Zijn bekendheid dankt hij aan twee langlopende tv-series: The X-Files en Californication, maar hij schrijft ook boeken én liedjes. Volgende week treedt alleskunner David Duchovny op in Den Haag. Maar niet voordat hij zijn culturele voorkeuren met ons deelt.
David Duchovny herinnert zich nog precies het moment waarop hij werd ‘geboren’ als songschrijver, en zich realiseerde dat hij zomaar zijn eerste liedje had geschreven.
‘Ik liep op straat in New York, door 74th Street. Die middag had ik thuis een akkoordenschema zitten spelen dat ik fijn vond. Tijdens die wandeling neuriede ik plotseling een zangmelodie en kwamen er woorden. Wauw, dacht ik: een liedje. Dat werd The Things. Het staat op mijn eerste album Hell or Highwater.’
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Het wonderlijke is dat dit hem pas overkwam toen hij de 50 al was gepasseerd. Tot dat moment was hij ‘gewoon’ wereldberoemd acteur. Terwijl hij zijn liedje schiep, dachten voorbijgangers waarschijnlijk: hé, daar loopt David Duchovny. Of, waarschijnlijker: daar heb je agent Fox Mulder uit The X-Files. Of: ha, dat is die verlopen schrijver, Hank Moody, uit Californication.
Maar Duchovny (63) is dus ook singer-songwriter. En helemaal geen slechte: drie albums met melancholieke, rockende americana heeft hij op zijn naam staan. Het laatste, Gestureland, verscheen in 2021. Een korte Europese clubtournee voert Duchovny en zijn band op 16 november naar Paard in Den Haag.
Sommige mensen kunnen alles. Je zult maar gevierd acteur zijn, drie albums en twee wereldtournees op je cv hebben staan, en vier romans (en een novelle) hebben gepubliceerd.
Duchovny grinnikt, via Zoom, vanuit zijn lichte woning in Los Angeles: ‘Als kind wilde ik sporter worden. Basketballer. En daarna arts of advocaat. Allemaal niet gelukt. Van de drie dingen die ik wél ben geworden, was acteur het minst mijn ambitie. Acteren overkwam me. Romans schrijven wilde ik wel. Ook dat kwam er pas laat van.’
Zijn debuutroman Holy Cow én debuutalbum Hell or Highwater verschenen in 2015, het jaar waarin hij 55 werd. ‘Ik heb nooit in bands gespeeld en mezelf pas gitaar leren spelen als eind veertiger. Ik kocht een gitaar en zocht op internet de akkoordenschema’s op van favoriete liedjes van Bob Dylan en Tom Petty. Dan ontdek je al snel: ik moet nog goed oefenen, maar het is ook weer geen hogere wiskunde. Een handvol akkoorden goed leren beheersen en je komt een heel eind.’
Naar zijn ‘acteerprestaties uit het verleden’ mogen we niet vragen, zo heeft zijn manager geïnstrueerd: hij speelt in een nieuwe film en heeft contractueel beloofd niet over bijvoorbeeld The X-Files te zullen spreken in interviews. Hij mag dus wél vertellen over die nieuwe film, What Happens Later, die in november in première gaat.
‘What Happens Later is een film met Meg Ryan en mij. Eigenlijk alléén met Meg Ryan en mij. We spelen twee ex-geliefden die elkaar tegenkomen op een vliegveld. Wegens een sneeuwstorm zitten we daar vast. Het is een soort romantische komedie, maar dan met mensen van middelbare leeftijd. Goed gelukt. Mooie film. Ik ben dol op Meg.’
Zijn acteercarrière onderbrak hij een paar keer enkele jaren om zijn échte jongensdromen te verwezenlijken. ‘Toen ik mijn eerste album uitbracht, was ik vooral nerveus over mijn zang. Gitaarspelen is het punt niet, dat kan ik goed genoeg. Voor liedjes schrijven heb ik, denk ik, een zeker talent. Maar dat mensen naar mijn zang gingen luisteren, vond ik eng. Ik ben nog altijd geen groot zanger, maar wel een betere dan toen.’
Het leukst aan muziek maken? ‘Spelen voor publiek natuurlijk. Dat is voor een filmacteur ongebruikelijk: interactie met het publiek, met die mensen iets meemaken dat eenmalig is en daarna niet meer terugkomt, al was het maar omdat ik mijn liedjes niet twee keer exact hetzelfde kan spelen. Ze zijn elke keer anders, haha.’
Muziek, literatuur, films, die man móét haast wel een goede weekendgids zijn, zou je denken. ‘Ik hoop het maar’, zegt Duchovny. ‘Let’s go.’
‘Ik luisterde als kind naar de Top 40 op de radio en was volledig gericht op hits. Dus kocht ik singles, ook uit financiële noodzaak: een 45-toerensingle kostte een dollar, albums waren veel te duur. Mijn eerste single was Grazing in the Grass van Hugh Masekela, gekocht toen ik 8 jaar was.
Kort daarna kocht ik Hey Jude van The Beatles. Dat was de eerste single die mijn kijk op muziek veranderde. Hits waren kort en poppy. Hey Jude was lang, vrij langzaam en bestond voor het grootste deel uit een herhaald na-na-na-na. De B-kant, Revolution, was ook zo’n vreemd geval: lawaaiig, slepend, traag. Hoe konden zulke nummers toch tof zijn? Voor het eerst realiseerde ik me dat een popliedje niet per se een archetypisch refrein hoeft te hebben om te werken.’
‘De beste Amerikaanse roman die tijdens mijn leven is verschenen, is wat mij betreft American Pastoral van Philip Roth. Het is daarnaast het boek dat het meest voor mij persoonlijk heeft betekend.
Het verscheen toen ik eind dertig was en voor het eerst serieus geïnteresseerd raakte in mijn familiegeschiedenis. Mijn vader was een niet-religieuze Jood die in de VS werd geboren, maar mijn grootouders van vaderskant waren Joden uit het huidige Oekraïne en Polen.
Ik wist niet zo veel over ze, hoe ze via Jaffa en Egypte uiteindelijk in de VS waren terechtgekomen, verjaagd door de Ottomanen. Precies in de tijd dat dat me begon te boeien, verscheen American Pastoral, over een Joodse immigrantenfamilie die in de VS succesvol wordt, net als de mijne, maar toch hun Amerikaanse droom ziet verkruimelen. Dankzij Roth begrijp ik mijn familie beter.
American Pastoral is mooi verfilmd, maar eigenlijk past het boek niet in één speelfilm. Daarom moet er, vind ik, nog eens een goede serie van worden gemaakt.’
‘Ik woon sinds een paar jaar in Los Angeles, maar ben een geboren en getogen New Yorker. Mijn hart maakte een sprongetje toen ik begin dit jaar hoorde dat Candle Cafe een doorstart heeft gemaakt aan Third Avenue. Mijn favoriete veganistische restaurant. Misschien wel mijn favoriete restaurant, punt.
Toen ik nog in New York woonde en mijn kinderen klein waren, hadden ze een stuk of drie vestigingen, waaronder Candle West, in onze buurt. Nergens werd zo lekker veganistisch gekookt als daar, lang voordat het een trend werd. Het was knus, vriendelijk, een huiskamer.
Alle vestigingen moesten eind 2020 sluiten vanwege de coronapandemie. Kort daarna verliet ik New York ook. Het voelde alsof het mijn tijd was. Maar Candle Cafe is dus terug. Ik ben er inmiddels geweest en kan je dus vertellen: het is nog even leuk en je eet er nog net zo geweldig. Hooguit is reserveren nog iets belangrijker geworden dan het twintig jaar geleden was.’
‘Ik móét natuurlijk een acteur noemen. Meryl Streep en Daniel Day-Lewis zijn nog levende favorieten, maar Marlon Brando is van een andere categorie. Cary Grant, Montgomery Clift: geweldige acteurs, maar het is in alles duidelijk dat ze acteurs van vroeger zijn. Marlon Brando was de eerste acteur van nú. Hoe leg ik dat uit?
Jimi Hendrix was niet de eerste rockgitarist, maar wel een rockgitarist van wie je kunt zeggen dat hij álle rockgitaristen na hem heeft beïnvloed. Zijn spel werd de nieuwe norm. Zoiets kun je ook van Marlon Brando zeggen als het om acteren gaat.
Brando heeft het natuurlijke, levensechte acteren bijna persoonlijk in zwang gebracht. Daarvoor acteerden filmacteurs theatraal, zoals op het toneel. Ze presenteerden de gedachten van hun personage; Brando begon subtiel de suggestie te wekken dat het personage bepaalde gedachten had. Dankzij dat subtiele spel werd acteren in films steeds meer close-up acteren.
Bij Brando had je altijd het gevoel dat zich vanbinnen iets zinderends afspeelde, in The Godfather en talloze andere films. Alsof hij zijn eigen turbulente privéleven in elke rol stopte. Een filmrecensent zei ooit: Brando lijkt altijd op het punt te staan om iets heel spannends te zeggen.’
‘De eerste vijf seizoenen van The X-Files namen we op in Vancouver. In die tijd, van 1993 tot 1998, woonde ik er zo’n tien maanden per jaar. Geweldige stad: groen, schoon, lekkere verse vis, en kosmopolitisch.
‘Ik benadruk mijn liefde voor Vancouver graag omdat ik ooit eens, als grap, heb gezegd dat je alleen naar Vancouver moet gaan als je 40 centimeter regen per dag fijn vindt. Dat ging een eigen leven leiden en werd me nogal nagedragen.
‘Mijn appartement was in de wijk Kitsilano, oftewel Kits, de wijk waar in de jaren zestig hippies woonden, en dienstweigeraars die niet naar Vietnam wilden. Die vrije, linksige sfeer hangt er nog steeds. Dat beviel me en het waanzinnig mooie Kits Beach was op loopafstand. Ik had vanuit mijn woning een fantastisch uitzicht over de baai, omringd door bergen.
‘Wat regen betreft valt het mee, hoor. Tegenwoordig zijn de zomerse bosbranden rond de stad helaas een ernstiger probleem.’
‘Toen ik mezelf gitaar leerde spelen, lag het voor de hand eerst een goedkope gitaar aan te schaffen, om te kijken hoe diep mijn enthousiasme werkelijk zat. Maar ik ken mezelf. Ik wist: als ik nu een dure koop, een echt goede gitaar, dan voel ik me schuldig als hij in de hoek blijft staan en speel ik uiteindelijk meer.
Dat was een juiste inschatting. Ik kocht een prachtige, grote akoestische gitaar van 3.000 dollar, type Dreadnought van C.F. Martin. Je weet wat dreadnoughts waren? Enorm grote Britse oorlogsschepen aan het begin van de 20ste eeuw. Het gitaartype heet zo vanwege de extra grote kast. Kleur? Sunburst, vrij donker. Wacht, ik laat hem je zien.’
Duchovny pakt het instrument erbij en klopt er liefdevol op. ‘Hij was er slecht aan toe na mijn verhuizing van New York naar hier en is zes maanden bij de gitaardokter geweest: Truetone, hier in Santa Monica. Of hij mee gaat naar Den Haag, weet ik nog niet. Wel dat hij zijn debuut maakt op mijn vierde album, waaraan we inmiddels werken.’
‘Ik houd van ruwe, streetwise, urbane kunst, een beetje zoals die van Jean-Michel Basquiat. En laat ik nu toevallig een goede vriend hebben die een beetje in die hoek zit en erg mooie dingen maakt: de Canadees Callum Keith Rennie uit Vancouver, die ook acteur is. Hij speelde zowel in The X-Files als Californication.
Zijn werk is donker, maar ook grappig, een beetje graffiti-achtig met cryptische woorden en flarden van zinnen op de doeken. Ik heb hier thuis een schilderij van hem aan de muur hangen, maar hij schildert en tekent ook op papier en laat veel van zijn werken op T-shirts drukken. Die ga ik op het podium dragen tijdens mijn aanstaande Europese tournee, denk ik. Let maar eens op, in Den Haag.’
‘Ik acteer, produceer, schrijf boeken, maak liedjes – vaak aan dit bureau en daarom heb ik dít hier staan.’
Duchovny tikt op een zwarte doos en houdt hem omhoog: een exemplaar van de Oblique Strategies-kaartenbak die muzikant Brian Eno en kunstenaar Peter Schmidt in 1975 op de markt brachten.
Het is een set promptkaarten. Je trekt er eentje uit en daar staat dan een gedachte of praktische opdracht op die je uit je creatieve impasse kan helpen. Nu ook als app verkrijgbaar, trouwens.
Als jij straks dit artikel gaat schrijven en je loopt vast, bedenk dan...’ Duchovny trekt een kaartje en leest het voor... ‘Simply a matter of work.’ Eno en Schmidt stelden deze kaartjes samen volgens een wetenschappelijke methode: lateral thinking, een vorm van oplossingsgericht denken die destijds populair was.
Deze kaartjes hebben me echt weleens op een ander denkspoor gezet en creatief los doen schieten. En zo niet, ach, dan is het een leuk moment, zoals een Chinees gelukskoekje met een briefje erin.’
‘Toen ik als student basketballer was, droomde ik ervan ooit in Madison Square Garden te spelen, geen vierkante tuin maar een ronde zaal, de sporttempel van New York.
Het is nooit gelukt, dus nu droom ik dat ik er ooit mag optreden, want het functioneert ook als een concertzaal. Zal ook wel niet lukken. Ik was er alleen bezoeker: ik zag de New York Knicks er basketballen en mijn eerste grote rockconcerten waren daar. Elton John in 1974, Peter Frampton in 1976, Yes in 1977.
Die grote arena’s staan meestal aan de rand van de stad, maar The Garden staat midden op Manhattan, naast Penn Station. Dát maakt het zo’n geweldige plek en zo typisch New Yorks.
Als jongetje zag ik basketballers van de New York Knicks op de fiets of met de metro naar The Garden gaan. Ze verdienden niet overdreven veel, ze gingen naar hun werk. Zelfs rocksterren die er optreden, zitten midden in het leven van alledag: de claxons, de vuilnismannen, de hotdogverkopers.
Dat gevoel is heel New Yorks en zit diep in me: New York valt niet stil omdat jij uit de taxi stapt. Je gaat werken. Het gaat door. Zo zie ik alles wat ik doe en het wordt er alleen maar leuker van. The Garden symboliseert dat gevoel.’
7 augustus 1960 Geboren in New York.
1982 Bachelor Engelse literatuur, Princeton University.
1988 Filmdebuut in Working Girl.
1989 Master Engelse literatuur, Yale University.
1992 Verteller erotische serie Red Shoe Diaries.
1993-2002 Agent Fox Mulder in The X-Files.
2007-2014 Schrijver Hank Moody in Californication.
2015 Debuutalbum Hell or Highwater.
2015 Debuutroman Holy Cow.
2016 Roman Bucky F*cking Dent.
2018 Album Every Third Thought.
2018 Roman Miss Subways.
2020 Terugkeer als acteur in The Craft: Legacy.
2021 Album Gestureland.
2021 Roman Truly Like Lightning.
2023 Film What Happens Later.
16 november 2023 Duchovny treedt op in Paard, Den Haag.
Duchovny woont en werkt in Los Angeles. Hij heeft uit zijn eerste huwelijk een dochter (1999) en een zoon (2002).
Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.
U bent niet ingelogd
Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden