Home

‘Idioot snel’ werd Otis een orkaan van de zwaarste categorie: ‘Als orkaanwetenschappers stonden we versteld’

Ineens was het er, een kolkend tumult van geraas en striemende regen, midden in de nacht. De inwoners en toeristen in Acapulco wisten dat er zwaar weer op komst was. Maar dat dít geweld zou losbarsten – dat had niemand verwacht.

Ramen sneuvelden, palmbomen werden gestript van hun bladeren, panelen van gebouwen vlogen in het rond. Stroom en telefonie vielen uit. De straten overstroomden, door slagregens en opgestuwd zeewater. En wie zich ’s ochtends weer buiten waagde, trof daar een in elkaar geslagen puinhoop, in wat eens de ‘Parel van de Pacific’ heette. Het was eigenlijk een wonder dat er in Acapulco slechts 48 doden waren gevallen, zeiden experts, al zijn er nog tientallen vermisten.

Was getekend: Otis de orkaan. ‘Als orkaanwetenschappers stonden we versteld’, zegt Nadia Bloemendaal (KNMI, VU Amsterdam), die onderzoek doet naar orkaanrisico’s. ‘Geen weermodel had dit zien aankomen. Deze situatie was er gewoon ineens. Wat hier is gebeurd, wordt voor ons, onderzoekers, een enorm leermoment.’

Over de auteur
Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech. Voor zijn coronaverslaggeving werd hij uitgeroepen tot journalist van het jaar.

Normaal gesproken zien meteorologen orkanen – en tyfonen, de Aziatische variant – dagen van tevoren aankomen. Ze ontwikkelen zich, zuigen energie op uit het warme zeewater, krijgen steeds duidelijker een ‘oog’, en nemen toe in kracht, de een sneller en meer dan de ander. Maar Otis was ‘het ultieme nachtmerriescenario’, in de woorden van de Amerikaanse meteoroloog Judson Jones.

Op zondag 22 oktober, twee dagen voor de ramp, was er van een orkaan nog geen sprake. Gewoon een storm, net windkracht 8, die wat rondhing op de Stille Oceaan, zo’n 500 kilometer voor de kust. De storm kwam wel dichterbij, maar werd nauwelijks intenser. Kracht 9 had hij op maandagavond, een etmaal voor de ramp. Net genoeg om te spreken van een tropische storm.

En toen, op dinsdag, gebeurde het. Aan het begin van de middag bleek de storm zich te hebben ontwikkeld tot een orkaan van de eerste van vijf categorieën, met een windsnelheid van ongeveer 130 kilometer per uur. Satellieten zagen hoe Otis begon te draaien en een oog kreeg in het midden.

De grootste verrassing kwam enkele uren later, toen stormjagers in een vliegtuigje door de orkaan vlogen. In zeer korte tijd was de orkaan gegroeid tot een van de vierde categorie, ontdekten die: 210 tot 250 kilometer per uur. De uren daarop trok de orkaan verder aan, en bereikte hij windsnelheden tot 260 kilometer per uur: het meest verwoestende type, en meteen de sterkste geregistreerde orkaan die ooit vanuit het westen Mexico trof.

‘Dit ging idioot snel. Idióót snel’, zegt Bloemendaal. ‘Bij Otis was het ineens: dit wordt een categorie 5, en over twaalf uur komt hij aan land. Dan kun je dus niks meer. Als je overgaat tot evacuatie en in je auto stapt om weg te gaan, kom je midden in de orkaan terecht.’

Dat orkanen snel in kracht kunnen toenemen is bekend: de definitie voor ‘snelle intensivering’ is een stijging in windsnelheid van 30 knopen (zo’n 60 kilometer per uur) per etmaal. ‘Maar de intensivering van Otis was 95 knopen in 24 uur. Dat is dus drie keer zo snel’, onderstreept Bloemendaal. ‘Hij spróng omhoog in kracht’, in de woorden van Jones. ‘Dit zit ver buiten de definitie van snelle toename.’

Achteraf denkt Bloemendaal wel te begrijpen wat er gebeurde. In aanloop naar de Mexicaanse kust belandde Otis ‘in een bak zeewater van 30 graden Celsius’, zoals ze zegt. ‘En dat is een soort superbrandstof voor orkanen.’ Tropische orkanen zuigen hun energie uit warm zeewater, door stijgende lucht in het oog, die verderop afkoelt en weer neerdaalt, en vervolgens weer langs de lauwe zee naar het oog trekt, in een kringloop die natuurkundigen een ‘carnotcyclus’ noemen.

Bij Otis speelde er nog iets bijzonders, schetst de orkaanexpert: de storm kwam in een gebied met in hoogte variërende windsnelheid, ofwel windschering. En dat is ongunstig voor een orkaan: ‘Wat zo’n orkaan graag wil, is dat hij aan de onderkant net zo hard wordt geduwd als hoog in de atmosfeer, zodat hij mooi recht blijft. En dat was hier niet het geval. De weermodellen zeggen dan: dit wordt geen orkaan, het systeem wordt kapotgeblazen.’

Maar dat gebeurde niet. ‘Otis trok zoveel energie uit het warme zeewater dat het genoeg was om het effect van windschering teniet te doen.’ Dat zagen meteorologen niet aankomen: ten westen van Mexico hebben weerkundigen weinig ‘ogen’ op de grond, in de vorm van boeien en meetstations. ‘Het was pas toen dat vliegtuigje met orkaanjagers erdoorheen ging dat ze erachter kwamen: dit is een categorie vier, en hij wordt vijf.’

Noem orkanen zoals Otis gerust een soort apart, de ‘sprinters’ onder de orkanen, heel anders dan de ‘marathonlopers’, schrijft een onderzoeksgroep onder leiding van orkaanwetenschapper Falko Judt van het Amerikaanse centrum voor atmosfeeronderzoek NCAR in een toevallig net verschenen onderzoek. Judt bootste het ontstaan van honderden orkanen na in de computer. En zag tot zijn verbazing hoe een van zijn orkanen in wording, storm nummer 00057, ‘explosief’ in kracht toenam.

In slechts een halve dag tijd schoot de windsnelheid in storm 00057 omhoog van windkracht 7 naar orkaankracht. En net als bij Otis deed de orkaan dat in omstandigheden die eigenlijk ‘ongunstig zijn voor orkanen, met veel windschering’, schrijft Judt in een vakblad voor weerkundigen. Net als de hardloper die zich losworstelt uit iets wat hem tegenhoudt, schiet de storm daarna extra hard uit de startblokken.

Otis mag dan van de buitencategorie zijn, het uiterste van het uiterste; snel ontwikkelende orkanen zijn er de laatste jaren vaker. ‘Ik kan zo een aantal namen uit mijn mouw schudden’, zegt Bloemendaal. Waarop ze de daad bij het woord voegt: orkaan Lee ging in september van categorie 1 naar 5 in slechts anderhalf etmaal, orkaan Ian zwol vorig jaar september aan van een storm tot een zware orkaan in 36 uur, en in Mexico kwam in oktober 2015 orkaan Patricia aan land, nadat die er in 24 uur liefst 193 kilometer per uur aan windsnelheid bij had vergaard.

In vakblad Scientific Reports zette klimaatwetenschapper Andra Garner van de Amerikaanse Rowan Universiteit onlangs de cijfers op een rij. Haar conclusie: tussen 2001 en 2020 is het al zestig keer gebeurd dat een orkaan binnen een etmaal opklom van tropische storm of orkaan uit de lichtste categorie tot een orkaan van zwaarte drie of hoger. Zesmaal gebeurde het zelfs dat een gewone tropische storm het schopte tot een orkaan van het allerzwaarste type.

En doordat de aarde opwarmt, neemt het aantal snel intensiverende orkanen razendsnel toe. Gebeurde het in de jaren zeventig en tachtig maar negen keer dat een orkaan binnen twaalf uur sprongsgewijs steeg in intensiteit, de afgelopen twintig jaar gebeurde dat twee keer zo vaak, blijkt uit de cijfers van Garner.

Dat gebeurt vooral in kustgebieden, bleek vorige maand uit een Chinees-Canadese analyse. Daar is het zeewater vaak immers ondieper, waardoor het makkelijker opwarmt. Het gevolg: het aantal snel intensiverende orkanen is er sinds 1980 zelfs verdrievoudigd, aldus de groep, in Nature Communications.

Dat worden vervelende tijden, waarin naderende zomerstormpjes zich kunnen opblazen tot briesende monsters die ineens bij je op de stoep staan. Want het is ‘evident’ dat orkanen intenser worden, zegt Bloemendaal. ‘Daarover is eigenlijk geen discussie meer. En snelle intensivering van orkanen speelt daarbij een rol. Je zult steeds vaker orkanen gaan zien die ineens een paar categorieën omhoogspringen.’

Minder orkanen, maar wel zwaardere en onverwachtere exemplaren, en waarschijnlijker ook meer orkanen die wat noordelijker en zuidelijker komen dan we gewend zijn. Dat is wat de klimaatprognoses voor een opwarmende wereld aangeven. Zelfs wij, ver buiten orkaangebied, kunnen daarmee te maken krijgen. Niet ondenkbaar is dat we geraakt worden door een afzwaaier, zoals in 2017 gebeurde toen storm Ophelia langs Ierland schampte. En vergeet Bonaire, Saba en Sint Eustatius niet, de bijzondere gemeenten van Nederland: ook daar wordt het gevaar op zwaardere orkanen groter, schreef het KNMI vorige maand nog in zijn klimaatscenario’s.

‘Uiteindelijk is de oplossing: stoppen met broeikasgassen uitstoten’, zegt Bloemendaal. ‘En voor de korte termijn hebben we meer observaties nodig op de grond of op zee, zodat je dit soort gebeurtenissen hopelijk iets eerder kunt voorspellen.’

Al zal dat met een verrassingsorkaan als Otis nooit helemaal op tijd lukken, denkt ze. ‘Dit zijn gewoon extreem moeilijke situaties om te voorspellen.’

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next