Home

Het tankstation: ooit symbool van vrijheid en kapitalisme. Nu, hier letterlijk, van z’n voetstuk gedonderd

De rubriek Beeldvormers onderzoekt hoe een foto onze kijk op de werkelijkheid beïnvloedt. Deze week: het benzinepompstation, ooit zo iconisch in beeld gebracht als oase aan de kant van de snelweg, ligt nu aan onze voeten. En wat ziet het er ineens kwetsbaar en treurig uit.

Het waait nog steeds behoorlijk in Coatzacoalcos, Mexico. Moet je die palmboompjes zien op de achtergrond; het is alsof ze bij de kapper een jaren-tachtig-föhnbehandeling krijgen. Hier op de voorgrond is het ergste al gebeurd. Storm Pilar smeet lukraak drie winkelkarretjes aan de kant. Die liggen nu hulpeloos op hun rug, als de gekantelde trekkers uit de film Cars. En daar bleef het niet bij. Het pièce de résistance was voor Pilar dat mooie rooie pompstation. Even blazen, even puffen en daar ging het piepend en knarsend omver.

Angel Hernandez moet zich nog behoorlijk schrap hebben gezet bij het maken van deze foto, wilde hij niet net zo pijnlijk op het asfalt gekwakt worden. Maar dit beeld kon hij natuurlijk niet laten liggen. Ook al was het hem in eerste instantie misschien louter te doen om de sensatie, om het ongeloof over wat hij met zijn eigen ogen zag. Soms is een foto meer dan alleen de rapportage van een vluchtige, nieuwswaardige gebeurtenis. Soms zegt-ie iets belangrijks, of symbolisch over de periode waarin we ons bevinden.

In 1963 verscheen het boek Twentysix Gasoline Stations. De titel kon niet passender. In het boek stonden 26 zwart-wit-foto’s van evenzoveel tankstations die kunstenaar Ed Ruscha langs Route 66 had gemaakt, op het stuk tussen zijn eigen huis in Los Angeles en zijn ouderlijk huis in Oklahoma City.

Ruscha, een vertegenwoordiger van popart, hield van seriematige, minimalistische fotografie, die ‘gewoon’ liet zien wat er te zien was. Die in al zijn alledaagse directheid inging tegen de verheven esthetiek van de (kunst)fotografie. Dus hopla: tankstations van een afstandje als geïntegreerde, onmisbare onderdelen van het uitgestrekte Amerikaanse landschap. De publicatie werd een enorm succes, eerst als cultobject en later ook in de officiële kunstwereld.

Geen idee of het werk van Ruscha in het hoofd van persfotograaf Hernandez zat, toen die zijn foto nam in stormachtig Coatzacoalcos waar de boodschappenkarretjes hem om de oren vlogen. Maar het tankstation als symbool van vrijheid, als geruststellend baken aan de horizon voor iedere nerveuze autorijder met een snel leeglopende tank, als het toppunt van kapitalistische overvloed, als een oase opdoemend langs de kant van de weg – dat kent iedereen, mede dankzij kunstenaars als Ruscha die het verankerden in de collectieve beeldbank.

Iets van Ruscha’s conceptuele rechttoe-rechtaanbenadering zie je terug in de foto van Hernandez. Ook die fotografeerde van een afstandje zodat het tankstation, ondanks zijn verwondingen, een vanzelfsprekend onderdeel is van zijn directe omgeving. Met die kinderlijke aanwijzingen op het asfalt krijgt het omgevallen gebouw iets komisch, zoals ook de gortdroge benadering van Ruscha destijds wonderlijk grappig was.

Het grote verschil is natuurlijk dat het tankstation en de bijbehorende sentimenten in Ruscha’s tijd nog fier overeind stonden. Anno nu zijn ze, hier heel letterlijk, van hun voetstuk gedonderd. Je zou Hernandez’ foto kunnen zien als het al dan niet tragische afscheid van het tijdperk waarin fossiele brandstoffen werden verheerlijkt.

Daar ligt het, aan onze voeten. En wat ziet het er ineens kwetsbaar en treurig uit. Dat de benzinepomp ook nog eens aan zijn einde kwam door toedoen van een tropische storm – een natuurlijk fenomeen dat zeker niet altijd wordt veroorzaakt door klimaatverandering, maar door toedoen van de wereldwijde opwarming wel dikwijls wordt versterkt – maakt het beeld helemaal af.

Source: Volkskrant

Previous

Next