Home

Niet iedereen is blij met de biografie van Loesje, het mysterieuze en snedige postermeisje

Veertig jaar geleden ontstond Loesje, het mysterieuze postermeisje met haar snedige kijk op de wereld. Nu is er een biografie, maar de Loesje-makers zijn daar niet blij mee. Zij koesteren het mysterie. ‘De kracht is dat iedereen haar kan zijn.’

In Café Meijers aan de Beekstraat in Arnhem herinnert niets aan het beroemde meisje dat er precies veertig jaar geleden ‘werd verwekt’. Terwijl een van haar meest legendarische uitspraken toch niet zou misstaan in een kroeg: ‘Aan het eind van m’n geld houd ik altijd een stuk maand over’.

Het zijn de woorden van Loesje, het vrolijke postermeisje dat bijna iedereen kent, maar tegelijkertijd niemand.

Over de auteur
Pieter Hotse Smit is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland en verslaat ontwikkelingen in de provincies Overijssel en Gelderland. Eerder schreef hij over landbouw, natuur, voedsel en duurzaamheid.

Met snedige, immer actuele teksten zoals ‘Leven is meervoud van lef’ tot ‘Sociale zekerheid, dat je zeker weet dat je buren je teruggroeten’, kleuren de zwart-wit beletterde posters van Loesje al sinds 1983 straten en pleinen. Nu is er een biografie van Loesje. Of eigenlijk: van het activistencollectief achter de mysterieuze postergirl – en daar is niet iedereen blij mee.

Loesje was begin jaren tachtig de opgewekte reactie op de grimmige sfeer van die tijd. Die van ‘anti’ (kernenergie), ‘stop’ (met oorlog) en ‘tegen’ (kruisraketten). In de ‘sfeer van negativiteit, agressie en geweld’, zo schrijft biograaf Fleur van der Bij in haar boek, opperden zes activisten van een Arnhemse woongroep op een dag aan de keukentafel: ‘Wat als we nu eens ergens vóór zijn?’

De activisten besloten hun positieve geluid via posters te verspreiden. Om hun boodschap te laten beklijven, moest een raadselachtige figuur worden bedacht, luidde de conclusie aan de keukentafel. Iemand die prikkelde, scherp was en aan het lachen maakte. Over een ding zou het zestal het eens zijn geweest: het moest een meisje worden.

De woongroepleden hadden zich van de keukentafel verplaatst naar Café Meijers toen ene Loes van Schaaijk, kunstacademiestudent, binnen kwam lopen. Haar grote bos zwarte krullen en vrolijke uitstraling gadeslaand wisten de zes het onmiddellijk: ‘Loesje’, dat moet het worden.

De vele Loesje-teksten die al snel tot ver buiten Arnhem illegaal in de publieke ruimte werden geplakt, wisten biograaf Van der Bij al jong te raken. Dat ze in het Friese dorp waar ze opgroeide werd gepest vanwege haar Loesje-agenda, weerhield haar er niet van haar grote voorbeeld te citeren in de havo-almanak: ‘Wees jezelf, er zijn al zoveel anderen’.

Op latere leeftijd sloot Van der Bij zich in Groningen aan bij een van de Loesje-regiogroepen, die toen nog in het hele land waren gevestigd. Nog weer later schreef ze kortstondig voor de Berlijnse tak van Loesje. Gefascineerd door de mythe die Loesje desondanks voor haar bleef, begon Van der Bij vier jaar geleden met wat Loesje. De biografie zou worden.

Het boek ligt op een zaterdagmiddag op tafel in een gebouw in Zevenaar, een ander mythisch Loesje-bolwerk. Een pand dat destijds werd gekraakt door onder meer Loesje-schrijvers van het eerste uur. Op zolder is een wc-deur met de eerste spreuken bewaard gebleven.

Inmiddels is in het pand restaurant Eet-Lokaal gevestigd. Net als Van der Bij vanachter een kop thee begint te vertellen over de Loesje-schrijvers van het eerste uur, loopt er, stomtoevallig, eentje binnen. Gelijktijdig met het interview blijkt een verdieping hoger een krakersreünie gaande. De vrouw, die Yoeke Nagel (61) blijkt te heten, stapt op Van der Bij af en zegt: ‘Ik kom niet naar je boekpresentatie. Er staat te veel in waar ik niet achter sta.’

Nagel is een van de mensen die door Van der Bij werden geïnterviewd, maar heeft daar nu spijt van. Ze leest in de biografie te veel een poging tot ‘scoopen, onthullingen doen’, licht ze later telefonisch toe. ‘Maar het maakt niet uit of wij aan een keukentafel zaten of voor mijn part in een golfslagbad. Ook niet dat wij tekstuele methodes van Lenin toepasten.’

Van der Bij zocht en vond voor haar biografie dé Loes van Schaaijk uit Café Meijer. Ook daar is Nagel niet over te spreken, omdat een biografie over Loesje volgens haar niet zou moeten gaan over of er iemand was die Loes heette, maar over wat de kracht is van Loesje ‘als gereedschap in het verwoorden van een verlangen voor verandering’ en of die nog werkt in deze tijd.

De oorspronkelijk leden van het postercollectief menen van wel, blijkt uit de ‘Vooruitblik van vijf Loesje-oprichters’, die als tegemoetkoming door de uitgever is opgenomen als bijlage in het boek. Hierin geeft de generatie die ‘van de dijk bij Dodewaard werd weggespoten’ zeven tips aan de generatie die nu op de A12 hetzelfde overkomt. Het zijn handvatten om de moed erin te houden. Te beginnen met wat gelezen kan worden als eerste medicijn tegen de polarisatie van deze tijd: creëer ‘een plek waar mensen welkom zijn, ook met ‘ongewone’ gedachten’.

De kritiek op haar boek steekt Van der Bij. Dat ze nu wordt bekritiseerd door uitgerekend de mensen achter het medium dat haar als enige wildplakker in het dorp ‘Fucking vrijheid van meningsuiting, Tjalleberd!’ deed roepen. ‘De makers van Loesje als voorvechters van vrijheid van meningsuiting, maar ineens niet als het over Loesje zelf gaat’, concludeert ze cynisch.

Yoeke Nagel noemt die kritiek onterecht. Waar het haar om gaat: ‘Haal je Loesje uit de anonimiteit, dan breng je schade toe aan de transformerende uitwerking van haar glimlach.’ De huidige schrijvers van Loesje werkten om die reden niet mee aan het boek. ‘We koesteren het mysterie dat de afgelopen veertig jaar is opgebouwd’, zegt Daan, die niet met zijn achternaam in de krant wil. ‘De kracht is dat dan iedereen haar kan zijn.’

Source: Volkskrant

Previous

Next