Home

‘Dat is ook De Jeugd: zelfs binnen de groep tegendraads zijn. Vaak komt daar uiteindelijk toch weer iets tofs uit’

Ergens achter in het enorme Ahoy-complex staan in een grote ruimte 25 dozen verspreid. Pepijn Lanen (Faberyayo, 41), Ollie Locadia (Willie Wartaal, 41) en Freddy Tratlehner (Vjèze Fur, 40) zijn aan de lopende band lege platenhoezen van hun nieuwste album Moderne manieren aan het signeren. Vanavond geven ze voor het eerst in hun carrière een optreden in Ahoy. Uitverkocht, uiteraard.

Maar zelfs de grootste rappers van Nederland moeten weleens een saaie klus doen, en dus worden hier zo’n twaalfhonderd hoezen gesigneerd voor ze naar de distributeur gaan. Tijdens het werk wordt weinig gepraat. Het enige geluid komt van de opbeurende playlist die op staat (Abba, The Ronettes, Elvis Presley) en het oneindige enthousiasme van Locadia. Na de laatste krabbel gooit Tratlehner beide handen in de lucht en loopt zonder iets te zeggen de ruimte uit. Locadia geeft Lanen een kusje op zijn kruin en vraagt: ‘Ben ik klaar? Fertig?’ Zijn manager: ‘Je moet nu soundchecken.’ ‘Oké, laten we die sound gaan checken dan.’

De Jeugd van Tegenwoordig is sinds de doorbraaksingle Watskeburt?! uit 2005 niet meer weg te denken uit het Nederlandse poplandschap. Watskeburt?! is dit jaar 18 geworden en dus officieel volwassen. De speelse rapformatie De Jeugd wordt nog altijd geprezen om haar creatieve gebruik van taal, waarin reguliere grammatica niet geldt en voortdurend nieuwe woorden ontstaan.

Tegelijkertijd genoot de groep ook een slechte reputatie: in interviews kwamen de leden in het verleden vaak ongeïnteresseerd, sarcastisch en puberaal over. Inmiddels hebben ze hun professionaliteit lang en breed bewezen. Hun achtste album Moderne manieren kwam deze zomer binnen op nummer 1 van de albumhitlijsten.

Olivier Locadia bedacht de albumnaam Moderne manieren, in een brainstorm in Jeugd-groepsapp Sekstour. Andere suggesties van dit ideeënkanon in de groepsapp: Vroeger was het bijna even leuk als nu, Seksuele geluiden uit de westerse wereld, Lijfliederen voor zowel losers als winnaars, Iedereen heeft weleens gelijk, All krenten no pap. De titel voor het volgende album ligt ook al klaar, maar die is nog strikt geheim.

Voor de soundcheck verschijnen Faberyayo, Vjèze Fur en Wiwa op het podium. Voor veel mensen zijn zij De Jeugd van Tegenwoordig, maar muzikaal kan het trio niet zonder Bas Bron (49), de stille kracht achter de knoppen. Hij maakt de beats, maar geeft geen interviews. En doet ook geen soundchecks, blijkbaar.

Bij afwezigheid van Bron kruipen Lanen en Locadia om de beurt achter zijn synthesizers en drumcomputers om knopjes in te drukken. Als de soundcheck klaar is, zingt Tratlehner met veel autotune over zijn microfoon: ‘En toen kwam er tienduizend liter sperma over iedereen in de zaal heen, omdat De Jeugd zulke geile jongens zijn.’

Maar toch: het verwijt dat De Jeugd melige, puberale en vooral geen serieuze muziek maakt, spreken de leden tegen. Locadia vindt zijn bandleden ‘hele grappige guys’, maar niet melig of alleen maar recalcitrant. ‘We zeggen altijd veel meer dan alleen de grappige dingen op onze albums. In vermaak moet alles voorbijkomen: je moet mensen af en toe shockeren, boos maken, laten huilen en laten lachen.’

Intussen is RTL Boulevard met een bescheiden team in Ahoy aangekomen om De Jeugd te interviewen. De drie worden voor de camera gezet. De tegenzin verhullen ze onder een dunne laag beleefdheid, maar op de voor de hand liggende vraag of ze ‘dit hadden verwacht, toen ze achttien jaar geleden begonnen’ ratelt Tratlehner op cynische toon een pesterig cliché-antwoord af: ‘Ik heb altijd heel erg in ons geloofd en verder is alles mij overkomen.’

De kleedkamer is een helverlichte witte kamer met een systeemplafond. Er staat een mandje met frambozen, avocado’s en bananen. In de minikoelkast liggen druiven, flesjes spa rood, blikken Jupiler, twaalf blikken Red Bull Zero, vier flessen champagne, wat sap, frisdrank en blikjes chocomel. Op de minikoelkast staan twee flessen Grey Goose-wodka. Aan de kapstok hangen jassen en een Prada-kledinghoes.

Tratlehner, zelf al zeven jaar gestopt met drinken, trekt een fles Grey Goose open en begint iedereen in de kamer in te schenken. ‘Ik hou ervan als er gedronken wordt’, zegt hij. ‘Mensen worden losser en gaan rare dingen doen. Ik zie graag dat het ontspoort, in alles. Ook in de muziek. Ik denk dat we daar alle vier heel erg van houden.’

Maar inmiddels houden ze zich allemaal ook met serieuzere zaken bezig. Locadia zet zich in voor de overheidscampagne De Nationale Beweegminuut en voor De Weddenschap, een initiatief om jongeren meer te laten lezen. Maar hij voelt weinig verantwoordelijkheid als rolmodel: ‘Ik kan je verzekeren, er zijn betere mensen op aarde om als voorbeeld te nemen.’

Pepijn Lanen (vier kinderen) maakt een podcast over het vaderschap, V4der. Leerzaam en interessant, vindt hij, ‘maar het haalt het niet bij in de studio zitten of optreden met De Jeugd.’

Lanen staat als eerste in de rij voor het eten in de grote medewerkerskantine, er is keuze uit nasi en bami. Achter hem vormt zich een steeds langere rij van technici, socialemediamedewerkers, platenlabelvertegenwoordigers, management en Ahoy-personeel. Locadia loopt die rij straal voorbij om met de cateraar te geinen. Tratlehner voegt zich bij hem en algauw staat Lanen er ook, om een rol keukenpapier tussen hun billen te duwen.

‘Je kent elkaar goed, dus je weet ook wat je niet trekt aan elkaar’, zegt Tratlehner. Alle vier zijn ze weleens lastig (‘Bas nauwelijks’), zeggen ze, maar ze hebben vooral ook veel aan elkaar. Muzikaal en creatief vullen ze elkaar perfect aan, aldus Tratlehner. ‘Mijn superpower is een bepaalde onverwachte melodie en mijn stem, Ollie heeft een supergoede natuurlijke timing, dat zit heel diep in hem. Pepijn heeft hele toffe metaforen en Bas is gewoon een heel goede producer.’

Locadia: ‘Ik heb me nooit echt thuis gevoeld, bro. Maar ik voel me wel thuis met de boys.’

Terug in de kleedkamer houdt Bron een lange, enthousiaste monoloog over de muziek die op staat. Hij vindt een luisterend oor bij Locadia. Lanen zet ondertussen een splinternieuwe Loewe-zonnebril met een dik, zilverkleurig cat eye-montuur op en laat zich uit over de hedendaagse Nederlandstalige hiphopscene.

‘Soms hoor ik jonge artiesten, rappers vaak, die dan toch weer een nieuwe manier hebben gevonden om dingen te zeggen.’ Dat geeft hem hoop voor de toekomst van muziek en taal, maar hij heeft ook veel muzikanten voorbij zien komen die vooral probéren De Jeugd te worden. ‘Je kan wel een uptempo, four-to-the-floor-beat maken en daaroverheen gaan rappen, maar het haalt het nooit bij De Jeugd. Het is gewoon niet echt.’

Tratlehner zit ondertussen een kleedkamer verderop, bij de bandleden van voorprogramma Ploegendienst. De manager verschijnt in de deuropening en gebaart dat hij mee moet komen. Onderweg naar de deur pakt hij een fles champagne, opent die, spuit zo veel mogelijk van de inhoud door de kleedkamer en zet de fles weer terug.

Boeker Henkjan Onnink werkt al achttien jaar samen met de groep, volgens zijn eigen berekening zo’n 6.666 dagen. Daarom heeft hij cadeaus voor de mannen, waaronder een gepersonaliseerd mens-erger-je-nietspel (‘omdat jullie irritant zijn’) en een groot afgedrukte foto van de enorme mensenmassa bij hun optreden op Lowlands, afgelopen augustus. Daar gaf De Jeugd van Tegenwoordig een indrukwekkende headlineshow.

‘Sinds die show zeggen mensen op straat tegen me dat we terug zijn’, zegt Locadia. ‘Maar onze tour was daarvoor al uitverkocht. We zijn helemaal niet opeens terug, we zijn er gewoon altijd al geweest. We verkopen altijd zalen uit. Er is toch niks in Nederland dat beter is dan De Jeugd en iedereen weet dat.’

Ploegendienst is begonnen aan het voorprogramma. De Jeugd van Tegenwoordig zit in de kleedkamer. Bas Bron poetst zijn tanden.

De sfeer is rustig, de mannen sparen hun energie. Lanen merkt aan zijn energieniveau dat hij ouder wordt. Als vader van vier is hij vaak moe, maar zijn vaderschap geeft hem ook een nieuw soort voldoening. ‘Mijn rol als zorgdrager vult een ruimte in mijn leven die ik vroeger verspilde aan alcohol, drugs en uitslapen tot 2 uur ’s middags. Mijn leven is nu betekenisvoller.’

Het ouder worden gaat Tratlehner beter af dan gedacht. Hij heeft inmiddels twee kinderen en sinds hij vader is, drinkt hij niet meer: ‘Ik reageer er heel heftig en onvoorspelbaar op. Ik dronk al snel veel, en dan was het nog maar de vraag welke versie van mij je kreeg. Ik kon me dan ook nog eens van alles niet herinneren; met kinderen valt dat niet goed te combineren.’

Net als het gesprek over vaderschap gaat, komen Locadia’s vrouw en kinderen de kleedkamer binnen. Locadia begroet eerst zijn twee kinderen – ‘What’s up, my niffo’s?’ – en dan zijn vrouw: ‘My love.’ Hij schenkt zijn zoontje (5) wat jus d’orange in, Lanen doet een dansje met Locadia’s dochter (7).

Zijn kinderen kijken nog naar hem en zijn muziek op, zegt Locadia. ‘Dat zal allemaal op een gegeven moment wel anders zijn, maar vooralsnog geniet ik er gewoon van.’ Zijn zoon zet vaak muziek van zijn vader op. ‘Applaus (‘doe maar klappen met je kutje’) hebben ze gelukkig nog niet gevonden, maar ze rappen al wel teksten van mij mee die echt niet kunnen.’

Voor Lanen hebben kinderen prioriteit boven het werk. ‘Alles wat moet gebeuren, kan pas nadat ik mijn kinderen naar school heb gebracht.’

Langzaamaan komt er meer reuring in de kleedkamer. Ploegendienst is inmiddels klaar en komt even kijken bij De Jeugd. Lanen staat te dansen, Locadia probeert zich in een soort leren spencer te wurmen en Bron staart geconcentreerd naar zijn laptopscherm, waar de muziek in de kamer vandaan komt.

Opeens gaat de muziek uit. Locadia kijkt verontwaardigd om. Bron, verontschuldigend: ‘Dit is de back-upcomputer voor de show.’ Met Locadia in de buurt blijft het nooit lang stil; binnen een minuut staan de drie samen te dansen op I Don’t Give a Fuck van DJ Rashad.

De oneindige energiebom Ollie Locadia lijkt de vrolijkheid zelve, maar sinds Sterrenstof weet Nederland dat hij geen makkelijke jeugd heeft gehad. Hij groeide op in een achterstandswijk met een drugsverslaafde moeder. Daar heeft hij een opvallend nuchtere kijk op geestelijke gezondheid aan overgehouden: niet al je gedachten serieus nemen.

‘Door mijn jeugd heb ik heel goed geleerd mijn gedachten helemaal te negeren, waardoor ik jarenlang heel onbewust en impulsief heb geleefd’, vertelt hij.

De laatste jaren heeft hij juist geleerd om bewust met zijn gedachten om te gaan: ‘Wat denk ik nou, waarom en moet ik er iets mee?’ Bovendien was het voor hem al van jongs af aan duidelijk wat hij miste, en dus wat hij nodig had. ‘Ik moet ergens mee bezig zijn en met mensen omgaan die mij wel leuk vinden.’

De tourmanager rijdt een kapstok met outfits de lift in, de bandleden volgen. Iedereen is omgekleed, behalve Bron. Hij is niet bezig met outfits en vervolgt tegen wie het maar horen wil een lange monoloog over muziek. ‘Waar je tegenaan loopt’, zegt hij, ‘het perfecte nummer kun je niet maken...’

Pepijn Lanen luistert maar half. Voor de trap naar het podium komt de groep tot stilstand. Om hen heen verzamelen zich fotografen, mensen die met hun telefoon filmen en een paar mensen met een camera. De vier lijken het niet te merken.

Locadia is nog lang niet klaar met dit leven, zegt hij. ‘Ik wil blijven optreden tot de dood, bro.’ De Jeugd heeft een bijzondere positie vergaard in de Nederlandse muziekwereld, waardoor ze volgens hem ook helemaal niet kúnnen stoppen. Het voelt alsof Nederland hem dat niet zou vergeven. ‘Ik heb echt al hele rare dingen gezegd en gedaan in mijn carrière, maar mensen voelen toch liefde voor mij en voor De Jeugd. Ik weet niet hoe dat komt, we zijn in ieder geval nooit bang geweest om onszelf te zijn.’

De jarenlange ervaring op alle denkbare podia maakt de zenuwen voor een show niet per se minder, zeggen ze alle drie. ‘Maar ik weet ook dat ik het ga murderen’, zegt Locadia. De zenuwen zijn nodig: ‘Als ik zou zien dat niemand van de groep zenuwachtig is voordat we het podium op gaan, dan moeten we echt stoppen. Je moet wel iets voelen.’

Lanen: ‘Het grote verschil met de eerste keer optreden is dat je nu van tevoren precies weet hoe het gaat: je bent zenuwachtig, je vraagt je af waarom je dit doet, je gaat op, je doet de show, het lukt en je gaat af.’ Tegelijk blijft optreden ook altijd nieuw, en deels onvoorspelbaar. ‘We doen Watskeburt?! al achttien jaar live, maar als de beat begint moet ik weleens nadenken wat het ook alweer is.’ Ze spelen hun beroemdste hit elke keer weer net iets anders, om verveling te voorkomen.

Het woord ‘watskeburt’ komt van de rapper Heist Rockah uit Amsterdam-Noord. Dat geeft De Jeugd van Tegenwoordig eerlijk toe: Vjèze Fur begint het nummer met ‘Props voor de Heist Rockah’. Ollie Locadia en Freddy Tratlehner komen uit Amsterdam-Noord, Pepijn Lanen niet. Toen Lanen de single Watskeburt?! wilde opnemen, was Tratlehner dan ook boos dat Lanen zomaar een woord uit Noord wilde gebruiken; dronken besloot hij om ook naar de studio van Bas Bron te komen om mee te rappen.

De Jeugd begint precies op tijd. Bron loopt het podium op en start vanuit zijn dj-booth een beat in. Het publiek gilt. De drie rappers lopen het podium op, en nu gilt het publiek oorverdovend hard. ‘Ze is pas net begonnen met twerking’, zingt Lanen, samen met zesduizend mensen in de zaal.

In de lift terug naar de kleedkamers heerst verwarring. Tijdens het optreden kreeg Bron te horen dat hij moest inkorten, omdat ze met de set over tijd zouden gaan. Uiteindelijk hadden ze nog twintig minuten langer kunnen doorgaan.

‘Het begin van de set slaat nergens op’, zegt een geagiteerde Bron. ‘Het gaat steeds langzamer. Het ging helemaal verkeerd, man.’ Maar dat is de spanning die eruit moet – een paar uur later relativeert Bron zijn ergernis alweer.

Irritaties tussen de groepsleden over de muziek komen geregeld voor. ‘Ik ga niet specifiek zeggen waarover, want dan ontneem ik de mensen hun luisterplezier’, zegt Tratlehner. Het is ook de kracht van De Jeugd dat de vier leden een onderwerp op vier verschillende manieren benaderen. ‘Iemand van ons kan bijvoorbeeld weleens bewust een track proberen te saboteren door het tegenovergestelde te doen van wat de ander doet. Vaak komt daar uiteindelijk toch wel weer iets tofs uit. Dat is De Jeugd ook wel: zelfs binnen de groep tegendraads zijn.’

Een horde mensen komt de kleedkamers binnen. Vrienden en familie vullen de kamers en de gang. Lanen deelt blikjes bier uit, mensen vragen om foto’s met verschillende Jeugd-leden. Lanen en Bron slaan een shotje wodka achterover, achter hen dansen vier kinderen de macarena. Het nichtje van Lanen is er ook, met vier vrienden. Locadia neemt ze mee naar buiten om te blowen. ‘Hoe oud zijn jullie, 15?! Ik begon pas op mijn 27ste met blowen. Daarvoor deed ik alleen maar andere drugs.’

‘In het begin waren we op ramkoers, we wilden zo veel mogelijk zalen kapotmaken en zo lang en diep mogelijk de nacht in duiken’, mijmert Tratlehner. Dat is veranderd nu ze alle vier vader zijn geworden. ‘Vroeger gingen we samen ook heel veel uit, of gingen we gewoon hangen en muziek luisteren. Als groep die ook muziek maakt is dat heel waardevolle tijd, want daardoor wissel je ideeën uit en krijg je elkaars perspectief te zien.’

Even later verplaatst het feest zich naar de kleedkamer van Ploegendienst. Terwijl Bron zijn laatste onvrede uit over de setlist, worden er op de bank joints gedraaid en op de kaptafel biertjes geopend. De kleedkamer van De Jeugd is overgenomen door de daadwerkelijke jeugd van tegenwoordig: acht kinderen van basisschoolleeftijd eten er chips en nootjes.

Na achttien jaar is plezier nog steeds de grootste drijfveer voor de groep. ‘Het allerleukst vind ik wel in de studio zitten met De Jeugd en nieuwe dingen maken’, zegt Lanen. ‘Of niet eens nieuwe dingen maken, maar in ieder geval in die studio zitten en nieuwe dingen kúnnen maken.’

De kleedkamers stromen langzaam leeg, de kinderen moeten naar bed.

‘Mensen kijken al vanaf het begin op ons neer’, besluit Locadia. ‘Maar de mensen die ons achttien jaar geleden eendagsvliegen noemden, ik weet niet waar ze nu zijn. Ik doe ze de groeten.’

Pepijn Lanen (1982) groeide op in Utrecht. Hij maakt muziek in De Jeugd van Tegenwoordig (als Faberyayo) en Le Le, en heeft ook solo succes, bijvoorbeeld met het nummer Een echte. Samen met Abel van Gijlswijk (Hang Youth) richtte hij het platenlabel Burning Fik op, met artiesten als Gotu Jim. Lanen is ook schrijver, hij schreef onder andere de boeken Naamloos en Sjeumig. Ook maakt hij verschillende podcasts.

Freddy Tratlehner (1983) groeide op in Amsterdam-Noord. Hij maakte naast zijn lidmaatschap van De Jeugd van Tegenwoordig muzikale uitstapjes naar de band Coevorduh en de Job & Fred Band. In 2019 bracht Tratlehner zijn eerste kookboek Lekker Fred uit, na een reeks succesvolle kookfilmpjes op Instagram. Tratlehner is ook beeldend kunstenaar en heeft een eigen kledinglijn: Dure Merk.

Ollie Locadia (1982) groeide op in Amsterdam-Noord. Ook hij heeft solo muziek uitgebracht en werkt mee aan nummers van andere artiesten. Hij presenteert en acteert af en toe, bijvoorbeeld in de serie Statements van radiozender Slam!

Bas Bron (1974) is zowel producent als uitvoerend artiest. Hij maakt muziek met De Jeugd van Tegenwoordig en onder tal van pseudoniemen, waarvan Fatima Yamaha momenteel de bekendste is. Hij is een van de oprichters van platenlabel Magnetron Music en produceerde veel muziek in de Nederlandse hiphopscene, bijvoorbeeld van Donnie.

Om u deze content te kunnen laten zien, hebben wij uw toestemming nodig om cookies te plaatsen. Open uw cookie-instellingen om te kiezen welke cookies u wilt accepteren. Voor een optimale gebruikservaring van onze site selecteert u "Accepteer alles". U kunt ook alleen de sociale content aanzetten: vink hiervoor "Cookies accepteren van sociale media" aan.

U bent niet ingelogd

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden

Source: Volkskrant

Previous

Next