Home

Op jonge leeftijd je beide ouders verliezen: ‘Het had zoveel gescheeld als iemand had gevraagd of ik het nog volhield’

Hoe is het om op jonge leeftijd je beide ouders kwijt te raken? Wat mis je het meest? En: wat heb je nodig om uit te groeien tot een stabiele volwassene? Drie wezen vertellen.

Op zijn 20ste verliezen Rutger van Hulst en zijn destijds 16-jarige zusje Finette hun beide ouders. Kunnen ze een wezenuitkering aanvragen, nu de kinderbijslag is stopgezet? Rutger wil zijn zusje beschermen. Ze is te jong om zich druk te maken over de belasting of het stopzetten van de krant, vindt hij. Misschien kan hij haar voogd worden? Aan zijn eigen verdriet denkt hij niet, want dan zou alles instorten.

‘Jongeren die beide ouders verliezen, hebben meteen door dat de onvoorwaardelijkheid in hun leven is verdwenen’, zegt Jojanneke van den Bosch. ‘Hun vangnet is in één klap weg, het voelt alsof ze helemaal op zichzelf zijn aangewezen.’ Van den Bosch verloor op haar 14de kort na elkaar beide ouders en schreef daar het boek Zo, nu ben je wees over. Daarnaast is ze oprichter van WeesWijzer, een platform dat jongeren en hun omgeving voorziet van adviezen.

‘Het feit dat je ouders er niet zijn, maakt elke levensgebeurtenis extra beladen. Weten dat ze er niet zullen zijn om te vieren dat je bent geslaagd of om je te troosten als je bent gezakt, maakt een examen al bij voorbaat emotioneel lastiger. Je moet zelf je weg vinden in het onderwijs of op de arbeidsmarkt, leren omgaan met geld, grenzen leren stellen, je leven structureren en je eigen normen en waarden ontwikkelen. Zelfs leuke dingen, zoals vakanties en feestdagen, moet je alleen doen. Dat kan heel eenzaam voelen.’

De meeste kinderen en jongeren die één ouder verliezen (in Nederland zijn dat er volgens het CBS bijna honderdduizend), lukt het dit zelf te verwerken, blijkt uit onderzoek van Columbia University in New York. Het verlies van beide ouders – iets waar ruim vijftienhonderd kinderen en jongeren in Nederland mee te maken hebben – is echter zo complex, dat in de meeste gevallen professionele hulp nodig is bij de verwerking, denkt psycholoog Mariken Spuij. ‘Het is vaak de combinatie van complicerende factoren waardoor mensen vastlopen in hun rouw.’ Spuij promoveerde in 2014 op gecompliceerde rouw bij kinderen en jongeren en is als universitair docent verbonden aan de Universiteit Utrecht.

Voor weeskinderen zijn het vaak de praktische zaken die na een overlijden op ze afkomen die de verliesverwerking bemoeilijken, weet ervaringsdeskundige Van den Bosch. ‘Veel mensen denken dat je een verlies eerst moet verwerken en dat de rest daarna wel komt. Het is precies andersom. Pas als aan de basisbehoeften is voldaan, is er ruimte voor diepere rouw en rouwverwerking.’

Geregeld moeten jongeren halsoverkop hun ouderlijk huis verlaten door problemen met de huur of hypotheek, worstelen ze met het huishouden of is er zelfs niet genoeg geld om eten te kopen. Bij instanties krijgen ze te maken met wachtlijsten, slechte afstemming tussen hulpverleners of een gebrekkige administratie.

Jonge wezen hebben behoefte aan een veilige, stabiele omgeving die hen in hun rouwproces ondersteunt, beaamt Spuij. De gevoelens van kinderen en jongeren in de rouw verschillen waarschijnlijk niet wezenlijk van die van volwassenen, denkt ze, wel is er een verschil in hun cognitieve en emotionele ontwikkeling, waardoor gevoelens anders worden geuit en een verlies anders wordt begrepen.

Wanneer kinderen ouder worden, kunnen ze bovendien te maken krijgen met nieuwe gedachten en gevoelens over een verlies, het zogeheten ‘her-rouwen’. Ook belangrijke levensgebeurtenissen zoals het behalen van een diploma, een huwelijk of het krijgen van een kind, kunnen het verdriet opnieuw naar boven halen. ‘Verdriet groeit met je mee’, zegt Spuij. ‘Soms sluimert het, dan vlamt het weer op. Het verwerken van een verlies betekent niet dat de pijn helemaal verdwijnt.’

Ambers moeder overleed in 2007 aan een longembolie. Haar vader maakte in 2020 een einde aan zijn leven. Amber was toen 20. Amber wil na haar zelfstudie rouw- en stervensbegeleiding kinderen begeleiden in hun rouwproces. Haar broers zijn 34, 31 en 27.

‘Bij elke keuze die ik maak, denk ik: zouden papa en mama dit ook zo doen? Ik vraag me vaak af of ze trots op me zouden zijn. Vooral op speciale dagen, zoals onze verjaardagen, mis ik ze erg. Het zou zo fijn zijn ze te vertellen over mijn vriend en mijn nieuwe baan. Of even advies te vragen bij de belastingaangifte of de keuze voor een huis.

‘Mijn moeder overleed toen ik 8 was. ‘Ik wacht wel even tot ze wakker wordt, want ik moet haar nog iets vertellen’, zei ik toen mijn vader het probeerde uit te leggen. Ik brandde een week lang een kaarsje in de klas en ging een paar keer naar een psycholoog. Daarna ging het jaren goed, tot ik in groep 8 steeds vaker ruzie kreeg met een vriendinnetje. Ik merkte dat ik toen pas begon te rouwen om mijn moeder. Na een paar gesprekken bij de psycholoog ging het wel weer.

‘Vanaf mijn middelbareschooltijd werd mijn vader depressief. Hij ondernam steeds minder, lag vooral op de bank. We namen de hond die mijn moeder zo graag had gewild, zodat hij toch buiten kwam. Mijn broers waren het huis uit. Ik zorgde voor eten en schone was, en maakte elke zaterdag het hele huis schoon. Elke dag als ik naar mijn werk ging, spookte het door mijn hoofd: als ik straks thuiskom, zit papa er dan nog wel​?

‘Ik was veel bij mijn vriend. Op een zaterdagavond appte mijn vader wanneer ik weer langs zou komen om de was te doen. ‘Op maandag’, zei ik. Dat was goed. Hij zou de pasta opwarmen die ik de vorige avond had gemaakt en even langsgaan bij een buurtfeestje. Wat goed van hem, dacht ik.

‘Op maandagochtend kwam een collega naar me toe met de telefoon. ‘Het is je broer’, zei ze. Ik wist genoeg, zakte ineen op de grond.

‘Ooms en tantes hielpen met het maken van de rouwkaarten en het regelen van een uitvaartlocatie. Een vriendin maakte het bloemstuk, andere vrienden een houten kist. Na de dienst zijn we in onze uitvaartkleding de kroeg in gegaan voor het carnaval waar mijn vader zo van hield.

‘Ik vond een huisje voor mezelf. Bij de housewarming dronk ik zoveel dat ik de volgende ochtend stukken van de avond kwijt was. Ik had ook ruzie gemaakt met mijn toenmalige vriend. De angst dat hij, na mijn moeder, en mijn vader, ook weg zou gaan en ik alleen zou achterblijven, gaf me zoveel stress dat ik dagenlang niets door mijn keel kreeg en steeds moest overgeven. Wanneer er op mijn werk in de kinderopvang een kind viel, reageerde ik niet. Ik sliep nauwelijks, ik ben iedereen tot last, dacht ik. Elke nacht zag ik mijn vader tijdens zijn laatste momenten, terwijl ik die in het echt nooit heb meegemaakt.

‘Mijn vriend en ik gingen uit elkaar, al bleef ik hopen dat onze relatie niet definitief voorbij zou zijn. Na een slechte dag sliep ik een nacht bij een vriendin. ’s Morgens heb ik mezelf opgesloten op de wc. Mijn vriendin hoorde me bezig en dwong me, net op tijd, de deur open te maken.

‘Ik kwam terecht in een psychiatrische kliniek. Daar kreeg ik antidepressiva, volgde groepstherapieën. Tijdens individuele therapie keek ik foto’s en filmpjes terug van mijn ouders. Eerst samen met mijn psycholoog, later met mijn vriendinnen naast me op de bank. Ik zag hoe goed we het hadden, moest lachen om hoe gek ik kon doen als kind. Dankzij de antidepressiva lukte het me om alle gebeurtenissen langs te lopen en ze een plekje te geven.

‘Ik ben altijd maar doorgegaan, zie ik nu. Het is ontzettend zwaar geweest om mijn vader te zien aftakelen en daarnaast de boel draaiende te houden. Het had zoveel gescheeld als iemand had gevraagd of ik het nog volhield, of me had uitgenodigd voor het avondeten.

‘Na die ene poging heb ik nooit meer de behoefte gevoeld om te stoppen met leven. Mijn huidige vriend is niet bang voor mijn ‘rugzakje’, hij durft zelf ook zijn tranen te laten zien. Maar als hij chagrijnig thuiskomt uit zijn werk, ben ik bang dat ook hij weggaat. Dan vertelt hij me, zo vaak ik het nodig heb, dat hij van me houdt en bij me blijft.’

Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem: chat via 113.nl of bel gratis 0800-0113.

Rutgers ouders kwamen in 2021 op vakantie om het leven. Hij maakte er de film Mijn ouders wonen op Jupiter over. Rutgers zus Finette is nu 19.

‘Op dinsdag, de eerste vakantiedag van mijn ouders, kreeg ik ’s morgens al om half 8 een appje van mijn moeder, of ik mijn bed wel uit was. Op woensdag bleven onze telefoons stil. Het werd 8 uur, 9 uur. Om half 10 zei mijn zusje: ‘Er staat politie voor de deur.’

‘Even later zaten mijn oma, mijn zusje en ik naast elkaar op de bank. ‘Jullie ouders zijn vannacht overleden’, zei de agent. De accu van hun gehuurde boot bleek giftig gas te hebben gelekt. Ik werd lijkbleek. Was dit een grap? Het klopte niet. Het hoorde zo te gaan: je opa en oma gaan dood, daarna je ouders, dan jijzelf. Mijn opa en oma leefden nog, maar mijn ouders niet meer. Het veroorzaakte kortsluiting in mijn hoofd.

‘Samen met de beste vrienden van mijn ouders, ooms en tantes, regelden we de uitvaart. Daarna viel er een gat. Aan de instanties hebben we niet veel gehad. Op de dag na het ongeluk kwam er een brief dat de kinderbijslag werd gestopt. Vervolgens duurde het drie maanden voordat de wezenuitkering in gang was gezet. We moesten zelf contact opnemen met Jeugdzorg voor een voogd voor mijn minderjarige zusje. Die bleek vervolgens zo slecht bereikbaar dat mijn zusje in tranen was bij het idee de instantie via een appje ergens voor te moeten ‘storen’.

‘We hebben wel veel steun gehad aan de hechte vriendengroep van mijn ouders. Twee van hen kregen de voogdij over mijn zusje. Nog steeds eten we elke dinsdag en donderdag samen. Ze vragen hoe onze dag was en helpen ons met vragen over studie en werk, bij het kiezen van een auto of het opstellen van een goede sollicitatiebrief.

‘Ik huil niet veel, maar als Suzan & Freeks cover van Papa op de radio komt, overvalt het verdriet me. Als ik tijdens mijn werk als attractiemedewerker een vader samen met zijn zoontje in de achtbaan zie gaan, moet ik even slikken. Het ergste vind ik dat het leven voor mijn ouders is gestopt. Ze wilden nog rondtrekken met de camper, keken ernaar uit opa en oma te worden. Mijn vader en ik wilden samen een marathon rennen. Ik voel me soms schuldig dat ik wél door kan gaan met mijn leven.

Als student aan de kunstacademie dacht ik: je ouders verliezen door een ongeluk op een boot, dat is een gekke situatie, dat verhaal móét ik vertellen. Ik heb er een speelfilm over gemaakt, waarin mijn personages Ruben en Floor op een vergelijkbare manier hun ouders verliezen.

‘Al die tijd was ik bang om het verdriet toe te laten. Ik dacht dat ik huilend over de grond zou moeten rollen, dagen mijn bed niet uit zou komen. Mijn psycholoog legde uit dat rouw er voor iedereen anders uitziet. Dat gaf veel lucht.

‘Mijn zusje en ik konden dankzij een goede levensverzekering in ons ouderlijk huis blijven wonen. We hebben een gezamenlijke rekening en verdelen de huishoudelijke taken. Als ik vroeger naar school ging, appte ik mijn moeder wanneer ik veilig was aangekomen. Mijn zusje en ik doen dat nu ook. Als ik geen bericht krijg, word ik onrustig. ‘Ze had er allang kunnen zijn. Wat als ...?’

‘Uiteindelijk ben ik zelfverzekerder geworden door het verlies. Mijn zusje en ik zijn niet ‘zielig’. We zijn juist krachtig: het ergste is al gebeurd, en dat hebben we overleefd.’

Lindsays moeder overleed in 2015 aan kanker. Haar pleegmoeder stierf in 2022 aan dezelfde ziekte. Haar vader woont sinds 2020 in Frankrijk. Ze volgt een mbo-opleiding meubelmaker/ (scheeps-)interieurbouw en werkt bij een meubelmakerij. Lindsay heeft een broer van 37 en een zus van 33.

‘Ik ben altijd alert. Laatst was ik panellid op een symposium van Jeugdzorg. Tijdens het gesprek bekroop me het gevoel: die man met die rode trui, daar helemaal achterin, die is niet te vertrouwen. Zo’n angst kan me zomaar overspoelen, zonder dat ik weet waarom. Ik ben samen met mijn psycholoog aan het onderzoeken welke trauma’s ik precies heb opgelopen als kind. Na zo’n sessie, waarin ik allerlei vervelende herinneringen voor me heb gezien, ben ik overprikkeld en kwetsbaar. In de bus naar huis sluit ik me af met muziek. Hardstyle of hardcore om wakker te blijven, popmuziek om tot rust te komen. Voel ik me ongezien, dan luister ik S10’s Hoor je mij. Ik heb haar al drie keer ontmoet, ze heeft zelfs een filmpje voor me opgenomen waarin ze zegt: ‘Als je je rot voelt, is er altijd een zonnetje dat voor je schijnt’. Daar kijk ik vaak naar.

‘Ik weet niet meer hoe het voelde toen mijn moeder overleed. Ik was 11. Ik heb een knop omgezet en ben doorgegaan, net zoals mijn vader. Tussen ons ging het niet lang goed. Hij had psychische problemen, verwaarloosde me. Na drie maanden ben ik bij onze oude buren gaan wonen. Daar voelde ik me wél gehoord. Ik kreeg er ontbijt, lunch en avondeten, schone kleren.

‘Op mijn 17de werd mijn pleegmoeder ziek. Toen ze het me vertelde raakte ik in paniek: ik kon toch niet nog een keer hetzelfde doorstaan? Ik ben weggelopen, naar een speeltuin in de buurt. Na een paar uur werd ik wat rustiger en ben ik toch maar weer naar huis gegaan. De weken daarna zat ik veel te roken op mijn kamer. Ik kon me niet goed meer concentreren op school en mijn bijbaan, kreeg de somberste gedachten. Mijn pleegouders werden in beslag genomen door de ziekte van mijn pleegmoeder en mijn pleegzorgbegeleiders wisselden zo vaak dat ik niet op ze kon bouwen. Ik voelde me ontzettend eenzaam.

‘Het ging zo slecht dat ik in een psychiatrische instelling terechtkwam. Dat was vreselijk. Zelfs toen mijn pleegmoeder overleed, hadden de begeleiders daar geen aandacht voor me. Het voelde weer net zoals bij mijn vader thuis. In vijf maanden tijd ben ik 7,5 kilo afgevallen. Ik had zo graag gewild dat iemand had gevraagd: ‘Hoe gaat het nou echt met je?’

‘Nu woon ik in een beschermdwonengroep. Ik zorg dat ik dingen doe waar ik vrolijk van word, zoals voetballen en meubelmaken. Het creatieve heb ik van mijn ouders. Mijn moeder maakte vroeger tegelmozaïeken. Knip-knip, hoorde je dan als ze de tegels met een nijptang of een tegelsnijder doormidden werkte. Soms knipte ze per ongeluk een snee in haar handpalm. Dan haalde ze haar schouders op en ging gewoon door.

‘Ik vertrouw op mezelf. Ik wil graag een eigen huis, mijn rijbewijs halen. Ik weet niet of ik kinderen wil. Het zoontje van mijn zus heeft autisme: als hij overprikkeld is, doet hij zijn handen over zijn oren. Ik begrijp dat wel. Mochten mijn zus en mijn zwager de zorg voor hem niet aankunnen, dan zou ik wel graag zijn pleegmoeder worden.’

Praten over zelfmoordgedachten kan anoniem: chat via 113.nl of bel gratis 0800-0113.

Kinderen van 10 tot en met 15 jaar krijgen 703,29 euro bruto per maand. Jongeren van 16 tot en met 20 jaar kunnen onder voorwaarden aanspraak maken op 931,38 euro bruto per maand.

De voogdij van een minderjarige kan worden vastgelegd in een testament of in het gezagsregister. Als er niets is geregeld, wijst de rechter een voogd aan. Aanvullende voorzieningen op financieel, psychisch en emotioneel gebied verschillen per gemeente en moeten door de voogd worden ingeschakeld. Meerderjarigen krijgen in principe geen begeleiding of voogd.

Jongvolwassenen mogen in hun ouderlijk huis blijven wonen mits de grootte van hun huishouden bij de woning past en ze de huur kunnen opbrengen. Als de huur te hoog is, moet een woningcorporatie die maximaal twee jaar lang verlagen en hen daarna een passende woning aanbieden. Andere verhuurders hoeven dit niet. Vanaf 1 januari 2024 zijn woningcorporaties verplicht ouderloze jongvolwassenen tegemoet te komen zodat zij tot hun 27ste in hun ouderlijk huis kunnen blijven wonen, en bij huurders vanaf 28 jaar mag een corporatie de huur alleen opzeggen wanneer er een andere, passende woning is gevonden voor onbepaalde tijd. Voor andere verhuurders gelden deze regels niet.

Als een erfgenaam de erfbelasting niet kan opbrengen (verschuldigd bij een erfenis van meer dan € 22.918), moet een jonge nabestaande het huis verkopen of afzien van de erfenis. Er is een wetswijziging in de maak om weeskinderen renteloos uitstel te geven van betaling van de erfbelasting. De Belastingdienst kan nu al uitstel verlenen bij schrijnende gevallen.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next