelingsplek, ze komt er vaak om uit te waaien, meestal met de hond, of ‘om met blote voeten door het zand te woelen’.
Iets van verlegenheid is nog altijd te bespeuren, ongemak bij het idee dat twee journalisten en een fotocrew naar Monster zijn afgereisd om haar de hele middag bezig te houden met vragen en poseren. Wiegman (54) hield lang aanbiedingen voor het schrijven van een boek af, maar in What It Takes deelt ze haar visie op voetbal en leiderschap en spreekt ze een missie uit: vrouwen en mannen moeten in het voetbal dezelfde kansen en waardering krijgen.
‘Daarmee ben ik achter de schermen altijd al bezig geweest’, vertelt ze. Maar inmiddels heeft ze als bondscoach twee EK-titels en twee WK-finales achter haar naam. De successen met Nederland maakten haar hier al populair, in Engeland geniet ze niet minder dan een sterrenstatus. ‘Nu heb ik een podium. Op gezette tijden maak ik daarvan gebruik.’
‘Het vrouwenvoetbal is de afgelopen jaren enorm geprofessionaliseerd. Daar heb ik zelf ook hard voor gewerkt en uiteindelijk is het zelfs gelukt om grote finales te spelen en te winnen. Dat is heel bijzonder, en op zulke momenten besef ik ook dat het nog niet zo lang geleden anders was. Het leek lange tijd onmogelijk om als vrouw coach in het profvoetbal te worden – vrouwelijke coaches bestonden gewoon niet. Dat alles maakte dat ik op het WK dacht: gebeurt dit echt?’
‘Dat ik altijd buiten speelde: voetballen, stoepranden. Toen ik een jaar of 6 was, speelde ik samen met Tom, mijn broer, in een jongensteam. Vrouwenvoetbal was in 1971 door de KNVB erkend, maar er waren nog weinig meisjesteams en jongens en meisjes door elkaar mocht niet. Ik moest er als een jongetje uitzien, daarom had ik kort haar.’
‘Het kwam uit mezelf. Doe maar een beetje kort, want dan valt het niet zo op, zei ik tegen de kapper. Dat haar moest kort, want anders kon ik niet meedoen, zo voelde het. Weet ik veel waar dat vandaan kwam. Ik stond er niet bij stil. Ik wist alleen dat ik héél graag wilde voetballen. Maar als ik naar de slager ging en hij zei: zegt u het maar, jongeman, vond ik dat niet zo leuk. Ik ben een meisje, hoor, zei ik dan.
‘Later, als tiener, ging ik natuurlijk weleens uit. Inmiddels had ik lang haar. Als ik vertelde dat ik voetbalde, was de reactie vaak: ‘Voetbal jij, echt? Dat zou je niet zeggen.’ Daar zit alles in, in die opmerking: voetballen was iets voor mannen en als je als vrouw voetbalde moest je kennelijk mannelijke eigenschappen hebben. ‘Voetballen moet je niet willen’, was ook zo’n reactie. Waarom zou ik het niet willen? Omdat de buitenwereld er nog niet aan toe is?’
Dit soort opmerkingen bereiken haar niet meer in Engeland, waar Wiegman werd binnengehaald als een succescoach, een kampioenenmaker. Het land loopt bovendien voorop met vrouwenvoetbal. De competitie behoort tot de sterkste van de wereld, in tegenstelling tot in Nederland zijn alle speelsters er fulltime prof, de wedstrijden trekken veel meer toeschouwers en er is veel meer media-aandacht.
‘Zoals wij nu kunnen werken, is volledig gelijkwaardig aan de mannen. Ik heb er ook met Gareth (Southgate, de bondscoach van de mannen, red.) over gesproken. Voor het EK trainden we bijvoorbeeld allebei op het complex van de Engelse voetbalbond, de FA. Gareth zei: jullie moeten het EK spelen, dus jullie trainen op het hoofdveld.’
‘Er is in Nederland, meer dan in Engeland, nog steeds discussie over de kwaliteit van vrouwenvoetbal. Een discussie die we in het tennis, of in het schaatsen, nooit hebben. Natuurlijk zijn er verschillen tussen mannen en vrouwen, maar de techniek en het tactische vermogen van speelsters hebben zich de laatste jaren enorm ontwikkeld. De kwaliteit is met sprongen vooruit gegaan, het is topsport.
‘In het mannenvoetbal worden genoeg fouten gemaakt, blunders ook. Dat hoort bij het spel. Maar bij vrouwen wordt er vaak honend op gereageerd, denigrerend. Dat is enorm manipulatief en hartstikke irritant.
‘Nederlanders vinden zichzelf heel progressief, maar het duurt lang voor vastgeroeste patronen worden doorbroken. In Engeland is er meer waardering en respect voor vrouwenvoetbal; de kwaliteit, op en buiten het veld, wordt meer op waarde geschat.’
‘Dat gaat me te ver.’
‘Ja, maar laten we nu niet te zuur gaan doen. Dat er nog werk aan de winkel is, zeker, dat hebben we recentelijk gezien op het WK, onder meer met die kus. De voetbalsters van Spanje, maar ook van bijvoorbeeld Haïti en Jamaïca vragen om gelijke behandeling, ze willen zich optimaal kunnen voorbereiden. Niet zo gek ook, want het is het grootste sportevenement voor vrouwen in de wereld. Natuurlijk heeft dat allemaal met de positie van de vrouw te maken, en met vrouwenemancipatie. Maar het laatste speeltje? Er zijn de afgelopen jaren zoveel vrouwen in het voetbal gekomen, en dat worden er alleen maar meer.’
‘Omdat het nodig is. Het zijn nu bijna altijd vaders die kinderen trainen, jongens én meisjes. Ook als ze geen ervaring hebben. Waarom kunnen moeders dat niet? In Engeland wordt er echt werk van gemaakt om meer vrouwen in te zetten, in alle lagen van het voetbal. Dat verandert de cultuur, vrouwen nemen andere beslissingen. Als er alleen maar mannen zitten, wordt er niet aan vrouwen gedacht. En zet ergens één vrouw bij en de dynamiek verandert meteen. Zonder te willen generaliseren: er komt meer empathie. Daarmee zeg ik dus niet dat mannen geen empathie hebben, maar vrouwen zijn toch iets meer van het verbinden. Ik zou hier bijna het woord ‘haantjes’ gebruiken, maar dat doe ik niet.’
‘Dat vind ik te negatief.’
‘Om je heen slaan kan altijd, maar ik denk niet dat het helpt. Intern spreek ik me echt wel uit zodra ik merk dat vrouwen worden benadeeld. Maar ik probeer vooral te kijken naar wat er al is verbeterd, waar we nog aan moeten werken en hoe we dat kunnen doen. Als ik alleen maar ga lopen schoppen, maak ik geen contact. Ik wil sámen dingen verbeteren.’
Wiegman weegt haar woorden, formuleert voorzichtig, aarzelend soms. Als het over tactiek gaat, veert ze op. Enthousiast vertelt ze over te ver terugzakken, de kwetsbaarheid in de counter, hoe het op het WK met haar Engeland in tactisch opzicht steeds beter ging. Maar als het niet over het spel zelf gaat is ze op haar hoede. ‘Het laatste wat ik wil is mensen met wie ik werk of heb gewerkt in verlegenheid brengen.’ Conflicten blijven tussen staf en spelers. ‘Zodra we naar buiten treden, zijn we een team. Als een conflict naar buiten komt zal het nooit door mij zijn, dat past niet bij mijn manier van leidinggeven.’
‘Ik moet soms keiharde beslissingen nemen, want het gaat om topsport. Het begint met respect. Inderdaad, dat is een breed begrip, maar voor mij betekent het: eerlijk en duidelijk zijn. Daar hoort ook bij dat ik luister, maar het moet niet te gezellig worden – ik bepaal de kaders en ik neem uiteindelijk de beslissingen. Ik weet heel goed hoe ik dingen wil, maar ik zal nooit schreeuwen. Ik denk ook niet dat dat zou helpen. ’
‘Dat kan. Louis van Gaal zegt dat hij die sprong tijdens de Europa Cup-finale van Ajax tegen AC Milan bewust maakte, om iets teweeg te brengen. Ik weet niet of dat echt zo is, hoor, en dat is iets anders dan schreeuwen, maar zo zie je maar: elke trainer heeft zijn eigen stijl. Ik vraag me alleen af of trainers die zich zo druk maken langs de lijn hun emoties onder controle hebben en de wedstrijd goed kunnen analyseren.’
Toen ze zelf voetbalde, kon Wiegman behoorlijk driftig zijn. Het type speler dat altijd alles gaf en anderen terechtwees. En ja, dan gilde ze ook weleens. ‘Als speler zat ik meer in het moment, moest ik snel iets oplossen.’
‘Ik heb nooit de neiging om langs het veld te gaan staan schreeuwen, daar heb ik de stem ook niet voor. Emoties horen in het veld, als coach observeer ik. In het verleden was ik als coach wel onrustiger, op trainingen vooral, dan ging mijn stem omhoog. Soms schrokken spelers daarvan. Ik kan nog steeds veeleisend en direct zijn, maar ik let er wel op hoe ik de boodschap overbreng.’
‘Heel belangrijk zelfs, onder alle omstandigheden. Als ik langs de lijn onrustig ben, kan dat overslaan op de speelsters. Dan krijgen ze het gevoel dat er geen controle is. Maar het is ook voor mezelf belangrijk: als ik rustig ben, kan ik beter analyseren, en dat is mijn taak. Op het veld, bij een training, tijdens een wedstrijd.’
Het werken met scenario’s vormt de rode draad in What It Takes. Wiegman is voortdurend bezig met het denken in als-dan, om controle te houden en te kunnen ingrijpen bij onvoorziene omstandigheden: een rode kaart, een blessure. ‘We kunnen na twee minuten een goal tegen krijgen, of een rode kaart, dan moet ik weten wat ik moet doen. En dan niet voor een speelster, maar voor alle elf in het veld en de twaalf buiten het veld. Als we er niet over hebben nagedacht, duurt het misschien wel vijf minuten voordat ik een oplossing heb. Die tijd heb ik niet, ik moet meteen weten wat er moet gebeuren. In de wedstrijd kunnen we dan direct schakelen, bam, bam, door.’
‘Bijna nooit.’
‘Dan vind ik dat ik mijn werk niet goed heb gedaan.’
‘Misschien wel.’
‘Inmiddels kan ik beter loslaten. Het was wel een beetje, ik zou haast zeggen, obsessief.’
‘Als ik vroeger een kans kreeg om training te geven, moest ik zorgen dat het raak was. Omdat er dubbel op me gelet werd. Vrouwen moeten echt top zijn om geaccepteerd te worden, daar was ik me van bewust.’
‘Ik ben er nog steeds niet tevreden over. Ik heb cursussen gevolgd voor ik naar Engeland ging. Ik wil alles erg goed doen. En als ik iets minder goed kan, zoek ik er iemand bij om mijn zwakke punt aan te vullen.’
Soms blijft ze hangen in details. ‘Ik heb dan de neiging te veel zelf te gaan doen, terwijl ik nu werk met een grote en heel goede staf. Dan moet ik eerst terug naar het grotere plaatje en kijken wie wat kan doen. Ik werk al lang samen met Arjan Veurink, mijn assistent, dat werkt supergoed. Aan één of twee woorden hebben we genoeg en hij is kritisch. Dat is belangrijk, want een gevaar van succesvol zijn is het voetstuk, dat mensen je niet meer aan durven spreken. Dus dat probeer ik te organiseren, er op te letten dat ik mensen om me heen heb die mij een spiegel voorhouden.’
‘Het is minder geworden, vroeger was het echt verschrikkelijk. In mijn tijd als coach van Ado Den Haag was ik de enige bij het vrouwenteam met een volledige baan, dus ik vond daarom ook dat ik voor alles verantwoordelijk was. We speelden op vrijdag en dan was ik de hele dag alleen maar met die wedstrijd bezig. Ik had nergens anders tijd voor, ik vond mezelf nooit goed genoeg voorbereid. Als een speler iets fout deed, dan was het mijn schuld, want ik had haar niet goed geïnstrueerd over de tegenstander. Dat was geen leven.’
‘Ik heb een paar weken plat gelegen, ik was te moe van alles. Dat was wel een duidelijk signaal dat ik meer moest ontspannen en beter voor mezelf moest zorgen. Meditatie, meer bewegen, ontspanning zoeken. Dat blijft moeilijk, want voetbal is mijn lust en mijn leven, maar het is leuker als je ontspannen bent. Ik kan nu natuurlijk ook meer delegeren aan stafleden. De kunst is vooral om los te laten, ik moet het overzicht behouden, maar ik hoef niet meer alles zelf te doen.’
Vlak voor de Olympische Spelen in de zomer van 2021 hoort Wiegman dat haar zus Diana ernstig ziek is. Ze probeert er zo veel mogelijk voor haar te zijn, maar na het toernooi maakt ze de overstap naar Engeland. Ze reist op en neer en is vaak voor langere tijd weg, voor de wedstrijden, de trainingskampen.
Op het EK in eigen land in 2022 wil Engeland de titel halen. Het gaat snel slechter met haar zus, en Wiegman bespreekt met haar staf het scenario van haar afwezigheid als Diana zou overlijden. Ook dit wil ze niet aan het toeval overlaten. ‘Voor mij was het belangrijk dat de voorbereiding slechts minimaal verstoord zou worden’, schrijft ze in What It Takes.
Eind april blijkt dat haar zus nog maar een paar weken te leven heeft. Wiegman voelt zich zo verantwoordelijk voor haar team dat ze het zou hebben begrepen als Mark Bullingham, ceo van de FA, haar had gevraagd zo veel mogelijk in Engeland te zijn. Hij had haar immers aangesteld om Europees kampioen te worden. Maar hij vroeg het niet en gaf haar de tijd om bij haar zus te kunnen zijn.
‘Mijn zus was mijn beste vriendin, ze was erg belangrijk voor mij. Voor ik een eigen management kreeg, regelde zij alles voor me. Ze volgde mijn carrière op de voet en probeerde zo vaak mogelijk bij wedstrijden aanwezig te zijn. Ze had haar zinnen gezet op het EK in Engeland, maar helaas is ze daarvoor al overleden. We deden veel samen, ze was mijn maatje.
‘Natuurlijk relativeert zo’n verlies alles, je leert wat écht belangrijk is. Haar te moeten missen is verschrikkelijk. Het verdriet zit diep, en af en toe komt het keihard naar boven. Maar ik moet door, dat wilde mijn zus ook. Ik kan niet zeggen: oké, nu ga ik zitten om het even te verwerken. Zo werkt het niet. Zodra ik op een groot toernooi ben, draait alles om winnen.’
‘Op sommige momenten overvalt de rouw me. Toen ook. Ik heb de psycholoog erbij gehaald en we zijn samen koffie gaan drinken. Mijn grootste angst was dat ik vlak voor of na de finale overmand zou worden door verdriet. Hoe zou ik dat dan regelen? Ik wilde me erop voorbereiden, maar dat lukte niet. Daar had ik hulp bij nodig. Iemand die me erop wees dat het oké was als ik verdrietig was. Dat als ik het probeerde te onderdrukken, het juist mijn functioneren in de weg zou staan. Uiteindelijk was ik het kwijt en had ik tijdens en na de finale nergens last van. Iedereen liep te janken en ik liep vrolijk rond.’
‘Iedereen mag fouten maken, behalve ik.’
‘Natuurlijk moet ik daar om lachen, want dat is zo tegenstrijdig. Als ik zelf een fout maak, duurt het lang voordat ik denk: en nu weer door.’
‘Ik dacht al: waar blijft die vraag?’
‘Ik geef een politiek antwoord. Ik werk nu in de top. Ik heb de beste faciliteiten. Ik werk met de beste spelers van de wereld. Ik zie geen enkele reden waarom ik weg zou gaan.’
‘De vraag doet het vrouwenvoetbal tekort. Is het per definitie beter om naar het mannenvoetbal te gaan? Dat wordt aangenomen, maar dat hoeft niet per se zo te zijn. En dan maar meteen een antwoord op die andere vraag: ja, een vrouw kan een mannenteam coachen. Vrouwen werken in de meest uiteenlopende functies, maar bij voetbal wordt gevraagd of het kan.’
‘Ik denk dat dat klopt.’
Lachend: ‘Nee, nee, daar ga ik verder niet op in. Ik wil in de top werken, dat doe ik nu en ik ga geen stap terug doen, dat is het enige wat ik erover wil zeggen.’
‘Ik weet het niet. Mannenvoetbal is voor mij in elk geval niet de heilige graal. Op dit moment ben ik heel tevreden in het vrouwenvoetbal. Ik ben begonnen bij Ter Leede, daarna Ado Den Haag. Nederland. Nu Engeland. Ik ben bezig met presteren, en tegelijkertijd probeer ik de wereld in positieve zin te veranderen. Een combinatie waarvan ik zeker weet dat ik er gelukkig van word.’
‘Ik krijg vaak te horen: je moet naar de mannen, want de hegemonie moet worden doorbroken. Alsof ík daarvoor verantwoordelijk ben. Maar ik ga geen functie bekleden omdat anderen vinden dat ik iets moet doorbreken. Ik voel me verantwoordelijk om me uit te spreken, maar niet om mezelf weg te cijferen. Ik ben verantwoordelijk voor mijn eigen leven en voor mijn eigen geluk.’
26 oktober 1969 Geboren in Den Haag.
1987-2003 Voetbalt bij KFC ’71, North Carolina Tar Heels, Ter Leede en het Nederlandse team (104 interlands).
2006-2007 Trainer bij Ter Leede, wordt landskampioen en wint KNVB-beker.
2007-2014 Trainer bij Ado Den Haag, wint in 2012 Vrouwen Eredivisie (opgericht in 2007) en twee keer de KNVB-beker (2012 en 2013).
2014-2016 Assistent- en interim-bondscoach bij Nederland.
2016 Behaalt hoogste trainersdiploma.
2016-2017 Interim-bondscoach Nederland.
2017-2021 Bondscoach Nederland.
2017 Europese titel met Nederland, 4-2 winst in finale tegen Denemarken in Enschede.
2017 Wint de prijs voor beste vrouwencoach van de Fifa, net als in 2020 en 2022.
2019 Haalt WK-finale met Nederland (2-0 verlies tegen Amerika).
2021 Olympische Spelen in Japan is laatste toernooi met Nederland, in kwartfinale is Amerika na strafschoppen te sterk.
2021-heden Bondscoach Engeland.
2022 Wint met Engeland Europese titel, verslaat in finale op Wembley Duitsland met 2-1.
2022 Wordt uitgeroepen tot Ua’s beste vrouwencoach van het jaar, wint die prijs ook in 2023.
2023 Zilver op WK in Australië, in finale verslaat Spanje Engeland met 1-0.
Visagie: Alexandra Borcila (NCL Representation)
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden